U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Infiltratieve Groei - Kanker Ingezonden Door: Majake Categorie: We.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=933 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Biologie en het aantal woorden bedraagt 5682 woorden.

Inleiding





Ik heb besloten om mijn eindwerk over kanker te doen, omdat kanker een ziekte is waar jaarlijks miljoenen mensen over de hele wereld mee te maken krijgen en die het leven van hen en de mensen in hun omgeving ingrijpend veranderd.



Iedereen is weleens een beetje ziek, verkouden of moe, maar als blijkt dat de reden waarom je je niet goed voelt kanker is, staat de wereld op zijn kop. Je kunt gewoon niet geloven dat je lichaam, dat altijd trouw deed aan wat het moest doen plotseling hapert. Of je voelt je zo gezond als een vis; je moet gewoon naar een kering voor je werk, de bloedbank, of je neemt deel aan een bevolkingsonderzoek, en volstrekt onverwacht krijg je het verzoek of je contact wilt opnemen met je huisarts: er is iets gevonden wat onderzocht moet worden.Het is moeilijk voor te stellen dat je het ene moment voor je gevoel nog gezond bent, en dat het volgende moment blijkt dat je mogelijk een ernstige ziekte hebt: kanker.



De woorden ‘het is kanker’ kunnen je als een doodvonnis in de oren klinken. En vroeger was dat het ook; tot aan het eind van de vorige eeuw konden artsen vrijwel niets tegen kanker doen. Maar tegenwoordig betekend kanker lang niet altijd dat het met je afgelopen is. Veel soorten kanker, zeker als ze vroeg worden ontdekt, kunnen goed worden behandeld. Daardoor zijn er steeds meer mensen die de ziekte voor kortere of langere tijd overleven en die dus ween wat het betekent om kanker te hebben gehad.



Omdat er verschillende soorten kanker zijn heb ik mijn eindwerk algemeen gehouden en een paar belangrijke vragen opgesteld over kanker.





2. Wat is kanker nu eigenlijk?



Kanker is een verzamelnaam voor alle kwaadaardige gezwellen en kanker is één en honderd ziekten tegelijk. Het verbindende aspect van kanker is ongecontroleerde groei - de verschijning van ontregelde weefsels die zich onbeperkt uitbreiden, daardoor de functie van organen in gevaar brengen en het leven van het organisme bedreigen. De honderd gezichten van kanker komen voort uit het feit dat de ziekte op allerlei plaatsen in het lichaam kan opduiken. Elk celtype, elk weefsel kan een eigen type tumor voortbrengen, met zijn eigen specifieke groeisnelheid, prognose en behandelbaarheid. Voor een inzicht in kanker moeten we de ziekte van dichtbij kennen, op microscopisch niveau. En uiteindelijk, op submicroscopisch niveau van ontregelde genen en de eiwitmoleculen die ze voortbrengen.



a) Goedaardige gezwellen



Bij goedaardige tumoren krijgt ons lichaam de celdeling weer onder controle en verspreiden de cellen zich niet door het lichaam.

Ook al zijn het goedaardige gezwellen, toch kunnen ze bijvoorbeeld door druk schade aan ander weefsel of organen toebrengen. Maar het groeit niet in een andersoortig weefsel door en overwoekert de nabijliggende weefsels niet. Voorbeelden van goedaardige gezwellen zijn de als vleesbomen bekend staande spiergezwellen in de baarmoederwand en de onderhuidse gezwellen van vetweefsel die als kleine zwellingen voelbaar en ook vaak zichtbaar zijn. Een ander voorbeeld is de wrat.



b) Kwaadaardige gezwellen



Bij kwaadaardige tumoren zijn de regelmechanismen dermate beschadigd, dat ons lichaam de celdeling niet meer onder controle krijgt.

De cellen zijn zelf ernstig ziek, de bouw van het weefsel wijkt af en groeit veelal snel. Deze gezwellen storen zich niet aan de weefselgrenzen en woekeren door in de omringende weefsels (infiltratieve groei). Indien een dergelijk gezwel niet volledig wordt weggenomen, zal ook het kleinste restant blijven groeien, vaak nog sneller dan voorheen.

De functie van het gezonde weefsel gaat achteruit en vanaf dat ogenblik kunnen tumorale cellen in lymfeknopen of bloedvaten terecht komen. Er kunnen daardoor (soms dodelijke) bloedingen ontstaan en bij aantasting van een zenuw ontstaat (vaak moeilijk te behandelen) pijn.

De neiging tot ongebreidelde groei is er ook de oorzaak van dat stukjes of wellicht slechts enkele cellen van het gezwel losraken en door bloed en lymfe versleept worden naar andere plaatsen in het lichaam en daar dochtergezwellen of zogenoemde uitzaaiingen (metastasen) kunnen gaan vormen.

De groeiwijze van de kwaadaardige gezwellen suggereert de afwezigheid of blokkering van regelmechanismen. Het kenmerkende van kwaadaardige celgroepen is dat ze zich voortdurend kunnen vermeerderen.



3. Vanwaar komt de naam kanker?



Omstreeks 400 jaar voor Christus vergeleek Hippocrates de lange, opgezwollen aderen die van sommige borsttumoren uitwaaieren, met de ledematen van een krab. Vandaar het Griekse woord 'karkinoma' en het latere Latijnse equivalent 'cancer'. Maar er verstreken 23 eeuwen alvorens de aard van kwaadaardige tumoren zelfs maar op een vage manier kon worden begrepen.

4. Historisch



Virchov, die leefde in de 19e eeuw, had een groot aantal theorieën over de oorsprong van weefsels. Alle cellen in een zoogdierlichaam moeten ontstaan als de rechtstreekse afstammelingen van één oorspronkelijke cel: de bevrucht eicel of zygote.



Deze logica betekende dat ook kankerachtige tumoren ontstaan uit cellen die via een afstammingslijn van delingen uiteindelijk teruggaan tot de zygote. Later bleek dat kankerachtige tumoren afstammelingen kunnen zijn van een grote groep van voorouderlijke cellen.



Dit inzicht wierp aanvankelijk meer vragen op dan het oploste. Hoe konden biologen de stamboom beschrijven die begint met een bevruchte eicel en die eindigt met de massa cellen die we een tumor noemen?



Pathologen als Virchov, die plakjes normaal en kankerachtig weefsel bestudeerden, wezen de weg naar de oplossing van deze vragen.



4. De ontwikkeling van een kankercel

Het verschijnen van kanker is het gevolg van abnormale gebeurtenissen die zich heel vroeg in het leven kunnen voordoen, in sommige gevallen zelfs voor de geboorte. Carcinogenese is de naam voor het geheel van stappen die tot kanker leiden. Het is een heel complex geheel van mechanismen. Men kan ze in 3 fasen samenvatten: initiatie, bevordering en voortgang.

1) Initiatie: In de eerste fase vallen carcinogene stoffen, bepaalde stralen of bepaalde virussen één of meer cellen aan. Wanneer een cel met deze stoffen in contact komt, zal dat letsel toebrengen aan het DNA. Een cel kan het letsel zelf herstellen, in dat geval zullen er geen gevolgen zijn. Maar wanneer de cel het letsel niet voldoende herstelt, zal de beschadigde cel naar een tweede fase evolueren.

2) Bevordering: Deze fase kan zich pas vele jaren na de initiatie manifesteren. Men zegt dan dat de geïnitieerde cellen "quiescent" zijn, ze bevinden zich in rust. De bevordering ontwikkelt zich als de schadelijke stoffen in hoge dosissen en herhaaldelijk werden toegediend. Kenmerkend voor deze fase is de vermenigvuldiging van de geïnitieerde cellen. Deze fase is omkeerbaar en men kan in bepaalde gevallen ingrijpen door het carcinogenese-mechanisme te blokkeren.

3) Voortgang: Tijdens deze fase neemt de schade toe en evolueren de oorspronkelijke kankercellen tot een kwaadaardig gezwel. Het is ook tijdens deze periode dat de kankercel zich kan verplaatsen en uitzaaiingen kan vormen.



a) Verschillen tussen kankercellen en normale cellen



Omdat we een statisch beeld van het kankerproces willen krijgen, plaatsten enkele onderzoekers een tumormassa op een microscoopglaasje. Kankerbiologen kweekten levende cellen in vitro. Dit maakte het mogelijk om tumorcellen gedurende langere perioden te onderhouden, te vermeerderen en om daarbij zeer nauwkeurig hun essentiële eigenschappen te bestuderen.

Om de verschillen tussen een kankercel in kweek en een normale cel te bestuderen, gebruikten ze fibroblasten (bindweefselcellen), omdat deze makkelijk te kweken zijn.

Enkele verschillen:

Een eerste belangrijk verschil is dat kankercellen kunnen blijven groeien en normale cellen niet. Maar daar gaan we in een volgend puntje dieper op in.

Fibroblasten vormen lagen van precies één cel dik, deze lagen ziet men niet wanneer men kankercellen in kweek vermenigvuldigt; tumorcellen stapelen zich op elkaar.

Zie eerste tekening op het volgende blad.

Normale cellen bezitten het vermogen om te stoppen met groeien zodra ze het hele oppervlak van de schaal hebben bedekt, terwijl kankercellen deze eigenschap zijn verloren.

Wanneer normale cellen elkaar aanraken, reageren ze door hun groei stop te zetten, zulke zelfcontrole heet contactinhibitie.

Wanneer kankercellen op een petrischaal worden vermenigvuldigd, gaan de nakomelingen ervan, die geen contactinhibitie vertonen, onbelemmerd door met delen. Ze overwoekeren de omringende monolaag van normale cellen en vormen een meerlagige klomp van cellen die focus wordt genoemd. Het verlies van contactinhibitie lijkt de essentie te zijn van de kankertoestand.

Normale en kwaadaardige cellen worden geënt op een gelatinematrix, ze hebben dus geen direct contact met het oppervlak van de kweekschaal.

Normale cellen blijven leven, maar zullen zich niet delen; tumorcellen zullen daarentegen meestal uitstekend groeien en een klomp nakomelingen vormen.



b) Hoe ziet een kankercel eruit?



Veel kankeronderzoek in de afgelopen halve eeuw heeft zich geconcentreerd op het catalogiseren van de vele verschillen tussen normale cellen en tumorcellen.

Kankercellen vertonen vaak een grondige verschuiving in de verhouding tussen celkern en cytoplasma:

In normale cellen is de? kern 1/5de van het cytoplasma en dus veel kleiner.

In veel kankercellen is de celkern bijna zo groot als de hele cel, met slechts een kleine cytoplasmatische rand eromheen.

Een tumorcel bezit veel meer DNA dan een? normale cel. Hieruit volgt ook een abnormale toename van het chromosoomaantal. De celkernen die dit DNA bevatten, kunnen allerlei ongebruikelijke vormen aannemen.

Normale cellen bevatten een laag of onwaarneembaar percentage? delende cellen.

Een tumorcel ondergaat een ongebruikelijk hoog percentage mitosedelingen.

Kankercellen verliezen vaak orgaan- of weefselspecifieke eigenschappen.

De inspanningen van tumorcellen zijn enkel gericht op hun eigen vermenigvuldiging; ze dragen niet langer bij tot het bouwen en onderhouden van een functioneel orgaan of weefsel.





5. Oorzaken



Kanker wordt voor 80% beïnvloedt door tal van externe factoren, maar de specifieke oorzaak van kanker bij de mens is nog niet bekend. De wetenschappers hebben tot nu toe al meer dan 70 carcinogenen ontdekt die in staat zijn de DNA-keten te beschadigen. Vaak werken meerdere stoffen tegelijk aan het ontstaan van kanker. Bekende carcinogenen zijn bijvoorbeeld de stoffen asbest, benzeen en teer.

Vaak zijn meerdere factoren die gelijktijdig of na mekaar samenwerken de oorzaak van kanker.

Uit onderzoek is gebleken dat verkeerde leef -en eetgewoonten samen met roken de meest belangrijke oorzaak van kanker is. Alcoholgebruik, straling van de zon en de manier waarop hormonen in je lichaam werken, staan ook in de top tien van meest voorkomende oorzaken.

Zie ook bijgevoegd blad met de kankerverwekkende stoffen.

Kanker is niet besmettelijk. Mochten kankercellen in het lichaam van iemand anders terechtkomen, dan kunnen zij zich daar niet verder ontwikkelen en worden ze vernietigd.



a) Kankerverwekkende stoffen :

Radioactieve stralingen, UV-licht, X-stralen,… kunnen kanker veroorzaken. Een ander voorbeeld van kankerverwekkende stoffen is zwarte korsten aan brood, zwart gebakken of zwart geroosterd vlees en ontsteking of een langdurige prikkeling van weefsel.



b) Tabak :

De ergste vijand is tabak. Naar schatting sterven er jaarlijks meer dan 2,5 miljoen mensen door het gebruik van tabak. Want tabaksrook bevat veel carcinogenen die bovendien erg agressief zijn. Vroeger was er een groot verschil tussen het aantal mannen met longkanker en het aantal vrouwen met longkanker, nu wordt dit verschil steeds kleiner omdat ook vrouwen meer en meer beginnen te roken.



c) Voedingsstoffen :

Ook met bepaalde voedingsstoffen zijn we best voorzichtig, zoals met dierlijke vetten en alcoholische dranken.



d) Millieuvervuiling :

Ook de millieuvervuiling heeft waarschijnlijk een schadelijke invloed op ons lichaam.



e) Virussen :

Bepaalde virussen spelen een belangrijke rol in het ontstaan van kanker.

Bepaalde virussen zijn echter alleen infectueus in hun natuurlijke gastheer en

kankerverwekkend in een andere diersoort. Bv. adenovirussen die ademhalingsaandoeningen veroorzaken bij de mens en carcinogeen zijn bij knaagdieren.

Een aantal virussen zijn medeverantwoordelijk voor kanker. Dit betekent dat gelijktijdige aanwezigheid van een andere carcinogeenstimulus nodig is om het kankerfenotype tot uiting te laten komen.



Naam en Typen van kanker + Opmerkingen

Epstein-Barr-virus Verantwoordelijk voor lymfomen (kanker met een abnormale verspreiding van bepaalde witte bloedlichaampjes in het lymfestelsel, voornamelijk. ter hoogte van de klieren en de milt)

Kanker die bij ons niet voorkomt, maar in bepaalde streken in Afrika frequent is

Hepatitis B Leverkanker

Virus van de familie van de papillomavirussen Baarmoederhalskanker Voornaamste kankerverwekkende virus in het Westen



f) Hormonen :

Er is gebleken dat bepaalde organen door een bepaald hormonaal klimaat meer vatbaar worden voor kanker. Borstkanker bijvoorbeeld komt veel voor in West-Europa en de VS, maar komt minder voor in de derde wereld en in Japan. Baarmoederkanker daarentegen is frequenter in ontwikkelingslanden. De behandeling met hormonen is hierop gebaseerd en heeft tot doel hier verandering in te brengen. Dit kan gebeuren door het uitschakelen van de hormoonklier waarvan de afscheiding, de ontwikkeling van het kankerweefsel bevordert; dit is de directe manier. Het kan ook op een indirecte manier gebeuren, door deze uitscheiding af te remmen met behulp van een tegenstrijdig hormoon. Bijvoorbeeld borstkanker bij de vrouw.



g) Erfelijkheid :

Om meer te weten te komen over de rol van erfelijkheid bij het ontstaan van kanker, is onderzoek gedaan bij families waarin een bepaalde vorm van kanker veel voorkomt. Daarbij is gebleken dat bij de meest voorkomende vormen van kanker, zoals huidkanker, longkanker en borstkanker erfelijkheid nauwelijks een rol speelt.

Bij een aantal vormen van kanker staat vast dat zij wel erfelijk zijn, dus van generatie op generatie worden overgeërfd. Van de in totaal 50 000 mensen die in ons land jaarlijks kanker krijgen, hebben naar schatting 250 patiënten (ongeveer 1/2%) zo'n erfelijke tumor.

Er is dus een familiaire aanleg voor een aantal vormen van kanker. Dit geldt met name voor darmkanker en borstkanker. Er zijn echter ook factoren te noemen die het ontstaan van bepaalde vormen van kanker tegengaan: bij vrouwen die kinderen hebben gebaard en deze ook borstvoeding hebben gegeven komt, vergeleken met vrouwen die dit niet hebben gedaan, minder kanker van het baarmoederlichaam en de borsten voor.

Als in een familie een patiënt een erfelijke vorm van kanker heeft, wil dat nog niet zeggen dat al deze familieleden deze ziekte krijgen. Iedere kind heeft 50% kans op overerving, deze is niet geslachtsgebonden.



h) Chemische stoffen

Wanneer men in aanraking komt met bepaalde chemische stoffen, kan dat aanleiding geven tot kanker. (zo bvb: koolwaterstoffen in roet, aardolie) Het risico is natuurlijk groter voor mensen die beroepshalve in contact komen met deze stoffen.



Waarom zijn bepaalde mensen beter bestand tegen kanker? Chemische stoffen kunnen in het lichaam geactiveerd worden en toxisch worden. Bij bepaalde personen is het lichaam in staat die stoffen te neutraliseren; bij anderen zijn de toxische mechanismen sterker. In het laatste geval is het risico op de ontwikkeling van kanker groter.



6. Ontstaan



Kanker kan ontstaan in bepaalde bloedcellen die in het beenmerg worden aangemaakt, of in het lymfestelsel. Een voorbeeld van kanker van bloedcellen is leukemie; een voorbeeld van kanker van het lymfestelsel is de ziekte van Hodgkin. Bij deze ziekten verstoren kankercellen de werking van het bloed en/of de lymfe.



7. Soorten en de meest voorkomende kankers



- Kanker van de luchtwegen: komt meer voor bij sterke rokers.

- Huidkanker komt meer voor bij mensen die vaak zonnebaden (ook door middel van een hoogtezon of solarium); vooral als zij een blanke huid hebben.

- Maagkanker komt meer voor bij mensen die reeds lang een maagzweer hebben, of hieraan door middel van een maagamputatie behandeld zijn.



De meest voorkomende soorten kanker bij mannen is longkanker (waarvan de hoofdoorzaak kan toegeschreven worden aan het roken van sigaretten), maar bij mannen boven de leeftijdsgrens van 60 komt prostaatkanker het meest voor. Bij vrouwen komt regelmatig borstkanker voor. Bij kinderen tussen de 0 en de 14 is dat leukemie en lymfeklierkanker. Bij mannen en vrouwen boven de 20 is dit longkanker.



8. Symptomen



Omdat kanker niet als één ziekte, maar als een groep van ziektes is te beschouwen, zijn ook de symptomen zeer verschillend. Deze zijn afhankelijk van de soort van de kanker en afhankelijk van de plaats waar het voorkomt. Zo is huidkanker gemakkelijk te ontdekken omdat het direct zichtbaar is. Inwendig gelegen vormen van kanker kunnen zich echter al zeer sterk hebben uitgebreid voordat zij symptomen vertonen.Een gezwel van ca.1cm³, de kleinste afmeting die nog ontdekt kan worden, bevat al miljoenen cellen. Er bestaan echter een zevental symptomen die mogelijk kunnen duiden op kanker:

1. Een verandering in het patroon van de stoelgang of het urineren. Dit kan wijzen op kanker van de darm, de urinewegen of de prostaat.

2. Een ongewoon bloedverlies uit de lichaamsopeningen (mond, anus, vagina). Bloed in de urine kan wijzen op kanker van de urinewegen; bloedverlies uit de anus kan wijzen op darmkanker; abnormaal bloedverlies uit de vagina kan wijzen op baarmoederkanker.

3. Een zweer die niet wil genezen. Dit kan wijzen op huidkanker.

4. Een langdurige heesheid of hardnekkige hoest. Dit kan wijzen op keelkanker, respectievelijk longkanker.

5. Een verandering in een wrat of moedervlek. Dit is verdacht voor huidkanker.

6. Een knobbel in de borst of elders in het lichaam.

7. Hardnekkige slik- of maagklachten kunnen wijzen op kanker van de slokdarm of de maag.

Ook kan bij kanker sterke vermagering optreden, ogenschijnlijk zonder een duidelijke reden.



9. Onderzoek



Onderzoeken of iemand aan kanker lijdt, kan preventief gebeuren ter opsporing van iemand die geen klachten heeft. Dit gebeurt bijv. bij het regelmatig laten maken van een uitstrijkje ter opsporing van kanker van de baarmoederhals. Meestal gebeurt het echter als iemand klachten heeft of symptomen vertoont die mogelijk op kanker wijzen. Soms is het bij deze klachten mogelijk dat de arts direct ziet dat het geen kanker betreft, of dat iemand al dermate zoveel symptomen vertoont dat de diagnose zonder verder onderzoek al vaststaat. In andere gevallen geeft een röntgenfoto zekerheid. Vaak is het echter meer onderzoek, bijv. van bloed of urine, noodzakelijk of zal de arts een stukje weefsel willen laten onderzoeken. Bij huidkanker gebeurt dit gemakkelijk door een stukje huid te verwijderen; bij darmkanker kan dit tijdens een endoscopie gebeuren; bij borstkanker is hiervoor vaak een operatie noodzakelijk.

Als het blijkt dat het kanker is, moet worden nagegaan hoever het gezwel zich al heeft uitgebreid en of er al uitzaaiingen zijn. De plaatsen waar uitzaaiingen worden gevonden hangen af van waar het kankergezwel zich bevindt. Uitbreiding en uitzaaiing van het gezwel blijkt meestal uit röntgenfoto's. Soms moet hiervoor de tumor direct bekeken worden (bijv. via een laparoscopie bij tumors in de buikholte). Aan de hand van dit "stageringsonderzoek" wordt de tumor ingedeeld in een stadium, dat vaak wordt aangeduid met een nummer van O tot V. Een hoog nummer staat voor een uitgebreide tumor. Een stageringsonderzoek is van groot belang voor de behandeling.



10. Diagnose en behandeling



In dit puntje willen we het verloop van de onderzoeken en de verschillende stappen bij de behandeling bespreken. Dit doen we aan de hand van borstkanker. Alhoewel de aanpak niet voor alle kankers geldt, blijven de grote principes hetzelfde: de biopsie, de behandelingen of de neveneffecten die ermee verbonden zijn.



Borstkanker manifesteert zich onder de vorm van een knobbeltje in de borstklier. Wanneer het gezwel groeit, bereiken de kankercellen de lymfeklieren. Het gezwel kan ook doorgroeien in de tepel, de huid of de onderliggende spieren. Via het lymfestelsel en de bloedsomloop verspreiden de kankercellen zich naar verschillende delen van het lichaam om secundaire gezwellen of uitzaaiingen te vormen, die vervolgens op een autonome manier zullen evolueren.

In het geval van borstkanker kunnen de volgende uitzaaiingen zich voordoen : de beenderen, de longen, de huid en de hersenen. Meestal doen ze zich ook in die volgorde voor.



a) De verspreidingsbalans:



Kanker kan zich via verschillende wegen uitzaaien naar andere organen (vb. luchtwegen of bloedvaten); daar ontstaan dan secundaire haarden, de metastasen, waarvan de structuur gelijk is aan die van de oorspronkelijke kanker. Zo vermoedt men, dat bij iedere honderd zieken waarbij een primair kankergezwel is opgespoord, er twintig zijn die reeds metastasen hebben, waardoor ze moeilijker te genezen zijn. Sommige goedaardige gezwellen kunnen op den duur kwaadaardig ontaarden en dus veranderen in kankergezwellen (met name in grote aantallen voorkomende dikke-darmpoliepen). Kanker kan niet als één ziekte beschouwd worden. Het is meer een verzameling van een groot aantal aandoeningen die overeenkomen in het feit dat zij ongebreidelde celgroei vertonen. Deze celgroei is tevens de oorzaak van de bij kanker optredende symptomen: de kankercellen verdringen steeds meer de gezonde cellen waardoor de functie van de nog gezonde weefsels achteruitgaat. Als het gezwel doorgroeit in een bloedvat kunnen hieruit (soms dodelijke) bloedingen ontstaan; bij aantasting van een zenuw ontstaat (vaak moeilijk te behandelen) pijn.



Om uitzaaiingen van kanker op te sporen gebruikt men volgende methodes :

Een onderzoek van de twee borsten : een niet pijnlijke en slecht afgebakende harde massa bij palpatie wijst meestal op kanker. De vasthechting aan de huid vertaalt zich in een holte ten opzichte van het gezwel. Een rode huid wijst op een ontsteking die gepaard gaat met de groei van het gezwel. In bepaalde gevallen manifesteert de ontsteking in de vorm van een oedeem dat de huid een hobbelig uitzicht geeft ('sinaasappelhuid')

Een palpatie van de klieren onder de oksels en boven en onder het sleutelbeen. De tumoroverwoekering in de lymfeklieren kan men soms herkennen aan harde, pijnloze knobbeltjes van verschillende grootte die onder de vingers rollen.

Een bloedproef : van de analyses die de arts op het bloed laat uitvoeren, is de tumormerker een van de belangrijkste.



De tumormerkers: zowel kankercellen als gezonde weefsels scheiden bepaalde stoffen, tumormerkers, af als reactie op de aanwezigheid van een gezwel. De bepaling van het gehalte van gezwellen in het bloed is belangrijk voor de opvolging van de behandeling. Bij borstkanker wordt van twee merkers het gehalte bepaald: het CEA (carcino-embryonaal antigeen) en de CA 15-3 (meer specifieke borstkankermerker).



Een radiografie van de longen voor het zoeken naar uitzaaiingen. Daarvoor kan men ook een scanner inzetten, een apparaat dat duidelijke radiografieën maakt.

Een echografie van de lever : het orgaan weerkaatst ultrasone trillingen en het beeld ervan wordt opgevangen. Het onderzoek laat toe om uitzaaiingen vast te stellen.

Een beenderscintigrafie : bij deze techniek spuit men een radioactieve stof in (totaal ongevaarlijk) die zich vastzet op de beenderen. Daardoor kan men het skelet in zijn geheel visualiseren. De scintigrafie toont zowel goedaardige letsels van de beenderen als uitzaaiingen. Verder onderzoek van verdachte zones is meestal nodig.

Er zijn nog heel wat andere opsporingsmethoden zoals de angiografie, het NMR, scintigrafisch onderzoek, … maar deze ga ik niet bespreken.



Wat is een punctie? Om de diagnose na een mammografie meer te preciseren, kan men een punctie laten uitvoeren. Bij dat onderzoek steekt men een fijne naald door de huid tot in het verdachte letsel en neemt men enkele cellen af om onder de microscoop te analyseren. De diagnose na een punctie is niet voor de volle 100% sluitend. Bij voorkeur moet men ze aanvullen met een biopsie.



Wat is een biopsie? Een biopsie is een onderzoek waarbij men een stukje weefsel afneemt en onder de microscoop analyseert. Het onderzochte weefsel is afkomstig van het gezwel zelf of van een lymfeklier. Alleen via een biopsie kan men een zekere diagnose van borstkanker stellen en er het type van bepalen. Men kan de biopsie uitvoeren tijdens de heelkundige ingreep (de zogenaamde "preoperatieve" biopsie). Als de aard van kanker bevestigd wordt, voltooit de chirurg de operatie zonder de patiënt wakker te maken. Soms doet men enkel een biopsie. Als men, in dat geval, kanker vaststelt, plant men snel een heelkundige ingreep.



b) Verschillende behandelingen



De keuze van een specifiek behandeling hangt af van verschillende factoren : het type kanker, de overwoekering van de klieren, het al dan niet aanwezig zijn van hormonale receptoren aan het oppervlak van de tumorcellen, de graad van uitzaaiing van de kanker, de leeftijd van de persoon en zijn algemene toestand. Met andere woorden, men past de behandeling aan het individu aan. Er bestaan momenteel een aantal methodes om borstkanker te behandelen: heelkundige ingreep, radiotherapie, chemotherapie en hormoonbehandeling. De verschillende behandelingen kunnen alleen of in combinatie met anderen gebruikt worden.

Heelkundige ingreep

Vaak voert men bij borstkanker eerst een heelkundige ingreep uit. Onder algemene verdoving neemt men een stukje gezwel weg (biopsie); dat legt men onmiddellijk voor aan een specialist. Die analyseert het en bepaalt of het om kanker gaat. Dit wordt stereotactische biopsie genoemd.

Indien mogelijk zal de chirurg overgaan tot een beperkte wegname van de borst. Men neemt ook altijd de klieren onder de oksel weg: okseluitruiming. De aanwezigheid van aangetaste lymfeklieren bepaalt in grote mate of na de ingreep een aanvullende chemotherapie of hormoonbehandeling nodig is.



Radiotherapie



Die behandeling maakt gebruik van stralen met een zeer hoog energiegehalte die in staat zijn de kankercellen te vernietigen. Bij radiotherapie zijn 2 methodes mogelijk:

- Externe radiotherapie : een apparaat doet dienst als stralingsbron. Gedurende ongeveer één maand dient men stralen toe, meestal vijf dagen per week.

- Interne radiotherapie : de stralingsbron bevindt zich in fijne buisjes die men tijdelijk in de borst inplant. Afhankelijk van het geval kan men beide methodes combineren.

Chemotherapie

In tegenstelling tot de heelkundige ingreep en de radiotherapie, die voornamelijk plaatselijke behandelingen zijn, gebruikt de chemotherapie één of meer medicijnen die zich in heel het lichaam verspreiden. Afhankelijk van het geval loopt de behandeling voor of na de heelkundige ingreep. De artsen praten vaak over adjuvans-chemotherapie of chemotherapie met "preventief opzet". Dat betekent dat de chemotherapie ofwel de kankercellen vernietigt die plaatselijke behandelingen niet kunnen bereiken, ofwel het ontstaan van kankercellen verhindert.

De hormoonbehandeling

Door laboratoriumonderzoeken kan men de aanwezigheid van hormonale receptoren vergelijken met "sloten" waarvan het openen met de gepaste "sleutel" (in dit geval een hormoon genaamd oestrogeen) toelaten om de cellen te vermenigvuldigen. Dat is natuurlijk niet wenselijk in het geval van een patiënt met borstkanker. De hormoonbehandeling dient om de invloed van de oestrogenen op de celvermenigvuldiging stop te zetten. Dat kan op 2 manieren gebeuren :

- door toediening van medicijnen die de werking van de hormonen verhinderen;

- door middel van een heelkundige ingreep of door radiotherapie schakelt men de organen uit die de hormonen aanmaken (de eierstokken en de bijnieren) Dat noemen ze een castratie.

c) Heelkundige technieken



Het operatief verwijderen van de borst heet een mammectomie. De term omvat verschillende operaties die men toepast, afhankelijk van de lokalisatieen de graad van uitbreiding van het gezwel:

de tumorectomie of lumpectomie: men neemt alleen het gezwel weg

gedeeltelijke mammectomie of kwadrantectomie: men neemt het gezwel en een deel van de borst weg.

de gewijzigde radicale mammectomie: men neemt de borst weg, maar laat de onderliggende borstspieren intact.

de operatie van Halsted of radicale mammectomie: men neemt niet alleen de hele borst weg, maar ook alle klieren die zich onder de oksels bevinden, de borstspieren en het vetweefsel. Nu voert men deze verminkende ingreep niet meer uit.



d) Neveneffecten



De nevenwerkingen van de behandelingen van borstkanker beperken zich niet tot de tumorcellen. Ook de gezonde weefsels staan bloot aan de behandeling. Dat verklaart het verschijnen van neveneffecten. De intensiteit varieert van persoon tot persoon. De meeste nevenwerkingen nemen af met de tijd en verdwijnen bij het stopzetten van de behandeling. In bepaalde gevallen zijn medicijnen nodig om de ongewenste neveneffecten te beheersen.



Heelkundige ingreep



De meest voorkomende symptomen na de heelkundige ingreep aan de kant van de geopereerde borst zijn gevoel van stijfheid in de spieren van de nek, de arm en de schouder en jeuk ter hoogte van de hand. Het wegnemen van de okselklieren veroorzaakt bij sommige patiënten een zwelling van de arm en van de hand aan de kant van de geopereerde borst. Dat fenomeen heet "lymfordeem".



Radiotherapie



De stralen irriteren de gezonde weefsels die zich in de buurt van de behandelde zone bevinden. Ze zijn verantwoordelijk voor een aantasting van de huid, vergelijkbaar met een lichte zonnebrand, jeuk en afschilfering (de meest oppervlakkige cellen van de huid komen los). De radiotherapie kan ook vermoeidheid veroorzaken.



Chemotherapie



De medicijnen die men bij dat type van behandeling gebruikt, vernietigen naast de kankercellen ook de gezonde cellen die de eigenschap hebben zich snel te vermenigvuldigen. Dat is voornamelijk het geval voor de bloedcellen (rode bloedlichaampjes, witte bloedlichaampjes en bloedplaatjes), cellen die de wanden van het spijsverteringskanaal bedekken, en cellen die de haargroei verzekeren. De voornaamste nevenwerkingen van chemotherapie zijn dus vermoeidheid (anemie door een afname van het aantal rode bloedlichaampjes), een grotere gevoeligheid voor infecties (te wijten aan een afname van het aantal witte bloedlichaampjes), risico op bloedingen en bloeduitstortingen (verbonden aan de afname van het aantal bloedplaatjes), misselijkheid, braakneigingen, verlies van eetlust (verbonden aan een aantasting van de cellen van het spijsverteringskanaal) en haaruitval.



Hormoonbehandeling



De nevenwerkingen hangen samen met het gebruikte medicijn. Zo veroorzaken antioestrogenen bij een jonge vrouw symptomen die typisch zijn voor de menopauze: warmteopwellingen, overmatig transpireren, bruuske veranderingen in het humeur, slapeloosheid enzovoort.



11. Overleving



Hoewel er nog steeds vormen van kanker zijn die altijd dodelijk verlopen, is kanker niet langer een ziekte waaraan iemand altijd zal sterven. Het belangrijkste aspect in de overleving is de vroege ontdekking en de vroege behandeling. Hoe vroeger behandeld, des te beter zijn de overlevingskansen. Het is niet goed mogelijk te zeggen hoeveel kans een patiënt met kanker heeft om te overleven. Meestal wordt hiervoor de zgn. vijfjaarsoverleving gebruikt: dit is het aantal patiënten dat na vijf jaar nog in leven is. Deze vijfjaarsoverleving hangt af van de soort kanker en het stadium waarin ze ontdekt wordt: zo is de vijfjaarsoverleving van het melanoom 80% wanner dit zich nog niet heeft uitgezaaid en 40% wanneer zich al melanoomcellen in de lymfeklieren hebben gevestigd. Voor het baarmoederhalscarcinoom varieert de vijfjaarsoverleving van ca. 90% bij een nog niet doorgegroeide tumor zonder metastasen tot 50% als er wel uitzaaiing is en tot 25% als de tumor tot het onderste deel van de schede is doorgegroeid.



12. Kanker in cijfers



In 1990 zijn in de Europese Unie voor alle vormen van kanker, met uitzondering van niet-melanotische huidkanker, naar schatting 1 292 000 ziektegevallen geconstateerd. Hierbij werden beide geslachten nagenoeg in gelijke mate overtroffen: 647 000 nieuwe kankergevallen bij mannen en 645 000 bij vrouwen.

Iedere vijf minuten sterft iemand aan kanker.

Iedere 8 minuten geneest iemand van kanker.

Sinds het begin van de zeventiger jaren kunnen 1 van de 4 kankerpatiënten definitief worden genezen; in 1930 waren dat er nog maar 2 van de 10.

8 van de 10 gevallen van kanker worden door het milieu veroorzaakt.



13. Weetjes



Het bestuderen van eeneiige tweelingen is ook nog erg belangrijk: maagkanker, borstkanker, darmkanker en bepaalde soorten leukemikomen bij eeneiige tweelingen (monozygoten) komen tweemaal zo vaak voor als bij twee-eiige tweelingen (dizygoten). Het onderzoek bij tweelingen is het enige waarbij milieufactoren kunnen worden uitgeschakeld.

1 op 9 vrouwen heeft borstkanker

Elk jaar krijgen in ons land zo'n 50 000 mensen te horen dat zij kanker hebben.

Het is bewezen dat men op oudere leeftijd meer kans op kanker heeft. Doordat de gemiddelde leeftijd van de mens steeds hoger wordt, stijgt ook het aantal kankerpatiënten.

Kanker is waarschijnlijk even oud als de wereld zelf.

Kankerfobie : vrees of ziekelijke angst om kankerpatiënt te worden kan een vreselijke kwelling worden.

Het komt heel zelden voor, dat een gezwel een voor het organisme gevaarlijk toxine(gif) produceert. Toch bestaan er verschillende soorten longkanker die een grote hoeveelheid ACTH (adrenocorticotroop hormoon) produceren, waardoor een grote hoeveelheid cortison wordt aangemaakt, die voor de patiënt giftig is.



14. Kanker in het nieuws



Schokkende vaccins

De strijd tegen kanker kan een nieuwe dimensie krijgen. Wetenschappers slaagden er in om met kleine elektrische pulsen menselijke tumorcellen en afweercellen te fuseren tot een vaccin tegen een dodelijke vorm van kanker. Het werd uitgetest op mensen met nierkanker. Zeven ervan ontwikkelden tumorspecifieke afweersystemen en vier ervan geneesden volledig. Nu moet de therapie nog uitgewerkt worden en uitgetest op meer patiënten. Het grootste probleem blijft echter de mogelijkheid dat deze vaccins ook gezonde cellen zullen aanvallen.

Uitzaaiing kanker gestopt

Amerikaanse wetenschappers hebben waarschijnlijk een manier gevonden om de verspreiding van kanker naar de longen en het ruggemerg te stoppen. Kankercellen kiezen altijd bepaalde organen uit om zich in te nestelen. Nu hebben de wetenschappers de link gelegd met een soort politiemolecule. Daar waar deze molecule zich in overvloed bevindt zullen ze naartoe gaan omdat ze zich aangetrokken voelen tot deze moleculen. Bij muizen is het al gelukt, na de behandeling kregen ze geen uitzaaiingen. En vaak zijn het de uitzaaiingen die deze ziekte fataal maken.



Hoogspanningskabels en kanker



Mensen die dichtbij hoogspanningskabels wonen, hebben een verhoogde kans op kanker. Het gaat dan vooral om mensen die wonen aan de kant van de kabels waar de wind naartoe waait. De hoogspanningskabels vullen de omringende lucht met positieve en negatieve ladingen, die door de wind worden weggeblazen. De mensen ademen die elektrische ladingen in. Een relatief groot aantal mensen met longkanker wonen binnen vierhonderd meter van een hoogspanningskabel waar de wind naartoe waait.

Knoflook tegen kanker

Knoflook eten halveert het risico op maagkanker. De kans op darm- en maagkanker wordt erdoor zelfs nog kleiner. Het blijkt een sterk beschermende werking te hebben. De gunstige werking van knoflook zou te wijten zijn aan de antibacteriologische werking van de plant.

Mogelijk universeel kankervaccin

Het is mogelijk een vaccin te ontwikkelen tegen de meeste vormen van kanker. Het vaccin is gebaseerd op een bepaald eiwit dat in alle belangrijke soorten menselijke tumoren voorkomt. Dit eiwit kan de groei van afweercellen stimuleren. Er wordt gebruik gemaakt van het eiwit telomerase, dat celsterfte tegengaat. Het vaccin blijkt de groei af te remmen. Maar telomerase komt niet alleen voor in tumoren, maar ook in beenmerg en in de geslachtsorganen. Het vaccin kan dus schadelijk zijn.

Placentabloed in de vriezer

In Groot-Brittannië hebben kersverse ouders voortaan de mogelijkheid om het placentabloed van hun baby te laten invriezen. In geval van leukemie of lymfeklierkanker, heeft een kind behoefte aan een beenmergtransplantatie. Door deze techniek zou het kind kunnen beschikken over zijn eigen stamcellen. Risico is wel dat er al voor de geboorte kankercellen aanwezig kunnen zijn in het lichaam van het kind.



15. Kanker bij planten



Het is een gezwel ontstaan als gevolg van aantasting van planten door parasitaire organismen, vnl. schimmels en bacteriën. Een bekende kanker veroorzakende schimmel is Nectria galligena, die bijv. bij appelbomen wonden op de takken doet ontstaan met gezwellen van wondweefsel aan de randen. Bij tomaat kan de schimmel Didymella lycopersici ernstige kanker aan de stengel veroorzaken. De bacterie Agrobacterium tumaefaciens veroorzaakt op allerlei planten galachtige gezwellen, vermoedelijk door het op gang brengen van een hoge productie van auxinen en cytokinine door de cellen van de plant. Op andere plaatsen kunnen bij een aangetaste plant nieuwe gezwellen ontstaan die geheel bacterievrij zijn. De door de bacteriën afgescheiden tumor-inducerende stof is vermoedelijk een stukje DNA, dat zich evenwel waarschijnlijk niet met het genoom van de gastheercellen verbindt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen