U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Thea Beckman - De Stomme Van Kampen.
Deze versie komt van http://scholieren.samenvattingen.com/documenten/show/9484766/ en is laatst upgedate op 12/01/2004.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2035 woorden.


Fictie en werkelijkheid


Thea Beckman heeft in dit boek op haar eigen manier het leven van Hendrick Avercamp beschreven. Het boek lijkt dus een biografie. Maar de schrijfster heeft aan de hand van de feiten over het leven van deze schilder toch wel een fictioneel boek geschreven, want ze beschrijft in het verhaal ook de emoties van de personages, allerlei nauwkeurige details en extra verhaallijnen, die ze (hoogst waarschijnlijk) verzonnen heeft.

Samenvatting


Deel 1 Kampen 1587-1603


Hendrick Avercamp is de oudste zoon van Beatrix en Barend Avercamp. Het is een welgesteld gezin, want Barend is de stadsapotheker van Kampen. Hendrick is al bijna drie jaar en heeft nog nooit iets gezegd en reageert niet op geluiden uit zijn omgeving. Barend vindt het vreemd dat zijn zoon nog niet praat en vraagt Beatrix wat zij ervan denkt. Beatrix heeft het al langer dan een jaar door; Hendrick is doof en zal waarschijnlijk nooit leren praten. Barend is diep teleurgesteld, want Hendrick zal nooit naar school gaan en dus nooit de familietraditie kunnen voortzetten. Maar Beatrix is vastberaden en zweert dat Hendrick de wereld nog eens versteld zal doen staan.

4 Jaar


Omdat Beatrix niet wil dat Hendrick analfabeet blijft en later niet zijn eigen brood zal kunnen verdienen, begint ze met Hendrick leren schrijven, al weet ze niet of haar methode wel zal lukken. Ze schrijft Hendricks naam op een leitje en wijst naar hem. Daarbij maakt ze hem duidelijk dat hij hetzelfde moet doen. Het duurt even voordat hij het snapt, maar dan begint te schrijven. Hendrick begrijpt niet wat letters, woorden of namen zijn, maar hij begrijpt wel dat ze in een bepaalde vorm en volgorde iets of iemand aanduiden en hij krijgt plezier in het leren schrijven.

7 Jaar


In 1591 wordt het vierde kind van Beatrix en Barend geboren, Lambert. Hendrick is nu bijna zeven jaar oud en zijn verbazing en onbegrip over de wereld neemt steeds maar toe. Waarom happen al die mensen op straat lucht tegen elkaar en gaan ze dan opeens uit elkaar om iets te doen? Met dit soort vragen zit de kleine jongen.

Op een dag ontdekt hij op de tafel van zijn moeder een ganzenveer en een inktpotje en hij begint ermee te schrijven op het papier. Hij schrijft eerst zijn naam en dan tekent hij zichzelf, Lambert en zijn moeder. Beatrix ziet het en is ontroerd. Vanaf dat moment krijgt Hendrick een schriftje en een pen om te tekenen wat hij bedoelt.

Beatrix is alweer in verwachting en Sara, de jongere zus van Beatrix, komt uit Amsterdam om hen te helpen met het huishouden en de kinderen, want de dienstmeid Lientgen kan het niet alleen af.

Op een dag tekent Hendrick voor Sara een mens met zijn mond open en later met zijn mond dicht. Sara snapt wat hij bedoelt en schrijft op dat het mens praat. Hendrick snapt er niets van, maar wanneer Beatrix hem haar trillende keel laat voelen wanneer zij praat, snapt hij voor het eerst in zijn leven dat hij anders is dan die mensen.

Hendrick mag tegenwoordig regelmatig de straat op. Hij vindt het prachtig om al die mensen te zien. Wat hij niet in de gaten heeft is dat de jongens hem uitschelden en uitlachen en dat alle mensen hem vreemd aankijken als hij in hun ogen iets onbegrijpelijks doet.

Beatrix krijgt inmiddels haar vijfde zoon, Evert. Barend is tevreden, want hij zal genoeg opvolgers hebben. Wanneer de stadsdokter overlijdt wordt de stadsapotheker door de Raad benoemd tot dokter-apotheker. Dat betekent wel dubbele inkomsten voor Barend, maar ook twee keer zoveel werk.

9 Jaar


Hendricks ouders, vrome leden van de hervormde kerk, maken zich zorgen, want hun oudste zoon zal opgroeien als ongelovige. Hendrick snapt niets van godsdienst. Hij kent eigenlijk maar weinig woorden en abstracties, beeldspraak en symbolen zijn voor hem raadsels. Hij neemt alles letterlijk.

Sara die gaat inmiddels terug naar Amsterdam. Haar stiefmoeder is gestorven en het wordt tijd dat ze op zoek gaat naar een geschikte echtgenoot.

Het is dit jaar een strenge winter en de Avercamps genieten volop van de ijspret. Barend Avercamp leert zijn oudste zonen schaatsen. Hendrick kan redelijk goed schaatsen en Rutger is jaloers op hem. Hij moet toch beter kunnen schaatsen dan De Stomme? Hendrick heeft niets door, geniet van het mooie winterlandschap en kijkt zijn ogen uit.

11 Jaar


Beatrix is trots op haar vijf zonen. Rutger is al bijna oud genoeg om naar de Latijnse school te gaan. Zijn droom is om net als zijn vader apotheker te worden. En de drie andere jongens hebben ook de ambitie en de hersenen om later een goed beroep te kunnen uitoefenen. Alleen Hendrick…

Beatrix en Hendrick gaan allerlei verschillende ambachtslieden langs om te vragen of Hendrick bij hen in de leer kan. Maar alle mannen weigeren een doofstomme jongen hun ambacht te leren. Dat vergt te veel tijd en moeite.

13 Jaar


Nog steeds heeft Hendrick geen leermeester, maar hij treurt er niet om. Hij is een aardige jongen die netjes is op zijn kleren, goede manieren heeft en zich nooit verveelt. Meisjes moeten niets van hem hebben en vrienden heeft hij ook niet, maar desondanks is hij niet eenzaam, want hij kan het namelijk goed vinden met dieren.

Als Beatrix en haar zoon op een weer op zoek gaan naar een goede leermeester voor Hendrick, komen ze op straat een tekenaar tegen. Hendrick ziet hoe deze man een portret tekent en is er diep van onder de indruk. Matteus Klaasz uit IJsselmuiden, met de bijnaam Kladde, vertelt dat hij wel een leerjongen kan gebruiken. Wanneer Kladde Hendricks schetsen heeft gezien ziet hij dat Hendrick talent heeft en stelt voor dat de jongen bij hem in de leer gaat. Beatrix en Barend zijn niet zo heel erg enthousiast, maar Hendrick staat te springen!

Als Hendrick voor de eerste keer naar Kladde gaat is hij erg zenuwachtig en onzeker over zichzelf. Die angsten en twijfels zijn meteen over als hij bij Kladde thuis komt, de man heeft zo’n vriendelijke blik in zijn ogen. Kladde praat onder het werk erg veel tegen Hendrick, ook al weet hij dat De Stomme nooit iets terug zal zeggen, maar behalve zijn hond Tuck heeft hij thuis verdrer niemand waartegen hij kan praten. Kladde is geen verdienstelijk schilder, maar hij kent de techniek en leert Hendrick de basisbeginselen.

Beatrix is weer zwanger en hoopt dat haar zesde kind een meisje is. Tot haar vreugde wordt er inderdaad een meisje geboren, alleen het kindje is zwak en na 12 dagen sterft het.

17 Jaar


Volgens Kladde is Hendrick nu wel uitgeleerd bij hem. Hij wil dat Hendrick naar Amsterdam gaat en bij een echte kunstschilder in de leer moet gaan. Maar Hendrick blijft voorlopig nog bij zijn oude leermeester.

Beatrix is weer zwanger en bevalt van haar eerste meisje: Femmetje. Het is een gezond meisje en iedereen is dol op haar.

Ondertussen wordt Kampen getroffen door de pest. De tweede stiefmoeder van Beatrix sterft erdoor en Barend, de apotheker-dokter, doet wat hij kan in de stad. Hij krijgt daarbij hulp van zijn knecht, Samuel, en Rutger die bijna klaar is om zijn apotheekexamen te doen.

Wanneer het buiten warmer wordt breidt de ziekte zich uit. Barend heeft nu zoveel werk te verrichten dat hij nauwelijks slaapt en zwaar overbelast is.

Wanneer Hendrick op een dag bij Kladde thuis komt schrikt hij, want zijn leermeester ligt bleek en korstig op bed. Hendrick weet niet goed wat hij moet doen en haalt de chirurgijn. Deze kan ook niets voor Kladde doen en even later wordt hij afgevoerd naar het pesthuis. Hij sterft niet veel later en bij Hendrick thuis houdt de hond Tuck het ook niet lang meer vol.

Ondanks alle voorzorgen lopen de overwerkte Barend en Samuel toch de pest op. Beide redden ze het niet en ze sterven een paar dagen later.

Er is geen dokter en geen apotheker meer in de stad, maar Beatrix en Rutger houden de apotheek open. Een dokter is echter moeilijker te vinden, geen arts wil werken in een stad die door de pest is getroffen.

Op een gegeven moment wordt ook Rutger ziek. Hij overleeft het niet en het verdriet is groot.

Hendricks verdriet is ook immens groot, want hij bewonderde zijn broer altijd heel erg. Hij heeft Rutgers rotopmerkingen over hem nooit gehoord en zijn minachting en jaloezie nooit bemerkt.

Korte tijd later raakt de pest uitgewoed in Kampen, maar heeft wel sporen achter gelaten. Hele delen van de stad zijn soms ontvolkt, vooral de armere buurten.

Hendrick weet geen raad met zijn gevoelens en hij weet ook niet wat hij thuis nog kan doen. Daarom besluit hendrick de laatste wil van zijn oude leermeester uit te voeren en gaat naar Amsterdam.

18 Jaar


Hendricks oom, Samuel, heeft in Amsterdam voor zijn neef een goede leermeester gevonden: David Vinckboons. Als Hendrick in Amsterdam aankomt moet hij nog wel heel erg wennen aan de stank en de drukte. Samuel komt Hendrick halen en samen lopen ze naar het huis Hendricks tantes: Sara, Margit en Suzanne.

Hendrick ontmoet David Vinckboons voor het eerst in een wijnhuis in Amsterdam. Meteen staat zijn nieuwe leermeester hem aan. Hendrick zal voortaan samen met de andere leerlingen in een hoekje van Davids zolder slapen.

19 Jaar


David Vinckboons heeft behalve Hendrick nog drie andere leerlingen, waarvan Cabel het verst is gevorderd. Cabel is de bijnaam van Arent Arentz, een stille maar veelbelovende leerling.

Cabel heeft evenveel talent als Hendrick, maar hij houdt niet van de maniëristische schilderkunst. Daarbij worden ideale, en geen realistische landschappen geschilderd. Hendrick en Cabel worden hele goede vrienden.

20 Jaar


Hendrick heeft een prachtige aquarel gemaakt, maar deze wijkt helemaal af van alles wat David hem geleerd heeft. Volgens David breekt het alle Vlaamse schildertradities. Terwijl David de aquarel afkeurt, neemt Cabel het voor zijn vriend op. Dit leidt tot een grote ruzie en Cabel stapt op.

Hendrick begrijpt het niet helemaal, maar om zijn onderworpenheid aan David te tonen verscheurt hij zijn aquarel, maar beseft ondertussen dat hij iets heel moois heeft kapot gemaakt.

Hendrick vertelt Cabel dat hij zijn aquarel stuk heeft gemaakt en Cabel wordt een beetje boos. Hij stelt voor dat Hendrick bij een nieuwe leermeester in de leer gaat, die hem vrij zal laten in wat hij schildert; Pieter Isaacz wordt zijn nieuwe leermeester. David is verontwaardigd en teleurgesteld over het plotselinge vertrek van zijn beste leerling.

23 Jaar


Hendrick schildert nu al een tijdje bij Isaacz en het wordt tijd voor hem om het schilderij te schilderen wat hem de meestertitel kan bezorgen. Wanneer het af is wordt het door de St. Lucasgilde, waarin ook David Vinckboons zit, goedgekeurd en is David ontroerd door wat hij ziet. Hendricks schilderij is namelijk helemaal in de Vlaamse traditie geschilderd en alles wat David hem geleerd heeft is toegepast in het schilderij. Hendrick is vanaf dan meesterschilder en daarbij een waardig lid van de maatschappij geworden.

Cabel heeft intussen ook de meestertitel behaald, maar is minder verdienstelijk dan Hendrick, omdat hij het bij simpele, realistische, Hollandse landschappen houdt.

De broer van Pieter Isaacz, Johannes, is de stad in gekomen. Hij is een medicus die les geeft op de universiteit van Hardewijk. Hij heeft Hendrick als een proefpersoon voor een onderzoek naar doofheid nodig en volgt hem een tijdje. Hendrick besteedt weinig aandacht aan hem, want hij is verliefd op Anna van der Heede, een vriendin van Margit. Hij bezoekt nu steeds vaker haar huis, hopend dat Anna er ook is.

Anna heeft allang door dat Hendrick gevoelens voor haar heeft, maar zij moet helemaal niets van hem hebben. De arme Hendrick heeft dit echter niet door en maakt een prachtige aquarel voor haar. Wanneer het af is en hij het wil geven gaat Johannes ook met hem mee. Anna vindt het helemaal niet leuk dat ze een aquarel krijgt, maar wat ze wel leuk vindt is het bezoek van Johannes. Johannes en Anna hebben alleen aandacht voor elkaar, terwijl Hendrick er nu pas achter komt dat Anna niets van hem moet hebben. Hij is erg verdrietig wanneer hij merkt dat Anna Johannes erg interessant vindt.

Pieter Isaacz zal binnenkort Amsterdam verlaten om naar Denemarken te gaan. Hendrick besluit nu naar Kampen terug te gaan. Cabel belooft dat als Hendrick zijn schilderijen opstuurt, hij ze in Amsterdam zal verkopen. Gearmd lopen de twee vrienden de horizon tegemoet, wetend dat ze voor de laatste keer samen zijn.

Hendrick heeft nog veel schilderijen gemaakt en is nooit meer weggegaan uit Kampen tot zijn dood in 1634.




Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen