U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Yennik Meert - Een Andere Huid.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1758 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1597 woorden.

Yennik Meert, Een Andere Huid

Davidsfonds/Infodok, Leuven, 1e druk, 1997



De samenvatting

Merel, 17 jaar, ziet erg op tegen een vakantie bij haar vader. Hij leeft gescheiden van haar moeder en heeft alleen belangstelling voor haar oudste broer Abbe. Die intimideert haar de laatste tijd voortdurend. Als zijn pesterijen een seksueel karakter krijgen, besluit Merel weg te lopen. Zonder er veel bij na te denken neemt ze een trein richting Frankrijk. Ze wilde naar Arles, want daar heeft ze goede herinneringen aan haar inmiddels overleden grootmoeder. Onderweg naar Arles ontmoet ze twee jongens die om een hele andere reden op de vlucht zijn. Lucas en Gerben, 2 criminelen die haar met toeval meenemen naar Avignon. Onderweg krijgen ze een auto-ongeluk. Lucas, de schuldige, gaat er vandoor en laat de gewonde Merel en Gerben achter. Na uren van vallen en strompelen komen ze bij een boerderij. Daar worden ze verzorgd en van daar uit reizen ze door naar Arles. Daar is de politie Merel eindelijk op het spoor. Ze wordt meegenomen, net als Gerben nadat hij had bekend wat hij allemaal had gedaan. Het afscheid valt zwaar, ze hielden meer van elkaar dan ze dachten.



Het ervaringsverslag

De keuze van het verhaal of boek

Vorig jaar had ik dit boek al gelezen, met de bedoeling er een boekverslag van te maken. Toen dit niet meer nodig was, heb ik het maar bewaard voor nu.





Ik wist, en weet nu nog steeds, niets van de schrijver

De kaft van het boek ik getekend door Marijke Meersman. De tekeningen in het boek zijn getekend door Leen Custers.

Het boek is in 1997 uitgegeven, maar is voor de kinderjury 1999.



De personen



De hoofdpersoon in Merel. Merel Veusters. Ze is 17 jaar. Ze woont na de scheiding van haar ouders bij haar moeder Lieve samen met haar oudere broers Sam en Abbe.

Bij haar vader Paul loopt ze weg, en zo komt ze Lucas en Gerben tegen.



Merel is een heel ander kind geworden na de dood van haar grootmoeder Bonneke ruim een jaar geleden. Ze is zelfstandiger en meer teruggetrokken. Toen haar ouders nog bij elkaar waren, was Bonneke de enige die om haar gaf. Na de scheiding van haar ouders gaan Merel en haar beide broers bij hun moeder wonen. Merel krijgt nu meer aandacht van haar moeder, maar ook van Abbe. Haar oudste broer. Hij intimideert haar voortdurend. Merel probeert een muur van prikkeldraad om zich te bouwen. Als de pesterijen een seksueel karakter krijgen, besluit Merel weg te lopen. Weg van Abbe en weg van haar vader waar ze op dat moment aan het logeren was.

Eenmaal in de trein naar Frankrijk vraagt ze zichzelf af of ze er wel goed aan gedaan heeft om weg te lopen. Maar omdat ze het slap van zichzelf vindt om terug te keren, besluit ze toch maar verder te gaan.

Ze komt Lucas en Gerben tegen. 2 criminelen die stelen, drugs gebruiken enz. Vertrouwen heeft ze niet in hun, maar ze kunnen haar een goed eind op weg helpen naar Arles. Onderweg krijgen ze een auto-ongeluk; Lucas’ schuld. Hij gaat er vandoor en laat de gewonde Merel en Gerben achter. Samen gaan ze verder en beide beginnen steeds meer voor elkaar te voelen. Merel is eerst bang dat Gerben een soort Abbe is en houdt zich een beetje terughoudend. Als ze eindelijk in Arles zijn, vertrouwt Merel Gerben. Ze geloofd hem als hij zegt dat hij geen drugs meer gebruikt. Het is voor haar dan ook een grote tegenvaller als blijkt dat Gerben Merel heeft ‘uitgeleend’ aan een jongen, in ruil voor drugs. Als de politie Merel de volgende morgen gevonden heeft en haar mee neemt, geeft ook Gerben al zijn fouten toe. Het afscheid valt heel zwaar voor Merel.



De onderlinge relaties thuis waren slecht. Iedereen dacht alleen maar aan zichzelf. Vader bekommert zich alleen om Abbe, omdat hij de zaak later gaat overnemen.

Na de scheiding werd de relatie tussen Merel en haar moeder beter. Sam zag ze bijna nooit. Die had het te druk met vrienden en uitgaan. Op haar vlucht kwam ze Lucas en Gerben tegen. Lucas mocht ze meteen niet. Gerben vond ze aardiger. Lucas was echt de leider en heeft Gerben onder andere aan de drugs geholpen. Ze waren dan ook blij toen Lucas weg was. Nu konden ze tenminste van elkaar genieten.



Merel is een lief meisje dat zich erg alleen voelt. Door de negatieve invloeden van haar vader, had ze een tijd lang niet veel aan haar moeder. Na de scheiding trok ze bij. Sam is een flierefluiter. Altijd uitgaan met vrienden en vriendinnen. Maar hij gaf veel om zijn zusje Merel. Abbe hoef ik niet als broer te hebben. Hij pestte Merel voortdurend. Als Merel er dan wat van zegt tegen haar vader, nam hij het altijd op voor Abbe. Abbe moest tenslotte het bedrijf overnemen. Vader was altijd met zijn werk bezig en had daarom nooit tijd.

Lucas was echt slecht. Hij stal, gebruikte drugs en liet anderen ook stelen en gebruiken. Gerben was er hier één van. Maar diep in zijn hart was hij toch een goede jongen.



Het probleem komt tegenwoordig steeds vaker voor. Het komt in ieder geval meer in de openbaarheid. Weglopen is dan geen oplossing. Merel had eerder haar mond moeten opentrekken.

Gelukkig heb ik geen van deze problemen ooit zelf meegemaakt.



Merel vind in de meest sympathieke persoon. Ze loopt dan wel weg van huis, maar ze heeft tijdens haar vlucht bewezen dat ze een hart van goud heeft. Ze hielp alle mensen onderweg die ze maar helpen kon en ook Gerben heeft ze niet laten stikken laten hij weer aan de drugs begon.



Het minst sympathiek vind ik Abbe en zijn vader. Ze denken alleen aan zichzelf. Abbe intimideert Merel en vader heeft nooit tijd. Het is altijd eerst z’n werk.



De tijd

Dit verhaal is niet te plaatsen in een historische tijd. Het is een probleem dat vooral nu erg actueel is.



De plaats (ruimte)

Het verhaal speelt zich af in België en Frankrijk. België het land waar Merel woont, Frankrijk het land waar Merel naar toe vlucht.



Ik ken deze landen van vakantie bestemmingen.



Niet echt. Merel loopt weg van huis en wil graag naar Arles. Maar dit was niet haar belangrijkste doel. Weg van huis vond ze belangrijker.



Merel was het kind van gescheiden ouders. Ze leefde bij haar moeder in een simpel huisje. Dit in tegenstelling tot haar vader. Hij leefde in een grote villa. Vroeger vond Merel deze villa prachtig, maar na de scheiding verafschuwde ze het.

Het verhaal speelt zich af in de zomer, want Merel nam alleen haar zomerjurkje mee toen ze van huis weg liep



Deze omstandigheden spelen een kleine rol in het verhaal. Merel gaat voor een maand op vakantie bij haar vader. Ze heeft er geen zin in, want ze voelt zich er niet meer thuis. De rest speelt zich af in Frankrijk.



Het vertelstandpunt (perspectief)

Het boek wordt verhalend verteld en is niet gebonden aan een vast persoon. (ik-vorm)



Het verhaal wordt op een hele indringende manier verteld. Daarom wil je doorlezen om te weten hoe het afloopt.



Wat wil het verhaal de lezer zeggen? (thema, idee)

Weglopen voor je problemen heeft geen zin, praat er met iemand over.



Doordat het zo goed geschreven is, leef je heel erg mee tijdens het lezen van het boek. Zo maakt de schrijver je op een indirecte manier duidelijk dat weglopen geen zin heeft, dat je erover moet praten.



Loop niet weg voor je problemen, maar praat er over.



Zou je nog eens een verhaal/boek lezen:

Ik zou nog wel een boek willen lezen van deze schrijver. Ze schrijft goed, lekker vlot en niet te moeilijk.



Verhalen over deze tijd waar ik zelf in leef, interesseren me wel. Ik kan me namelijk goed in zo’n verhaal inleven.



De hoofdpersonen + het probleem vind ik belangrijker dan de plaats waar het verhaal zich afspeelt.



Ik zoek bijna nooit een boek op onderwerp. Ik kijk naar de schrijver of naar hoe een boek er uit ziet. Dan beslis ik of ik een boek wil lezen of niet.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen