U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jona Oberski - Kinderjaren.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=657 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1434 woorden.

Jona Oberski, Kinderjaren, BZZTôH ‘s-Gravenhage, 6e druk1984



Motivatie

Mijn vader is nogal geïnteresseerd in de Tweede Wereldoorlog, dus ik vroeg hem of wij een goed boek in de kast hadden, voor school. Ik liet hem de lijst zien van het protocol, en hij zei me dat ik maar eens bij mijn tante moest vragen of ze Mijn kleine oorlog had van Louis Paul Boon. Die had ze niet, maar ze had wel dit boek. Zodoende.



Samenvatting

Jona Oberski is op 20 maart 1938 in Amsterdam geboren. Zijn ouders zijn van Duitsland naar Nederland gevlucht, omdat ze Joods waren.

Het boek begint als de hoofdpersoon ongeveer drie jaar is. Met zijn moeder zit hij in een barakkenkamp. Ze zegt tegen hem dat het een vergissing is en dat ze snel weer naar huis gaan. En inderdaad, na een week mogen ze weer naar huis. Thuis gaat het gewone leven verder.

Op een dag wordt het gezin gedwongen door een aantal Duitse soldaten mee te komen. Ze komen terecht in het kamp Westerbork. Ze blijven daar een aantal dagen, tot ze overgeplaatst worden naar Bergen-Belsen. In het nieuwe kamp worden ze van de vader gescheiden.

Op een zekere dag blijkt de vader jarig te zijn. In het geheim gaan het jongetje en zijn moeder naar hem toe. Zijn ouders hebben hem lang niet meer zien en willen alleen zijn. Het jongetje moet buiten bij de bewaker blijven wachten, maar als hij zijn ouders hoort kreunen, denkt hij dat er iets mis is.

Weer een tijd later moet het jongetje naar de ziekenbarak omdat zijn vader ziek ernstig is. De verpleegkundige stuurt hem naar zijn moeder om haar te halen voor het te laat is. Het jongetje raakt afgeleid en vergeet de boodschap te vertellen. Hij komt pas laat aan, maar alsnog zijn ze kunnen ze erbij zijn als de vader sterft. Jona is bang dat zijn moeder sterft omdat ze de hand van zijn vader kuste. Ze vertelt hem dat je alleen ziek kan worden als je op de mond kust.

Van de andere kinderen in het kamp moet het jongetje het ketelhuis binnengaan, om te bewijzen dat hij tot de groten behoort. Hij gaat dit ketelhuis binnen en hij ziet daar allemaal lijken liggen. Hij zoekt zijn vader, maar kan hem niet vinden. Nadat hij zijn moeder heeft verteld waar hij was, wordt ze boos en ontsmet hem meteen. Ze zegt dat hij niet in het ketelhuis, maar in het knekelhuis is geweest.

Na een lange periode worden het jongetje en zijn moeder weer op de trein gezet. Het jongetje krijgt een slaappil. Wanneer hij wakker wordt, blijkt dat hij twee weken geslapen heeft. Ze reizen al die tijd al. Nadat de trein stopt, worden ze bevrijd Russische soldaten. De trein vertrekt en brengt hen naar Tröbitz.

De moeder van het jongetje ligt in het ziekenhuis. Samen met Trude brengt hij een bezoek aan haar. Zijn moeder is er zeer slecht aan toe. Een paar dagen later vertelt Trude dat ze niet meer naar zijn moeder kunnen omdat ‘de weg is afgesloten’. Van een zekere Eva hoort het jongetje wat Trude bedoelde met de afgesloten weg: zijn moeder is dood.

Eindelijk kan de jongen terug naar Amsterdam, hij is bijna acht. Hij komt in een pleeggezin terecht. Wanneer zijn pleegmoeder hem kust, moet hij overgeven. Hij moet het zelf maar opruimen, het is geen kind meer.



Eerste Persoonlijke Reactie

Het boek greep me erg aan, je leest de beschrijvingen van het jongetje terwijl hij telkens niet de ernst van de situatie begrijpt, maar jij wel. Dat is gewoon naar om te lezen.

Het is ook een verwarrend boek, tijden zijn niet duidelijk, je weet niet wanneer welke periode van de oorlog wordt bedoeld.

Uitgewerkte mening

Het boek gaat over het leven in een concentratiekamp als klein kind. Jonge mensen beleven de wereld anders dan volwassenen. De novelle is boeiend, want in de 101 bladzijdetjes gebeurt er toch heel veel. Naast de bovenstaande samenvatting zijn er ook nog observaties van Jona, die niets met de hoofdlijn van het verhaal te maken hebben, maar hem als kind wel bezig houden; “ik zag de regenstralen op mijn hand neerkomen. Telkens op een andere plaats gaven de druppels mij een koud tikje.”

Het onderwerp lijkt soms heel oppervlakkig beschreven. Er worden nauwelijks, of alleen hele basale emoties beschreven. Door weinig emoties te gebruiken, krijgen de nare gebeurtenissen toch meer nadruk. Zo lijkt het Jona niet te kunnen schelen dat zijn vader sterft, wat een shockerend effect heeft.



Het belangrijkste in het boek is als het gezin op de trein worden gezet. Daarmee begint alle ellende pas echt. Want er wordt gezegd dat ze naar Palestina gaan, terwijl ze aankomen in een barakkenkamp.

De gebeurtenissen volgen elkaar chronologisch op, dat merk je omdat de gebeurtenissen logisch uit elkaar voortvloeien. Alleen de precieze lengte van elke gebeurtenis – een dag, een week, maanden – zijn niet op te maken uit de teksten.

Het indrukwekkendste wat er gebeurt, vind ik als Jona naar “het ketelhuis” gaat. Hij zoekt twee uur (dat werd later tegen hem gezegd, maar het leek tien minuten) naar het lijk van zijn vader, ook al weet dat hij dood is. Ik begreep niet waarom hij hem perse wilde zoeken. Toch besefte ik toen pas goed dat Jona dingen anders beleeft dan een ouder persoon.

Dit boek zet je meteen aan het denken over hoe de rest van het leven van een oorlogskind verloopt. Aan het einde van het boek raakt de jongen in paniek als hij gezoend wordt. Met dat soort sociale achterstanden, vraag ik me af of hij geen buitenbeentje wordt.



De hoofdpersoon is heel onwetend, Jona denkt niet vaak voor zichzelf. Als hij in paniek raakt, zoekt hij zo gauw mogelijk zijn moeder. Ik vind dat de hoofdpersoon niet echt een karakter heeft. Het hele boek door, denk hij op dezelfde manier, terwijl hij steeds ouder wordt. Kinderen zijn erg veranderlijk, en toch lijkt Jona in die vijf jaar geen psychologische ontwikkeling te maken. Ik zou dus zeggen dat Jona een flat character is.

De rest van de personages komen een stuk levensechter over. In het echt kan je ook niet iemands gevoelens lezen. Vanwege de ik-vertelsituatie, krijg je niet “alwetend” de gedachten mee van de hoofdpersonen. Aan de reacties kun je overigens wel merken hoe de verschillende personen ongeveer zijn. De moeder van Jona is bijvoorbeeld heel beschermend, angstig en ze wordt naarmate het verhaal vordert, steeds wanhopiger. Ik zou haar meer een round character vinden.

Soms keurt de moeder het gedrag van Jona af, terwijl hij nog maar een kind is. Zo maakt hij een keer een lange neus naar een Duitse soldaat, omdat de kinderen hem opstookten. De moeder geeft hem uit onmacht een klap. Gewoonlijk zou ze dat vast niet doen, die reactie komt voort uit de spanning die de moeder heeft door het leven in een concentratiekamp. Ik zou het gedrag van Jona in die situatie misschien ook afkeuren. Maar als lezer niet, hij is zo onwetend.



Het verhaal is niet echt spannend te noemen, er zitten geen complotten of harde actie in. Toch zit er wel degelijk spanning in het boek. Dit lijkt door de opbouw te komen, je weet wel ongeveer wat er gebeurde met Joden in concentratiekampen, maar je wist door de rare tijdsduur niet wanneer iets zou gebeuren.

Er zaten geen flashbacks in, het jongetje lijkt zelfs geen herinneringen te hebben. En het hele verhaal wordt beleefd door zijn ogen. Aan het einde bleef ik wel met de vraag zitten hoe zijn leven verder zou lopen, na zulke trauma’s opgelopen te hebben. Het was wel een gesloten einde, want wat ik me afvroeg was niet van belang in het verhaal zelf.



Het taalgebruik van de schrijver Jona Oberski is vrij simpel. Het zijn korte zinnen, en er wordt veel simpel taalgebruik als “ Ik zei” en “ Mama vroeg” gebruikt. Dit heeft hij natuurlijk gedaan om aan te geven dat hij het echt als kind beleeft had.

Er zijn wat meer beschrijvingen dan dialogen, maar deze verhouding is niet ergerlijk. Dat er meer beschrijvingen zijn komt omdat er toevoegingen bij zijn, die alleen belangrijk voor een kind. Zo staar er op bladzijde 34: “Brommend vloog er een vliegtuig over.” Met daarbij: “mijn buik bromde mee” Als dit verhaal vanuit een volwassene was geschreven, betwijfel ik of het er gestaan zou hebben.



Eindoordeel

Ik vond het boek eigenlijk wel irritant soms om te lezen, vanwege de korte zinnen en de weinige emoties van de hoofdpersoon, maar dit was ook precies de reden waarom het zo aangrijpend was. En niet in de laatste plaats dat zo’n jong leven zo vaak met de dood in aanraking komt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen