U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jessy Marijn - Het Verbroken Zegel.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1743 en is laatst upgedate op 09/05/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3392 woorden.

Jessy Marijn * "Het verbroken zegel"



1 Sujet

Een jaar was Paul Douriot weggeweest van zijn familie, maar nu keerde hij eindelijk terug naar Sainctes, waar zijn vader, zijn moeder, zijn twee oudere broers Bertrand en André en zijn jongere zusje Charlotte woonden. Hij keerde terug als een jongeman en bovendien een volleerd wijnhandelaar.

Onderweg in een herberg ontmoette Paul een vreemdeling. Ze raakten samen aan de praat en de vreemdeling dat hij naar Sainctes moest, om en boodschap uit Nederland (want daar kwam de man vandaan) over te brengen, maar daarvoor had hij geen tijd. Paul wilde de boodschap gerust overbrengen, hij was te vertrouwen. Toen bleek dat Paul paaps was, maar hij bleef bij zijn aanbod. De man haalde een verzegelde brief te voorschijn en overhandigde deze aan Paul. Deze brief moest naar de ondergedoken hugenootse dominee van Sainctes.

Die avond toen Paul thuis kwam vertelde hij zijn familie over de brief die hij beloofd had weg te brengen. De reactie van thuis had hij niet verwacht, iedereen was tegen. Met die ketterse praktijken moest hij zich niet inlaten, vonden ze. Hij had het beloofd, maar een belofte die kwaad aanrichtte hoefde je niet na te komen. Dus besloot hij de brief te verbranden, maar voordat hij dat deed, kon het geen kwaad om eerst de inhoud ervan te lezen. Dat deed hij, maar na het lezen van de brief had hij een heel andere opvatting gekregen. Waarom zou het geloof van de hugenoten slechter zijn als dat van de katholieken? Het was toch alleen maar anders? Bovendien vond hij de woorden van de preek (want dat was wat de brief bevatte) veel mooier dan die van de roomse preken! Daarom besloot Paul om de brief als nog te bezorgen, maar dan moest hij hem wel persoonlijk afgeven om te verklaren waarom het zegel verbroken was.

De volgende dag vertrok Paul naar het opgekregen adres, maar daar kreeg hij te horen dat de mensen daar niets van een dominee afwisten. Paul kende wel een aantal hugenoten in de stad, misschien dat zij het wisten. Dus vertrok hij naar Simon Pasquier, een vroegere vriend van hem. Simon was niet thuis, zijn zus Sarah wel. Ze zei dat Paul 's avonds maar terug moest komen, dan was Simon er wel.

Die middag ging Sarah naar de markt, samen met haar broertje Nicolas. Ze wilde een cadeautje kopen voor Cyran, een katholieke jongen die zich tot het protestantisme had bekeerd. Hij was een vriend van Simon en Sarah was verliefd op hem. Voor Célestine, hun katholieke buurvrouw die ze door en door vertrouwen konden, kochten Nicolas en zij ook een cadeau, omdat ze even in de galanteriezaak stond, zolang Sarah en Nicolas weg waren. Op de weg naar huis hadden ze pech: er kwam een misdienaar langs met heilige sacrementen voor een stervende. Dat betekende dat iedereen moest knielen, paaps of hugenoots. Sarah knielde uit angst, maar Nicolas verzette zich. Hij wilde niet knielen voor die huichelarij van de katholieken! Dit was echter niet slim, hij werd geslagen en tegen de grond geworpen.

Die avond werd dokter Pasquier, Sarah'r vader, die vroeger dokter was, maar van zijn ambt werd ontzegd en nu in het geheim nog wel eens patiënten hielp, geroepen om naar Rebecca en haar man Elie, die op sterven lag, te komen. Hij nam Sarah mee, zodat het net leek of hij gewoon over straat wandelde met zijn dochter.

Bij Elie en Rebecca werd er plotseling op de deur geklopt, steeds harder en sneller. Sarah waarschuwde haar vader dat hij weg moest en hij kon via de achterdeur ontsnappen. Er waren twee mannen aan de deur, die het inderdaad op dokter Pasquier gemunt hadden. Sarah, die nog in huis was, werd niet opgemerkt. Na de ontdekking dat de dokter er niet meer was, probeerden ze Elie nog op zijn sterfbed tot het katholieke geloof te bekeren. Het lukte, Elie kon van vermoeidheid alleen nog maar ja knikken, en beide verlieten het huis van Rebecca. Zij besloot Elie in haar tuin te begraven, want hij zou niet rusten op een katholiek kerkhof, waar hij begraven moest worden. Ze haalde meteen een schop en Sarah hielp haar mee met graven, zodat ze het werk nog voor het licht werd konden voltooien.

Pas de volgende dag kwam Sarah thuis en meteen vertelde ze het hele verhaal. De dag erna was de begrafenis van Elie in de roomse kerk gepland. Sarah vroeg Simon en Cyran te hulp, ze moesten een kist maken en vullen met zandzakken, zodat het leek dat Elie in de kist lag. Cyran had geen tijd om te helpen, zei hij. Nicolas en Simon zouden het wel samen doen.

Bij de begrafenis werden plotseling de kaarsen gedoofd. Een man klom op tafel en zei dat Elie niet in de kist lag, maar een paar zakken gevuld met zand! Daar zat Rebecca ongetwijfeld achter en zij werd opgepakt en weggevoerd. Iedereen wist wat dat te betekenen had: Rebecca zou in de kerken worden gestopt waar ze vervolgens niet meer levend uit kwam. Heel de familie Pasquier was geschokt bij het horen van dit bericht. Er was verraad in het spel! Sarah liep eens na wie dit kon hebben gedaan: Célestine, maar die vertrouwde ze door en door, of Paul Douriot. Ze zou hen beide eens goed in de gaten houden. Morgen zou ze Célestine vragen of zei het was, want tegen Sarah zou ze niet liegen.

Inderdaad ging Sarah naar Célestine, maar ver kwam ze niet. Vanuit de deuropening zag ze haar aan tafel zitten praten samen met Curé Corbeau, de pastoor die bij Rebecca in huis was geweest en Elie had bekeerd. Het was dus haar Célestine! De vrouw van wie ze dacht dat ze haar altijd kon vertrouwen! Sarah vluchtte terug naar de winkel, waar juist een nieuwe klant aan kwam: Paul Douriot. Hij vertelde haar waarom hij de brief zelf aan de dominee wilde geven en ondertussen had hij Sarah'r vertrouwen helemaal gewonnen. Ze vertelde hem waar hij de dominee kon vinden en Paul verdween. Al snel had ze spijt, kon ze hem wel vertrouwen?

Maanden waren verstreken. Sarah was erachter gekomen dat Paul te vertrouwen was en ook merkte ze dat hij op haar verliefd was. Op een dag toen er feest, en dus een behoorlijke drukte, in Sainctes was, kwamen Sarah en Nicolas Cyran tegen. Ze maakten een praatje en Sarah kreeg een ring van Cyran. Ze vond hem zo mooi en was even afwezig, zodat ze niet had gemerkt dat Nicolas was afgedwaald. Plotseling hoorden ze iemand, het was Paul, die riep dat Nicolas werd ontvoerd. Cyran wilde achter Nicolas aan rennen, maar het was tevergeefs.

Op een dag kwamen Ancely en Judy, de tweelingdochters van dokter Pasquier, uit school thuis met het bericht dat Ancely katholiek wilde worden. Zo gebeurde het ook, ondanks het protest uit de familie, want vanaf zeven jaar was een kind in Frankrijk vrij om te beslissen in welke godsdienst hij onderwezen wilde worden. Ancely vertrok uit de familie en nu waren er al twee kinderen verdwenen, waarop de stemming niet vrolijker werd. Bovendien is in die tijd de vervolging op de protestanten alleen maar toegenomen.

De geruchten waren er al een tijdje, maar nu was er zekerheid. De dragonders waren terug! Dragonders zijn soldaten van de koning die bij ieder hugenoot in de stad worden ingekwartierd. Ze mochten hen kwellen, martelen, hun huizen vernielen, alles mochten ze doen zolang het maar niet tot de dood leidde. De bedoeling van dit alles was de hugenoten bekeren. Zodoende werden ook een aantal dragonders bij familie Pasquier ingekwartierd. Ze wisten wat dat betekende, want in 1681 (vier jaar eerder) hebben zij dit ook al meegemaakt. De familie had het zwaar te verduren en drie van hen hadden hun godsdienst dan ook afgezworen. Het waren Hester, die anders zo standvastig was, vader Pasquier (tot zijn grote spijt) en Judy. Simon kon stand houden doordat hij was gevlucht, maar Sarah zat nog alleen met een dragonder in haar huis. Alle anderen waren inmiddels weg. De dragonder zat Sarah te roosteren, dat wil zeggen dat Sarah zo dicht mogelijk bij het haardvuur zat met zo weinig mogelijk kleren aan. Ze hield het haast niet meer en, alsof God haar gebed verhoorde, hoorde ze plotseling de paarden van de dragonders hevig tekeer gaan, zodat de dragonder haar even in de steek moest laten en zodat Sarah kon vluchten. Het was inmiddels nacht geworden en Sarah, gekleed in oude vodden en verminkt door brandwonden, sloop naar Cyran. Zijn moeder deed open en zei dat die voor enige dagen de stad uit was. Sarah dacht na of ze nog goede katholieken kende (hugenoten kon ze nu niet lastig vallen) en besloot bij Paul langs te gaan, maar Bertrand, die een grote voorstander van de vervolging op de hugenoten was, en mevrouw Douriot wilde haar niet in huis hebben. Daarom besloot Paul haar in de wijnkelder te verbergen.

Na ruim een week waren de dragonders verdwenen en was de familie Pasquier, behalve Nicolas en Ancely, weer bij elkaar. Hun huis was nog heel, maar ze waren van bijna al hun bezittingen (gelukkig niet de goederen uit de galanteriezaak) beroofd.

Op een dag kreeg Paul bezoek van de dominee, die hem vertelde te willen vluchten. Paul had hem de stad uit geholpen in een vermomming, maar de dominee vroeg hem nog iets. Als de geheime eredienst was, kon niemand de dienst leiden. Daarom moest Paul, ook al was hij katholiek, de dienst bezoeken en aan Simon vragen of hij wilde leiden. Paul kreeg van de dominee een toegangsbewijs en een aantal preken voor Simon. Zo gezegd, zo gedaan, maar tijdens de preek werden ze plotseling overvallen door katholieken. Slechts enkelen konden vluchten, waaronder Paul en Sarah met Cyran, die, toen hij de plek met Sarah wilde verlaten, steeds zijn eigen naam riep, waarop de katholieken de weg voor hem vrijmaakten. Paul vond het vreemd, maar hij had er de tijd niet voor om er nog verder over na te denken. Simon werd gevangen genomen en weggevoerd.

Familie Pasquier was doodongelukkig na het horen van dit bericht, nog een lid van het gezin was verdwenen! Maar na een tijdje kwam plotseling Nicolas aanzetten. Hij was gevlucht. Sarah en hij beseften dat ze nergens meer veilig waren en het land uit moesten, voor het te laat was. Ondertussen was Paul erachter gekomen dat Cyran de verrader in het spel was. Hij achtervolgde hem een keer en kwam zijn volgende plan e weten: de ontvoering van Sarah en Nicolas! Paul wilde familie Pasquier inlichten, maar ze geloofden hem niet, dus probeerde hij het als nog, maar dan via Célestine. Zo kwamen ze te weten dat Cyran een verrader was, als hij Sarah die avond uitnodigde voor een wandeling naar de arena (wat dus een list was om haar te ontvoeren). De ontdekking van de familie die avond, was dat Célestine en Paul inderdaad de waarheid hadden verteld. Gelukkig was Sarah niet meegegaan.

Vader vertelde dat hij plannen voor een ontsnapping had. Hester en Judy zouden in Frankrijk blijven, maar hijzelf, Nicolas en Sarah zouden hun land verlaten, na eerst nog eén nacht bij notaris Lavelle onder te duiken. De volgende dag kwamen de marechaussees echter Nicolas en Sarah halen. Toen zei niet uit hun huis kwamen werd het in brand gestoken, hoe Hester ook smeekte. Cyran, die dacht dat Sarah nog in het huis verbleef, rende naar binnen en bleef in de vlammen achter. Hester en Judy verlieten het huis en kregen onderdak bij Célestine. Paul die van het verhaal op de hoogte was, wilde Sarah achterna om met haar te vluchten. Van Hester kreeg hij te horen waar ze heen was en hij ging op weg. Hij was echter niet de enige, ook Cyran (hij was niet dood, wel gewond) wilde naar Sarah toe. Van Bertrand hoorde hij over Paul en trachtte hem (op goed geluk) achterna te reizen. Zij beiden kwamen bij de haven aan en maar net op tijd had Paul ontdekt wat voor gevaar er loerde. Met een list wist hij Cyran op een dwaalspoor te brengen en zelf naar het Engelse schip, waar Sarah, Nicolas en dokter Pasquier zich op bevonden, te komen. Toen Sarah hem ontdekte op het schip, wat inmiddels was uitgevaren, wilde ze eerst tot rust komen. Pas na dagen kon ze met Paul praten en ze stelde hem niet teleur! Ze vond het goed dat Paul met hen meeging naar Amerika en eenmaal daar aangekomen, zo schreef ze in een brief aan Célestine, zijn ze samen gelukkig getrouwd.





2 Verhaalanalyse



2.1 Titel

Het boek heet "Het verbroken zegel", omdat de brief, die Paul aan de hugenootse dominee van Sainctes moest brengen, met een zegel was gesloten. Paul had het zegel verbroken en moest dus zelf op zoek naar de dominee om de brief persoonlijk af te kunnen geven en de dominee een verklaring voor het verbroken zegel te geven.



2.2 Personages

De hoofdpersoon uit dit boek is Sarah, hoewel Paul in het begin de grootste rol had.

· Sarah is een meisje van 15 jaar als het verhaal begint.

· Ze is standvastig (vooral als het om haar godsdienst gaat) en vrij stil, maar beslist niet verlegen.

· Haar uiterlijk staat in het verhaal niet beschreven.

· Sarah gedraagt zich, hoe kan het ook anders als je een vervolgde hugenote bent, erg schichtig. Zowel binnenshuis als buiten, want je weet maar nooit wie jou af staat te luisteren als je binnen bent.

· In de loop van het verhaal, als de vervolging toeneemt, wordt Sarah steeds banger en gedraagt ze zich steeds onopvallender, totdat ze het niet meer uithoudt en dan vlucht ze samen met haar vader en met Nicolas.

· Sarah leeft in een grote familie. Haar moeder is overleden, maar haar vader is er nog. Ze heeft twee broers: Simon en Nicolas en ze heeft ook nog drie zussen: Hester, die de taak van moeder heeft overgenomen, en de tweeling Judy en Ancely. Vroeger was vader Pasquier een dokter en bovendien een rijke man. Nu was hij al een tijd van zijn ambt ontzegd en zijn bezit werd mede daardoor steeds minder.

· Invloed op andere personages heeft Sarah niet veel, wel op Cyran, die met zijn spionnen werk ieder lid van de familie Pasquier te pakken wil nemen,behalve Sarah, op wie hij verliefd is geworden.

· De ideeën van Sarah zijn dat iedereen gelijkwaardig behandeld moet worden en dat godsdienstvervolging verboden moet worden.



Bijfiguren zijn Paul Douriot, Cyran en de gehele familie Pasquier, behalve Sarah.

· Paul Douriot is een katholieke jongen, die zich erg bekommert om het lot van de hugenoten en speciaal om dat van Sarah.

· Paul is de jongen die Sarah'r gedachten van streek brengen. De grote vraag bij haar is, of Paul te vertrouwen is.

· Andere personages in het verhaal (de meeste hugenoten) mogen Paul niet of denken over hem hetzelfde als Sarah, want Paul is en blijft katholiek.



· Cyran doet zich voor als bekeerde katholiek en als vriend van de familie Pasquier, terwijl hij in werkelijkheid hun vijand is.

· Hij is de verrader in het verhaal, wat voor veel hugenoten ernstige gevolgen heeft.

· Bij andere personages komt hij over als een fanatieke hugenoot, wat precies zijn bedoeling is.



· Dokter Pasquier, Hester, Simon, Nicolas, Judy en Ancely lijken allemaal standvastig en fanatiek in hun geloof, maar het is gebleken dat niet allen werkelijk zo standvastig zijn.

· Zij hebben de rol bij de katholieken van de vervelendste hugenoten familie, die als eerste moet worden uitgeroeid.

· Hun verhouding met andere hugenoten is goed, omdat ze veel armen en zieken helpen. Met name Simon en dokter Pasquier houden zich hiermee bezig.



Een aantal "types" uit het verhaal zijn:

- Célestine, de bezorgde katholieke buurvrouw.

- De dominee, alsmaar bang om te worden opgepakt.

- Familie Douriot, er steeds op uit om hugenoten te betrappen op iets "misdadigs".

- Elie en Rebecca, die vochten voor hun leven om hugenoots te blijven.

- Curé Corbeau, de beruchte jager op hugenoten.



2.3 Tijd

Het verhaal speelt zich af in het jaar 1685. Het begint in het vroege voorjaar en eindigt in december. Het nawoord eindigt in maart van het volgende jaar, 1686. Tussen begin en eind van het verhaal verloopt dus een tijd van ongeveer eén jaar. Er zijn zowel terugblikken als sprongen in de tijd aanwezig in het verhaal. De tijd speelt voor het verhaal op zich geen belangrijke rol, maar voor de personages (vooral de hugenoten) wel. Iedere dag opnieuw vragen zij zich af wanneer de vervolging eindigt en wanneer ze vrij kunnen doen en laten wat ze willen, zonder daarvoor meteen te worden opgepakt.



2.4 Vertelsituatie

Het verhaal wordt beleefd door de ogen van een buitenstaander. Hij weet de gevoelens van Sarah, maar ook die van Paul en alle andere personages. De vertellen weet dus alle dingen, ook die dingen,die de hoofdpersoon niet weet. Daarom is het verhaal verteld in de alwetende vertelsituatie.



2.5 Ruimte

Ergens in Frankrijk in de streek Saintonge ligt de stad Sainctes. Daar speelt het verhaal van de hugenoten-vervolging zich af. De ruimten spelen geen rol, op Frankrijk na, want nergens op aarde was in die tijd de jacht op de hugenoten zo erg als in Frankrijk, onder Lodewijk XIV.



2.6 Opbouw

Het verhaal begint midden in een handeling. Sarah, de hoofdpersoon, heeft het probleem dat ze niet meer weet wie ze kan vertrouwen. De personen die ze vertrouwen kan, wantrouwt ze en diegene die voor haar ondergang zorgt, krijgt al haar vertrouwen. Sarah moet enorm oppassen met alles wat ze doet en zegt, want overal lopen spionnen. Zelfs dáár, waar je ze niet verwacht.

De belangrijkste gebeurtenis in het verhaal is dat Paul een brief krijgt van de vreemdeling. Vanaf dat moment komt hij in het leven van de hugenoten, in het bijzonder in dat van Sarah, die hierdoor met haar gevoelens in de knoop raakt. Kan ze Paul vertrouwen?

Het hoogtepunt in het verhaal is wanneer Paul ontdekt dat Cyran de spion is. Nu kont de waarheid aan het licht en krijgt het verhaal een andere wending.



2.7 Thema

Het thema van het verhaal is vervolging en onderdrukking, wat meer dan duidelijk wordt als je het verhaal gelezen hebt.



2.8 Bedoeling

Ik denk dat de schrijfster van dit boek het boek geschreven heeft om de lezer duidelijk te maken hoe erg het is om onderdrukt en gepest te worden en om een minderheid te zijn. Misschien dat Jessy Marijn hiermee wil laten weten dat het niet goed is om anderen te pesten, op welke wijze dan ook, maar dat iedereen gelijk is en ook zo behandeld moet worden.



2.9 Taal

Het taalgebruik van dit verhaal is niet erg moeilijk. Er staan wel Franse woorden in die, in de meeste gevallen, niet meer in deze tijd worden gebruikt, maar bij die woorden staat hun betekenis en een duidelijke toelichting daarvan. Het verhaal bevat veel dialoog, maar wordt er niet door overheerst.





3 Opstel



Ik vind het boek "Het verbroken zegel" van Jessy Marijn een heel ingrijpend boek, vooral als ik me indenk dat dit allemaal echt gebeurd kan zijn in die tijd. Het boek was heel spannend omdat het onderwerp, de vervolging van de hugenoten door de Franse koning Lodewijk XIV, veel spanning met zich meebrengt. Toch vind ik dat dit verhaal in het begin is verteld in een minder goede stijl. Het lijkt net of alles zich afspeelt in deze tijd, hoewel er toch veel dingen zijn die erop wijzen dat dat niet zo is. Daardoor denk ik dat het komt door de stijl van de schrijver. Later in het verhaal wordt die gedachte minder.

Het boek vergelijken met mijn eigen leefsituatie is natuurlijk moeilijk, omdat de wereld waarin ik leef zo totaal verschilt met de wereld van Sarah. Ik denk dat ik, in Sarah'r situatie, ook gevlucht zou zijn, want in Sainctes hadden hugenoten echt geen leven meer. Wat ik wel gedaan zou hebben, wat Sarah niet deed, is Cyran al veel eerder wantrouwen. Ik vind het raar dat niemand eerder op de gedachte was gekomen dat Cyran misschien de verrader zou kunnen zijn. In zoveel dingen stelde hij zich verdacht op, dat ik de personages uit het boek eigenlijk een beetje dom vindt.

De stijl van het boek vind ik dus niet optimaal, maar de gebeurtenissen en het onderwerp zorgen voor een heleboel spanning, wat het boek toch erg boeiend maakt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen