U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hannes Meinkema - Het Binnenste Ei.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1769 en is laatst upgedate op 10/02/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4505 woorden.

Titel
Het binnenste ei

Pagina's
215

Uitgever
Elsevier

Jaar uitg.
1978

Plaats uitg.
Amsterdam / Brussel

Andere werken


Onderwerp
Het onderwerp van het boek is het leren accepteren van jezelf zoals je bent. Dit onderwerp vind ik erg interessant omdat het in principe iedereen aangaat. Het laat zien hoe uiterlijke rust en innerlijke wanhoop samen kunnen gaan en hoe benauwend onbeperkte vrijheid eigenlijk is. Hoewel dit onderwerp op dit punt van mijn leven nog buiten mijn belevingswereld ligt, heeft het mij erg aan het denken gezet over wat belangrijk is in het leven en hoe je beter met jezelf en andere om kunt gaan. Het verhaal heeft heel veel diepgang en is zo duidelijk en zo menselijk omdat de hoofdpersoon een ontwikkeling meemaakt die, denk ik, voor iedereen wel in zeker mate herkenbaar is.

Gebeurtenissen
De nadruk ligt duidelijk op gedachten en gevoelens. Er worden veel annekdotes en beschrijvingen van situaties gegeven, maar deze hebben alleen tot doel de lezer meer inzicht te geven in de situatie en de gevoelens van de ik-persoon. Dit zorgde ervoor dat ik me helemaal in de ik-persoon in kon leven en met haar mee kon voelen. De gebeurtenissen zijn met elkaar verbonden zoals gedachten met elkaar verbonden zijn: ze zijn niet altijd compleet, soms warrelig maar altijd ontzettend menselijk en vol met emotie. Hoewel het onderwerp niet al te vrolijk is, is het boek niet alleen zwaarmoedig. Het laat ook zien dat de ik-persoon zichzelf stukje bij beetje ontdekt en zichzelf beter gaat begrijpen. Vooral het feit dat de ik-persoon niet alleen maar meegaand is en geneigd om eerst voor een ander te kiezen en dan pas voor zichzelf, maar ook moedig en trots kan zijn, maken de gebeurtenissen levensecht.

Bouw
Het verhaal zit vol met terugblikken naar verschillende periodes in het leven van Judith. Dit zorgt ervoor dat je haar huidige geestelijke ontwikkelingen en de gebeurtenissen uit haar verleden die deze ontwikkelingen veroorzaakt hebben goed met elkaar in verband kunt brengen. Het verhaal is hierdoor misschien een beetje ingewikkeld opgebouw en in het begin moest ik wel wennen aan de vele sprongen heen en terug in de tijd, maar het zorgt er wel voor dat je het gevoel krijgt dat iemand je echt over haar leven vertelt. Je blijft bij het slot aan de ene kant wel met een aantal vragen zitten, maar aan de andere kant is het duidelijk dat Judith op de goede weg is en zichzelf stukje voor stukje leert accepteren.

Personages
Aan het einde van het boek had ik het gevoel dat ik Judith heel goed kende, het was bijna alsof ze een stukje van mezelf geworden was. Ik leefde mee met haar gevoelens en ook al lagen de dingen die haar overkwamen volledig buiten mijn belevingwereld, ik voelde me er erg bij betrokken. Ze was voor mij dan ook buitengewoon sympathiek. Haar reacties waren niet voorspelbaar, maar vanuit haar oogpunt wel begrijpelijk. Ik kan wel zeggen dat ik in haar situatie dingen anders zou hebben aangepakt, maar ik denk dat je over zoiets pas kan oordelen wanneer je het ook echt zelf meemaakt en de ervaringen hebt die zij heeft. Om die reden kan ik ook geen enkele personage in het boek ontdekken die ik antipathiek vind. Het gedrag van Diana is uit haar oogpunt ook wel weer begrijpelijk en wanneer zij de ik-persoon van het boek zou zijn geweest had ik haar misschien zelf sympathiek gevonden omdat ik dan goed zou begrijpen waarom ze de dingen deed die ze deed.

Stijl
Het taalgebruik variëerde enorm. Soms was het nuchter, dan weer gevoelig. De dialogen waren natuurlijk en levendig en zorgden ervoor dat je je gemakkelijk in de ik-persoon kon verplaatsen. Vaak werd opzettelijk gebruik gemaakt spreektaal of foutief taalgebruik, waardoor er een persoonlijke verteltrant ontstond. Het verhaal werd door middel van veel beschrijvingen heel sfeervol en ik kon me er een goede voorstelling van maken. De taal was niet moeilijk te begrijpen en de zinnen waren kort. Dit was prettig, omdat aantrekkelijke van dit boek vooral is dat het zo persoonlijk en levensecht is. Een hoogdravend taalgebruik zou misstaan in zo'n gevoelig verhaal.

Conclusie
Dit boek heeft invloed op mij gehad en me echt aan het denken gezet. Niet alleen door wát de ik-persoon over haarzelf ontdekte, maar vooral dát ze het ontdekte en het lef had om naar zichzelf te kijken en te beseffen dat er nog een hoop moest veranderen voordat ze tevreden kon zijn met wie ze nu echt was. Ik heb het met veel plezier en aandacht gelezen en ik kan het iedereen aanraden die nog iets van zichzelf wil leren.

Samenvatting
Judith is de ik-persoon van dit verhaal, dat zich afspeelt in de twee uur die Judith moet wachten op de uitslag van een zwangerschapstest. Terwijl ze hierop wacht, denkt ze na over de laatste weken van haar sinds vier jaar beëindigde huwelijk met Joost. In die tijd is er sprake van een zogenaamde seksuele revolutie waarin opeens veel meer vrijheden op seksueel gebied ontstonden. Vreemdgaan was eerder regel dan uitzondering en gebeurde in alle openbaarheid. Wie vasthield aan begrippen als trouw en monogamie werd als ouderwets beschouwd.

Ook in het huwelijk van Judith en Joost wordt vreemdgegaan . De eerste die een relatie met een ander heeft is Joost. Judith neemt hem dit diep van binnen erg kwalijk, maar houdt dit min of meer voor zich, omdat ze niet truttig wil overkomen. Wanneer ze op een avond bij de buren, Diana en Max, op bezoek zijn, stelt Diana voor om aan partnerruil te doen. Hoewel Judith hier eigenlijk helemaal geen zin in heeft, stemt ze toch toe, maar op ten duur resulteert de ruil slechts in een relatie tussen Joost en Diana. Hoewel Judith zich weer niet laat kennen, wordt ze ondertussen verscheurd door jaloezie. Ze is bang dat Joost met een ander vrijt omdat zij hem niet genoeg voldoening kan bieden. Want Judith geniet zelf niet van de seks, het gaat haar er om of de ander geniet. Ze vrijt om aardig gevonden te worden en meer niet.

Op ten duur gaat ze alleen maar naar Diana's goede punten kijken en naar haar eigen minpunten: Diana is zo gevat, zo modern en zo mooi en zijzelf is maar een burgertrut. Ze is totaal niet tevreden met zichzelf en vooral niet met haar borsten. ("Mijn borsten zijn niet goed, mijn borsten zijn niet in orde. Ze zijn vreselijk groot en breed en ze beginnen al bij mijn oksels. Mijn hele voorkant is bedekt met borsten" ... "Het zou mij niets verbazen als ze nog stonken ook - maar Joost zegt van niet. Ik ruik vaak aan mijn beha. Hij stinkt nooit." - blz. 50) Om deze gevoelens van onvrede en jaloezie tegen te gaan gaat Judith ook een aantal keer vreemd met jongens van wie ze weet dat ze niets om haar geven, maar de pijn houdt er niet door op.

Wanneer Max na verloop van tijd plotseling bij Diana weg gaat, verwijt Judith Diana ervan dat ze altijd geprobeerd heeft om tussen haar en Joost in te komen. Ze noemt haar een jaloerse burgertrut en doet Judith hiermee veel pijn. Dit vooral omdat ze Diana, ondanks alles, toch altijd als een goede vriendin was blijven zien en nu pas ontdekt dat ze heel die tijd alleen maar gedaan heeft alsof. Het begint steeds slechter te gaan tussen Judith en Joost. Op de bruiloft van haar eigen broer glipt Judith weg met een kennis, Hugo. Hij wil maar haar naar bed en hoewel ze toestemt lukt het hem niet omdat hij te zenuwachtig is, want Judith is zijn eerste buitenechtelijke relatie.
Na verloop van tijd hoort Judith van Joost dat ze zich moet laten testen omdat Max Gonorroe heeft. Judith zou het misschien van Joost gehad kunnen hebben, Joost van Diana, Diana weer van Max, Max van de vrouw van Hugo en Hugo van een of andere del. Judith begrijpt dat zij die 'een of andere del' moet zijn en beseft plotseling dat ze zo niet door wil gaan. Kort daarna eindigt haar huwelijk met Joost.

In het heden van het verhaal denkt Judith vooral na over het effect dat deze gebeurtenissen op haar leven gehad hebben. Daarnaast herinnert ze zich haar strenge jeugd, het slechte contact met haar moeder en vele anekdotes. Terwijl ze zich deze dingen weer voor de geest haalt leert ze steeds meer over zichzelf en doet ze als het ware een zelfonderzoek met als uiteindelijk doel zichzelf begrijpen en vooral accepteren. Tot die tijd is ze nog niet klaar voor een andere liefde in haar leven, dus zeker niet voor de grootste liefde van alles, de liefde tussen moeder en kind. Het verhaal eindigt dan ook met het moment dat ze naar de uitslag van de zwangerschapstest kijkt en "vaarwel" zegt.

Titel en motto's
De titel van dit boek, Het binnenste ei, typeert eigenlijk het gehele oeuvre van Hannes Meinkema. De hoofdpersoon is op zoek naar haar binnenste ik. Ze pelt als het ware de verschillende eierschalen af en na iedere schaal komt ze dichter bij wat ze werkelijk is en leert ze zichzelf beter accepteren. De eierschalen bestaan uit twijfels, jaloezie, angst en schijn en pas wanneer ze hiervan bevrijd is kan ze tevreden met zichzelf zijn.

Aan het begin van ieder hoofdstuk, waarvan het boek er 8 telt, staan enkele motto's. In totaal heeft Het binnenste ei 15 motto's uit de Nederlandse, Engelse en Franse literatuur die aansluiten bij de titel en het onderwerp van dat hoofdstuk. Dit zijn enkele motto's met hun verklaring:

Bij hoofdstuk II Voornamelijk lichamelijk:
"Thinking there was something wrong with me, like a petticoat showing, that other people could see and I couldn't." Mary McCarthy

Dit motto past bij het hoofdstuk omdat beiden gaan over het idee dat er iets fout is aan jezelf. Judith is niet tevreden met haar uiterlijk en voelt zich erg onzeker.

Bij hoofdstuk IV Het gezin:
"There is no indifference we can tolerate less than the indifference of our mothers." Adrienne Rich

In hoofdstuk IV wordt de afstandelijke houding van Judiths moeder beschreven en de pijn die daardoor veroorzaakt wordt. Dit motto sluit daar goed bij aan.

Bij hoofdstuk VII Ontrouw en medicijn:
"Een goede reden om tot paarvorming over te gaan, is dat het verreweg de beste manier is om te paren. Maar om van daar uit het gehele universum te concipiëren en het hele bestaan en de hele planeet in te richten naar het geslachtsverkeer vind ik toch wel wat te veel van het goede. Het is helemaal niet nodig je verhouding tot andere mensen door de genitaliën te laten bepalen wanneer het er niet langer om gaat zo snel mogelijk de aarde te bevolken. De hetroseksuele geïnstitutionaliseerde monogamie is de ethisch-filosofische consequentie van het feit dat we eens in de dageraad der tijden aan de klus werden gezet de aarde te bevolken en we tegelijkertijd steil achterover vielen bij de raadselachtige ontdekking dat twee bij tijd en wijle éen kan wordem." Suzanne Brogger.

Dit motto past zo goed bij dit hoofdstuk omdat Judith hierin te weten komt dat Max gonorroe heeft en dat iedereen door iedereen besmet kan zijn. Ze besluit om niet langer zomaar met iedereen te vrijen, zeker ook omdat ze er zelf helemaal niet van geniet en het alleen maar doet om door anderen aardig gevonden te worden.

Genre
Het genre van die boek is fictie met autobiografische aspecten en het subgenre is een psychologische roman.

Thema
Het belangrijkste thema van het boek is de weg naar zelfacceptatie. Deze acceptatie wordt door de hoofdpersoon bereikt door te leren van de pijn die wordt veroorzaakt door verraad, overspel, een afstandelijke relatie met haar moeder en de afkeer van haar eigen lichaam.

Motief
Belangrijke motieven die in het boek voorkomen zijn het huwelijk, verraad, jaloezie, een afstandelijke moeder-dochter relatie, borsten, de miskraam, seksualiteit, het vrouw-zijn en het verlangen naar geborgenheid.

Wereldbeeld
Het wereldbeeld van Meinkema is dat iedereen in zijn diepste wezen alleen is en dat mensen altijd anders doen dan ze denken. Ze gaat uit van het conflict tussen hoe men is en hoe men gezien wordt. Ze is van mening dat vrouwen in onze maatschappij benadeeld worden en dat hun daden bekeken worden vanuit hun vrouw-zijn. Haar visie is dat er geen wezenlijk contact tussen mensen mogelijk is.

Symbolen, beelden en verhaallagen
De titel is het symbool voor het diepste in jezelf, je ware ik. Het binnenste ei is datgene wat je overhoudt nadat je alle eierschalen van schaamte, angst en jaloezie van je af gepeld hebt en je jezelf kunt en durft te accepteren zoals je bent.

Voor Judith was de zwangerschapstest een symbool voor haar mogelijke kind. Ze praatte tegen de test alsof het het kindje in haar buik was.

Er zijn drie verhaallagen te ontdekken:
  • de gebeurtenissenlaag waarin het wachten op de zwangerschapstest en het verleden beschreven worden;
  • de thematische laag waarin de effecten van het verleden op het heden en de zoektocht naar en de acceptatie van Judiths eigen ik beschreven worden;
  • de laag waarin de lezer tot denken wordt aangezet over de rol van de vrouw in de huidige maatschappij.


Opbouw, structuur en spanning
Het boek bestaat uit drie tekstsoorten. De cursief gedrukte tekst is het heden, namelijk het wachten op de zwangerschapstest. De teksten tussen vierkante haken zijn fragmenten uit het dagboek van Judith. Deze twee tesktsoorten worden onderbroken door flashbacks. Het heden van het verhaal is chronologisch verteld. In het boek zijn er dus ook drie verhaallijnen, namelijk die van de hierboven beschreven tekstsoorten: het wachten op de test, het dagboek van Judith en het verleden van Judith.

In het boek is éen grote spanningsboog in het heden: tot op het laatste moment blijft het onduidelijk of Judith zwanger is. Het climaxmoment ligt dus aan het einde van het boek. Verder heeft het boek ook kleinere spanningsbogen die ontstaan door nieuwsgierigheid naar de manier waarop de ik-persoon haar problemen oplost.

Het heden van het boek begint in het midden van de gebeurtenissen (in medias res): er zijn al dingen gebeurd die voor het verhaal van belang zijn en die kom je te weten door middel van terugblikken, gedachten en herinneringen.

Het motorische moment in het boek is volgens mij wanneer Judith van Joost hoort dat Max gonorroe heeft. Dan besluit ze dat het zo niet verder kan en beslist ze als het ware dat ze niet meer verder wil gaan met Joost en dat ze van hem zal scheiden. Ze kiest ervoor om alleen door te gaan en dat is een belangrijke stap in haar leven en dus ook in het boek.

Het einde van het boek is open, omdat de lezer geen antwoord krijgt op alle vragen en het centrale probleem niet wordt opgelost.

Personages
- Judith is de ik-persoon van dit verhaal. Ze is onzeker over haar innerlijk en uiterlijk en wil voor de buitenwereld vooral niet als een burgertrut overkomen. Door haar onzekerheid gaat ze anderen juist weer ophemelen en ziet ze Diana bijvoorbeeld als een geweldige, moderne vrouw waarmee zij nooit kan concurreren. Alles wat ze doet, doet ze in wezen om aardig gevonden te worden. Wanneer haar broer haar als jong meisje seksueel misbruikt en ze dit tegen haar ouders zegt, denken die dat ze het zelf verzint. Ze worden boos op haar en zeggen niets meer. Typerend voor Judiths karakter gaat ze het dan niet koste wat het kost bewijzen, maar voelt ze zich een beetje schuldig en gaat ze twijfelen of het wel echt waar is.

Alles wat je in het boek over een ander te weten komt is wat Judith over diegene denkt. Daarom kunnen de karakters van de belangrijkste bijpersonen ook het best weergegeven worden aan de hand van wat Judith over hen denkt:

- Joost is de man van Judith. Over hem denkt ze, wanneer ze samen in de woonkamer zitten: "Joost zit daar zijn krant te lezen en ik ben blij met hem. Zijn haar is aan de lange kant, zijn krullen steken horizontaal uit zijn hoofd. Ik ben trots als ik met hem op straat loop: alle meisjes kijken, Joost is een knappe jongen. Waarom heb je mij getrouwd, vroeg ik, ik ben zo onopvallend. Om de kuiltjes in je wangen als je lacht, zei hij - en ik lach veel als hij er is, ik lach nu hoewel hij niet naar me kijkt, ik lach omdat Joost me door met me te trouwen, de kans gegeven heeft een echt volwassenmensen-leven te leiden." (blz.12/13)

- Diana is de buurvrouw van Judith en de vrouw waarmee Joost een relatie krijgt. Over haar zegt Judith: "Ik bewonderde haar ook, natuurlijk (dat kan niet wederkerig zijn geweest). En op een hele vreemde manier had ik, terwijl ik haar bewonderde, ook met haar te doen. Want éen ding kon ik beter dan zij, hoewel het geen eigenschap was die door haar hoog werd gewaardeerd: ik kon tevreden zijn met éen ander mens in een huis te leven - Diana had een exclusieve relatie altijd benauwend gevonden."(blz. 155)
Judith bewondert Diana en hoewel ze enerzijds haar vijand is, wil ze anderzijds ook haar vriendin zijn. Door de rol die Diana speelt in het leven van Joost, gaat ze ook automatisch een rol spelen in Judiths leven. Judith is telkens in gedachten met haar bezig en alles doet haar aan Diana herinneren. Dit komt misschien ook omdat Diana en Judith als het ware elkaars tegenpolen zijn.

- Max is de man van Diana. Judith zegt het volgende over hem: "Ik weet het niet met Max. Soms denk ik hij is aardig, maar dan weer lijkt het of ik alleen de oppervlakte zie, dat hij daar onder al die tijd zijn eigen dingen denkt. Ik ken hem niet. [...] Zijn manier van spreken is precieus. Ja, zegt hij dan, nu word ik wel heel persoonlijk - en komt met iets gewoons. Of: ik weet niet waarom ik er lust in heb je dit te vertellen - en ik denk: lust. Maar hij is niet iemand om in vertrouwen te nemen, dat zie ik wel." (blz. 124)

Tijd en perspectief
Het verhaal speelt in de jaren zeventig. Dit tijdstip is van belang, omdat dit de tijd is van de seksuele revolutie waarin 'alles mag dus alles moet'. Veel mensen gaan vreemd omdat iedereen dat nu eenmaal doet, maar zoals blijkt uit het huwelijk van Judith en Joost gaat dit niet altijd goed.

De vertelde tijd is de tijd waarin Judith wacht op haar zwangerschapstest en nadenkt over haar verleden: 2 uur in totaal. De verteltijd bedraagt 215 bladzijden. Aangezien ik langer dan 2 uur over dit boek deed, is de verteltijd langer dan de vertelde tijd.

Het heden van het verhaal is chronologisch verteld, maar bevat vele flahbacks en terugverwijzingen. Van dit heden weet de ik-persoon net zo min als de schrijver hoe het af zal lopen. Ze beleeft mee wat er gebeurt en er is dus sprake van een vision avec. Omdat de ik-persoon het verhaal vertelt spreken we van een belevend ik.

Ruimte
Het verhaal speelt zich af in het huis van Judith, in de woonkamer van Diana, in de auto van Hugo, op de appartementen van de jongens met wie Judith vreemd gaat en op de bruiloft van Judiths broer. Deze ruimten spelen een kleine rol in het boek, omdat het vooral gaat om het beschrijven van de gedachten en gevoelens van de ik-persoon en het weergeven van de gebeurtenissen op een tweede plaats komt. De ruimten worden dan ook niet of nauwelijks beschreven.

Taalgebruik en stijl
In het boek worden gedachten en beschrijvingen afgewisseld met natuurlijke en levendige dialogen. Er wordt vaak gebruik gemaakt van spreektaal of opzettelijke taalfouten om woede, twijfel of gewoonweg menselijkheid weer te geven. De zinnen zijn kort en gemakkelijk van opbouw. Soms worden er moeilijke woorden gebruikt, maar over het algemeen is er sprake van gemakkelijk taalgebruik. Meinkema gebruikt ook archaïsmen, dialiectwoorden en nieuwe samenstellingen, zoals 'volwassenmensenleven'. Het boek bevat zwarte humor en ironie, wat ervoor zorgt dat het minder zwaarwichtig en serieus wordt.

Biografische gegevens
Hannemieke Stamperius werd op 12 september 1943 geboren in een artsengezin in Tiel. Ze kreeg samen met een dochter uit haar stiefvaders eerste huwelijk en twee later geboren stiefzusjes een strenge opvoeding van haar ouders.

Ze studeerde Nederlandse taal- en letterkunde en algemene literatuurwetenschap te Utrecht. In 1977 promoveerde ze op Marsmans 'Verzen', toetsing van een ergocentrisch interpretatiemodel. Na haar studie trouwde ze met de leraar Eise Postma.

In 1974 was haar eerste roman, De maaneter, verschenen onder het pseudoniem Hannes Meinkema (een anagram). Gebeurtenissen die een grote invloed op haar leven hebben gehad zijn de dood van haar moeder en de betrokkenheid bij het feminisme. Na haar succesvolle boek En dan is er koffie had ze van 1978 tot 1981 zitting in het bestuur van het Leidse Vrouwenhuis en in de redactie van het feministische tijdschrift Chrysallis.

Behalve romans, verhalenbundels, een dichtbundel, bloemlezingen, inleidingen en tekstuitgaven, wetenschappelijke studies en spelen voor radio en televisie, publiceerde Hannemieke Stamperius wetenschappelijke artikelen in De Nieuwe Taalgids, boekbesprekingen in het NRC en artikelen over vrouwen en literatuur in Opzij.

Thematiek
Hoofdthema's in het werk van Hannes Meinkema zijn verraad, driehoeksverhoudingen en de samenhang daartussen. Daarnaast spelen de verbindingen tussen seksualiteit en het verschil in beleving tussen mannen en vrouwen, verlangen naar veiliheid, morele chantage en de moeder-dochter relatie een belangrijke rol. Haar personages kennen het verlangen naar eenheid, veiligheid, vertrouwen en de behoefte aan familie of een kind, maar beseffen daarentegen ook dat iedereen eenzaam is en dat er geen echt contact tussen mensen mogelijk is. In het werk van Meinkema is er vaak sprake van een groot verschil tussen het gedrag van mensen en datgene wat zij denken. De binnenkant van personen wordt beschreven en ze pellen als het ware laag na laag af van hun innerlijk en kunnen écht vrij worden door bewustwording en zelfkennis. Een terugkerend thema is dan ook de beschrijving van de ontwikkelingen die vooraf gaan aan het maken van een keuze.

Stijl
De stijl van Meinkema wordt door critici vaak beoordeeld als slordig. Haar taalgebruik is een mengsel van allerdaags Nederlands en grove taal. Soms maakt ze gebruik van archaïsmen, dialectwoorden, samenstellingen en woorden die een nieuwe betekenis krijgen. Ze gebruikt bovendien haar eigen uitdrukkingen om relaties te beschrijven zoals 'klem zitten' en 'te dichtbij komen'.

Techniek
In het werk van Hannes Meinkema is een duidelijke structuur te herkennen. Deze structuur is, met name in Het binnenste ei, vrij ingewikkeld. Er zijn acht hoofdstukken, alle voorzien van een titel en enkele motto's. Drie soorten tekst worden afgewisseld. Cursief wordt het wachten op een zwangerschapstest heel nauwkeurig beschreven, tussen vierkante haken staat fragmenten uit het dagboek van de hoofdpersoon en deze twee soorten teksten worden onderbroken door terugblikken en herinneringen. In alledrie de tekstsoorten staan de gedachten van de verteller tussen ronde haken. Ook is er in het boek een toneelmatige scène die afwijkt van de ik-vorm. Hierin wordt een situatie beschreven ('Men ziet...'). Er ontstaat hierdoor een afstand tussen de hoofdpersoon en wat er gebeurt en is een symbool voor het gebrek aan betrokkenheid van de ik-persoon bij de situatie. Deze duidelijke structuur van het werk vormt een contrast met de chaos in het denken van de hoofdpersoon, die in veel gevallen - tijdelijk- instabiel is.

Ontwikkeling
Er is niet echt sprake van een ontwikkeling in de denkbeelden van Meinkema, maar wel van een accentverschuiving. In de latere boeken speelt het verlangen naar een kind een belangrijkere rol en lijken de personages meer greep op zichzelf en hun leven te hebben. De lesbische thematiek wordt in haar latere werken bovendien openlijker besproken.

Relatie leven-werk
De boeken van Hannes Meinkema zijn niet echt autobiografisch, maar gaan wel over zaken die een belangrijke rol in haar leven spelen of hebben gespeeld. De eigen ervaringen die ze gebruikt worden wel vervormd. Vaak is wel een parallel te trekken met het leven van de auteur. Alle hoofdthema's zijn terug te voeren op Meinkema's leven, zoals de complexe moeder-dochter verhouding, het verraad en de driehoeksverhouding.

Visie op de wereld
Meinkema gaat uit van het conflict tussen hoe men is en hoe men gezien wordt. In haar opvatting worden vrouwen in onze maatschappij nog altijd benadeeld en worden hun daden bekenen vanuit hun vrouw-zijn. Meinkema wil met haar boeken de lezer hierover na laten denken als stap op de weg naar volkomen gelijkwaardigheid. Haar visie op eenzaamheid is dat er geen wezenlijk contact tussen mensen mogelijk is.

Kunstopvatting
In haar werk stelt Meinkema het innerlijk van mensen, vooral vrouwen, centraal. Om zo'n ingewikkelde belevingswereld goed weer te geven, maakt ze gebruik van verschillende middelen. Een daarvan is de montagestructuur. Het binnenste ei bestaat uit theoretische stukken over verlies en geluk, flashbacks en de beschrijving van het wachten op een zwangerschapstest. Er is in sommige boeken ook sprake van een verspringend perspectief waardoor de gebeurtenissen door de ogen van verschillende personen worden bekeken. Naast het beschrijven van wat zich in de mens afspeelt, is het voor Meinkema belangrijk om emoties bij de lezer op te roepen. Meinkema zet zich af tegen de 'toon van zwaarte' die zij in de Nederlandse literatuur te vaak bespeurt. Een illustratie daarvan is de opmerking waarmeen Het binnenste ei begint:
"Ernst weegt het zwaarts. Zelden zal een roman bijvoorbeeld gelukkig eindigen, want auteurs zijn heus niet gek. Die spelen niet lichtzinnig met de literaire allure van hun producten. Alleen ongeluk wordt serieus genomen."

Traditie / verwantschap
Meinkema wordt vaak ingedeeld bij feministische auteurs, vrouwenliteratuur of realisten. Realisme is echter niet haar doel. Het is het middel om het eigenlijke doel te bereiken: de lezer aan het denken zetten. Hoewel ze duidelijk een feministe is, is ze geen feministische schrijfster. In haar boeken laat ze zich namelijk ook op een kritische manier uit over het feminisme en maakt ze er bepaald geen propaganda voor.

Kritiek en publieke belangstelling
De publieke belangstelling voor Meinekma's werk staat haaks op de waardering in de literaire kritiek. Het publiek herkent zichzelf in het beschrevene, maar de critici beoordelen en veroordelen de structuur, de taal en de uitwerking van de personages. Desondanks werden al haar boeken na korte tijd herdrukt. Het binnenste ei werd door sommige critici geprzen om de verrassende wendingen, de zorgvuldige waarnemingen en de stijl, maar door anderen verworpen vanwege de voorspelbaarheid, de te geringe diepgang, de chaotische opbouw en het slordige taalgebruik. De reacties op haar andere boeken variëren van extreem negatief tot gematigd positief. Meinkema zelf heeft vaak de nodige vraagtekens geplaatst bij de waarde van literaire kritiek.

Achtergronden van het boek
Meinkema voelt zich in haar streven om ingewikkelde processen op een leesbare wijze te verwoorden, verwant aan de Angelsaksische literatuur. Voor wat betreft het structureren van haar werk heeft ze veel overeenkomsten met W.F. Hermans. Zij is van mening "Dat er in een literair kunstwerk niet zomaar wat aan verteld moet worden, maar zolgvuldig moet worden geconstrueerd, en dat een schrijver elk woord precies op de plaats zet waar hij of zij het heeft willen hebben" (- Schrijver eerste klas).

Bibliografie
Primaire literatuur
- Het binnenste ei. Amsterdam / Brussel: Elsevier, 1978

Secundaire literatuur
- Dr. P.J. Verkruijsse, De Nederlandse en Vlaamse auteurs. Weesp: de Haan, 1985
- Margreet Janssen Reinen, Kritisch literatuur lexicon. Groningen: Nijhoff, 1985
- Elma Drayer, [interview met Hannes Meinkema], in: Vrij Nederland, 10 april 1993
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen