U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Giles Diggle - Het Hanengevecht.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/290 en is laatst upgedate op 23/02/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3366 woorden.

1. Over het boek



a. De titel: Het Hanengevecht.

b. De auteur: Giles Diggle, en het boek is vertaald door Helene Reid

c. De uitgeverij: origineel: Farber and Farber Limited, London.

vertaling: Jenny de Jonge, Amsterdam

Het jaar van uitgave: 1992, vertaald in 1995

Druk van het boek: 1e Nederlandse druk

d. Aantal pagina’s: 225



2. De titelverklaring



Op de nieuwe school waar Douglas op komt, worden vaak gevechten gehouden.

Het gaat erom wie er het beste is, wie er de leider wordt.

Het groepje waarbij ze vechten is een erg gevaarlijk groepje, je moet er geen ruzie mee krijgen. Wazzer is de leider van het groepje.

Als er gevochten wordt door leerlingen op school in opdracht van Wazzer, dan is degene die wint ‘Wazzer zijn Haan.’ Dit wil zeggen dat de winnaar dan ook bij het groepje hoort. Ze noemen het boek: ‘Het Hanengevecht’ omdat de wedstrijden op die school, op hetzelfde neerkomt als de gevechten bij hanen. (Hanengevechten) Het woord ‘Haan’ wordt ook regelmatig in het boek gebruikt.



3. De inhoud



Hoofdstuk 1:

Douglas Wainwright is 15 jaar en 1.80m lang. Hij is pas verhuisd van Swindon naar Bridgeford. Zijn ouders hebben een winkel: ‘Fish & Chip Shop’.

Douglas heeft ook een hond die Scooter heet. Hij is 12 jaar en 30 cm lang.

Toen Douglas Scooter aan het uitlaten was, ontdekte Scooter een dode jongen die in de netten van een goal lag op een voetbalveld: David Cruickshank (12 jaar)

Douglas ging waarschuwde de politie. David bleek doodgebeten te zijn door een herdershond. Omdat Douglas zoveel in de Fish en Chip Shop werkte stonk hij erg naar vis. Hij werd er meteen mee gepest op zijn nieuwe school die de ‘Edward Sickert’ heet. Er werden allemaal zakken met vissenvellen en patat enz. over hem heel gegooid. Vanaf die dag kreeg Douglas de bijnaam ‘Snoek’.

In het boek en in mijn boekverslag wordt hij verder ook als Snoek benoemd.







Hoofdstuk 2:

Snoek zijn moeder had de kleren allemaal gewassen zodat ze niet meer zo naar vis stonken. In de pauze werd er gevochten op school.

Het was oneerlijk; een kleintje tegen een grote.

Toen Snoek erop af liep om de kleine te redden werd hij door Alan Farmer (die in het boek de bijnaam Knook heeft) tegengehouden. Hij riep: “Niet doen Snoek, vanaf nu is de dikke Wazzer z’n haan!” Toch ging Snoek erop af en haalde ze uit elkaar. Toen kwam er een jongen (Wazzer) en die liet hem een liniaal zien.

De liniaal was zo geslepen dat het een mes was geworden.

Even later weer in de les stelde een jongen zich aan Snoek voor als Eddie Mattocks. Hij legde het hele verhaal met die messen uit, maar dat wordt later uitgebreider behandeld.



Hoofdstuk 3:

Toen Snoek ‘s nachts niet kon slapen begon Scooter ineens te blaffen.

Toen Snoek vader waarschuwde en ze gingen kijken, zagen ze Knook braken.

Hij had veel te veel gedronken en er zat een leeg medicijndoosje in z’n zak.

Vader belde de ambulance. Snoek ging Knook thuis opzoeken de dag erna.

Knook woont in een soort van opvangcentrum. Snoek ontmoette Joanie (Joan), die leeft ook in dat huis. Hij zag ook de ouders van Joanie.

Knook vertelde wat dat van die ‘Hanen’ betekende; er worden gevechten gehouden op school en de winnaar is de Haan. Net als in Hanengevechten.

Toen Snoek wegging vroeg hij nog het adres van Eddie. Eddie woont tegenover Wazzer.



Hoofdstuk 4:

Snoek gaat bij Eddie op bezoek.

Eddie vertelt hem verder hoe het hele messen-systeem in elkaar zit.

De leider is Wazzer. (Priem) Hij heeft een lemmet (mespunt) van 8 cm.

Het lemmet van de broer van Wazzer die inmiddels al van school af is was 10 cm. Een vriend van Wazzer is de aanvoerder van de zeven Stekers. (de lemmeten van de Stekers lopen van 3 tot 6 cm) Dan heb je de Schrapers, (hun mespunt is bot) en dan de Stompers. (Die slaan altijd met de knokkels op iemands schedel)

En als laatste de lopers. (dat zijn een soort spionnen, ze houden alles in de gaten)

Eddie vertelt ook dat er geld ingezet wordt op de ‘Hanengevechten.’

Snoek en Eddie besluiten om Wazzer eens een lesje te leren. Elkaar ontmoeten is te gevaarlijk, dus daarom gaan ze communiceren via het netwerk op school.









Hoofdstuk 5:

Snoek spreekt met Knook ergens af. Knook vertelt Snoek dat hij denkt dat Wazzer David Cruickshank heeft vermoord. Snoek moet de huissleutel van Wazzer te pakken zien te krijgen en als dat lukt gaan Snoek en Knook het huis van Wazzer onderzoeken. Ook vertelt Snoek aan Knook over het communiceren via het netwerk op school. Knook vindt het een goed idee.



Hoofdstuk 6:

Om op school op het netwerk te komen, was heel moeilijk. Snoek vroeg aan z’n geschiedenisleraar of hij wat dingen van dat vak op de computer mocht doen. (dat vroeg hij als smoesje) Toen kwam Emma Bradshaw en die hielp Snoek.

Toen Emma weg was ging Snoek meteen op ‘t netwerk. Het was gelukt!

Toen Snoek thuiskwam had Wazzer hem een dode snoek toegestuurd.

Zijn vader was kwaad en ging met Snoek naar de rector van school.

Maar eigenlijk zou Snoek met Knook bij Wazzer het huis gaan onderzoeken, want Snoek had de sleutel te pakken gekregen. Dit ging dus niet door, en ze spraken een andere datum af om bij Wazzer in te breken.



Hoofdstuk 7:

Snoek heeft een afspraakje met Emma. Ze gingen naar het Jeugdhonk.

Daar was iets voor de jeugd te doen. En natuurlijk had Wazzer alles bedacht.

Toen ze er aan het rondkijken waren kwamen ze Wazzer en Jefferson (de aanvoerder van de zeven Stekers en de ex-vriend van Emma) eraan.

Snoek sprak met Wazzer af dat Snoek een eigen Haan ging zoeken, en dat die Haan dan 1 van de Hanen van Wazzer uit mocht kiezen om te vechten.

Emma zei dat zij voor de Haan van Snoek ging zorgen. Snoek vertelde het hele verhaal van het netwerk aan Emma, en ook over hun plannen.



Hoofdstuk 8:

Emma en Snoek konden geen Haan vinden. Snoek ging naar Emma toe.

Jefferson was er ook. Hij vertelde dat hij stopte met al dat gedoe met Wazzer.

Hij vond het te serieus worden en te gevaarlijk. Jefferson gaf ook nog zijn mes aan Snoek voor het geval Snoek die nog nodig had.

Ook gingen Snoek en Knook op onderzoek uit in het huis van Wazzer.

Ze hadden een muilkorf, een survivaltijdschrift en enkele telefoonnummers gevonden. Maar op het einde toen ze bijna wilden gaan, kwam Wazzer’s broer thuis. Ze hadden hem op de grond geslagen via een deur, en toen zijn ze snel weggerend. Maar Wazzer’s broer kwam hun wel achterna…









Hoofdstuk 9:

Wazzer’s broer was in z’n bestelauto gestapt en ging achter Knook aan.

Snoek ging rustig weg en bekeek de muilkorf. Het was een blikje in de vorm van een muilkorf. Het survivaltijdschrift had ook met politiehonden te maken…

Toen Snoek weer op school aankwam ging hij meteen weer op het netwerk en typte een bericht in. Toen Snoek voetbaltraining had op school (want hij zit in het schoolteam) haalde een andere jongen Jefferson keihard onderuit, met opzet! Jefferson moest naar het ziekenhuis.

De dag erop ging Snoek naar de wc en hoorde Knook boven zich roepen.

Knook zat in de kruipruimte tussen het plafond en de muur. Ze praatten wat en hij hoorde dat de telefoonnummers van allemaal oude Stekers en Priemen enz. waren.



Hoofdstuk 10

Snoek had geen eigen Haan gevonden en ging in z’n eentje naar Wazzer en z’n groep toe. Op het laatste moment kwamen Joan en Emma eraan gelopen, en die sloegen een jongetje uit de eerste in elkaar. Toen ze klaar waren gingen ze op onderzoek uit in een loods. (Knook had ontdekt dat Wazzer en z’n broer en nog anderen daar vaak zaten) Op een één of andere manier waren ze binnengekomen.

Snoek had David Cruickshank’s skateboard ontdekt. Er waren ook pitbulls binnen.

Het zag ernaar uit dat Wazzer z’n hond David vermoord had…



Hoofdstuk 11

Toen Snoek de volgende dag thuis van school kwam was Scooter er niet.

Vader zei dat hij waarschijnlijk weg was gelopen. Snoek wist meteen dat Wazzer hem ontvoerd had. Hij ging naar Emma en toen gingen ze samen naar de loods. Daar in de buurt kwamen ze Eddie nog tegen. Toen Emma naar huis moest gaf ze nog het oude ‘mes liniaal’ aan Snoek. Knook kwam ook nog. Ze ontdekten dat er nu de Hanengevechten werden gehouden met Wazzer en z’n groep, Wazzer z’n broer en alle oude Priemen en Stekers enz. Ook werden er honden meegenomen.

Schijnbaar moesten de honden ook meevechten, dus Scooter dadelijk ook!

Knook had een plan. Ze gingen iedereen opsluiten door het slot te vervangen, en de rest van de wanden met vuur te omsingelen.

Maar eerst moesten ze de bewakers weg zien te krijgen…













Hoofdstuk 12

Ze hadden de bewaker onopvallend aangevallen, en een prop in z’n mond gestopt.

Het slot was zo vervangen. Snoek keek naar binnen op een ladder via een raam. Hij zag dat iedereen dronken was, en dat de gevechten begonnen. Eerst onderling. Even later begonnen de gevechten met de honden; er werden stokjes in een halsband van een hond gestoken, en je had 3 minuten de tijd om de stokjes eruit te halen. Dus zo was David vermoord! Ze begonnen ze met de aanval toen het moment aangebroken was. Snoek sprong naar beneden de loods in en pakte Scooter. Toen kwam Knook en die omsingelde één wand met vuur.

Eddie kwam eraan die zetten de volgende wand in brand. Snoek pakte Wazzer, Knook bleef daar, en Eddie pakte Scooter over.

Snoek belde de brandweer en de politie, en Knook kwam er ook al aan.

Sommigen probeerden weg te komen. Alles was verder goed gekomen op school.

Maar nog steeds zou het Hanenvechten niet over zijn in andere steden, waar de ex-Stekers en Priemen vandaan kwamen. Ook voelde Snoek zich alleen.

Emma zou gauw genoeg verhuizen, en Eddie ook. Knook zou zich bezig gaan houden met andere zaken, maar wat moest Snoek doen?

Hij kon alleen maar hopen en volhouden.



4. Het probleem



Het probleem van het boek is dat er steeds gevechten gehouden worden op school, alleen voor de macht! Wazzer is de leider. Niemand durft er iets aan te doen, want anders worden ze zelf in elkaar geslagen, of met een mes bewerkt. Ook is er een jongen vermoord. (Volgens de politie doodgebeten door een hond) De jongen was de beste vriend van Knook. Knook, Snoek en Eddie denken dat Wazzer iets met de dood te maken heeft.

Ze gaan op onderzoek uit, en communiceren via het netwerk op school, omdat elkaar ontmoeten te gevaarlijk en opvallend is.





















5. Hoofdpersonen



a. Wie zijn de belangrijkste personen uit het boek?

? Douglas Wainwright; een jongen van 15 jaar. Hij is erg groot; 1.80 m.

Douglas zijn bijnaam is Snoek omdat zijn ouders een eigen winkel hebben: Fish & Chip Shop. Douglas werkt er vaak, en daarom ruiken hij en zijn kleren ook naar vis. Vandaar de naam Snoek. Douglas wordt door zijn ouders meestal Dougie genoemd, maar wordt in het boek constant als Snoek aangesproken.

Douglas is een gevoelige jongen, en is snel beledigd. Hij is ook een dappere kerel, omdat hij de strijd tegen Wazzer aangaat, en hij is erg trouw tegen zijn vrienden. Hij maakt trouwens ook vrij snel vrienden, en was op zijn vorige school ook erg populair. Douglas is een hulpzame, knappe en sympathieke jongen die in de loop van het boek volwassen begint te worden.



? Alan Farmer; een jongen van 14 of 15 jaar. Zijn lengte staat er niet in.

Hij woont in een tehuis. Zijn bijnaam is Knook, en de reden daarvan wordt niet in het boek genoemd. Alan is een best agressieve, maar evengoed aardige en sympathieke jongen. Hij is best teruggetrokken en maakt ook niet zo snel vrienden. Soms heeft hij depressieve buien en dan slikt hij gevaarlijke medicijnen en/of drinkt hij zich dronken. Hij loopt weleens weg van huis.

Alan wil graag veel aandacht hebben. Hij is niet zo’n durver als Douglas, maar in omgeving van vrienden durft hij alles. Alan is ook minder volwassen als Douglas, en is niet overdreven knap of zo, gewoon normaal.



? Eddie Mattocks; een jongen van 15 jaar. Zijn lengte wordt niet genoemd.

Eddie is een hele slimme jongen, hij doet dan wel op school niet zo zijn best, maar is heel zelfstandig en verstandig. Hij weet goed wat hij doet.

Hij is verliefd op Emma Bradshaw, maar die gaat in het begin van het boek met Jefferson, en daarna met Douglas. Eddie’s huis is best verwaarloosd en ligt tegenover Wazzer’s huis. Eddie spijbelt heel vaak van school, maar dat vindt zijn moeder niet erg. Het huis wordt dan tenminste schoongehouden.

Eddie is niet zo overdreven knap, en heeft verstand van computers.

Hij zou zo in elke computer kunnen binnenkraken.

Eddie is best klein en heeft heel zijn gezicht vol met sproeten. Hij heeft een bril, en wil later contactlenzen, maar die koopt hij als hij genoeg geld heeft verdiend met zijn krantenwijkje.











? Wazzer; een jongen van 15 jaar. Zijn lengte is normaal, rond de 1.70 of zo. Wazzer is de vijand in het verhaal, en is geen aardige jongen. Hij heeft een groepje waarover hij de Priem (leider) is en organiseert wedstrijden.

Hij is een echte onaardige jongen, eigenlijk een watje. Want hij is helemaal niet zo sterk, hoor! Wazzer is erg bazig en denkt dat hij alles kan maken.

Maar zonder vrienden is hij niks. Wazzer is een jongen waar je liever niets mee te maken wil hebben. Over zijn uiterlijk is niets bekend, maar hij zal wel een normaal gezicht hebben, niet knap, maar ook niet lelijk.



b. Wat hebben de hoofdpersonen met elkaar te maken en hoe

zijn hun relaties met elkaar?

Snoek, Knook en Eddie zijn vrienden van elkaar, samen zetten zij de strijd in tegen Wazzer, de vijand. Snoek kan iets beter met Knook optrekken dan met Eddie, maar de relatie met Eddie is ook niet slecht. Eddie en Knook kunnen niet zo goed met elkaar optrekken, maar dat zijn meer de vooroordelen. Toch werken zij samen, doordat ze verbonden zijn via Snoek.

Wazzer is de vijand van Snoek, Knook en Eddie, dus de relatie tussen hun is erg slecht. Ze houden elkaar constant in de gaten en Wazzer bedreigd hen regelmatig.



c. Hoe gaan de hoofdpersonen met het probleem om, en zou ik

het zelf anders doen?

Snoek, Knook en Eddie proberen het probleem (Wazzer) te bestrijden.

Ze communiceren via het netwerk, Wazzer mag immers niets van hun samenwerking komen te weten. Wazzer doet alles met zijn mes en met zijn vrienden en broer. Ik zelf zou als ik Wazzer was gewoon niet zo stom doen, en als ik Snoek, Knook of Eddie was zou ik zo doorgaan. Ze gaan heel slim te werk en zijn Wazzer bijna altijd te slim af. Wazzer heeft er niets van in de gaten, en dat is juist de bedoeling.



d. Kun je bij de hoofdpersonen spreken van type(s) of

karakter(s)?

* Snoek is een karakter. In de loop van het verhaal wordt hij steeds leuker en

sympathieker.

* Knook is een type. Hij blijft dezelfde stugge jongen, maar is wel aardig. Hij

verandert eigenlijk niets.

* Eddie is ook een type. Hij is een slimme jongen, maar blijft dat ook.

Hij is ook het hele boek lang verliefd op het zelfde meisje.

* Wazzer is ook een type. Hij is en blijft een vervelende, en bazige jongen!



6. Vertelsituatie



Het boek heeft te maken met een ik-verteller. De grootste hoofdpersoon is Douglas Wainwright (ookwel Snoek genoemd), en Douglas is dan ook de ik-persoon. Op die manier kom je veel te weten van de manier van denken van Douglas, over zichzelf en anderen. Je komt er al gauw achter dat hij een goede jongen is. Doordat het hele verhaal vanuit Douglas gaat krijg je echter nog wel genoeg informatie over alles, en het is helemaal niet onduidelijk of zo.



7. Plaats



Het verhaal speelt zich af in Brigefort, op school, en op het einde van het boek in de loods. (Zie hoofdstuk 11 en 12) Dit heeft eigenlijk niet echt een grote invloed op het verhaal, het had net zo goed in een andere school of plaats kunnen gebeuren. Van de andere kant is de school wel weer van invloed, want de mensen er omheen hebben ook veel met het verhaal te maken.



8. Tijd



a. Wanneer speelt het verhaal zich af?

Het verhaal speelt zich af vanaf eind augustus tot ergens in de winter, niet zoveel jaren geleden. Dat het rond de winter is dat weet je door de tekst, vaak worden er wel namen van maanden genoemd, en dat het niet zoveel jaar geleden is weet je doordat het netwerk op de computers gebruikt wordt. Het netwerk bestaat nog niet zolang, en zeker niet op scholen. Het zal rond het jaar 1992 zijn.



b. Hoeveel is de verteltijd en hoeveel de vertelde tijd?

Omdat het een ik-verhaal is, gebeurt eigenlijk alles in de tegenwoordige tijd,

dus in de verteltijd. Héél soms gebeurt het dat iemand iets aan Knook vertelt dat in het verleden was gebeurd, maar dat is misschien 3% van het hele boek.



c. Is het verhaal in chronologische volgorde verteld?

Geef eventueel een duidelijk voorbeeld van een flash back of van een flash forward.

Het verhaal wordt bijna in het geheel in chronologische volgorde verteld.

Dit komt mede doordat het een ik-verhaal is, je leest alles wat op dàt moment gebeurt. Heel soms dan vertelt Knook aan de ik-persoon (Snoek) iets over David of over zijn verleden, en dan is er een flash back van net een halve bladzijde of zo.

9. Beoordeling



Ik vond het boek wat ik heb gelezen een interessant boek.

Het was eigenlijk heel erg leerzaam, en je was erg benieuwd naar hoe dat probleem nou uiteindelijk opgelost werd. Je kunt je fantasie er erg bij gebruiken want aan het eind van het boek is het eigenlijk nog steeds een raadsel hoe Douglas nou verder moet. Al meteen vanaf het begin is het verhaal leuk en spannend, soms zelfs grappig, en dat loopt tot de laatste regel door.

Doordat het een ik-verhaal is kun je je erg inleven in de betreffende personen en kom je vele informatie te weten die het nog leuker maken.

Meestal lees ik een boek met een alwetende-verteller, dus dit is ook leuk voor de variatie. Het boek gaat over computers, je komt dingen te weten die je nog niet wist. Het gaat over het onderwerp pesten en mishandeling, dingen waar veel mensen in het dagelijks leven te maken krijgen.

Het boek is voor 14 jaar en ouder, maar je kunt niet zeggen dat de zinnen die erin staan te moeilijk en onbegrijpbaar zijn, het boek is gewoon goed te volgen.

Ik had steeds de drang om verder te lezen.



10. De schrijver



Op het blaadje dat ik gekregen heb over het boekverslag, stond niet op over de schrijver. Ik heb er daarom geen informatie over gehaald, maar hier volgt wel wat informatie die je via het boek kan afleiden:



De schrijver van het boek: Het Hanengevecht is een Giles Diggle, een Engelander. Ik denk dat hij nog niet zo oud is, want het boek is op een moderne manier geschreven. Ik denk dat Giles iemand kent die ooit gepest of mishandeld is, of misschien is hij dat zelf wel ooit. Hij maakt in het boek op een goede manier duidelijk op wat voor manier de betreffende persoon(en) gepest en mishandelt worden, en heeft goede oplossingen.

Een duidelijk goede schrijver die goed over het leven nadenkt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen