U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - Het Rad Van Fortuin.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=12928 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1534 woorden.

Uitgever: Lemniscaat-Rotterdam.



Hoofdpersonen.



Marije/Marie-Claire: Marie-Claire genaamd Gods vlindertje. Trekt samen met haar man Breton en haar pleegzoon Matthisi door Frankrijk als touvere optreed. Ze kan geen kinderen krijgen ze denkt dat god dat zo gewild heeft, maar ze neemt Matthis en Kleine Robert als pleeg kinderen Op een van haar trek tochten (waar Matthis niet bij is) wordt ze overvallen door een klein deel van een plunderleger. Zij weet te ontkomen, maar haar man Breton wordt vermoord.



Kleine Robert: Als vondeling is hij gevonden door Marie-Claire en die hem ook opvoed heeft.

Hij is erg klein voor zijn leeftijd en word dus veel over het hoofd gezien, maar omdat hij zo klein is kan hij zich bijna onzichtbaar maken. Om die reden wordt hij in dienst genomen door Betrand du Guesclin. Maar dat is niet de enige reden waardoor hij dienst genomen wordt, hij kan ook heel precies

messen gooien.



Matthis: Matthis is ook een pleegzoon van Marie-Claire. Hij zit al een tijd in het leger van Bertrand du Guesclin. Hij heeft een gouden stem en reisde vaak met Marie-Claire en haar man Breton door Frankrijk. Hij is in het leger heraut van Bertrand du Guesclin.



Bertrand du Guesclin: Bertrand du Guesclin is een zoon van een boeren-heer en hij is ridder geworden door zijn vele helden daden. Hij is sterk en heel erg slim hij bedenkt altijd listen om de vijand te verslaan. Hij vecht het meest tegen de Engelsen die in die tijd een groot deel van Frankrijk bezette. Hij is niet van adel en weet niks van eer en laat zich ook niet uitloken tot een gevecht dat ze zeker verliezen. Hij wordt later in het boek adviseur van de Franse koning.



Samenvatting.



Het boek speelt zich af tijdens de middeleeuwen in Frankrijk



De koning van Frankrijk is dood (Jean II) .

Zijn lichaam moet worden over geplaatst naar Reims om daar ook gebalsemd te worden.

Als dat niet is gebeurd kan zijn zoon (Charls) zich niet tot koning kronen.

Daar wil Karel van Navarra gebruik van maken en hij verzamelt in Normandie een groot leger om Charls gevangen te nemen. Charls op zijn beurt ziet het gevaar aan komen en roept de hulp van Bertrand du Guesclin. Bertrand du Guesclin gaat met het konings leger en 200 eigen Bretonse ruiters naar de plek waar ze gaan vechten. Bij die plek staat ook de tolbrug van de koningsmoeder. De koningsmoeder heeft ruzie met Charls, omdat hij zo gierig is. De koningsmoeder maakt een plan om met Karel van Navarra om Bertrand du Guesclin te verslaan. Kleine Robert die er op uit gestuurd was met Rolin Bodin (de schildknaap van Bertrand du Guesclin) om te spioneren, had dit plan gehoord. Hij vertelt het aan Bertrand du Guesclin en die laat krijgs raad houden en bespreekt met de rest van de ridders wat ze volgende dag doen. Ze gebruiken een list om de tegenstader in de war te brengen en terug te slaan. De volgende dag wint Bertrand du Guesclin door nieuwe trompet signalen en de list voor Frankrijk.





Na deze opdracht moet Bertrand du Guesclin naar Zuid-Frankrijk om een eind aan de burger oorlog te maken. Hij gaat erheen om Charles de Blois (neef van de koning) te helpen tegen de Montfoort, maar Charls vindt dat de Monfoort beter zal regeren dan Charles de Blois. Dus Bertrand du Guesclin moet verliezen en Charles de Blois vermoorden. Bertrand du Guesclin doet dit met tegen zin, maar hij doet het toch voor zijn vaderland. Op tocht door Frankrijk worden Marie-Claire en haar man Breton overvallen door een deel van een plunderleger Marie-Claire ontkomt, maar Breton wordt vermoord. Hierna zweert ze alle plunderlegers uit Frankrijk dood te maken. Daarna krijgt Bertrand du Guesclin de opdracht van de koning om alle plunderlegers uit het land te verdrijven en de bastaard te helpen die zijn wrede broer Pedro de Wrede van de troon probeert te stoten. Bertrand du Guesclin en

Marie-Claire bedenken een plan met om alle plunderlegers uit te roeien. Ze haalt een entertainment groep bijeen en Bertrand du Guesclin nodigt de plunderlegers uit om in één van de konings kastelen samen te komen. Marie-Claire treed op en Bertrand du Guesclin wint het vertrouwen van de plunderlegers. Zodat ze zich inschrijven om mee te doen aan de veldtocht naar Spanje. Hij belooft de plunderkapiteins dat ze langs de paus gaan die hen in de ban heeft gedaan om de banvloek op te heffen en gelijk wat goud van de paus te eisen, om de tocht naar Spanje te bekostigen. Maar als ze daar zijn merken Bertrand du Guesclin en Marie-Claire dat ze niet zomaar mensen kunnen vermoorden. Dat heeft Bertrand du Guesclin ook gezworen bij de samenzwering met de Montfoort.



In een van de Spaanse steden wordt Matthis verliefd op een meisje, maar als hij later terug komt dan blijkt het meisje net getrouwd is.

Nadat de Bastaard op de troon zit komt Pedro de Wrede weer terug, maar dan wel met een groot leger Engelsen. In het leger van Bertrand du Guesclin laten de edelen zich verleiden tot een gevecht in het open veld, terwijl de Engelsen in de meerderheid zijn. Bertrand du Guesclin en Matthis worden gevangen genomen, maar de Bastaard redt zich met het paard van Bertrand du Guesclin.

Bertrand du Guesclin en Matthis nemen de Engelse koning in de maling waardoor hij toch een losprijs noemt (die hij eerst niet wilde noemen). Bertrand du Guesclin komt met voorstel van 100.000 Frank. De Engelse koning weet dat hij dat niet kan betalen, maar de losprijs wordt betaald door het Franse volk die Bertrand du Guesclin als een held zien.



Over de schrijver.



Thea Beckman is geboren op 23 Juli 1923 in Rotterdam. Toen ze jong was moest ze helpen in het huishouden en ze kon niet gaan studeren. Ze wilde het liefst ontdekkingsreiziger of schrijver worden.



Ze haalde het MULO-diploma, trouwde in 1945 en kreeg 3 kinderen.

Ze begon met schrijven in 1947 voor kranten en tijdschriften. In 1957 verscheen haar eerste boek, het heette: De ongelofelijke avonturen van Tim en Holderdebolder. Het werd niet zo’n groot succes.

Ze begon pas echt met schrijven toen haar kinderen het huis uit waren. Sinds 1971 is er elk jaar een boek van haar boek verschenen. Ze had ook tijd om te gaan studeren en volgde ‘s avonds een Atheneum opleiding. Daarna ging ze sociale psychologie studeren. Ze reist ook erg veel.



Eigen mening.



Het is een heel leuk boek met veel spanning, net zoals de twee voorgaande delen, die door haar geschreven zijn(Geef me de ruimte en Triomf van de verschroeide aarde.) Er zit ook veel onvoorspelbare dingen in, zoals dat Bertrand du Guesclin de rovers niet de dood in kan sturen, terwijl hij heel vaak geprobeerd heeft ze te verdrijven uit Frankrijk. Het is een leuk boek om te lezen en het blijft spannend.



Andere boeken van Thea Beckman:



1957 De ongelooflijke avonturen van Tim en Holderdebolder (ploegsma) 1964 Bertus en het wonderkrijtje (Kris Kras)

1966 Mickey en de vreemde rovers (Kris Kras)

1970 Met Korilu de griemel rond (Lemniscaat)

1972 Mickey en de Fiebeldewiebels (Lemniscaat)

1973 Heremijntijd... wat een lastpost! (Van Holkema & Warendorf) 1973 Kruistocht in spijkerbroek (Lemniscaat)

1974 Mijn vader woont in Brazilië (Lemniscaat) 1976 Geefme de ruimte! (Lemniscaat)

1977 Triomf van de verschroeide aarde ( Lemniscaat) 1978 Het rad van fortuin ( Lemniscaat) 1979 Stad in de storm ( Lemniscaat)

1980 Wij zijn wegwerpkinderen ( Lemniscaat) 1982 De gouden dolk ( Lemniscaat)

1983 Hasse Simonsdochter ( Lemniscaat) 1984 Wonderkinderen ( Lemniscaat)

1985 Kinderen van Moeder Aarde ( Lemniscaat) 1987 Het helse paradijs ( Lemniscaat)

1988 Een bos vol spoken ( Lemniscaat)

1988 De val van de Vredeborch (Lemniscaat) 1989 Het gulden vlies van Thule ( Lemniscaat) 1990 Het geheim van Rotterdam ( Lemniscaat)

)991 Het wonder van Frieswijck (Stichting CPNB) 1992 De Stomme van Kampen ( Lemniscaat) 1993 De verloren schat ( Lemniscaat)

1994 De doge-ring van Venetië ( Lemniscaat) 1996 Saartje Tadema (Lemniscaat) 1998 Vrijgevochten ( Lemniscaat)



Bekroningen



1971 Zilveren Griffel voor Met Korilu de griemel rond 1974 Gouden Griffel voor Kruistocht in spijkerbroek 1980 Zilveren Griffel voor Stad in de storm

1981 Vlag en Wimpel (tekst) voor Wij zijn wegwerpkinderen

1988 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 tJm 16 jaar voor Het helse paradijs

1989 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 tJm 16 jaar voor De val van de Vredeborch 1989 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 6 tlm 9 jaar voor Een bos vol spoken

1990 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 tlm 16 jaar voor Het gulden vlies van Thule 1991 Tip van de Nederlandse Kinderjury 10 tlm 12 jaar voor Het geheim van Rotterdam 1991 Prijs van de Nederlandse Kinderjury 13 tlm 16 jaar voor Het geheim van Rotterdam 1993 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 tJm 16 jaar voor De Stomme van Kampen 1994 Tip van de Nederlandse Kinderjury 10 tJm 12 jaar voor De verloren schat 1994 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 tJm 16 jaar voor De verloren schat

1995 Tip van de Nederlandse Kinderjury 13 tJm 16 jaar voor De doge-ring van Venetië 1997 Tip van de Nederlandse Kinderjury 10 tIro 12 jaar voor Saartje Tadema 1997 Tip van de Nederlandse Kinderjury] 3 t/m ] 6 jaar voor Saartje Tadema
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen