U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Maarten ’t Hart - De Kroongetuige.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20362/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 710 woorden.

De Kroongetuige



Maarten ’t Hart



Maarten 't Hart: geboren in 1944 te Maassluis; opgegroeid in een steng gereformeerd milieu; studeert na de HBS biologie in Leiden; promoveert in 1978; is etholoog aan de universiteit van Leiden; trouwt in 1967 met Hanneke van den Muyzenberg; woont in Warmond; is er geinteresseerd in literatuur, biologie en muziek. Andere werken: oa 'Een vlucht regenwulpen' (1978), 'Het roer kan nog zesmaal om' (1985).



2000



Nee, want het verhaal speelt zich af in de jaren '70. De vermelde data komen overeen met de kalender van 1974, maar dat wil nog niet zeggen dat dit boek zich precies in dat jaar zou afspelen.

De titel van het boek komt uit een tekst van Nietzsche die in het boek gelezen wordt door Leonie, hij schrijft : “Zijn niet de meeste huwelijken van dien aard dat men geen derde als kroongetuige wenst? En juist deze ontbreekt vrijwel nooit (het kind) en dat is meer dan een kroongetuige, namelijk de zondebok.” Het kind wordt hier dus als kroongetuige genoemd en Leonie kan geen kinderen krijgen. Een andere verklaring is dat ze zichzelf kroongetuige van de moord noemt, omdat zij het lijk had gevonden.



Als Leonie op vakantie gaat, ontmoet Thomas Jenny waarmee hij op kroegentocht gaat. Als het laatste café sluit wil Thomas met Jenny mee naar huis, maar dit wilt zij niet. Na een korte strijd tussen de twee loopt Jenny weg. Enkele dagen later wort ze vermist en omdat Thomas de laatste is die haar heeft gesproken, wordt hij ervan verdacht haar vermoordt te hebben. Thomas wil Leonie erbuiten houden, omdat hij niet wilt dat zijn vrouw erachter komt dat hij verliefd was op Jenny. Als een rechercheur van de politie, Lambert , bij hun thuis komt wordt ze argwanend. En wanneer Alex, die bij het laboratorium werkt, verteld dat de ratten de ochtend na de verdwijning van Jenny ineens geen honger meer hadden, wordt Thomas gearresteerd. Leonie gaat zelf op onderzoek uit en komt uit tot allerlei nieuwe ontdekkingen. Uiteindelijk ontdekt ze een lijk in een pot naast een stel zeekoeien in het laboratiorium van Thomas. Later wordt er bevestigd dat het lijk niet Jenny is, maar de vrouw van Robert, hij is advocaat waar Jenny een relatie mee had. Op het eind van het verhaal krijgt Leonie weer hoop op kinderen als Thomas, die al vrijgelaten is, een artikel over reageerbuisbaby’s laat zien.

Het thema is een verstoorde huwelijksrelatie en raadselachtige verdwijning van een jonge vrouw. Het idee van de roman: ieder mens is voor de ander een raadsel, niemand kent iemand anders echt, ook niet de dichtsbijzijnde.



Proza.



Roman.



Leonie.



Leonie is een round character.



Het boek is geschreven in de ik-vorm, maar de ik kan Thomas of Leonie zijn.



Door Thomas’ en Leonie’s ogen.



Het boek speelt zich af in Leiden, maar allerlei straten, cafe's en gebouwen, die in het boek worden beschreven, blijken in het echt niet of niet meer te bestaan.

Het verhaal wordt chronologisch verteld, op een paar flashbacks na, de gebeurtenissen beginnen op 31 juli en eindigen vlak voor Kerstmis (half december), de vertelde tijd is dus ongeveer 4,5 maand.



Het werk is lyrisch van aard, omdat het tot de lyriek behoord en niet tot de poezie.



Het einde van het verhaal is gesloten. De verdwijning van Jenny is opgelost en Thomas is weer vrij. Het enige dat je aan het eind van het verhaal niet weet is of Thomas en Leonie ooit nog kinderen zullen krijgen.



In dit boek is er geen sprake van een motto.



Er staat geen opdracht in het boek.



‘Kijk’, zei ik, ‘het is niet één valbijl, maar er zijn vier mesjes, twee die naar beneden scharen en twee die naar boven scharen, een rat wordt vier keer zo snel onthoofd als met een gewone guillotine, het is gebeurd voor hij het zelfs maar gemerkt heeft,’ en ik liet de mesjes speels op en neer bewegen en het zonlicht flikkerde op het glanzende, roestvrije staal. Het was alsof ik een kunstwerk demonstreerde.

Toen ik een stokoud mannetje decapiteerde, wil de hij het graag van dichtbij zien – zoals ik trouwens verwacht had – dat het bloed breeduit over zijn kleding spatte.



Dit staat in hoofdstuk 1, “De muizentorensage”, op bladzijde 52 en 53.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen