U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1801 en is laatst upgedate op 03/12/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 783 woorden.

Titel

DE VAL



Auteur

Marga Minco



TIJD

Het verhaal speelt zich af in een zeer korte tijd. Van ongeveer half 8 tot 12 uur 's morgens.



RUIMTE

Het verhaal speelt zich af in een grote stad. Welke wordt niet genoemd.



PERSPECTIEF

Een vertellersperspectief, maar je ziet ook weer veel gebeurtenissen door de ogen van Frieda.



FIGUREN

Frieda heeft een round character. Ze mist haar man en kinderen enorm.

Baltus is een onverschillige man, met weinig verantwoordelijkheidsgevoel.

Verstrijen is gevoeliger, maar wordt geteisterd door huwelijksproblemen.

Van Straten kan het goed vinden met de bejaarden. Ze geeft goed leiding en is een beetje ijdel.

Hijmans is erg emotioneel en maakt vaak scenes.

Abels is een eenvoudige en hartelijke man; hij is de enige die Frieda begrijpt en haar helpt.

Hein Kessels is een wat vage figuur in dit verhaal.



THEMA

Het leven van een persoon ( Frieda ) wordt beheerst door twee voor haar zeer belangrijke elementen. In de eerste plaats een vraag: Waarom hebben haar man en kinderen niet op haar gewacht, waarom heeft men haar niet meegenomen? In de tweede plaats: De herinnering aan haar man en kinderen laten haar niet los.



IRONIE

Er is geen ironie.



VERHAALTECHNIEK

Het verhaal wordt verteld via een dialoog. Je voelt je wat meer betrokken bij het verhaal en het lijkt vaak alsof je bij de gebeurtenissen aanwezig bent.



SOORTEN VERHALENHet is een thematisch verhaal, want de schrijfster vindt het waarschijnlijk belangrijk om het thema bij de lezer over te brengen. Zie 'thema'.





BEOORDELING

Het boek was in zekere zin wel aardig, maar de schrijfstijl zou niet mijn keuze zijn geweest.



SAMENVATTING

Baltus en Verstrijen, monteurs van de gemeentewerken, drinken op die donderdagochtend om half acht koffie in 'De Salamander'. Diezelfde ochtend wordt Frieda Borgstein in het bejaardentehuis ook gewekt om die tijd.Morgen wordt haar verjaardag gevierd. Baltus en Verstrijen beginnen met tegenzin tegenover het bejaardentehuis te werken in een put van de stadsverwarming. Frieda Borgstein heeft in de oorlog een afschuwelijke ervaring gehad. Haar man Jacob en twee kinderen zijn weggevoerd. Ze is opgevangen door de familie Oosterveen, maar haar man en kinderen heeft ze nooit meer gezien. Frieda heeft in het huis ook geen relaties. Alleen met Ben Abels, de klusjesman die ook in een concentratiekamp heeft gezeten, kan ze het goed vinden. Morgen wordt ze 85 jaar en omdat ze nooit aandacht aan haar verjaardag besteedde, wil ze iedereen trakteren. Ze wil ondanks het slechte weer naar buiten om wat zaken te regelen. Het wordt haar afgeraden, maar na de koffie verlaat ze het bejaardentehuis.Baltus en Verstrijen maken weer een verwarmingsput open, maar ze plaatsen er geen hekjes omheen. Baltus gaat even weg en Verstrijen blijft om een oogje in het zeil te houden. Verstrijen is met zijn gedachten ergens anders en gaat even kijken waar Baltus blijft. Even later nadert Frieda de put. Door de damp die er hangt van het kokende water, ziet Frieda het gat in de grond niet en valt in de put. Ze geeft een ontzettende kreet en Verstrijen rent naar de put, maar het lukt niet om Frieda eruit te halen. De brandweer haalt haar eruit. In het bejaardentehuis is het Gerrie die als eerste merkt dat er een ongeluk is gebeurd. Van Straten ( directrice ) en Hijmans ( hoofd huishouding ) vermoeden dat Frieda erbij betrokken is. Abels rent naar buiten. Op het moment dat Frieda naar boven wordt gehaald, leeft ze nog, maar spoedig daarna moet ze zijn gestorven. Abels neemt haar tas mee en geeft die aan de directrice. Hij brengt de doorweekte spullen naar de containerkelder en doet ze bijna in de nieuwe emmer. Er zijn afbeeldingen bij van mensen die hij goed gekend heeft. Hij kwam toen namelijk regelmatig bij Frieda thuis, omdat hij veel met Olga omging, de dochter van de Borgsteins.Op de dag van het ongeluk ontmoet hij een man, die hij vaag kent. Van de directrice hoort hij dat het Hein Kessels is, een ambtenaar van de provinciale bejaardenzorg. De dag voor de begrafenis heeft Abels een gesprek met Hein. Hein beschouwt het als een soort biecht. In 1942 zou hij de Borgsteins naar Zwitserland brengen. 's Avonds zou hij hen met de fiets ophalen. Toen hij bij het huis arriveerde, kwam de SD er ook., met een auto. Vader Borgstein, de twee kinderen en Hein werden in de auto gesmeten. De Duitsers zochten niet naar Frieda. Hein is verhoord en is in het concentratiekamp terecht gekomen. Hij heeft niets verraden. Door onervarenheid hebben Hein en zijn vrienden waarschijnlijk een foutje gemaakt in de organisatie en dat is hun fataal geworden.Na de oorlog is Hein in een andere plaats gaan wonen. Hij heeft de moed niet kunnen opbrengen om contact op te nemen met Frieda, die daarom nooit geweten heeft waarom de zaak is misgelopen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen