U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Doeschka Meijsing - Robinson.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1764 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2639 woorden.

Titel

Robinson



Auteur

Doeschka Meijsing



Uitgever

Wolters-Noordhoff bv



Originele uitgever

Querido's uitgeverij B.V.



Jaar van uitgave

1993



Eerste druk

1979



Aantal bladzijden

84



Titel en motto

De titel van het boek is makkelijk te verklaren. De hoofdpersoon van het boek heet Robinson. De moeder van de hoofdpersoon vindt het een stomme naam voor een meisje, maar de vader wilde dat zijn kind Robinson heette, omdat hij graag een jongen had gewild. Toen het een meisje werd, heette ze evengoed Robinson. De naam Robinson komt ook overeen met de Robinson uit het boek "Robinson Crusoë". Die was ook eenzaam. Het motto luidt :" Ah, the world! Oh, the world!" van Herman Melville(uit Moby-Dick). Het eerste deel duidt op verbazing en verwachting, het tweede deel duidt op teleurstelling. Dit slaat min of meer op het schooljaar van Robinson, die als nieuwe leerlinge op een middelbare school terecht komt.



Inhoudsweergave

Tijdens een snikhete zomer verhuizen het zeventienjarige meisje Robinson en haar moeder van de hoofdstad naar een provinciestad. Robinsons vader is kapitein-ter-zee. De nieuwe school valt Robinson mee, al is ze op haar hoede voor de rector. Met de neef van de rector, Daniël Bierwolf, trekt Robinson veel op. Daniël is ook nieuw op school, van de vorige is hij weggestuurd. Zijn oom moet hem in de gaten houden. Daniël is een buitenbeentje. Hij praat veel met Robinson over het kwaad en de duivel. Robinson wil liever over schuld praten. Zij voelt zich schuldig, maar weet niet waarom. Op een middag moet ze bij de rector komen, die door haar moeder was gebeld omdat ze ongerust was over de vriend die Robinson scheen te hebben. De rector waarschuwt Robinson dat hij geen gedonder wil met Daniël. Huilend zwerft Robinson door de stad, maar in plaats van haar moeder te haten, richt ze haar boosheid tegen zichzelf. 's Avonds schrijft ze in gedachten een brief aan haar vader. Toen Robinson bij de rector moest komen, zag ze de nieuwe lerares Duits, die tegen de rector schreeuwde en de deur hard dichtsloeg. Deze lerares, Johanna Freida, boeit Robinson. Ze ontdekt dat Johanna Freida onrust zaait op school door haar alternatieve pedagogische methode. Ook Daniël bewondert haar. Tijdens een opvoering vlak voor kerstmis, die door Johanna Freida geregisseerd wordt, zingt Daniël met valse stem een lied, waarvan de tekst zijn oom openlijk uitdaagt. Als Daniël na de pauze als vrouw verkleed nog een lied zingt, last de rector de voorstelling af. De volgende ochtend komt Daniël Robinson ophalen om samen met haar zijn verontschuldigingen aan Johanna Freida aan te bieden. Robinson is opgewonden. Een paar dagen later komt Robinsons vader thuis. Het huwelijk van Robinsons ouders is doodgebloed, ze blijven alleen bij elkaar uit misplaats fatsoen. Op een dag gaan Robinson, haar vader en Daniël schaatsen. Ze komen Johanna Freida tegen. Na een schaatswedstrijd, waarbij Daniël vlak voor de eindstreep valt en tot voor de voeten van Johanna glijdt, gaan ze wat drinken. In het cafe probeert Robinsons vader indruk te maken op de lerares Duits. Na de vakantie vindt Robinsons moeder een bont ijsmutsje in de broekzak van haar man. Robinson doet alsof het van haar is, maar het is van Johanna Freida. Robinson probeert de betekenis ervan te verdringen. Ze gaat op in de natuurkundeles over water en ijskristallen. Daniël komt steeds vaker bij Robinson huiswerk maken. Hij is stiller geworden na de vakantie en heeft veel last van migraine. Op een middag gaat hij met Robinson naar bed. Daarna vertelt hij snikkend dat Robinsons vader en Johanna Freida, een verhouding hebben. Een week lang volgt Robinson Johanna, dan gaat ze naar haar toe om het mutsje terug te brengen. Johanna bevestigt de verhouding, en om Robinsons hart stapelen zich ijskristallen. Het gaat steeds slechter op school met Robinson. Ze kan Daniëls onophoudelijke geklets, nu over heksen, steeds minder verdragen. Ze voelt zich steeds buitengesloten. Haar moeder is actief in het oudercomite. Tijdens de paasvakantie komt Robinsons vader weer thuis. Hij nodigt Robinson en Daniël uit voor een zeiltocht over het Ijsselmeer. Johanna Freida is er ook. Het uitstapje wordt een mislukking als Daniël tegen Johanna gilt dat ze ontslagen is en best weet waarom. De zomervakantie brengt Robinson in de bibliotheek door. Ze heeft twee herexamens. Daniël is blijven zitten en gaat van school af. Vlak voor hij op vakantie gaat verteld hij Robinson dat hij de verhouding tussen haar vader en Johanna aan haar moeder verteld heeft, en dat zij de rector op de hoogte gebracht heeft, met als gevolg dat Johanna's voorlopige aanstelling niet verlengd wordt. Robinson ziet een verhuiswagen voor de deur van Johanna Freida staan. Ze wil niet meer verder. Voortaan zal alles anders zijn dan vroeger. De herexamens zal ze niet halen. Toch gaat ze die hete zomer braaf elke dag naar de bibliotheek, waar ze staart naar een vierkantje zonlicht op een oud muurtje. Aan het eind van een middag barst er kopermuziek los op het plein. Robinson heeft het gevoel dat de vrolijke muziek wegloopt van haar, een richting uit die zij ook zo graag gegaan was.



Personages

Robinson

Ze is een zeventien jarige gymnasiaste. Ze is erg behoedzaam omdat haar moeder alles binnen de kortste keren tegen haar vertelde wat ze los liet. Ze droomt veel vooral over een onbewoond eiland in de Stille Oceaan, dat "Robinson" heet. Het ligt geheel geïsoleerd en Robinson zelf leeft ook behoorlijk geïsoleerd. Op school is haar enige vriend Daniël. Ze weet niet of ze met hem blij moet zijn. In daniël ziet ze dingen van zichzelf en daarom gaat ze met hem om. In tegenstelling tot haar moeder kan ze goed met haar vader opschieten, alleen zit die bijna altijd op zee. Het is ook een schok voor haar als ze erachter komt dat haar vader in het geheim een verhouding met de Duitse lerares Johanna Freida heeft. Robinson zag haar als een schip, teken van hoop, die haar van het eiland "Robinson" naar het vaste land zou kunnen brengen.



Daniël Bierwolf

Hij is een klasgenoot van Robinson. Hij is lastig en een buitenbeentje, en wordt niet erg door Robinson vertrouwd. . Hij heeft verder geen vrienden, en is de jongste van vijf kinderen thuis. Daniël is het neefje van de rector. Ook hij is nieuw op school. Van een paar scholen is hij afgetrapt, en wordt aan het eind van het boek ook van deze school afgetrapt. Dit komt omdat hij behoorlijk brutaal is, zo vraagt hij bijvoorbeeld in de godsdienst les of hij mag vertrekken omdat hij er niets aan vindt en vertrekt gewoon. Hij is ook degene die Robinson overal mee naar toen neemt als hij weer iets uitgevoerd heeft. Verder praat hij veel. Met Robinson, die van nature niet veel spreekt, praat hij over alles. Vooral over de duivel en over heksen. Hij overreedt Robinson met hem naar bed te gaan, alleen uit wraak, omdat haar vader een verhouding heeft met Johanna Freida, op wie hij verliefd is. Daarom vertelt hij Robinsons moeder van het overspel, en Johanna wordt ontslagen. Aan het eind van het boek haat ze hem en hoopt ze hem nooit meer te zien.



Henk

Hij is de vader van Robinson, een zeeman die voor het grootste gedeelte van het jaar op zee zit. Robinson vindt dit niet leuk. Hij heeft een slechte relatie met zijn vrouw, en blijven alleen samen voor hun omgeving(uit fatsoen). Hij krijgt een geheime relatie met Johanna Freida.



Robinsons Moeder

Ze is een mooie, zelfbewuste vrouw, die uit misplaatst fatsoen bij haar man blijft. Ze lijkt haar dochter als hopeloos geval te beschouwen. Ze begrijpen elkaar niet, maar Robinson vermijdt echte ruzies door de lieve dochter uit te hangen zonder veel van zichzelf te vertellen.



Johanna Freida

Haar naam lijkt op de naam van een schip. Zij is degene die alle verder ontmoetingen overbodig maakt. Haar lachen is geschater waardoor je gratis in de hemel komt. Door haar rebellie tegen de rector lijkt ze ook een piraat. Robinson was vol verwachting aan het nieuwe schooljaar begonnen, en Johanna Freida leek de vervulling van haar hoop te zijn. Maar haar vader kaapt Johanna voor haar neus weg en Robinson blijft eenzaam op haar eiland, zonder nog iets van het leven te verwachten.



De Rector

Robinson is voor hem op haar hoede, omdat hij op haar moeder lijkt. Hij regelt het leven op school, zoals haar moeder dat thuis doet.



Opbouw

Het boek is verdeeld in zeven hoofdstukken, die ieder genummerd zijn. Verder zijn er geen bijzonderheden te vermelden.



ruimte

De ruimte waar het zich afspeelt is zeer belangrijk voor het boek. De plaatsen worden duidelijk beschreven. De plaatsen waar het verhaal zich afspeelt zijn: de kleine provincie stad waar Robinson en haar moeder zijn gaan wonen, de school waar Robinson op zit, en op het Ijsselmeer.



Tijd

De verteltijd is 84 bladzijden. De vertelde tijd is ongeveer een jaar. Het begint aan het begin van het schooljaar, en het eindigt aan het eind van datzelfde schooljaar. Het verhaal wordt chronologisch verteld, met een flash-back in hoofdstuk vier.



Perspectief

Het is een personaal perspectief, het verhaal wordt voornamelijk vanuit Robinson(=zij figuur) gezien. Het effect van het gekozen perspectief is dat je Robinson goed leert begrijpen, je leert haar kennen, en vanuit haar standpunt leer je de anderen kennen.



Thema en motieven

Er zitten veel motieven in het verhaal. De groei naar de volwassenheid, de liefde-haat verhouding tussen Daniël en Robinson, de sterke an Rina en op hun bijna gestrand huwelijk. Steeds meer gaat hij zich interesseren voor het raadselachtige leven van Eline Breksel, de moeder van Rina. Hij blijkt niet de enige te zijn die in Eline geinteresseerd is. Ook de arts Meinderts heeft grote belangstelling. Meinderts en Siebeling ontmoeten elkaar in het huis, in het hotel waar Jurjen verblijft en in de verwaarloosde praktijkruimte van Meinderts. Meinderts vindt in het huis van Breksel een zelfpotret van Eline in de gedaante van een nimf, waarop staat: " Et in Arkadia ego-Arethusa E.B." Stukje bij beetje vertelt Meinderts het verhaal van Eline Breksel, althans voor zover hem dat bekend is. Jurjen vindt brieven van Rina's grootvader waarin deze verslag doet over Rina's opvoeding aan de familieleden op het huis Breksel en vermoedelijk ook aan Rina's moeder. Het blijkt dat er een grote liefde bestaan heeft tussen Meinderts en Eline Breskel. Ze waren van kindsaf met elkaar bevriend en groeiden min of meer samen op. Toch kwamen ze uit twee verschillende werelden. Breskel met zijn verfijnde eruditie was heel anders dan het huis van Meinderts' vader, een eenvoudige dorpsarts. Eline Breskel die aanvankelijk een tekenstudie begonnen was, brak deze af omdat ze vond dat ze geen talent had. Sedertdien stond ze met haar ouders op gespannen voet. Meinderts was inmiddels ook arts geworden en nam de praktijk van zijn vader waar. Hoewel veel erop leek dat ze zouden trouwen, wilde Eline uiteindelijk toch niet. Ze wilde niet leven met iemand die voor haar zijn diepste vrijheid opgaf. Meinderts verdween toen uit het dorp en heeft haar nooit meer ontmoet. Eline trouwde met de officier van Starvold; na de geboorte van Rina pleegde Eline, volgens de officiele lezing, zelfmoord in zee. Haar lichaam is echter nooit ontdekt. Na de dood van haar vader werd Rina streng door haar grootouders opgeboed. Deze leerden haar dat overgevoeligheid, impusiviteit en verbeeldingskracht uit den boze waren. Nadenkend over zijn huwelijk, realiseert Jurjen zich dat Rina juist deze eigenschappen in hem moet herkennen en afkeuren. Jurjen doet van alles verslag aan Rina. Deze raadt hem aan als hij weer hersteld is naar huis te komen en ontkent dat haar moeder zelfmoord heeft gepleegd. Thuisgekomen zet Jurjen alles van zich af en herneemt zijn gewone dagelijkse ritme. In zijn verhouding met Rina blijft de gereserveerde verstandelijkheid overheersen. Zijn afwezigheid heeft het niet dichter tot elkaar gebracht. Een jaar later zijn Jurjen en Rina in Parijs. Rina is inmiddels zwanger hetgeen hun verhouding enigszins verbeterd heeft. Als Rina 's middags rust neemt, bezoekt Jurjen een expositie waar hij een schilderij aantreft van de in Marseille wonende Eline Breskel. Eline leeft dus nog hetgeen hij al lang vermoedde. Het schilderij is getiteld 'Arethuse fuyante' twijfel aan de identiteit van de kunstenares is dus niet mogelijk. Het schilderij stelt op een surrealistische wijze een vluchtende vrouw voor. De vrouw vlucht uit het huis Breskel dat tot spookhuis is geworden. Ze vlucht het bos in, waar het nog veel gevaarlijker lijkt. Rina vertelt hem later dat ze wist dat haar moeder nog leefde, maar voor haar was zij dood, omdat haar moeder blijkens een brief aan haar slechts met zichzelf bezig is en geen begrip heeft voor anderen. Jurjen en Rina komen ook door dit gesprek niet nader tot elkaar. De verborgen bron van haar hart zal voor Jurjen altijd verborgen blijven.



Personages

Jurjen Siebeling

Hij is scheikundige die voor zijn gezondheid verblijf houdt in een hotel nabij het in verval zijnde buitenverblijf dat het eigendom is van zijn vrouw. Zwervend door de omgeving, geeft hij zich rekenschap van zijn bijna mislukte huwelijk en zoekt hij naar sporen van Eline Breskel, de moeder van Rina.



Meinderts

Jurjen komt in contact met hem omdat hij ook geinteresseerd is in Eline Breskel. Hij heeft een verlopen praktijk in het dorp. Eline Breskel was eens zijn grote liefde, maar tot een huwelijjk kwam het nooit.



Rina van Starvold

Jurjens vrouw, ze is koel, afstandelijk, nuchter en fantasieloos. Na de dood van haar ouders streng opgevoed door haar grootouders die niet wilden dat zij zo zou worden als haar moeder.



Eline Breskel

Een kunstzinnige vrouw die is opgegroeid in het buitenhuis Breskel. In haar jeugd was ze zeer bevriend met Meinderts, maar ze wilde niet met hem trouwen. Later trouwt ze met officier Van Starvold. Kort na de geboorte van Rina zou ze zelfmoord hebben gepleegd hebben, maar Jurjen ontdekt dat ze nog leeft.



Ruimte

Het grootste deel van het verhaal speelt zich af rond het vervallen buitenhuis Breskel. Het slot van de roman speelt zich af in Parijs.



Tijd

De vertelde tijd is ongeveer een jaar. De gebeurtenissen gebeuren in de zomer van 1937. Het slot speelt zich een jaar later af en neemt het midden in beslag.



Perspectief

De schrijfster verteld het verhaal maar gebruikt afwisselend briefvorm en last fragmenten van Jurjens dagboek in. Zo ontstaat een zeer gevarieerd beeld van de speurtocht van Jurjen Siebeling.



Thema

Jurjen Siebeling is op zoek naar het verleden van de moeder van zijn vrouw. Het huwelijk van Jurjen en Rina is min of meer mislukt en Jurjen hoopt door meer te weten te komen van de achtergronden van zijn vrouw en met name over zijn mysterieuze schoonmoeder nader tot Rina te komen. In feite is Jurjen echter vooral op zoek naar zichzelf. Zo is de verborgen bron een verhaal geworden van de mens die zichzelf zoekt. Het motief is het mislukte huwelijk.



Het taalgebruik





Genre en Stroming

Hoewel de schrijfster het boek nadrukkelijk een roman noemt, zou men het gezien de beperking in de tijd, de opbouw en het kleine aantal figuren een novelle kunnen noemen.



De Auteur

De schrijfster werd geboren in het voormalige Nederlands-Indie, waar zij het grootste deel van haar jeugd doorbracht. Zij heeft zowel gedichten als verhalen en romans geplubiceerd. Haar eerste prozawerk, de novelle Oeroeg, verscheen als Boekenweekgeschenk. De schrijfster vertelt hierin over de scheiding tussen Nederland en het opkomende Indonesie, met de vervreemding tussen een Nederlandse jongen en een Indonesische jongen als hoofdmotief(zie leesverslag 7). Twee jaar later verscheen De verborgen bron. De ingewijden is als het ware een voltooiing van hetgeen is begonnen in de verborgen bron. Deze in Griekenland afspelende roman is bekroond met de internationale Atlantische prijs voor de Literatuur. Van dit boek verschenen, evenals de historische romans Het woud der verwachtingen en De scharlaken stad vertalingen in Engeland, Duitsland en Amerika. Het toneelstuk Een draad in het donker verwierf de Visser-Neerlandia-prijs van algemeen Nederlands verbond. In 1981 ontving zij de Constatijn-Huygensprijs.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen