U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Stuk, Inderdaad Stuk - Stuk Over Bush En Clinton Ingezonden Door: Jago .
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=899 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Literatuur en het aantal woorden bedraagt 549 woorden.

Normaal staat een recensie het niet toe het in de ik-vorm te schrijven, maar toch…

IK vond het geen goed stuk (stuk, inderdaad stuk) .

Terwijl ik mijn welgevormd achterwerk op elegante wijze in de satijnrode theaterstoel zet, overviel mij het theater gevoel, een prachtige infrastructuur, een luid geroezemoes in de zaal en opeens gaan de lichten uit.

Louis, zo noem ik de hoofdrolspeler voor alle gemakkelijkheid, brengt in een 60 minuten durende monoloog -en normaal komt hier: verwoven van een gezonde dosis ironie (maar dat schrappen we dus)-, twee toespraken van de twee laatste, respectievelijk elkaar opvolgende, presidenten van de Verenigde Staten van Amerika. In de eerste toespraak die zich een kleine maand na de aanslag op het WTC ten datum 11 september 2001 heeft voltrokken, klaagt Bill Clinton de onderlinge haat in onze toch zo ontwikkelde wereld aan. Zijn speech wordt op flamboyante wijze ondersteunt door een opeenvolging van ‘goede daden’ die als zoete broodjes over de spreekwoordelijke toonbak vliegen. Ze zijn toch zo goed mijnheer ?!

Deze uiteenzetting eist een kleine drie kwartier op en was uitermate, euh saai. Het laatst vernoemde is misschien wat ongelukkig gekozen, aangezien dit een recensie is, maar speechtechnisch gezien raakte het kant nog wal. Nee sterker nog, ik durf zelfs te spreken over het verdrinken in een zee van monotoomiteiten (nee dit woord bestaat niet, dichterlijke vrijheid na!). Een toespraak moet toch een onderliggende waarde hebben, niet? Het is toch de bedoeling het publiek te overtuigen van bepaalde waarden, je wilt toch wel het gevoel hebben, dat je je publiek iets hebt meegegeven, niet? Nee nee geen waarden, waarde(n)loos, dat wel ja.



De tweede toespraak komt van George Bush Jr. Eveneens kort na de vreselijke gebeurtenissen van 11 september spreekt de huidige president, George Bush, zijn troepen toe op de legerbasis in texas. De speech zelf is een luchtige soufflé van ophitsende woorden, overgoten met een sterke vingerwijzing naar Sadam Hoessein, de door ons welgekende Irakese dictator, die al meer dan eens een doorn in het oog van menig Amerikaans president is geweest. Deze speech omvat het tweede, en geloof het of niet, zeer interactieve, deel van de monoloog. Even die interactiviteit voor de iets of wat meer enthousiaste theaterganger uit elkaar zetten. Het opzet zit ‘em in het nabootsen van de sfeer die de opzwepende woorden van Bush met zich mee brachten op de in Texas gelegen legerbasis. Om dit alles in goede banen te leiden word van het publiek gevraagd te reageren op twee oplichtende panelen met op de ene de woorden applaus en applaus en op de andere de woorden gejuich en gejuich. Wanneer dan een, Amerika is oppermachtig, oneliner wordt uitgekraamd, licht één van de twee of soms beide panelen op. Waarop het publiek reageert met het uitvoeren van de beschreven handeling. Tot zover dus de interactiviteit. Je krijgt vanaf het allereerste moment, de acteur komt in een legerjas en bijhorende pots het toneel op, dat het sarcasme de bovenhand gaat krijgen en dat menig lachspier wel eens gestimuleerd zou kunnen worden. Maar dan zouden we de waarheid geweld aan doen, want het tweede deel loopt nagenoeg nagelvast. Over nagels gesproken, de echte dooddoener in dit stuk bevindt zich helemaal op het einde, wanneer de acteur zijn publiek nog vlug even de volgende woorden wil meegeven. “Het is gedaan !”

“Oef!”
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen