U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jaap Ter Haar - De Wereld Van Beer Ligthart.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20351/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1772 woorden.

Schrijver: Jaap ter Haar



Titel: De Wereld Van Beer Ligthart



Aantal bladzijden: 160



Uitgever: Van Holkema & Warendorf



Jaar van uitgave: 2001



Jaar van eerste druk: 1973



Bijzonderheden: Hij is bekroond met de gouden griffel in 1974.

En eigenlijk heette het boek: ‘ het wereldje van Beer Ligthart.’



Titelverklaring: Het gaat over een jongen die blind wordt, en als je blind bent leef in je eigen wereld. En dit boek gaat over de wereld van Beer Ligthart.



SAMENVATTING: Berend Ligthart was een gewone jongen die net als alle andere kinderen leefde. Hij heeft een zusje van 9 jaar, Annemiek. En een vader en moeder, waar het in het huwelijk niet zo goed gaat. Hij heeft 2 vrienden, Goof en Bennie. Hij zat ook op voetbal.



Beer ligt in het ziekenhuis, hij heeft een ongeluk gehad. Pas na drie dagen is hij weer bij bewustzijn. Beer weet niet waar hij is. Zuster Wil vertelt dat zij zijn zuster is en dat hij in het ziekenhuis ligt.

Beer probeert te achterhalen hoe het ongeluk gebeurd is. Hij herinnert zich dat hij angstig geroepen heeft dat hij niks kon zien, en geschreeuwd had waar zijn ogen waren.

Hij schrikt, en opeens beseft hij dat hij zuster Wil nooit in de werkelijkheid zou zien. En dat hij ook nooit meer zijn zusje, ouders, vrienden, school, een voetbalwedstrijd en alles daarom heen nooit meer zou kunnen zien.

Zuster Wil die weg was gegaan bleef lang weg. Zo kon Beer goed nadenken met wat er met hem gebeurd is. Toen ze terug kwam, vroeg Beer of hij echt nooit meer kon zien, zuster Wil vertelde het eerlijk. Beer dacht dat zijn ouders het nog niet wisten en hij zou het ze net zo rustig vertellen zoals zuster Wil dat had gedaan. Toen z’n ouders kwamen wisten zij het al. Zijn moeder huilde. En ook Beer moest huilen.

Beer wilde weten hoe het ongeluk gebeurd is. Hij was zonder uitkijken achter een bal aangerent, en viel met zijn gezicht in de tanden van een hark, die een tuinman aan de kant had gelegd.

Beer kon ‘s morgens vroeg altijd horen dat het ochtend was. Dan hoorde hij de zusters op de gang, met de rinkelde kopjes en bordjes van het ontbijt. En ze maakten de gordijnen open. De uren van de dag konden in geluiden worden uitgedrukt.



Op een morgen riep Beer zuster Wil en riep dat zijn leven geen zin meer had, en dat hij het niet meer aankon. Volgens zuster Wil moest je, wat je overkomen was, niet als een groot drama gaan zien. Ze liet Beer voelen aan haar wang, het was rimpelig. Haar hele linkerwang is verbrand. Volgens zuster Wil moet je zoiets beschouwen als een kleine ramp, want anders heb je geen leven.



Een paar dagen later moet Beer worden overgeplaatst naar een andere afdeling, daar leert hij leuke mensen kennen. Zijn beste vrienden worden de student en Gerrit.

De student vertelt Beer een groot geheim, de student weet dat hij over een paar weken dood gaat. Beer vindt het verschrikkelijk en vraagt zich af of de student het hem ook verteld zou hebben als hij niet blind was geweest.



Een paar dagen nare én leuke tijden in het ziekenhuis gehad te hebben mag Beer naar huis. Hij vindt het vreselijk om afscheid te nemen.

In het ziekenhuis heeft Beer geleerd dat hij vroeger veel ste veel naar het uiterlijk keek in plaats van het karakter. Zo zei zijn oma op een dag dat ze de student een enge man vond. Beer was toen verschrikkelijk kwaad geworden en had geroepen, dat het wel z’n beste vriend is. Maar nu zal hij zijn beste vriend nooit meer zien.



Thuis aangekomen is alles anders dan hij verwacht had. In het ziekenhuis had het allemaal zo makkelijk geleken, maar hoe moest hij nou naar school? Hij wist dat hij van iedereen afhankelijk zou zijn, en dat vindt Beer verschrikkelijk.

Ook de trap op lopen is moeilijker dan Beer gedacht had.

Z’n ouders zijn erg behulpzaam. En willen alles doen om Beer te helpen. Zo hebben ze een braille voor Beer gekocht en een kast met vakken.

Beer merkt wel dat het erg goed gaat tussen zijn ouders, en wanneer hij aan zijn zusje vraagt of ze nog ruzie hebben gehad, en zei ‘‘nee’’ antwoordt, is hij al een stuk vrolijker.



Beer en zijn moeder zitten elke morgen op de braille te oefenen, alleen het lukt nog helemaal niet! Beer wil weer heel graag terug naar het lyceum, waar zijn vrienden ook zitten. Maar dan moet hij wel heel hard oefenen. Tjeerd helpt hem daar ook bij. Dat is een jongen uit z’n klas, die vroeger altijd heel stil was.



Beer gaat met Bennie en Goof mee naar het voetbalveld. Vroeger speelde Beer ook altijd in dat team, maar nu kan dat niet meer. Hij krijgt van zijn team een tandem.

Beer weet niet zo goed wat hij zeggen moet.



Een paar weken hard wezen werken en leren, gaan de vader en moeder van Beer naar de rector om te vragen of Beer terug naar het lyceum kan.

Ze komen terug met slecht nieuws…

De rector vindt dat het beter is dat Beer niet meer terug komt. Beer is woedend en vind het niet eerlijk!



Beers ouders gaan een paar dagen later weer heen, want ze willen heel graag het beste voor Beer, en ze denken dat het lyceum dat is. Maar nogmaals mag Beer niet komen.

Dan besluiten zijn vader en moeder, met pijn in hun hart, toch maar een keer een kijkje te nemen bij het blindeninstituut. Beer weet er niks van, maar van oma weet Beer dat ze in Bussum zijn. Naar een receptie, zegt oma. Beer gaat naar het park. Daar kan hij altijd rustig nadenken. Hij denkt aan Bussum, dat ze daar een keer langs reden en toen het blindeninstituut zagen. En zonder er verder nog over na te denken weet Beer dat ze niet naar die receptie zijn maar naar het blindeninstituut.



Het was Beers vader en moeder niet tegen gevallen, en het lijkt hun echt het beste dat Beer daar heen gaat. Ook Beer weet dat het beter voor hem zou zijn.

En dus staat de koffer al klaar voor vertrek.

De afgelopen weken heeft Beer veel over zichzelf, de mensen en het leven geleerd.

Het zou een vermoeide, lange reis zijn, het leven in het blindeninstituut, maar toch heeft Beer er het volste vertrouwen in!











































Beoordeling: Het was een goed boek! Je gaat je helemaal verdiepen in wat Beer allemaal mee maakt. Er werd alleen niet verteld hoe oud hij was, dat was wel jammer, maar hij zou wel een jaar of 14/15 geweest zijn.

Er werd alleen niet meer verteld hoe het leven in het blindeninstituut was, dat vond ik ook wel jammer, want ik zou wel willen weten hoe dat geweest zou zijn.

Het kan allemaal ook waar gebeurd zijn, en zulke boeken vind ik altijd erg leuk om te lezen.



Gelezen: Oktober ’01



Verslag gemaakt: Oktober ’01



Waarom gelezen: Ik las in de bibliotheek de achterkant van het boek, en dat ging dus over blindheid en toen wilde ik dat boek heel graag lezen, omdat ik dat interessant vind.



Iets over de schrijver: Jaap ter Haar werd geboren in 1922 in Hilversum. Hij groeide op in een religieus gezin en wilde graag dominee worden, maar de Tweede Wereldoorlog stak daar een stokje voor. Na de oorlog ging Jaap ter Haar werken bij de Wereldomroep. Hij was inmiddels getrouwd en had vier kinderen. Om bij te verdienen schreef hij hoorspelen voor de NCRV. De eerste gingen over Saskia en Jeroen, een ondeugende tweeling, waar zijn eigen tweeling model voor stond.

De serie was zeer succesvol en hij ging verder met schrijven over jonge kinderen. De verhalen over Ernstjan en zijn eend Snabbeltje volgden. Net zoals de verhalen over Eelke, het stadsjongetje wiens vader boswachter wordt. Over Lotje, het dochtertje van de dierentuindokter verschenen in totaal zes deeltjes.

Toen zijn kinderen wat ouder werden ging hij geschiedenisboeken schrijven voor de oudere jeugd. Spannende verhalen verlevendigden de geschiedenis van onder andere Noord-Amerika, de Franse revolutie en Rusland. Er verschenen boeken over Koning Arthur, Parcival en Tristan & Isolde. Jaap ter Haar schreef avonturen en historische jeugdromans zoals Noodweer op de Weisshorn, Drie meisjes op zolder en Parcival.

In 1965 werd Jaap ter Haar uitgenodigd voor een schrijverscongres in Rusland, omdat hij de De geschiedenis van Rusland had geschreven. Daar ontmoette hij de Russische schrijver Boris Makarenko, die hem rondleidde op de begraafplaats van Peskaryowskoye. Daar liggen de stoffelijke resten van bijna 700.000 mannen, vrouwen en kinderen, die omgekomen waren bij het beleg van Leningrad. Zijn Russische collega vertelde hem aangrijpende verhalen over dit beleg. Zijn relaas inspireerde Jaap ter Haar tot het schrijven van Boris (1966).



Boris brengt op een aangrijpende manier de ervaringen van kinderen in oorlogstijd erg dichtbij. In 1967 kreeg het net niet de bekroning ‘Kinderboek van het Jaar’ van het CPNB. De jury kwam niet tot overeenstemming; ze kon niet kiezen tussen Kinderverhalen van Paul Biegel, De zevensprong van Tonke Dragt en Boris. Een groepje recensenten vond dit te gek voor woorden en kwam bij elkaar om zelf het beste kinderboek van het jaar aan te wijzen. Volgens dit groepje was dit Boris. De Rotterdamse kinderjury kwam tot dezelfde conclusie.



Na het schrijven van Boris werkte Jaap ter Haar bijna vijf jaar lang dag en nacht aan Geschiedenis der Lage Landen, dat in vier delen verscheen (1970-1971). Hij kreeg er de Nienke van Hichtumprijs voor. Dit boek was hem het dierbaarst, maar zorgde er uiteindelijk voor dat hij de pen neerlegde. Wat hij hierin geschreven had, kon hij naar zijn eigen idee nooit meer evenaren. Voor Het wereldje van Beer Ligthart (1973), een boek over een visueel gehandicapte jongen, kreeg hij een Gouden Griffel. Daarna stopt Jaap ter Haar definitief met schrijven: hij wisselde de pen in voor het penseel. Vanaf dit moment schilderde hij alleen nog maar.



In de jaren dat Jaap ter Haar schreef, drukte hij een duidelijk stempel op de jeugdliteratuur. Hij was een van de auteurs die meewerkten aan de emancipatie van het kinderboek. Hij zorgde ervoor dat kinderboeken serieus genomen werden. De verhalen van Saskia en Jeroen behoorden tot de eerste verhalen waarin dagelijkse belevenissen van gewone kinderen centraal stonden – voor die tijd verschenen er alleen verhaaltjes over kabouters, beren en prinsesjes! Bovendien gaf Jaap ter Haar de historische jeugdroman een ander aanzien. Het werd weer een genre dat de moeite waard was om te lezen. Voor deze wapenfeiten zullen de lezers van nu hem nog steeds dankbaar zijn!





Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen