U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : J. Bernlef - Eclips.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20348/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2339 woorden.

1. Zakelijke gegevens

a) Auteur: J. Bernlef

b) Titel: Eclips

Uitgever: Querido

Plaats van uitgave: Amsterdam

Jaar van uitgave: 1994 (1993)

Aantal bladzijdes: 168

c) Genre: Psychologische roman



2. Eerste reactie

a) Ik heb het boek gekozen omdat ik wilde weten hoe een persoon met geheugenverlies om gaat.

b) Ik vond het wel een mooi boek. Het was wel iets anders dan ik had verwacht. Ik had het iets diepzinniger verwacht.



3. Verdieping

a) Kees Zomer rijdt op een dag met zijn auto het water in. Wonder boven wonder overleeft hij het ongeval, maar hij houdt er wel een hersenbloeding aan over. Als gevolg van deze hersenbloeding werkt de linkerhelft van zijn hersenen niet meer en heeft hij geen gevoel meer in zijn linker lichaamshelft. Verward loopt hij door een weiland tot hij bij een huis aankomt. De bewoners denken dat Kees een zwerver is en hij wordt hardhandig weggewerkt. Na een lange wandeltocht valt hij op de grond in slaap. Zodra hij weer wakker wordt ziet hij een radio staan. Hij zet deze aan en krijgt langzaam maar zeker weer het gevoel in zijn lichaam terug. Als hij de radio weer uitzet, dan wordt het gevoel weer minder. De eigenaar van het tuinhuisje, waar Kees lag te slapen, stuurt hem weer weg. Kees loopt verder en komt terecht bij een cafetaria, waar hij kennis maakt met Toos. Ze besluiten samen verder te gaan. Op hun weg eten ze uit vuilnisbakken en overnachten ze op een bouwplaats.

De volgende dag begeven ze zich naar een vuilstortplaats. Toos vindt een naaimachine en besluit deze te verkopen. Kees blijft achter op de vuilstortplaats. Plotseling hoort Kees een auto. Er stappen twee mannen uit die rommelen met kentekenplaten. Kees wordt ontdekt en de mannen, genaamd Cor en Karel, nemen hem mee naar het autokerkhof. Ze eisen van Kees dat hij het autokerkhof bewaakt en voorkomt dat nieuwsgierigen het terrein betreden. Gedurende deze tijd krijgt hij steeds meer het gevoel in de linkerhelft van zijn lichaam terug. Op een nacht nemen Cor en Karel Kees mee in hun auto naar een klus. Kees dient bij een boerderij op wacht te gaan staan. Cor en Karel stelen de motor van een auto en gooien deze in de laadruimte van hun eigen auto. Op de terugweg wordt Kees door de mannen uit de auto gegooid.

Kees wordt de volgende ochtend door een onbekende man gewekt. De man stelt zich voor als IJe en hij neemt Kees mee naar zijn huis. Het is een grote rommel en IJe vertelt dat hij zijn geld verdient met de ruil van allerlei spullen voor natuurproducten. Af en toe krijgt hij iets van de boeren uit de omgeving. Om te kunnen douchen mag hij iedere zaterdag gebruikmaken van de douche in het lijkenhuisje op het kerkhof. Samen met IJe gaat Kees naar het lijkenhuisje. Als IJe onder de douche staat vertrekt Kees weer.

Op zijn weg ‘neemt’ Kees een fiets mee, die niet op slot staat. Hij komt uit bij een boekhandel. De eigenaar herkent Kees, maar heeft al snel in de gaten dat Kees niet ‘de oude’ is. De hoofdpersoon vertrekt weer en fietst in de richting van Bergen. Hij eet een patatje uit een vuilnisbak en wordt uitgescholden door een groep baldadige jongeren.

Een agent vindt Kees op het strand en neemt hem mee naar het politiebureau. Daar wordt hem verteld dat hij al een week wordt vermist. Zijn vrouw komt hem uiteindelijk weer ophalen.

b) Schrijfstijl:

Met eenvoudige bewoordingen wordt het leven beschreven vanuit het perspectief van Kees Zomer. Hij beschrijft breedvoerig al zijn waarnemingen. Vooral wat hij ziet en wat hij voelt. Je leest vooral zijn gedachten waardoor er bijna geen dialogen in het boek voorkomen. De gedachten zijn spreektaalachtig weergegeven in korte zinnen. Er komt wel humor in het boek voor. Dat is meestal wanneer je weet wat hij wil zeggen maar er een hele kromme zin uit komt. Als hij bijvoorbeeld iemand wil groeten zegt hij 'ik salueer heertje u'. Voor hemzelf is dat natuurlijk helemaal niet grappig maar heel frustrerend. De lezer heeft er dubbele gevoelens bij, daardoor wordt komt het ironisch over.

Wat ook erg opvalt in het boek is dat er over hele belangrijke of erge gebeurtenissen heel luchtig gesproken wordt. Dat komt omdat je alles vanuit het perspectief van de hoofdpersoon leest en van die persoon de hersenen niet meer goed functioneren. Bijvoorbeeld als de auto te water raakt, zit Kees heel rustig naar het binnenstromende water te kijken en gaat, als het water tot aan zijn knieën reikt, ook maar eens bedenken hoe hij uit die auto moet komen.

Ruimte :

Ruimte speelt een erg belangrijke rol in Eclips. De ruimte in het boek bestaat vooral uit wijd uitgestrekte landschappen, saaie industriegebieden en afvalplaatsen. Daar steekt die ene persoon erg schril bij af, zodat de eenzaamheid nog meer versterkt wordt. Het geeft ook een sombere sfeer weer. Ook de weersituatie geeft de somberheid van de situatie weer: het is constant bewolkt en donker. In die elf dagen wordt niet over de zon gesproken, alleen maar over grauwe luchten. Pas als Kees zijn geheugen weer terug heeft gaat de zon weer schijnen: de eclips is voorbij.

De ruimte is ook heel belangrijk in het verhaal omdat de grote ruimte die Kees om zich heen waarneemt niet kan plaatsen. Hij waant zich door een ruimte waar hij deel van uitmaakt, maar die hij niet kan bevatten.

Personages :

De hoofdpersoon in Eclips is Kees Zomer. Het is een gewone man rond de 50 jaar. Hij leefde vrij zorgeloos voor het ongeluk. Hij is nietsvermoedend op weg naar een verjaardag van zijn collega als hij het ongeluk krijgt. Kees is een uitgever, heeft een vrouw en één zoon: Wouter.

Zijn vrouw Marion en zijn zoon Wouter zijn bijfiguren. Op zijn eenzame zwerftocht komt Kees ook een aantal keer in contact met andere personen. De eerste is Toos. Zij is een zwerfster en ziet hem voor een of andere gek aan. Ze is wel aardig tegen hem en ze begrijpt veel van wat hij zegt. Maar als ze weer genoeg van hem heeft, laat ze hem ook zomaar weer in de steek en is hij weer alleen.

Daarna komt hij de broers Cor en Karel tegen. De ene broer is wel vriendelijk tegen hem, de andere niet. Het zijn autoslopers. Ze geven hem enige tijd onderdak omdat ze bang zijn dat hij naar de politie gaat. Deze broers zijn criminelen en staan net als Toos buiten de samenleving.

Daarna krijgt Kees voor enige tijd onderdak bij IJe. IJe is een dove man die dus helemaal niets van Kees begrijpt omdat IJe zelfs de warrige taal die Kees uitslaat niet kan verstaan. Maar toch is hij erg vriendelijk voor Kees. Ook IJe leeft volkomen afgezonderd van de rest van de samenleving en behoort dus tot de 'linkerkant'.

Richard Fielemieg is een belangrijk bijfiguur, omdat het een collega is van Kees en het de eerste persoon is die Kees tegenkomt en die hem herkent. Fielemieg belt de politie, dus hij is ook een van de schakels die het verhaal tot een goed einde brengt.

Vertelwijze:

De hoofdpersoon vertelt zelf zijn verhaal doordat hij alle gebeurtenissen met zichzelf bespreekt. Hierbij wordt verteld vanuit het ik-perspectief.

c) Thema:

Het thema van Eclips is de plotselinge afwezigheid van tijd en slechts de aanwezigheid van ruimte, daardoor raakt de hoofdpersoon volledig gedesoriënteerd. Je zou het thema dus ook kunnen omschrijven als desoriëntatie.

Een ander belangrijk thema is uit dit boek is afasie. Afasie is het verschijnsel dat een taalgebruiksstoornis optreedt ten gevolge van een hersenbeschadiging. In Eclips kan de hoofdpersoon nog wel goed denken. Maar doordat hij zich niet in taal kan uitdrukken, is contact met de buitenwereld voor de hoofdpersoon heel moeilijk zodat bijna niemand hem begrijpt. Daarom is eenzaamheid een belangrijk motief in Eclips: Kees Zomer voelt zich voortdurend alleen omdat weinig mensen hem begrijpen.

Verdere motieven in het boek zijn:

- het electrospel, dit spel komt een aantal keer voor in het boek. Kees Zomer herinnert zich het van vroeger. Het is een spel waarbij met een snoertje het goede woord bij het goede plaatje gezocht moet worden. Als het goed is gaat er een lampje branden. Dit is symbolisch voor het vermogen om verbanden te kunnen leggen in de hersenen. Kees Zomer is dat vermogen tijdelijk kwijt. Hele gewone voorwerpen zoals een radio ziet hij wel, maar hij herkent het niet. Er brandt dus geen lampje dat er vroeger wel brandde.

- Robinson Crusoë komt ook een aantal keer voor in het boek. Vooral de passage waarin Robinson zijn eigen voetstappen ziet en denkt dat die van een ander zijn, namelijk van Vrijdag. Dit is symbolisch voor de eenzaamheid die Kees ervaart. Hij voelt zich als iemand die aangespoeld is op een onbewoond eiland. Hij komt telkens voorwerpen, mensen en gebouwen tegen uit zijn 'vorige leven', maar hij herkent ze niet. Hij ziet dus niet dat het zijn eigen voetstappen zijn. Als hij aan het eind van het boek zijn eigen leven heeft teruggevonden, ziet hij zijn eigen voetstappen niet meer en weet hij niet meer wat er met hem in die periode van 11 dagen gebeurt is.

- Tijd en ruimte spelen ook een grote rol. Kees Zomer is verdwaald in de ruimte en tijd bestaat voor hem niet. Hij dwaalt rond in een omgeving die hij niet kan plaatsen. Gebeurtenissen lopen voor hem niet meer logisch uit elkaar voort maar zijn losse flarden. Hij leeft dus zonder tijdsbesef.

- Melancholie is een emotie die veel tot uiting wordt gebracht in dit boek. Door het verhaal heen, komen flarden van herinneringen aan vroeger terug waar hij in zijn diepste binnenste erg naar verlangt. Hij verlangt weer naar zijn eigen 'wereld', zoals die vroeger was. Daar is hij ook telkens naar op zoek.

- Door de vele flarden van gebeurtenissen die hij meemaakt, de vlagen gedachten en gevoelens die hij ervaart, is alles voor hem één grote chaos. Deze chaos komt ook tot uiting in de omgeving. De vuilnisbelt waar hij een tijdje woont en het industriegebied waar hij rondzwerft.

- In Eclips komt ook voortdurend het motief van afval terug: hij leeft een tijdje op een autokerkhof, dwaalt over een vuilnisbelt, eet uit afvalbakken. Ik denk dat dit symbolisch is voor de afgedankte kant van de samenleving. Net als de personen die hij tegenkomt op zijn zwerftocht, ook die staan allemaal op een of andere manier buiten de samenleving. Dit houdt ook allemaal weer verband met de linkerkant van het lichaam van Kees, die niet functioneert. Het is het deel dat geen verband meer houdt met de rest van het lichaam. Ik denk dat de schrijver hiermee wil laten zien dat iedereen voor zichzelf leeft en zelf zijn weg moet zoeken in de samenleving, maar dat ook iedereen heel afhankelijk is van andere mensen, net als Kees.

- Een ander belangrijk motief is het wak en de donkere diepte onder het ijs. Dit beeld komt een aantal keer terug in het boek, onder andere in de laatste alinea. Het is het beeld van de donkere diepte onder het ijs dat steeds dreigt. Elk moment is er het gevaar dat het ijs scheurt en je in dat wak valt. Dat betekent dat iedereen het gevaar loopt dat zomaar hersenfuncties uitvallen en dat je helemaal op je zelf aangewezen bent.

- De radio is een belangrijk voorwerp dat vaak in het boek terugkomt. Met de radio aan voelt hij de linkerkant van zijn lichaam weer een beetje en werkt zijn spraakvermogen beter.

Het idee achter dit boek heb ik al eerder genoemd, het is het idee dat de samenleving is opgebouwd uit mensen die eigenlijk compleet afhankelijk zijn van hun hersenen en dat er telkens de dreiging is dat die plotseling niet meer goed functioneren, waardoor elk besef van tijd en ruimte wordt verloren en men volkomen op zichzelf aangewezen is.



4. Beoordeling:

Ik vond het boek ECLIPS best een aardig boek om te lezen. Het onderwerp sprak me wel aan, je leest door de ogen vanuit de persoon zelf hoe hij ervaart wat het is om aan geheugenverlies te lijden. Ik heb zelf niet over het onderwerp nagedacht, ik denk niet dat mij zoiets binnen een korte tijd zal overkomen dus denk ik er ook niet over na. Het onderwerp wordt wel met heel veel diepgang behandeld, je komt van alles te weten over de persoon, wat hij ziet, denkt, doet en hoe dat in z'n werk gaat.

De nadruk in het boek ligt op de gedachten en gevoelens van de personages, met name op die van Kees. De gebeurtenissen komen logisch uit elkaar voort, hij wordt steeds van de ene plek naar de andere 'meegenomen' zonder dat hij het eigenlijk zelf goed ervaart. De gebeurtenissen zijn wel geloofwaardig, als iemand aan geheugenverlies lijdt en zijn linkerkant niet meer kan bewegen dan kan je daar misbruik van maken en dat doen de dieven dan ook.

Het verhaal is niet ingewikkeld opgebouwd. Alles staat in chronologische volgorde en er zitten geen ingewikkelde woorden in, want die kan hij zelf ook niet gebruiken want die begrijpt hij helemaal niet. De tijd loopt zoals in werkelijkheid, hoewel er wel af en toe sprongen worden gemaakt.

Van de personages krijg je een goed beeld, ze gaan voor je leven. Dit komt omdat je alles door zijn ogen ziet en ook precies te weten komt wat hij denkt. Van de overige personages krijg je een minder goed beeld en dat komt omdat ze heel weinig persoonlijk aan het woord komen. Het personage van Kees reageert voorspelbaar, niet omdat hij een bijpersoon is (in tegendeel) maar omdat hij niet 'helder' kan denken.

Het taalgebruik is erg makkelijk, omdat Kees zelf ook niet al te moeilijk kan praten. Hij maakt daarom veel gebruik van gezegden en uitdrukkingen waarmee hij hetzelfde bedoelt maar wat hij niet onder woorden kan brengen. Het verhaal bevat wel dialoog, vooral ook omdat hij wel veel denkt maar eigenlijk niet goed kan denken en daarom meer praat.







Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen