U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - Het Bittere Kruid.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1816 en is laatst upgedate op 14/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2170 woorden.

Verschenen in

1957



Aantal blz.

90



Genre

Roman



Eerste reactie

Leg uit waarom je dit werk hebt gekozen:

Ik heb dit werk gekozen, omdat ik er al veel over had gehoord van vrienden. Het leek me wel interessant om te weten hoe Joden de Tweede Wereldoorlog ervoeren.



Beschrijf in het kort je eerste persoonlijke reactie, nadat je het werk net gelezen hebt: Dit werk heeft mij wel aan het denken gezet.

Ik heb wel iets aan dit werk gehad.



Dit werk spreekt me wel aan, omdat we het met geschiedenis al heel vaak en veel over de Tweede Wereldoorlog hebben gehad.



Ik vond het verhaal erg realistisch en erg interessant, omdat je nu kon lezen hoe het voor een Joods meisjes was in de Tweede Wereldoorlog. Daar had ik nooit echt een idee van. Het was goed te begrijpen, want er werden niet echt moeilijke woorden gebruikt en de verklaring van enkele joodse woorden en uitdrukkingen kon je gewoon achterin het boek opzoeken.



Korte samenvatting van de inhoud

De Duitsers vallen Nederland binnen en Marga vlucht met haar ouders naar het zuiden, naar België. Na een paar dagen gaan ze terug naar Breda, waar ze wonen.



In het eerste oorlogsjaar moet Marga kuren in een Utrechts ziekenhuis vanwege een longaandoening. Haar ouders verhuizen naar Amersfoort, waar ze gaan wonen bij hun zoon Dave, die getrouwd is met Lotte.



Wanneer Marga het ziekenhuis verlaat, voegt ze zich bij haar familie in Amersfoort. Vader komt thuis met een pakje sterren, die op hun kleren genaaid moeten worden. Ondanks alle bezettingen en verboden blijven zij kalm, vooral de vader. Hij is erg optimistisch en denkt dat de Duitsers de Joden netjes zullen behandelen.



Op een dag moeten Dave en zijn vader gekeurd worden om te kijken of ze geschikt zijn voor een werkkamp. Vader wordt afgekeurd, want hij heeft een huiduitslag. Dave slaagt er ook in afgekeurd te worden door een drankje in te nemen waardoor hij ziek wordt.



Er komt een telegram uit Amsterdam: Bettie, de zus van Marga, is opgepakt.



Later krijgen Dave, Lotte en Marga een oproep om zich te melden. Het lijkt Dave wel avontuurlijk, Kennissen raden hen sterk af zich te melden. Van de dokter krijgen ze een attest dat ze ziek zijn, waardoor ze kunnen blijven. Ze lopen de hele dag in pyjama, zodat ze in bed kunnen springen zodra er aangebeld wordt. De ouders moeten wel weg, omdat ze ouder zijn dan vijftig jaar. Ze verhuizen naar het 'Judenviertel' in Amsterdam. Vader blijft optimistisch. Na een poosje reist Marga hen achterna en komt bij hen wonen.



Het gezin wacht nog steeds met onderduiken; ze zijn nog altijd optimistisch en weten bovendien niet waar ze heen zouden moeten gaan.



Omdat tante Kaatje uit het oudeliedengesticht bij hen zal komen eten, doet Marga wat boodschappen. Ze wordt op straat aangehouden door een ongure man, die een meisje van haar leeftijd blijkt te zoeken. Ze mag doorlopen. Als ze thuiskomt met haar boodschappen, hoort ze dat tante Kaatje niet komt: het hele gesticht is leeggehaald.



Als Marga een keer in de Lepelstraat loopt, stoppen daar plotseling enkele overvalwagens en wordt een razzia gehouden. Een soldaat wil haar ook meenemen. Ze zegt dat ze niet in die straat woont en weet zo te ontsnappen. De volgende dag keert ze terug en ziet een uitgestorven straat.



Na een rustige dag wordt er 's avonds aangebeld. De Duitsers komen hen halen. Als Marga van haar vader de jassen moet halen, vlucht ze de tuin in en rent de straat uit. Ze rent naar de Weteringschans, waar Dave en Lotte zijn ondergedoken. Daar is ze enige tijd veilig. Om er minder joods uit te zien bleken ze alle drie hun haar. Van Lotte krijgt Marga een nieuw persoonsbewijs. De bewoners van het onderduikadres worden bang voor ontdekking en sturen hen weg. Dave weet een adres in Utrecht. Daar gaan ze naar toe.



Dave vindt het veiliger afzonderlijk treinkaartjes te kopen. Bij de controle wordt Lotte aangehouden. Marga wacht in de trein op de anderen. Dan verschijnt Dave plotseling, zet zijn tas naast haar neer en vertrekt zonder iets te zeggen. Hij gaat met zijn vrouw mee.



Marga is nu alleen. Diezelfde avond keert ze terug naar Amsterdam. Ze is niet bang meer. Ze gaat naar Wout, een jongen die zij enkele weken eerder heeft ontmoet. Hij helpt haar verder. Ze gaat naar de boerderij van oom Hannes, een boer uit Haarlemmermeer. Omdat daar al te veel onderduikers zijn, brengt een jongen haar naar een landarbeidersgezin. Van Wout hoort ze dat haar ouders zijn 'doorgestuurd'.



Het geld uit de tas van Dave raakt op en Marga wil de arme dagloner niet langer tot last zijn. Wout weet voor haar een adres in Heemstede en zorgt voor een nieuw persoonsbewijs met een nieuwe naam.



Enkele weken na de bevrijding zoekt Marga in Zeist de broer van haar vader op. Omdat hij met een niet-joodse vrouw getrouwd is, hebben de Duitsers hem niks gedaan. Als ze met de tram aankomt, staat haar oom bij de halte. Van zijn vrouw hoort Marga dat hij iedere dag bij de halte op Marga's vader staat te wachten, ook al weet hij dat hij dood is. Nog enkele malen bezoekt Marga hem.



Als ze hoort dat haar oom is gestorven, gaat ze nog één keer naar Zeist. Ze vindt het vreemd dat ze bij de halte haar oom niet treft. Marga mist het geloof van haar oom dat haar vader terug zou komen. Maar ze zouden nooit terugkomen, haar vader niet, haar moeder niet en Bettie, Dave en Lotte ook niet.



Tijd en ruimte

Het begin is in medias res en de vertelde tijd omvat de Tweede Wereldoorlog, dus vijf à zes jaar.



Het verhaal speelt zich achtereenvolgens af in Breda, Amersfoort, Utrecht, het platteland van Heemstede en Zeist. Een groot deel van het verhaal speelt zich binnenshuis af.



De wijze van vertellen

Het boek wordt geheel beschreven vanuit Margo (ik-verteller).



Spanning

Ik denk dat er aan het eind van ieder hoofdstuk wel sprake is van spanning, want je wilt steeds verder lezen, omdat je benieuwd bent naar het einde.



Thema en motieven

Het thema is de uittocht van de Joden uit Nederland.



De motieven zijn oorlog, jodenvervolging en het afnemen van vrijheid.



Personages

Marga, de hoofdpersoon: haar karakter is moeilijk te omschrijven, omdat ze elke keer verandert; ze wordt steeds anders omschreven. Ze groeit op in een joods gezin. Ze moet erg veel verhuizen tijdens de oorlog. Ze moet zich daardoor steeds weer aanpassen en dat is ook een belangrijke oorzaak van haar steeds weer veranderende karakter. Verder is best zelfstandig, dat komt ook door alles wat ze meemaakt, uiteindelijk komt ze er zelfs helemaal alleen voor te staan.



Moeder: haar karakter is helemaal niet te beschrijven, want ze wordt nooit echt omschreven, het is alleen bekend dat ze bestaat.



Vader: Hij is een erg rustige man, hij bekijkt alle dingen van de positieve kant, maar hij laat nooit merken of hij ook bang is, en daardoor weet je soms niet hoe hij zich nou echt voelt.



Dave: hij is erg bang om opgepakt te worden, maar laat dat niet zo duidelijk merken. Hij is erg loyaal tegenover zijn vrouw, want als zij opgepakt is, geeft hij zichzelf ook aan, omdat hij haar niet in de steek wil laten.



Lotte: ze is met Dave getrouwd en behandelt Marga alsof zij haar eigen zusje is.



Bettie: ze leeft niet lang in dit boek, en dus kom je er niet achter wat voor persoon ze eigenlijk was. Marga keek altijd heel erg tegen haar oudere zus op.



Titelverklaring

De titel is ontleend aan Exodus 12:8. Daar wordt verteld over de instelling van het Paasfeest als de Joden in Egypte zijn. Een van de voorschriften die in acht genomen moeten worden bij de viering luidt:



'Het vlees zullen zij dezelfde nacht eten; zij zullen het eten op het vuur gebraden, met ongezuurde broden, benevens bittere kruiden.'



Het bittere kruid slaat ook op de bittere tijd die Marga heeft meegemaakt.



Ondertitel

Een kleine kroniek



Verklaring

De ondertitel duidt er op dat het boek op waar gebeurde feiten berust; een kroniek is oorspronkelijk een historisch geschrift. Het kleine slaat terug op het feit dat Marga Minco een selectie heeft gemaakt: zij beschrijft alleen de feiten die belangrijk zijn voor het gezin.



Motto:

Er rijdt door mijn hoofd een trein

vol joden, ik leg het verleden

als een wissel om…



Verklaring

Dit motto is geschreven door Margo's man Bert Voeten. Het eerste gedeelte verwijst naar de oorlogservaringen van Marga Minco: de uitroeiing van haar eigen familie en van duizenden volksgenoten. Uit het tweede gedeelte van het motto blijkt dat het opschrijven een manier is om haar verleden te verwerken.



Informatie over de auteur

Marga Minco, eigenlijk Sara Menco, werd op 31 maart 1920 in Ginneken geboren. Zij is de enige overlevende uit een joods gezin dat tijdens de bezetting werd weggevoerd. Zij was getrouwd met de schrijver/dichter Bert Voeten (1918-1992). Een groot deel van haar werk is door oorlogservaringen gekleurd. De verhalen die niet direct op de oorlog betrekking hebben, gaan wel altijd over eenzaamheid en isolement. In 1957 ontving zij de Multatuliprijs voor het verhaal 'Het adres' en een jaar later de Vijverbergprijs voor 'Het bitter kruid', dat in acht talen is vertaald.



In welke mate is de tekst autobiografisch?

Net zoals de hoofdpersoon van dit boek is Margo Minco de enige overlevende uit een joods gezin.



Bestaat er een relatie tussen de tekst en een stroming of richting in de literatuurgeschiedenis?

Voor zover ik weet niet.



Bestaat er een relatie tussen de tekst en belangrijke historisch/maatschappelijke feiten en ontwikkelingen?

Ja, het speelde zich af in de Tweede Wereldoorlog.



Beoordeling

Persoonlijke beoordeling

Het onderwerp

Ik vond het onderwerp erg interessant, omdat je precies kon lezen hoe een joods tienermeisje in de Tweede Wereldoorlog (over)leefde. Het onderwerp was voor mij niet herkenbaar, want ik heb nog nooit een oorlog meegemaakt en ik ben ook nog nooit gediscrimineerd. Bij geschiedenis hebben we het heel vaak over de Tweede Wereldoorlog gehad en ik probeerde me wel eens voor te stellen hoe vreselijk het voor die mensen geweest moet zijn.



De gebeurtenissen

De gebeurtenissen waren in dit boek het belangrijkst. Vooral de gebeurtenis dat haar zus Bettie wordt opgepakt. Hierdoor realiseerde Marga zich dat het iedereen kan overkomen.



'Ik had altijd gedacht dat er met ons niets zou gebeuren. Ik kon me dan ook eerst niet voorstellen dat het waar was. Toen die morgen het telegram uit Amsterdam kwam, was mijn eerste gedachte: iemand moet zich vergist hebben.'



Ik vond het iedere keer heel erg zielig als ze weer ergens anders heen moest vluchten. Aan het eind, toen haar oom dood was, drong het pas echt tot haar door dat zij haar familie nooit meer levend terug zou zien. Dat vond ik erg mooi.



'Ik bleef staan om te kijken naar de mensen die uitstapten, alsof ik op iemand wachtte. Iemand met een vertrouwd gezicht, vlak voor het mijne. Maar ik miste het geloof van mijn oom. Zij zouden nooit terugkomen, mijn vader niet, mijn moeder niet, Bettie niet, noch Dave en Lotte.'



De personen

De hoofdpersoon kwam voor mij levensecht over. Ik kon me goed in haar inleven, omdat haar gevoelens en gedachten goed weergegeven werden. Wat ik niet zo positief aan haar vond, was dat ze heel erg veel aan vroeger terug dacht, dat maakte het voor haar volgens mij alleen maar moeilijker; zij miste haar familie hierdoor nog meer.



' 'Ik weet een adres in Utrecht,' zei Dave, 'daar kunnen we zeker terecht.' 'Het is te hopen,' zei Lotte, 'want waar moeten we anders naar toe?' 'Er staan nog deuren genoeg voor ons open,' meende Dave. Aan die deuren moest ik denken, toen ik die nacht in bed lag en niet slapen kon. Ik dacht aan de deur die ik op Seideravond altijd open mocht zetten, opdat de vermoeide vreemdeling kon zien dat hij welkom was en mee aan mocht zitten aan onze tafel. Ieder jaar hoopte ik dat er iemand binnen zou komen, maar het gebeurde nooit. En ik dacht aan de vragen die ik als jongste moest stellen. 'Manisjtanno, halajlo, hazee. Waarom is deze nacht anders dan alle andere nachten en waarom eten wij ongezuurd brood en bittere kruiden…?' Dan verhaalde mijn vader op zangerige toon van de uittocht uit Egypte en wij aten van het ongezuurde brood en het bittere kruid, opdat wij het nog zouden proeven - tot in lengte van dagen.'



De opbouw

Het verhaal was niet moeilijk opgebouwd, want ik kon het vlot lezen. Er zaten geen delen in het boek die ik niet kon lezen omdat ze saai of onbegrijpelijk waren. Ik vond de afloop erg zielig.



Het taalgebruik

Ik vond het taalgebruik erg makkelijk, want er werden korte gebruikt. De gebeurtenissen werden op een heldere manier beschreven, zodat ik een goede voorstelling kon maken.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen