U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Kruistocht In Spijkerbroek.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=1526 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1247 woorden.

Begingegevens

  1. Kruistocht in spijkerbroek
    Thea Beckman
    Rotterdam, 1975 Lemniscaat
  2. De hoofdpersoon van het boek wordt met een machine terug in de tijd geflitst. Hij heeft dan zijn spijkerbroek nog aan en zo loopt hij een kruistocht.
    De spijkerbroek is het teken van deze tijd en de kruistocht is een teken van de middeleeuwen. Deze tijd wordt dus als het ware in de middeleeuwen gezet.
  3. Genre: avonturenroman, maar het is niet allemaal bedacht; veel dingen uit de middeleeuwen zijn terug te vinden in het boek.
  4. Het boek telt 307 bladzijden verdeelt in 23 hoofdstukken.
  5. Aan de omslag zie je meteen dat het verhaal zich niet in deze tijd afspeelt en dat het over een grote rondtrekken-de groep kinderen gaat.
  6. Het boek is geschreven door Thea Beckman.
    Er staat geen verdere informatie op het boek.
  7. Ik had het boek thuis en het leek me heel leuk, want de titel sprak me aan en verhalen over de middeleeuwen vind ik meestal heel spannend.

Uitgebreid verslag

  1. Het boek begint als Dolf Wega (de hoofdpersoon) in het laboratorium van dr. Simiak is.
    Dr. Simiak heeft net een 'materie-transmitter'
    uitgevon-den, waarmee je naar het verleden kunt reizen.
    Het apparaat bedekt de hele achterwand van het
    laborato-rium en Dolf is dan ook erg onder de indruk.
  2. Het verhaal komt op gang doordat Dolf met de materie-transmitter naar het verleden reist.
    Dolf is erg geïnteresseerd in de middeleeuwen en hij wil een gevecht tussen twee ridders zien, maar als hij in het verleden aankomt, blijkt dat hij niet is waar hij moet zijn en hij is niet op tijd op de goede plek om terug te kunnen.
    Hij is 'verdwaald' in het verleden en niemand weet waar hij is.
  3. Het wordt spannend als Dolf niet meer terug kan naar het verleden, hij ontmoet dan iemand waarmee hij bevriend raakt. Hij leert van hem de taal die de mensen daar spreken en reist met hem mee. Maar onderweg komen ze een kinderkruistocht tegen. De groep bestaat uit wel tienduizend kinderen, ze zijn op weg naar een heilig land. Dolf en zijn vriend besluiten om mee te trekken en zo komen ze allerlei gevaren tegen en proberen ze met de hele groep te overleven.
  4. De leider (Nicolaas) van de kinderkruistocht beweert dat de zee voor hem open zal gaan, zodat de hele groep door de zee kan lopen om de bezetters van het heilige land te verjagen, maar het is niet waar. Twee monniken hebben Nicolaas met allerlei trucs wijs gemaakt dat hij heilig is, maar zo dat Nicolaas de monniken niet ziet. De monniken laten de kinderen een heel stuk omlopen, want het is hun bedoe-ling dat als de zee niet zal wijken (dat doet hij niet omdat de jongen niet heilig is) één van de monniken met schepen aan zal komen,maar de sche-pen zullen dan niet naar het heilige land varen, want de monniken willen de kinderen als slaven verkopen. Dat is al eerder met een kruis-tocht gebeurd en de monniken willen dat ook doen. Maar het lukt ze niet, want er zijn te veel kinderen en Dolf steekt er een stokje voor. Als de kinderen horen dat alles bedrog is word de monnik verscheurd en blijft dood op het strand liggen. De kinde-ren voelen zich intussen 'beroeps-zwer-vers' en zwerven verder, maar wat dan?

Dit is het hoogtepunt van het verhaal.

  1. Het verhaal eindigt als één van de kinderen van de kruistocht met een aluminium doosje aan komt. Hij snapt niet wat het is en geeft het aan Dolf. Dolf maakt het doosje open, er zit een briefje in, waar op staat:"Beste Dolf, als je dit vindt, schrijf dan iets op hetzelfde papier, stop het weer in het doosje en leg het neer op precies dezelfde plaats waar je het hebt gevonden.
    Verander niets aan de hierop vermelde cijfer-code! 24 uur na aankomst wordt het doosje teruggeflitst. We willen weten waar je bent. Dr. Simiak. Het was helaas te laat om het doosje nog terug te laten vinden, dus zegt Dolf tegen alle kinderen die er nog zijn, dat als ze zo'n doosje vinden, ze het meteen naar hem moeten brengen. Hij kan het dan terug leggen zodat hij weer teruggeflitst kan worden.
    Een paar dagen later wordt er door iemand van de kruis-tocht nog een doosje gevonden. Dolf schrijft erop dat Dr. Simiak hem 24 uur nadat hij het doosje terugge-flitst heeft, hemzelf moet terugflitsen. Op de goede tijd zit Dolf op de goede plek, maar er is opwinding in de plaats waar ze zijn en Dolf wordt bijna weggesleurd. Hij staat al met een mes in zijn hand, maar ineens, net op het nipper-tje, voelt hij weer dat duizelige gevoel in zijn hoofd en wordt hij teruggeflitst. Rudolf Wega is weer terug.

Hoe zit het verhaal in elkaar

  1. De hoofdpersonen in het boek zijn: Dolf Wega(in deze eeuw) of Rudolf van Amstelveen(in de middeleeuwen), een aantal kinderen uit de kruistocht die leiding gaven aan een bepaalde groep en de kinderen van edel bloed uit de kruistocht.
  2. De personen lopen allemaal mee in de kruistocht, dat zorgt voor de binding.
  3. Het verhaal speelt zich niet in een bepaalde omgeving af, omdat de kinderen trekken en niet op dezelfde plaats blijven.
  4. Het verhaal speelt zich af in de middeleeuwen.
  5. Als lezer leef je mee als Rudolf van Amstelveen.
  6. De schrijfster geeft een beeld van de leefsituatie in de middeleeuwen en hoe het is om in de middeleeuwen met een kinderkruistocht te trekken.
  7. Het verhaal kan niet echt gebeurd zijn, want nu kunnen we nog niet iemand terugflitsen naar het verleden, maar er zit ook veel waarheid in over het leven in de middeleeuwen.
  8. Het taalgebruik is goed, goed leesbaar zonder bijzondere kenmerken.
  9. Er zit in het verhaal niet vaak humor, want het is vooral een spannend boek, waar soms ook wel droevige of zielige dingen in voorkomen.

Waarderingsmeter

  1. het onderwerp: 16
    Ik interesseer me in de middeleeuwen en hoe de mensen daar leven en in dit boek is dat een heel belangrijk onderdeel.
  2. de manier van vertellen en het taalgebruik: 18
    Het boek is goed en duidelijk geschreven, waardoor het verhaal duidelijker en belangrijker word. De aandacht is op de inhoud van het verhaal gericht en niet op de tekst zelf.
  3. het thema en de bedoeling van de schrijver: 15
    Het thema en de bedoeling zijn goed, maar omdat het in een spannend verhaal is gezet, komt het er niet zo goed uit. Daarom een iets lager cijfer.
  4. de karaktertekening van de personen: 20
    De karakters van de personen zijn ontzettend duidelijk beschreven, je ziet dat karakter dan ook terug in alles wat de persoon doet of zegt.
  5. hoe het boek voor mijn gevoel is gaan leven: 20
    Ik had echt het gevoel dat ik de hoofdpersoon was: je leeft in alles wat er gebeurd mee, dat vind ik dan ook het knappe van het boek. Als het boek niet zo'n sterk gevoel bij je opriep, was het een stuk minder spannend geweest.
Het eindcijfer: 9
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen