U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Doeschka Meijsing - Robinson.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1761 en is laatst upgedate op 10/02/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1947 woorden.

Titel

Robinson



Uitgeverij

Querido



Plaats van uitgave

Amsterdam



Jaartal gelezen druk

1993



Jaartal eerste druk

1976



Titelverklaring

De titel heeft veel met het boek te maken. Het is de naam van de hoofdpersoon. De hoofdpersoon is niet zoals je zou denken een jongen maar een meisje. Ze voelt zich hierover een beetje schuldig omdat haar vader liever een zoon had gehad. Ze ziet zichzelf als " Een dochter in plaats van een zoon, een naam in plaats van werkelijkheid, een eiland in plaats van het vaste land." Haar naam verwijst denk ik naar Robinson Crusoe die ook op een eiland woonde.



Motto

"Ah, the world! Oh, the world!"

van Herman Melville



Robinson is aan het begin van het boek vol verwachtingen over het nieuwe jaar, nieuwe school, nieuwe stad..... "En plotseling was alles anders dan vroeger" Dit verwijst naar "Ah, the world!" Argeloos en vol verwachting stapt ze de nieuwe wereld in. Aan het einde van het boek vertrekken Daniel en Johanna, twee personen die veel voor Robinson betekenden. Alles is al geregeld voordat ze er iets van wist. Robinson voelt zich dan buitengesloten en eenzaam. Ze ziet dat de hele wereld aan haar neus voorbij gaat. Dat verwijst naar "Oh, the world!"



Personen

De hoofdpersoon van dit boek is Robinson. Ze is zeventien jaar oud en komt na de verhuizing in de vijfde klas te zitten. Ze voelt zich schuldig dat ze een meisje is omdat haar vader liever een zoon had gehad. Ze hield veel van de verhalen die haar vader vertelde als hij terugkwam van de zeereis. "Haar vader had haar daarover verteld en die had het weer van zijn vader. Zeemansverhalen die van vader op zoon gingen en bij haar bleven steken." Dit wijst op haar schuldgevoelens. Behalve haar schuldgevoelens is ze ook nog eens erg eenzaam. Ze ziet zichzelf als "Een naam in plaats van werkelijkheid, een eiland in plaats van het vaste land." Als Robinson na haar verhuizing op haar nieuwe school komt lijkt alles nogal mee te vallen behalve dat ze zich als een visje voelt in een aquarium. De rector lijkt aardig maar hij is gevaarlijk constateert Robinson. "Zijn gezicht leek vermoeid en goedmoedig, maar keek men beter dan zat er in bovenlip en oogleden genoeg gewicht om het gevaarlijk te noemen." Robinson vindt dat ze erg behoedzaam is. "Alles wat Robinson vroeger ooit in zo'n gesprek had losgelaten, wasbinnen veertien dagen tegen haar gebruikt. Ze had ervan geleerd. Haar behoedzaamheid was zelfs zo groot dat niemand ooit merkte dat ze behoedzaam was."

Het lijkt wel alsof Robinson zich afzijdig van de wereld voelt. Ze geeft nooit echt haar eigen mening weer tegen anderen. "Robinson haalde haar schouders op: 't interesseert me niet, zei ze, maar tegelijkertijd wist ze dat ze loog." Robinson is altijd voor iedereen op haar hoede, vooral voor haar moeder, die door deuren heen kan kijken. "kleine Robinson, vijf jaren oud, hoefde maar via de keuken de kamer binnen te komen om tot haar stomme verbazing te horen dat haar moeder wist dat ze uit de suikerpot had gesnoept. De oplossing voor dit raadsel was even simpel als doeltreffend: Moeders kunnen door deuren kijken. Jaren later wist Robinson die jeugdige ontsteltenis wel te relativeren door an te nemen dat er suikerkorrels aan haar mondhoeken waren achtergebleven. Maar alles laat zijn sporen na in dit leven: Moeders kunnen door deuren kijken."

Op de nieuwe school ontmoet ze Daniel, hij is een rare jongen, die allen over heksen en duivels praat. Toch is hij haar enige vriend op school. Aan het eind van het jaar blijt Daniel zitten en moet hij van school. Ze vindt het toch jammer ondanks dat hij haar de oren van het hoofd praat en haar af en toe goed kan irriteren. Daniel vertrouwt ze niet. Ze vertrouwt haar vader wel. Ten onrecht want hij krijgt iets met de Duitse lerares Johanna Freida. "Robinson voelde vertrouwelijkheid tussen haar vader en haarzelf, hoewel er van vertrouwelijkheid geen sprake kan zijn omdat geen van beide wist wat er in de ander omging. Ze voelde vijandschap tussen haar moeder en haarzelf howel er best sprake had kunnen zijn van wederzijds begrip."

Robinson voelt zich niet een echte persoonlijkheid, ze voelt zich als een eiland, allen op de wereld. Er is nooit iets waar ze echt van geniet en zich echt fijn en vertrouwd voelt. Ze is een lichaam met ijskristallen. Als ze iets akeligs heeft meegemaakt, zoals de verhouding tussen haar vader en Johanna, voelt ze zich alsof "het langzaam hard in haar werd, alsof al het water in haar lichaam molecuul voor molecuul tot ijs stolde, weliswaar in de vorm van prachtige ijskristallen, maar ook hard en koud van vuur." Ze voelt zich vaak niet echt, geen echte persoonlijkheid zoals blijkt in dit citaat: "Het was een ander die voor Robinson speelde, dat was ze zich al die tijd bewust. Zijzelf was wel in deze kamer aanwezig, maar als lucht, als een schim die naar zichzelf kon kijken."

Robinson wilde graag verlost worden van haar niet echte bestaan, haar enorme eenzaamheid. Ze wacht daarom op iets. "Ze wacht op iets, op een storm die de windstilte zal verbreken, op een witschip dat haar mee zal voeren over zeeen, op die ene ontmoeting die alle anderen overbodig zal maken." Robinson ziet Johanna als dat witte schip, als de verlossing van haar eenzaamheid. Daarom heeft ze ook zo'n grote bewondering voor Johanna en trok ze het zich erg aan toen Robinson ontdekte dat haar vader iets met Johanna had. Robinson raakt vanaf toen steeds meer geisoleerd van de 'echte wereld'. Ze lijkt buiten gesprekken gehouden te worden en ook als Johann weggaat weet Robinson net als in het begin "dat van nu af aan alles anders zal zijn (.....) Zeker nadat Johanna weg is, is het voor Robinson een leven zonder hoop, turen naar het einde van een wit schip zit er niet meer bij, maar naar een blinde muur, alles draait van haar weg." Dit laatste slaat ook op het laatste deel van het motto, "Oh, the world!", Robinson is ontgoocheld, ze verwacht niets meer van het leven.



Robinsons moeder woont samen met Robinson. Haar man is bijna nooit thuis omdat hij kapitein is. Na vijftien jaar grote handelsvaart was er van hun huwelijk niet veel meer over dan kortstondige vrijpartijen in dekamer naast die van Robinson en avondjes uit, waar haar moeder steevast versteend van terugkwam. Misplaatst fatsoen hield hen bij elkaar."

De verhouding tussen Robinson en haar moeder is niet echt goed. Ze begrijpen elkaar niet maar Robinson vermijdt ruzies door poeslief te doen. "Haar moeder gelooft in discipline, Robinson in doen alsof."



Robinsons vader is een fatsoenlijke man volgens haar. Robinson heeft veel bewondering voor hem in alles wat hij doet. Ook al kent Robinson hem nauwelijks, toch valt hij haar zwaar tegen als hij een relatie heeft met Johanna Freida. Robinson had het gevoel dat Johanna 'van haar' was en nu pakt d'r vader haar af.



Daniel is de enige vriend van Robinson en is een lastige jongen, van kleins af aan was hij dat al. Veel mensen denken dat hij erg brutaal en agressief is. "Daniel liep op de neuwe school rond als een held die op een afstand moest worden gehouden, als een getekende die leraren het hoofd insloeg of krankzinnig maakte, een onberekenbare zwartkop van wie men nog moest zien of hij getemd kon worden." Daniel is altijd wel tof tegen haar.



Johanna Freida is lerares Duits. Robinson heeft veel bewondering voor haar. Robinson ziet haar als een wit schip, een verlossing van haar eenzaamheid. Volgens Robinson ziet ze er alvolgt uit: "Ze heeft asblond haar, een hoog voorhoofd, donkere ogen onder laatdukkende oogleden en een onwaarschijnlijk rode, volle mond."



Verteller, perspectief, opbouw verhaal, chronologie

Het boek Robinson heeft een hij-zij-verteller. Het perspectief ligt bij Robinson. De andere personages worden beschreven zoals zij ze ziet. Ze beschrijft haar vader bijvoorbeeld als een fantastische man terwijl hij dat in de ogen van bijvoorbeeld haar moeder helemaal niet was. Het verhaal is chronologisch verteld, er komen geen flash-backs in voor. De opening van het boek is dat ze verhuisd en op de nieuwe school komt. Ze ziet dat alles anders wordt. Robinson komt in een geheel nieuwe leefomgeving. De climax is dat ze Johanna tegenkomt. Robinson heeft veel bewondering voor haar en ziet haar als iemand die haar van haar eenzaamheid kan verlossen. De climax maakt duidelijk dat ze niet echt gelukkig is maar vooral eenzaam. Het einde van het boek is dat Daniel en Johanna weggaan. Ze ziet dat haar een eenzaamheid nog groter wordt, alles wordt weer anders.



Ruimte, realisme, ironie

De ruimte speelt een duidelijke rol in het verhaal. Robinson verhuist namelijk en voelt zich erg eenzaam. Ook de school war ze op zit doet haar heel wat. Ze voelt zich als een visje in een aquarium-opgesloten. Het plezier in de binnenstad speelt ook een belangrijke rol. In het begin deed het haar niets maar het eindigde toch met haar eenzaamheid.

Dit boek is behoorlijk realistisch, er zijn vast veel mensen die zoals Robinson in zoveel eenzaamheid verkeren. Ze wil er wel wat aan doen maar weet niet hoe en doet er geen moeite voor. Ze wordt totaal geisoleerd blijkt aan het einde van het boek. Het thema van het boek wordt sreieus verteld en je kan je goed inleven in haar situatie. Er wordt nergens de spot mee gedreven.



Motieven

De grote vis met de kleinere visjes-Dit wijst op de rector (grote vis) die goed op de leerlingen (kleine visjes) zodat er niets onverwachts of iets tegen de regels kan gebeuren in het aquarium. "Maar dan had men geen rekening gehouden met de kleine visjes in het grote aquarium van de rector. Die kleine visjes die op steeds grilliger manier langs de glazen fietsten." Het aquarium wijst op de school met de glazen muren waarin Robinson zich eenzaam en opgesloten voelt. Het eiland-Dit wijst op Robinson zelf. Zij is het eiland ver van het vaste land war ze erg eenzaam is. Een eiland die nooit aan zou kunnen sluiten bij het vaste land. "Een eiland in plaats van het vaste land."

Het witte schip-Robinson droomt altijd van het witte schip. Alles wat mooi of fijn is stelt het witte schip voor. Het witte schip wat haar kan bevrijden van het eiland. In het boek is Johanna Freida de naam van het witte schip en allen zij kan haar bevrijden. Robinson vindt het dan ook heel erg als, aan het eind van het verhaal, Johanna vertrekt. Alsof het witte schip langs het eiland vaart. De ijskristallen-Dit wijst op de hardheid die van haar afstraalt, haar lichaam bestaat uit water watweleens stolt, waardoor er ijs ontstaat. Ze straalt geen warmte uit, ze past niet bij de andere mensen- eenzaamheid. Ze is ijskoud van binnen. "Maar Robinson was niet te overtuigen want het was alsof ijskristal na ijskristal zich in haar opstapelde, alsof er iets om haar hart gelegd werd dat niet viel te ontdooien." Dus alles wijst op het thema eenzaamheid. Een eiland waar alle schepen voorbij varen.



Fabel

Door de verhuizing komt Robinson op een nieuwe school terecht. Daar komt ze Johanna Freida tegen, de lerares Duits waar ze veel bewondering voor heeft. Ze ziet haar als iemand die haar van haar eenzaamhied kan verlossen. Van Daniel, een klasgenoot waar ze mee optrekt, hoort zedat Johanna een verhouding heeft met haar vader. Daniel vertelt dit ook aan Robinsons moeder, die op haar beurt de rector van de school op de hoogte brengt. Het gevolg is dat Johanna wordt ontslagen en ze vertrekt. Ook Daniel vertrekt. Robinson blijft achter en voelt zich een zamer dan ooit. Iedereen gaat aan haar neus voorbij.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen