U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Doeschka Meijsing - Robinson.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1766 en is laatst upgedate op 03/12/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1766 woorden.

Uitgeverij

Querido



Plaats en jaar van uitgave

Amsterdam, 1993



Jaartal eerste druk

1976



Samenvatting

Het boek Robinson gaat over het meisje Robinson. Zij verhuist naar een nieuwe stad samen met haar moeder. Haar vader is een zeeman, die bijna nooit thuis is. Ze komt ook op een nieuwe school, waar ze een jongen ontmoet. Deze jongen heet Daniël. Hij blijkt later de neef van de rector te zijn. Later maakt ze ook kennis met haar lerares Duits, Johanna Freida, die op een andere manier les wil gaan geven dan dat het eigenlijk moet. Maar de rector keurt dit idee af. Zij wordt daar woedend om en doet toch wat zij zelf wil. Daniël wordt verliefd op Johanna Freida. Als de vader van Robinson voor de kerst thuiskomst ontmoet hij Johanna Freida. Een week later ontdekt Robinson dat haar vader en Johanna Freida een verhouding hebben. Ook Daniël komt hier op een gegeven moment achter en hij wil wraak nemen. Daarom gaat hij naar de moeder van Robinson om haar over de verhouding te vertellen. Zij begint te klagen tegen de rector en hij vindt daardoor eindelijk een reden om Johanna Freida te ontslaan. Als aan het einde van het schooljaar ook Daniël van school gestuurd wordt, merkt Robinson dat ze, nu Johanna Freida en Daniël weg zijn en ze haar vader niet meer vertrouwt, niemand meer heeft.



Personagebeschrijving

De hoofdpersoon van dit boek is Robinson. Ze is zeventien jaar oud en komt na de verhuizing in de vijfde klas te zitten. Ze voelt zich schuldig dat ze een meisje is omdat haar vader liever een zoon had gehad. Ze hield veel van de verhalen die haar vader vertelde als hij terugkwam van de zeereis. "Haar vader had haar daarover verteld en die had het weer van zijn vader. Zeemansverhalen die van vader op zoon gingen en bij haar bleven steken." (p.58) Ze is erg eenzaam. Ze ziet zichzelf als "Een dochter in plaats van een zoon, een naam in plaats van een werkelijkheid, een eiland in plaats van het vasteland." (p.54) Als Robinson na haar verhuizing op haar nieuwe school komt lijkt alles nogal mee te vallen. De rector lijkt aardig maar hij is gevaarlijk stelt Robinson vast. "Zijn gezicht leek vermoeid en goedmoedig, maar keek men beter dan zat er in bovenlip en oogleden genoeg gewicht om hem gevaarlijk te kunnen noemen." (p.9)

Robinson geeft nooit echt haar eigen mening weer tegen anderen. "Robinson haalde haar schouders op: ' 't Interesseert me niet,' zei ze maar tegelijkertijd wist ze dat ze loog." (p.17) Robinson is altijd voor iedereen op haar hoede, vooral voor haar moeder, die 'door' deuren heen kan kijken. "Kleine Robinson, vijf jaren oud, hoefde maar via de keuken de kamer binnen te komen om tot haar stomme verbazing te horen dat haar moeder wist dat ze uit de suikerpot had gesnoept. De oplossing voor dit raadsel was even simpel als doeltreffend: Moeders kunnen door deuren kijken. Jaren later wist Robinson die jeugdige ontsteltenis wel te relativeren door aan te nemen dat er suikerkorrels aan haar mondhoeken waren achtergebleven. Maar alles laat zijn sporen na in dit leven: moeders kunnen door deuren kijken." (p.10)

Op de nieuwe school ontmoet ze Daniel, hij is een rare jongen, die alleen over heksen en duivels praat. Toch is hij haar enige vriend op school. Aan het eind van het jaar blijft Daniel zitten en moet hij van school. Ze vindt het toch jammer ondanks dat hij te veel praat en haar af en toe irriteert. Daniel vertrouwt ze niet. Ze vertrouwt haar vader wel.

Robinson voelt zich als een eiland, alleen op de wereld. Er is nooit iets waar ze echt van geniet en zich echt fijn voelt. Als ze iets akeligs heeft meegemaakt, zoals de verhouding tussen haar vader en Johanna, haar Duitse lerares, voelt ze zich alsof "…al het water in haar lichaam molecuul voor molecuul tot ijs stolde, weliswaar in de vorm van prachtige ijskristallen, maar ook hard en koud van vuur." (p.81) Ze voelt zich vaak niet echt, geen echte persoonlijkheid. Dat blijkt in dit citaat: "Het was een ander die voor Robinson speelde, dat was ze zich al die tijd bewust. Zijzelf was wel in deze kamer aanwezig, maar als lucht, als een schim die naar zichzelf kon kijken." (p.80)

Robinson wilde graag verlost worden van haar enorme eenzaamheid. Ze wacht daarom op iets. "Ze wacht op iets, op een storm die de windstilte zal verbreken, op een witschip dat haar mee zal voeren over zeeën, op die ene ontmoeting die alle anderen overbodig zal maken." Robinson ziet Johanna Freida als dat witte schip, als de verlossing van haar eenzaamheid. Daarom heeft ze ook zo'n grote bewondering voor Johanna en trok ze het zich erg aan toen Robinson ontdekte dat haar vader iets met Johanna had. Robinson raakt vanaf toen steeds meer geïsoleerd van de 'echte wereld'.



Robinsons moeder woont samen met Robinson. Haar man is bijna nooit thuis omdat hij kapitein is. "Na vijftien jaar grote handelsvaart was er van hun huwelijk niet veel meer over dan kortstondige vrijpartijen in de kamer naast die van Robinson en avondjes uit, waar haar moeder steevast versteend van terugkwam. Misplaatst fatsoen hield hen bij elkaar." (p.52)

De verhouding tussen Robinson en haar moeder is niet echt goed. Ze begrijpen elkaar niet maar Robinson vermijdt ruzies door steeds haar gelijk te geven.



Robinsons vader Henk is een fatsoenlijke man volgens haar. Robinson heeft veel bewondering voor hem. Ook al kent Robinson hem nauwelijks. Het valt haar zwaar tegen wanner ze hoort dat hij een relatie heeft met Johanna Freida. Robinson had het gevoel dat Johanna 'van haar' was en nu pakt hij haar af.



Daniel Bierwolf is de enige vriend van Robinson en is een lastige jongen, van kleins af aan was hij dat al. Veel mensen denken dat hij erg brutaal en agressief is. "Daniel liep op de nieuwe school rond als een held die op een afstand moest worden gehouden, als een getekende die leraren het hoofd insloeg of krankzinnig maakte, een onberekenbare zwartkop van wie men nog moest zien of hij getemd kon worden." (p.23) Hij heeft zwart haar en blauwe ogen. Van al zijn vorige scholen is hij weggestuurd, maar hij mocht wel op deze school komen, omdat hij het neefje van de rector is. Hij wordt verliefd op zijn lerares Duits en hij wordt erg als hij de verhouding tussen Johanna Freida en Robinsons vader ontdekt. Hij vertelt de verhouding aan de moeder van Robinson.



Johanna Freida is lerares Duits. Robinson heeft veel bewondering voor haar. Robinson ziet haar als een wit schip, een verlossing van haar eenzaamheid. Volgens Robinson ziet ze er alsvolgt uit: "Ze heeft asblond haar, een hoog voorhoofd, donkere ogen onder laatdunkende oogleden en een onwaarschijnlijk rode, volle mond." (p.40)Zij wil dat de leerlingen zelfstandiger leren werken en geeft taken die de leerlingen zelfstandig moeten maken. Hierdoor krijgt ze ruzie met de rector en wordt ze ontslagen.



Spanningsopbouw

Het probleem dat in het verhaal aan de orde wordt gesteld is hoe de hoofdpersoon, nadat zij en haar ouders verhuizen, geïsoleerd raakt. Dat komt doordat de hoofdpersoon, Robinson, de personen om haar heen, o.a. haar vader, niet meer vertrouwd of hun niet meer kan zien omdat ze weg moeten gaan (Johanna Freida en Daniel Bierwolf).



De ruimte waar het zich afspeelt is zeer belangrijk voor het boek. De plaatsen waar het verhaal zich afspeelt zijn: de kleine provincie stad waar Robinson en haar ouders wonen, de school waar Robinson op zit, en op het Ijsselmeer. De plaatsen worden duidelijk beschreven: "Een keurige school, neergepoot op nog keuriger gazons; veel glas, zoals Robinson al opgemerkt had, zodat je nooit ongezien door de gangen zou lopen, veel beton, veel abstracte kunst aan de muren." (p.12)



De verteltijd is 116 pagina's. De vertelde tijd is ongeveer een jaar. Het begint aan het begin van het schooljaar, en het eindigt aan het eind van datzelfde schooljaar. Het verhaal wordt chronologisch verteld, met een flashback in hoofdstuk vier, met als functie de situatie duidelijker te maken. Meijsing wisselt te vaak van onderwerpen waardoor het moeilijk is om het verhaal goed te begrijpen.



Het boek is verdeeld in zeven hoofdstukken die niet getiteld zijn. De eerste vijf hoofdstukken gaan over de periode tot en met de kerstvakantie, waarbij de gebeurtenissen in die vakantie de belangrijkste zijn. De laatste twee hoofdstukken gaan over de periode tot en met de zomervakantie waarbij de Paasvakantie het belangrijkste is.



We zien de gebeurtenissen door de ogen van een van de personages, namelijk door de ogen van Robinson (=zij figuur). Het effect van het gekozen perspectief is dat je de gedachten van haar leert kennen, hoe ze deel neemt aan de gebeurtenissen kom je te weten en vanuit haar standpunt leer je de anderen kennen: " De week dat ze weer op school waren kreeg Robinson donderdags bericht dat ze om kwart over drie bij de rector werd verwacht. Ze keek vragend naar Daniel. Die haalde niet begrijpend zijn schouders op." (p.29)



Oordeel

In het begin begreep ik niet zoveel van het boek omdat het steeds onderbroken wordt door andere verhalen. Je krijgt de hoofdpersoon, Robinson, heel goed te kennen. Dat komt doordat je haar gedachten kan lezen. Ze vertelt en denkt na over alles wat ze ziet en hoort, zodat je zelf ook een beeld kan krijgen van wat er aan de hand is. En dat vond ik best wel goed van het verhaal.

Het einde is een beetje triest, omdat Robinson zich eenzaam voelt als Daniel naar Zwitserland gaat en Johanna Freida ontslagen wordt. Het boek lijkt op een doodsimpel verhaal over een meisje dat allerlei dingen meemaakt in een nieuwe stad, maar het is ook een verhaal over een meisje dat steeds geïsoleerder komt te staan. Toch vind ik het boek saai en erg voorspelbaar geschreven.

Ik vond vooral het karakter van Daniel humoristisch omdat hij zich raar gedraagt en te veel praat, o.a. over duivels en heksen. Ik vond hem vooral grappig toen hij twee Duitse liedjes zong, in de feestavond, gekleed als vrouw.

Ik vind niet dat er een belangrijke thema aan orde wordt gesteld in het boek, want er zijn belangrijkere thema's dan de eenzaamheid van een 17 jarige meisje.

Ik vind het niet goed van Johanna Freida dat ze een verhouding heeft met de vader van Robinson terwijl ze wist dat hij getrouwd was. Ik vind het wel dom van Robinson dat ze aan het begin van de zomer vakantie al weet dat ze de herexamens niet haalt en doet niet haar best om ervoor te leren.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen