U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Hasse Simonsdochter.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/8479442/ en is laatst upgedate op 07/09/2003.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1366 woorden.


Hasse Simonsdochter is de hoofdpersoon uit het boek Hasse Simonsdochter. Hasse heeft lange zwarte haren, donkere ogen en is ongeveer 17 jaar oud. In de loop van het verhaal wordt ze ongeveer 25 jaar oud. Hasse is de oudste uit het gezin. Vroeger, toen Hasse baby was, is ze volgens de buurvrouw verwisseld. Hasse was dus een wisselkind. Dit houdt in dat Hasse eigenlijk een elfenkind is, maar dat de elfen liever een 'echt' kind hadden. De buurvrouw verteld dat het beter is om Hasse rot te behandelen. Dan zouden de elfen spijt krijgen en haar weer omwisselen. Dus vanaf haar ongeveer 5e jaar wordt ze, door haar moeder, vader en broertjes en zusjes, vaak gepest, geslagen en gestompt. Daarom bezoekt Hasse vaak de natuur. Hasse woont in een klein dorpje, dichtbij Kampen. De natuur (in haar geval de rietlanden vlak bij haar huis) bezoeken kan dus wel. Soms blijft Hasse vier dagen achterelkaar van huis weg. Ze wil eigenlijk helemaal niet terug, maar ze gaat toch elke keer. Als ze dan thuis is wordt ze weer gepest, gestompt en geslagen. Door de jaren heen heeft ze geleerd goed van zich af te bijten. Dit komt haar op een dag nog goed van pas.

Hasse is op een dag weer eens in de natuur. Maar plotseling ziet ze twee mannen met een kudde. Ze verstopt zich. Maar de mannen lopen verder en zien haar. Ze pakken haar beet en willen haar verkrachten. Natuurlijk wil Hasse dat niet hebben, ze wordt helemaal wild. Ze begint om haar heen te schoppen. Dan rukken de mannen haar haar kleren van het lijf. Snel daarna komt er een man op een paard langsrijden. Hij ziet wat de mannen aan het doen zijn. Hij begint met de mannen te vechten. Hij steekt er een dood en de ander maakt dat hij weg komt. Hij helpt Hasse. Hasse heeft nog nooit zoiets meegemaakt en is dus enigsinds verbaasd. Hasse is hem ook heel erg dankbaar. Als ze hem ziet moet ze aan een adel persoon denken vanwege zijn kleren. De man blijkt Jan van Schaffelaar te heten. HIj zet Hasse af en gaat zelf naar de stad Kampen toe. Als Hasse thuis komt krijgt ze van haar ouders weer eens flink op haar kop.

De volgende dag gaat Hasse met haar vader mee naar de stad om daar manden te verkopen. Ze blijft niet bij haar vader maar gaat een beetje door de stad heen lopen slenteren. Ze komt op een plein aan waar een heleboel mensen staan. Hasse dringt naar voren om te kunnen zien wat er allemaal gebeurt. Ze ziet een schavot met daarop: Jan van Schaffelaar. Hasse hoort dat hij ter dood is veroordeeld omdat hij een man heeft neergestoken. Het proces begint. De schaut houdt een verhaal. Hasse krijgt enig meedelij met Jan. Ze wil niet dat Jan ter dood gaat omdat hij haar gered heeft. Ze wil hem verbidden. Als het stil is schreeuwt ze dat. De mensen op het plein kijken raar op. Dat geberude niet vaak, eigenlijk nooit. Want wie wil er nou met een moordenaar trouwen? Dit zal beteken dat Hasse met Jan van Schaffelaar zal trouwen en hij niet meer dood hoeft. Op voorwaarde dat ze in Kampen het gezicht van Van Schaffelaar en Hasse niet meer zien. Zo gebeurt het en Hasse gaat weg uit Kampen. Haar ouders weten dit niet maar komen daar wel achter.

Ze vertrekt samen met Jan naar Zuthpen. Daar trekken ze in een koopmanshuisje. Maar Jan moet al snel weg, hij is immers soldaat. Jan gaat richting Belgie als aanvoerder van een team.

Hasse blijft eerst in het huisje. Maar ze kan het in het huisje niet meer aan om de hele tijd in haar eentje in het huisje te zitten. Ze koopt een hond, hondje Tieske. Daarna maakt ze jongenskleding waarmee ze de natuur in trekken kan. Ze blijft twee volle maanden in de natuur vlak bij Zuthpen.

Na die twee maanden gaat ze de stad weer in omdat ze nu toch wel eens wil weten waar haar soldaat toch blijft. Ze gaat naar zijn baas, heer Wijnand. De baas verteld haar dat ze toch wel had kunnen weten dat Jan en zijn collega's ten onder waren gegaan, het nieuw was immers als een lopend vuurtje door de stad gegaan. Maarja, Hasse was buiten de stad. Hasse had veel verdriet. Ze zocht haar oude koopmanshuisje op. Maar dat was alweer verhuurd. Hasse gaat op reis. Ze wil weg uit Zuthpen, de stad die haar alleen maar ongeluk bracht.

Wat zij echter niet weet is dat Jan helemaal niet dood is! Hij komt namelijk terug naar zijn baas te Zuthpen en komt daar vragen waarom zijn vrouw niet meer in het husije zit. Jan's baas legt uit dat hij dacht dat de ploeg ten onder was gegaan omdat het zolang duurde. Jan wordt erg kwaad op zijn baas. Hij gaat Hasse door heel Zuthpen zoeken. Hij vraagt aan iedereen of ze Hasse met de lange zwarte haren gezien hebben. Sommigen hebben dat en vertellend at ze vertrokken is richting het zuiden. Jan gaat samen met vrienden richting het zuiden zoeken. Uiteindelijk vinden ze haar in het schuurtje waar Jan en Hasse hun 'bruidsnacht' door hadden gebracht. Hasse is dolblij. Ze vestigen zich, samen met de kornuiten van Jan, op de veluwe. Ze noemen zichzelf 'De Graafschappers' omdat ze de belangen beghartigen voor de hertog van Gelre. 'De Graafschappers' club bestaat uit: Klein Butsken, Lange Pieter, Vrome Gijs, Luie Jacob, Hans de Grutter, Blauwpoeder, Johand de Steenbikker, Marcus Becking, Castor, Pollux, Maarten de Fat, Bartholt de Laddermaker, Plapperbek, Petken, Stille Nelis, Julius de Pruis en Friedrich de Beul. Op de veluwe gaan ze mensen, rijke mensen beroven. Ze hebben een boederij ingepikt en daar slpaen ze dan met z'n allen. Ze beroven rijke mensen omdat de buit vervolgens weer aan armere mensen te geven. Hasse helpt maar wat graag mee om de rijken te beroven. Daarom heeft ze ook kleren voor zichzelf gemaakt waarin ze kan werken.

Dan raakt Hasse in verwachting van haar man Jan. In de eerste periode gaat Hasse gewoon door met werken, ze kan niet stil zitten. Maar later wordt dat te zwaar en moet ze thuis blijven. Ze kan echter niet goed tegen het stil zitten. Gelukkig helpt Elsa haar. Elsa is de vrouw van Pieter die een kornuit van Jan is. Elas geeft haar hulp. Maar toch wordt Hasse nog weleens hysterisch. Als Hasse van de baby bevallen is wil ze meteen weer aan 't werk. Elsa zorgt dan voor de baby. De baby heet Lysken, vernoemd naar Hasses moeder.

Omdat Jan en kornuiten nogal in een slecht licht staan bij de rijken, worden de hogere pieten het beu. Ze willen Jan, de leider, dood hebben. Ze vluchten met z'n allen van de Veluwe naar Barneveld. Daar pikken ze weer een woning in. In Barneveld houden zij al het voedsel tansport tegen en komt het Noorden van het land in hongersnood. Als de Amersfoorters (die wilden voorkomen dat de hongersnood in het noorden nog erger zou worden) tezaam met de plaatselijke bevoling in opstand komt en de Graafschappers in het nauw drijven bij de kerk van Barneveld. De kerk wordt ernstig vernield. Er vallen ook 9 doden bij de beschieting op de kerk. En Jan van Schaffelaar moet van de toren springen om te zorgen dat er niet nog meer doden vallen. Jan verteld Hasse snel dat hij een kist met geld heeft begraven voor Hasse en Lysken. Hij geeft Hasse een zoen en springt...

De rest van de Graafschappers kan nu vrijuit gaan.

Hasse gaat samen met Lysken en Klein Butsken naar Kampen. Onderweg naar Kampen wil Butsken een schaap voor Hasse en Lysken stelen maar hij wordt betrapt. Hasse reist samen met alleen Lysken door naar Kampen. Als ze aankomt ziet ze een volgelopen plein. Klein Butsken staat op het schavot! Ze blijft kijken en hoort dat hij moet worden gestraft omdat hij een schaap heeft gepikt. Hasse denk erover om Butsken te verbidden. Maar ze kan het niet. Butsken word ter dood gebracht.

Hasse gaat samen met Lysken in een klein huisje wonen en begint haar beroep als waarzegster.

Zo eindigt het verhaal.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen