U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Initiatieven, Functies,… - Het Management Ingezonden Door: Vanessa Categor.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=965 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Economie en het aantal woorden bedraagt 721 woorden.

1. Het management



Management = het besturen van een organisatie en het leiden van mensen. Er wordt samengewerkt en naar een concrete doel gestreefd.



Twee types:

• intern: organisatieontwikkeling (initiatieven, functies,…)

• extern: marketing



Eigenschappen van een manager:

• motiveren van mensen

• delegeren (= verantwoordelijkheid van taken door te geven aan ondergeschikten, maar toch behoud van eindverantwoordelijkheid)

• organiseren



Management focust zich op:

• activiteiten en eigenschappen van manager

• kwaliteit van samenwerkingsrelaties + taakuitvoeringen van medewerkers

• vernieuwingscapaciteiten + probleemoplossend vermogen binnen de organisatie



Managers en leidinggeven

Leiderschap:

• proces van het beïnvloeden van de activiteiten van individuen of groepen

• om 1 of verschillende doelen te bereiken

• in een bepaalde situatie

Ideale eigenschappen van een leider:

• moreel krachtig zijn om zijn rol waar te kunnen maken

• deskundig zijn

• zich een correct beeld kunnen vormen van de concrete vraagstukken en uitdagingen



Leidersschapstypes:

1. AUTOCRATISCH

- onverdraagzaam en geen inspraak op ondergeschikten

2. BUREAUCRATISCH

- formeel (heel strikt) en onpersoonlijk





3. DYNAMISCH

- sterk verbeterings- en vernieuwingsgericht ( verbetering-verandering)

4. STATISCH

- weinig verandering en initiatief

5. CHARISMATISCH (= uitstraling)

- samen met de werknemer iets bereiken (goede communicatie met personeel)

 positiever + motiverend imago

6. LAISSEZ-FAIRE

- informele leiders

- werknemers nemen zelf beslissingen

- geringe betrokkenheid

7. DEMOCRATISCH

- menselijk

- sterke aandacht voor inspraak en medezeggenschap



Situationeel leiderschap

= afahankelijk van ontwikkelingsniveau (deskundigheid en inzet) van medewerker stijl van leiding aangepast (stijlflexibiliteit)



Ontwikkelingsniveau van werknemer Stijlflexibiliteit



Lage deskundigheid + hoge inzet = leiden

 duidelijke richtlijnen geven

matige deskundigheid + zwakke inzet = coachen

 het idee geven dat ze zelf al kunnen richten

hoge deskundigheid en wisselende inzet = ondersteunen

 raad/suggesties geven, begeleiden, motiveren,…

hoge deskundigheid en hoge inzet = delegeren

 werkgever zal taken doorgeven aan werknemer,

maar behoud eindverantwoordelijkheid



Takenpakket van de manager

1. PLANNEN:

- voorbereiding van organisatie

- werkmethodes OP PAPIER

- controle

2. ORGANISEREN:

- hoe alles zal uitgevoerd worden

- functie, taken, opdrachten,…. Instellen

3. LEIDEN:

- belonen

- sanctioneren van personeel

- motiveren

4. CONTROLEREN:

- nagaan van resultaten van uitvoering + werkmethode

- komen plannen en resultaten overeen?



Managementniveaus en – vormen

1. TOPMANAGEMENT/HOOG

 strategisch management: hoe wil je tot u doel komen?

2. MIDDLEMENAGEMENT

 tactisch niveau : strategie verder uitwerken

3. LOWERMANAGEMENT/LAAG

 operationeel niveau: de concrete uitvoering



De hiërarchische piramide : pag. 15

De basis zorgt ook voor het product, ze moet medezeggenschap krijgen.

Daarom is het een noodzaak de piramide om te draaien.



Managementmethodes



Kenmerken van het vroegere productiesysteem:

1. Scientific management : monotone taakuitvoering

=> routine

- geen inspraak

- rationele verdeling van arbeid => fordistisch bandwerk

- geen relatie met eindproduct

2. Human relationmanagement

- aandacht voor menselijke verhouding (geen verlengstuk van machine)

- aangename werkklimaat

- arbeidsmotivatie

3. Human resources

- doelgerichtheid (effectiviteit= de juiste dingen doen)

- samenwerken

4. Teambuilding

- empowerment = ondernemend sfeer

= werknemer kan invloed uitoefenen op hun job



- er wordt rekening gehouden met hun ideëen

- krijgen eigen verantwoordelijkheid



Verschillende managementmethodes

1. Management informatie systemen = MIS

MIS= instrument (“a tool”) ter ondersteuning van diverse managementmethodes = werkinstrument

2 soorten informatie:

- operationele: nodig voor dagelijks functioneren

- strategische: info die de toekomst bepaalt



2. Management by objectives = MBO

= doelstellingen – of resultatenmanagement

= bereiken van resultaten



Kenmerken:

- samenwerking, delegatie, communicatie

- open dialoog

- inspraak bewegingsvrijheid van medewerkers



3. Management by walking around = MBWA

= actiegerichte manier van leidinggeven

= manager op werkvloer



Kenmerken:

- assertiviteit

- open communicatielijnen: interne contacten met medewerkers, maar ook met klanten en leveranciers



4. Management by exception =MBE

= als leider gewwon bezighouden met afwijkingen/uitzonderingen



Voordeel:

Hogere echolons hun aandacht richten op werkelijke problemen + strategische uitdagingen m.a.w. zij zullen zien of alles binnen de organisatie wel goed verloopt

=> aanbod van informatie naar leiding neem toe

Bepaalde voorwaarden die hiervoor vervuld moeten zijn:

- sterke graad van decentralisatie

- duidelijkfunctie + taakverdeling

- vlotte informatieoverdracht

- snelle signalisering van storingen



5. Teammanagement

= in groep werken



Voordeel:

- taken verdelen

- werk gaat sneller

- efficiënter

- meer ideëen

- betere sfeer



Nadeel:

- verschillende meningen => discussies

- misverstanden

- iedereen moet evenveel inzet tonen

- deel van de zelfstandigheid opgeven

- leren luisteren naar anderen



Voor de organisatie:

- resultaat moeilijk te beoordelen

- het werk in team moet meer opbrengen dan het werk van een individu

pag.20-21 lezen



6. Customer relationship management = CRM

= maximale gebruik aanwezige kennis over klanten + klantencontacten



Marketing: zich constant aanpassen aan toenemende klanten + markten

Marketingsconcept: klantgerichtheid nastreven => ondernemingsdoelstellingen nastreven

Invoering CRM : mentaliteitswijziging op volledige bedrijfsniveau



Belang CRM:

klantengegevens bezitten is een concurrentieel voordeel.

Door het centraliseren van gegevens verhoogt kennis van klant => men kan inspelen op behoeftes van klanten









Doelstellingen:

Basisredenen om CRM aan te gaan verschillen naargelan bedrijfstak- of sector.

Ondernemingen streven naar toenemend copncurrentieel voordeel+meer winst + beperking bedrijfsrisico’s en –kosten.

Winstgevendere relaties met klanten opgebouwd door de gegevens te verzamelen => inspelen op behoeftes van klanten.



Opmerking:

Informatietechnologie = steeds belangrijker om klantentrouw na te streven.



Toepassingen situering management

Verklaar volgende uitspraken:

“ Het imago van de onderneming wordt meer en meer gelijkgesteld met dat van haar leider”



- leider moet voorbeeldfunctie uitoefenen

- het imago hangt af van het leiderschap

- hetgeen wat leider doet straalt af op organisatie



“Thuis is iedereen manager”



- management kan ook in het gezin voorkomen

- inkomen verdelen

- takenverdeling in het huishouden









Schema:



















































Bekende personen



H.Fayol 1814-1925

• formuleerde de 4 basisprincipes: plannen, organiseren, leiden en controleren



Taylor 1856-1915

• grondlegger scientific management

• uitwerken van tijd- en bewegingsstudies en standaardmethoden bij de taakuitvoering







Mintzberg rond de 20ste E

• lanceerde het begrip bureaucratie

= organisaties ide professionele deskundigheid combineren met routinematige werkwijze



Blanchard en Hersey

• situationeel leiderschap: uitwerking van theorie

• bevindingen worden nog vaak gebruikt in opleidingscentra
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen