U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1798 en is laatst upgedate op 10/04/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2194 woorden.

Algemene gegevens

Marga Minco, De Val. Druk onbekend. Wolters-Noordhoff, Groningen, 1998 (1983).



Korte samenvatting

Frieda Borgstein woont in een bejaardentehuis en denkt vaak terug aan haar man en kinderen die in de oorlog door de Duitsers zijn meegenomen. Ze zouden 21 april 1942 opgehaald worden door Hein Kessels om naar Zwitserland te vluchten. Maar toen er iemand aan de deur stond en ze opendeden stonden daar de Duitsers i.p.v. Hein Kessels. Omdat Frieda op dat moment boven nog even een vest aan het pakken was hebben ze haar niet meegenomen.

Nu is ze bijna jarig, ze wordt 85, en wil voor het eerst sinds veertig jaar haar verjaardag weer vieren en dus gaat ze op pad om gebak e.d. in huis te halen. Bijna iedereen raad het haar af maar toch gaat ze door de koude haar boodschappen doen.

Diezelfde dag zijn Baltus en Verstrijen, twee gemeentewerkers, in de straat bezig met een verwarmingsput. Vandaag hebben ze verzuimd om hekjes om de put te zetten. En in een onbewaakt ogenblik komt Frieda langs en komt als gevolg van een windvlaag in de put terecht en is reddeloos verloren.



In het bejaardentehuis heeft ze vooral contact met Ben Abels die vroeger op het postkantoor van haar man werkte. Die dag komt Hein Kessels langs in het bejaardentehuis en wordt ontdekt door Ben. Tijdens Frieda's begrafenis denkt Ben terug aan het gesprek met Hein. Hein had hem zijn verhaal verteld en verteld dat hij geen verrader was maar dat de Duitsers wisten dat hij mensen op zou halen, ze wisten niet hoeveel daardoor kon Frieda ontsnappen. Hein is in de oorlog ook opgepakt en heeft in drie concentratiekampen gezeten. Hij heeft het verhaal nooit aan Frieda durven vertellen.



Auteur en titel

Marga Minco; De Val



Titelverklaring

De titel heeft een dubbele betekenis. Met deze titel wordt de val bedoelt waar de familie Borgstein in liep (en waarbij Frieda van de trap afviel), maar ook de val van Frieda in de put die haar dood tot gevolg had.



Motto

"I imagine, sometimes, that if a film could be made of one's life, every other frame would be death It goes so fast we're aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary conscousness you can't even begin to know what's happening."

Saul Bellow (The Dean's december)



"Ik stel me soms voor dat als er een film van iemands leven zou kunnen worden gemaakt, dat alles wat je niet ziet, de dood voorstelt. (Het raamwerk om het beeld zelf, wat je door de snelheid niet ziet.) Het gaat zo snel dat we er niet bewust van zijn. Ondergang en verrijzenis in afwisselend tempo van het bestaan, maar de snelheid maakt het dat het onafgebroken schijnt. Maar je ziet, jochie, met het gewone bewustzijn kun je niet eens beginnen te begrijpen wat er aan de hand is."



Het leven is onberekenbaar en het leven is niet te begrijpen, omdat je niet kan overzien wat er gaat gebeuren, zoals wanneer je dood gaat. De dingen, gebeurtenissen in het leven hebben niet altijd een reden, het heeft dus vaak geen zin om daar naar te zoeken. Ook gaat het leven heel snel voorbij zonder dat je er erg in hebt.



Thema

Toeval beheerst je leven. Je kunt er niet omheen.

Het was toevallig dat Frieda net boven was op het moment dat de Duitsers kwamen. Het was toevallig dat die Duitsers Hein tegenkwamen en hem gevolgd zijn, was Hein toch zes minuten later vertrokken, dan hadden ze hem misschien toevallig misgelopen.

Het was toevallig dat Baltus en Verstrijen weg waren op het moment dat Frieda in de buurt van de put was. Het was toevallig dat er net een windvlaag kwam toen Frieda langs de put liep.

Het was toevallig dat Ben en Hein elkaar tegenkwamen.

Ook de oorlog beheerst Frieda's leven. Ze leeft daar nog met haar gedachten. Door de oorlog is ze haar gezin kwijtgeraakt en is haar leven er heel anders uit gaan zien.



Motieven

Toeval - De samenloop van omstandigheden. Door toeval zijn de dingen zo gegaan als ze zijn gegaan, als Hein niet zo snel gefietst had, hadden de duitsers misschien geen argwaan gekregen bijvoorbeeld.



Oorlogservaringen - Frieda's man en kinderen zijn overleden tijdens de oorlog. Ze zijn vermoord. De oorlog laat diepe geestelijke wonden na, zij beïnvloed de mensen heel veel, ook nog zovele jaren later.



Onwetendheid - Je kunt achteraf bepaalde dingen niet achterhalen, je kunt ze proberen te vergeten, maar je kunt er ook de hele dag mee bezig blijven door allemaal foto's te bewaren.



Dood - De dood van Frieda, van haar man en van de kinderen.



Verleden - Veel in het verhaal gaat over vroeger omdat Frieda hier veel aan denkt.



Grijs - Frieda zag het silhouet van haar opspringend profiel vergroot afgetekend, op het lichtgrijze paneel.

Vertrijen heeft grijsblauwe ogen.

Het weer is grauw en grijs.

Het gemeentebusje is grijs.

Frieda heeft grijs haar.

Ze kon nog net zien dat een grijze auto de hoek omging.

Hein Kessels heeft grijs haar.

De gezichten van de kinderen en andere familieleden waren vaalgrijs achter de deur in het schemerdonker.



Genre

Realistische roman (evt. Oorlogsroman) - Een groot deel van de gebeurtenissen speelt zich af in de oorlog. Toch is het geen echte oorlogsroman maar de oorlog heeft wel veel invloed op het boek. Het boek gaat meer over de gevolgen van en de gedachten aan de oorlog. Het boek is wel zo geschreven dat het echt gebeurd kan zijn.



Plaats/Ruimte

De belangrijkste plaats waar het boek zich afspeelt is het bejaardentehuis in een stad aan een rivier, en de straat voor het bejaardentehuis. In die stad is ook een café, 'De Salamander', waar het boek begint.



Het boek speelt zich in een hedendaags milieu af, maar het is niet helemaal duidelijk hoe dat milieu er nu eigenlijk uitziet.



Tijd

De vertelde tijd bestaat uit twee delen: De avond in de oorlog waarop Frieda met haar gezin zou vluchten en de dag voor Frieda's verjaardag waarop ze sterft.

Het stuk over de oorlog wordt in een relatief korte verteltijd verteld terwijl het stuk in het "heden" een relatief lange verteltijd kent, en vrij gedetailleerd wordt beschreven.

Het deel over de oorlog speelt zich af in 1942 en het deel in het "heden" in 1983.



Karakterbeschrijving en -ontwikkeling

De hoofdpersoon van dit boek is Frieda Borgstein. Zij wordt ook wel "Moetje" genoemd. Frieda denkt steeds aan vroeger en heeft altijd een foto van haar man bij zich. Ik krijg soms het idee dat ze een beetje dement wordt. Ze is geen feestvierend persoon, want ze had in nog geen veertig jaar haar verjaardag gevierd. Maar omdat ze nu vijfentachtig werd, vond ze dat het wel leuk was om het nu wel te doen.

Ze is een round character, je komt steeds meer van haar te weten.



Baltus is één van de twee monteurs van gemeentewerken die aan de verwarmingsputten in de stad moeten werken, waaronder die tegenover het bejaardentehuis. Baltus is een onverschillige praatgrage man met weinig verantwoordelijkheidsgevoel.

Hij is een flat character, je komt weinig over hem te weten.



Verstrijen is de ander van de twee monteurs. Hij is meer het tegenovergestelde van Baltus en hij is iets jonger. Verstrijen heeft huwelijksproblemen.

Ook hij is een flat character.



Bien Hijmans is nonchalant en spontaan en haar driftbuien zorgen vaak voor opschudding. Bien heeft altijd haast en ze is het hoofd van de huishouding van het bejaardentehuis.

Zij is een flat character.



Rena van Straaten is de directrice van het tehuis. Ze is een zeer verzorgde dame met gevoel voor orde, en heeft een hart voor de bejaarden.

Zij is een flat character.



Ben Abels: Hij kan ook niet loskomen van zijn oorlogsverleden. Maar in tegenstelling tot Frieda zoekt hij niet meer naar verklaringen.

Hij hangt tussen een roud en een flat character in. Je komt in de loop van het verhaal wel meer van hem en zijn gevoelens te weten, maar toch niet echt veel.



Meneer Marks is een zeer attente man die ook in het bejaardentehuis zit.

Hij is een flat character, over hem kom je eigenlijk niets te weten.



Hein Kessels is een korte gezette man die in de oorlog de familie voor zesduizend gulden een reis naar zwitserland aanbood om te vluchten. Door een lek is daardoor de familie omgekomen behalve Frieda zelf. Hein kessels heeft hier daarna nooit meer over gepraat totdat Frieda was overleden.

Hij is een flat character.



Jacob, Olga en Leo zijn respectievelijk de man en kinderen van Frieda die in de oorlog zijn omgekomen.

Zij zijn allen flat characters.



Compositie

Het verhaal is verdeeld in hoofdstukken waarvan je het begin kunt herkennen aan de grotere, dikgedrukte hoofdletter. Ze zijn niet genummerd en hebben geen titels.

Er zijn drie verhaallijnen in het boek, van de gemeentewerkers, van Frieda en van WO II. De verhaallijnen van de gemeentewerkers en van Frieda gaan gelijk op en komen aan het einde bij elkaar als Frieda in de put valt. De verhaallijn van WO II wijkt van de chronologie af en wordt d.m.v. flashbacks in het verhaal verwerkt.

Het verhaal is ab ovo geschreven want het begint aan het begin van een gebeurtenis, namelijk de dood van Frieda.

Het verhaal is afgerond, je weet wat er met Frieda gebeurt, maar het is niet duidelijk hoe Ben en Hein verder gaan. Wat dat betreft is het einde open.



Perspectief

Het boek is geschreven in een aucrorieel vertelperspectief. De schrijver weet wat er gaat gebeuren en kent ieders gedachten. Maar toch schemert ook het personale perspectief door. Het deel over de oorlog zie je als het ware door de ogen van Frieda, later ook door de ogen van Hein. Marga Minco kan zich ook heel goed inleven in de situatie, waarschijnlijk doordat ze zelf de oorlog heeft meegemaakt.



Tijdsverdichting en eerste en laatste zin van het boek

Er is geen tijdsverdichting in het boek, alles wordt ongeveer even gedetailleerd en in relatief ongeveer even lange vertelde tijd verteld.



Het staat vast dat de twee mannen van gemeentewerken zich die donderdagochtend niet zoals anders regelrecht van het centraal ketelhuis naar hun werk begaven, maar onderweg eerst aanlegden bij De Salamander.



De eerste zin geeft aan dat er iets gaat gebeuren. "Die donderdag" verwijst naar de dag van de hoofdgebeurtenis in het boek, de dag van Frieda's dood.

Ook geeft de eerste zin aan dat niet alles duidelijk is/wordt in het boek: "Het staat vast dat" suggereert dat dat één van de weinige dingen is die vaststaan.



Abels bleef net zo lang luisteren tot alleen het hoge fluiten van de vogel nog hoorbaar was.

Over deze laatste zin is weinig bijzonders te zeggen, behalve dat Abels nog lang bleef staan, waarschijnlijk om over de gebeurtenissen na te denken.



Referentiekadergegevens

De kleur grijs staat in het boek symbool voor het grauwe, onduidelijke verleden van Frieda.

In het boek zijn geen duidelijke allusio's aanwezig.

Prospectieve verwijzingen: - Titel (De Val) zorgt dat je iets van een val verwacht. - De eerste zin wekt de indruk dat de dag anders zal verlopen dan anders.

Retrospectieve verwijzingen: - Het verhaal van Hein aan het eind van het boek verwijst naar de oorlog eerder in het boek beschreven. - Alle grijze dingen in het boek verwijzen naar het verleden van Frieda.

Simultane verwijzingen: Heb ik niet kunnen vinden.



Contextgegevens

Auteur

Marga Minco is geboren op 31 mrt 1920 te Ginneken onder de naam Sara Menco.

Ze kreeg een orthodox-joodse opvoeding, haar vader was kerkvoogd was van een Joodse gemeente. Na de nutsschool begon ze met schrijven. In 1938 werd ze aangenomen bij de Bredasche Courant als leerlingjournaliste. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn haar ouders, broer en zus omgekomen. Haar schuilnaam was toen Marga Faes waaruit haar pseudoniem is ontstaan.

Vanaf 1950 schreef ze voor maandbladen, het Parool en het Haarlems Dagblad. Daarna heeft ze allerlei boeken geschreven voor jong en oud. Enkele bekende boeken van haar zijn; Het bittere kruid (haar debuut uit 1957), Een leeg huis en De val. Haar boeken zijn weliswaar kort, maar ze bezitten veel betekenis. Een centraal thema in haar boeken is de Tweede Wereldoorlog.



Stijl

De stijl van het boek is vrij eenvoudig, makkelijk en zonder veel moeite te lezen.



Literaire stroming

Moderne Nederlandse literatuur



Eigen mening

Ik vond het een makkelijk boek om te lezen. Er is weinig moeilijke taal gebruikt en alles is duidelijk opgeschreven.

Ik vind het knap dat Marga Minco over één dag een heel boek kan schrijven dat toch op een redelijk niveau staat.

De flashback naar de oorlog vond ik een welkome afwisseling die het boek iets interessanter en reëler maakt, omdat je in het echte leven ook nooit alleen met je verjaardag o.i.d. bezig bent maar ook altijd aan meerdere dingen tegelijk denkt.

Het was niet echt een extreem leuk boek om te lezen, maar ik heb me er ook niet echt doorheen hoeven worstelen. Ik vond het prettig om zomaar even tussendoor in een middagje te lezen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen