U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Marga Minco - De Val.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=313 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2621 woorden.

Samenvatting
Onderdeel I: persoonlijke reactie en beoordeling.

Het onderwerp
Het onderwerp is het leven van Frieda Borgstein. En dan vooral wat er in de oorlog gebeurd is en hoe belangrijk dat voor haar is gebleven. Ik vind het een interessant onderwerp, oorlog boeit mij. Het onderwerp ligt niet volkomen buiten mijn belevingswereld want er zijn nog veel mensen die de oorlog hebben mee gemaakt en hier over kunnen vertellen. Het onderwerp heeft me aan het denken gezet, omdat toeval een zo grootte rol speelt in Frieda’s leven. Ik ben niet van mening veranderd door het lezen. Ik vind het niet echt een origineel onderwerp er zijn veel boeken geschreven over de oorlog en er zijn meer boeken waarin toeval een grootte rol speelt: ‘De aanslag’ van Harry Mulisch.

De gebeurtenissen
De gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon komen duidelijk naar voren. Het is een psychologische roman en hoe Frieda denkt over haar leven en hoe ze zich voelt komt veel nadrukkelijker naar voren dan de gebeurtenissen. Het verhaal bevat niet veel gebeurtenissen. De gebeurtenissen zijn op een boeiende manier met elkaar verbonden. De vier verhaallijnen komen bij elkaar aan het eind van het boek. De gebeurtenissen komen logisch uit elkaar voort. De gebeurtenissen zijn niet echt spannend verteld: ‘De juiste toedracht zal nooit komen vast te staan. In ieder geval heeft ze niet meer dan twee drie stappen gedaan voor ze de grond onder haar voeten voelde verdwijnen.’ Van te voren wordt de suggestie al heel erg gewekt van wat er zal gebeuren. Je legt al gauw de link tussen de verschillende verhaallijnen. Er komen dramatische gebeurtenissen in voor: Frieda verliest de kinderen in de oorlog door toeval, en de val in de verwarmingsput. De gebeurtenissen zijn geloofwaardig. De val in de verwarmingsput is ook werkelijk gebeurd want Marga Minco heeft het boek geschreven naar aanleiding van een advertentie waarin een 85 jarige vrouw levend verbrand was in een verwarmingsput. De rol van het toeval is erg groot. Eerst in 1942: de struikeling over de traproede waardoor Frieda losgerukt wordt van haar gezin. Veertig jaar later is het afschuwelijke toeval dat Frieda in de hete put doet vallen. Het verhaal bevat niet veel verrassende gebeurtenissen want er wordt een beetje naar toegeleefd, je hebt al heel snel een idee van wat er gebeurd. Het boek bleef van het begin tot het eind boeiend het is ook een dun boekje. De afloop is naar mijn zin.

De bouw
Het verhaal is redelijk ingewikkeld opgebouwd: 16 ongenummerde hoofdstukken, 4 verhaallijnen en een verschuivend perspectief. De bouw is begrijpelijk. De tijd verloopt niet zo als in werkelijkheid, veel flash backs en flash forwards. Heden en verleden lopen door elkaar. De terug blikken zijn eigenlijk alles waar het omdraait. Dat wat er in 1942, in de oorlog is gebeurd daar draait eigenlijk het hele boek om.

De personages
Je krijgt een redelijk goed beeld van de personages. Vooral van Frieda en Ben. De personages zijn voor mij niet erg herkenbaar ik ken geen mensen die zo in het verleden leven. Ik ben niet heel erg bij de gebeurtenissen betrokken geraakt omdat het niet echt spannend en verrassend verteld werd. Gedachten en gevoelens van de personages hebben mij niet beïnvloed. Ik vond vooral Ben een sympathiek persoon. Er zijn geen beslissingen die ik me moeilijk voor kan stellen. Ik kan me niet zo goed verplaatsen in de problemen van de personages, omdat ze veel met de oorlog te maken hebben. Ik vind dat de personen zich gedragen zoals het hoort, niet vreemd.
Het taalgebruik
Het taalgebruik is eenvoudig en sober. Ik had geen moeite om de taal te gebruiken omdat ze geen overbodige woorden gebruikt en geen moeilijke of vreemde woorden. Het verhaal bevat dialoog. Het verhaal bevat niet veel beschrijvingen.

Argumenten
Structurele argumenten: ‘De terugblikken zijn eigenlijk alles waar het omdraait. Dat wat in 1942 gebeurd is, daar draait eigenlijk het hele boek om.’
Realistische argumenten: ‘De gebeurtenissen zijn geloofwaardig. De val in de verwarmingsput is ook werkelijk gebeurd want Marga Minco heeft het boek geschreven naar aanleiding van een advertentie waarin een 85 jarige vrouw levend verbrand was in een verwarmingsput.’
Vernieuwingsargumenten: ‘Ik vind het niet echt een origineel onderwerp er zijn veel boeken geschreven over de oorlog en er zijn meer boeken waarin toeval een grootte rol speelt: ‘De aanslag’ van Harry Mulisch.’
Stilistische argumenten: ‘Het taalgebruik is eenvoudig en sober. Ik had geen moeite om de taal te gebruiken omdat ze geen overbodige woorden gebruikt en geen moeilijke of vreemde woorden.’

Onderdeel II: samenvatting, analyse en interpretatie.

Voorwerk.
1. Titelbeschrijving.
a) Minco, Marga
b) De val
c) Wolters-Noordhoff, Groningen 1998
Druk staat er niet in het is een grote lijster.
2. Uiterlijke beschrijving.
De val heeft 63 bladzijden, 16 korte niet genummerde en getitelde hoofdstukjes.
Motto: ‘I imagine, sometimes, that if a film could be made of one’s life, every other frame would be death. It goes so fast we’re not aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary consciousness you can’t even begin to know what’s happening.’ Saul Bellow (The dean’s december)

Samenvatting.
Baltus en Verstrijen, monteurs van gemeentewerken, drinken op die donderdag ochtend voor ze naar het werk gaan om half acht koffie in ‘De Salamander’. Het heeft die nacht hard gevroren. Op diezelfde ochtend wordt Frieda Borgstein in het bejaardentehuis ook om half acht gewekt. Vandaag treft ze de voorbereidingen voor haar verjaardag, die morgen zal worden gevierd. Baltus en Verstrijen beginnen tegen over het bejaardentehuis met de werkzaamheden in een put van de stadsverwarming. Ze hebben weinig zin in het werk. Het bejaardentehuis krijgt bezoek van twee Zweden, die geïnteresseerd zijn in de moderne bejaardenzorg in Nederland. De directrice, Rena van Straten, en het hoofd van de huishouding, Bien Hijmans, treffen daarvoor enige maatregelen. Frieda Borgstein heeft in de oorlog een afschuwelijke ervaring gehad. Door verraad zijn haar man Jacob en twee kinderen weggevoerd. Doordat Frieda nog even een vest voor haar dochtertje is gaan halen, is ze niet door de Duitsers opgepakt. De familie Oosterveen heeft haar opgevangen, maar Jacob en de kinderen zijn nooit teruggekeerd. In het bejaardentehuis heeft Frieda geen intieme relaties. Alleen met de klusjesman Ben Abels, die in een concentratiekamp heeft gezeten, kan ze het goed vinden. Ze heeft nooit aandacht besteed aan haar verjaardag, maar morgen – als ze 85 wordt – wil ze iedereen in het tehuis trakteren op gebak. Daarom wil ze ondanks het slechte weer naar buiten om enige zaken te regelen. Het wordt haar afgeraden, maar ze zet toch door. Na de koffie verlaat ze het bejaardentehuis en steekt ze de straat over.
Baltus en Verstrijen maken weer een verwarmingsput open, maar ze plaatsen er geen hekjes omheen. Baltus gaat naar het toilet en Verstrijen zal een oogje in het zeil houden. Hij denkt aan de slechte relatie die hij met zijn vrouw heeft. Hij krijgt het koud en gaat eens kijken waar Baltus blijft. In tussen nadert Frieda de dampende put. Door de kou zijn haar ogen vochtig geworden en wellicht ziet ze de put, het deksel en de slang niet. Ze stort in de put. Hij tracht de vrouw uit het kokende water te halen, maar het lukt hem niet. De brandweer wordt gewaarschuwd en die haalt Frieda uit de put.
In het bejaardentehuis in het Gerrie die als eerste merkt dat er aan de overkant een ongeluk is gebeurd. Van Straten en Hijmans voelen intuïtief aan, dat er iets met Frieda aan de hand moet zijn. Abels spoedt zich naar buiten. Op het moment dat de bejaarde vrouw naar boven wordt gehaald, leeft ze nog, maar spoedig daarna moet ze zijn gestorven. Abels neemt haar tas mee en geeft die aan de directrice. Ze vinden o.a. een zilveren sigaretten koker, een zilveren portretlijst en een etui met foto’s. Abels brengt de doorweekte spullen naar de containerkelder en doet ze bijna plechtig in een nieuwe asemmer. Er zijn afbeeldingen bij van mensen die hij in zijn jeugd goed gekend heeft. Hij kwam toen namelijk regelmatig bij Frieda thuis, omdat hij kennis had aan Olga, de dochter van de Borgsteins.
Op de dag van het ongeluk ontmoet Abels een man met dun grijs haar, die hij vaag kent. Van de directie hoort hij dat het Hein Kessels is, een ambtenaar van de provinciale bejaardenzorg. De dag voor de begrafenis heeft Abels een gesprek met Hein. Het is voor Hein een soort biecht. s’Avonds zou hij hen met de fiets ophalen. Toen hij bij het huis arriveerde, kwam de SD er ook, met een auto Vader Borgstein, de beide kinderen en Hein werden in de auto gesmeten. De Duisters zochten niet naar Frieda. Hein is verhoord en in het concentratiekamp terecht gekomen. Hij heeft niets verraden. Door onervarenheid hebben Hein en zijn vrienden waarschijnlijk een foutje in de organisatie gemaakt en dat is hun fataal geworden. Na de oorlog is Hein in een andere plaats gaan wonen. Hij heeft de moed niet kunnen opbrengen om contact op te nemen met Frieda, die daarom nooit heeft geweten waarom de zaak is misgelopen.

Analyse en interpretatie
Titelverklaring
De titel geeft aan dat Frieda Borgstein om het leven komt door de val in een put met kokend water en de val waarin de familie Borgstein (uitgezonderd Frieda) in gelopen in 1942.
Motto
‘I imagine, sometimes, that if a film could be made of one’s life, every other frame would be death. It goes so fast we’re not aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary consciousness you can’t even begin to know what’s happening.’ Saul Bellow (The dean’s december)
Als er al van iemands leven een film te maken was, zou die toch onbegrijpelijk zijn; de mens is niet in staat te begrijpen wat er met hem gebeurt. Dit slaat op Frieda die nooit begrepen heeft waarom ze haar niet mee hadden genomen in 1942, waarom ze niet op haar gewacht hadden.
Genre
De val is een autobiografische, psychologische novelle geschreven in reportage stijl. De val is een psychologische novelle omdat het accent ligt op de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon.
Idee, thema en motieven.
Het centrale thema is de onmacht. Het idee hierachter is dat je niet in staat bent de gebeurtenissen in je leven te verklaren. Een ander belangrijk thema, wat in veel van Minco’s boeken voorkomt is de schuld vraag. Een zeer belangrijk motief is het noodlot. Door een toeval ontkomt Frieda aan de deportatie. Als een van de gemeentewerkers geen ruzie met zijn vrouw had gehad, was hij misschien oplettender geweest en had hij kunnen voorkomen dat Frieda in de put viel. Andere belangrijke motieven zijn:
- grote bezorgdheid, Frieda voor haar dochter als ze een vest gaat halen en in het bejaardentehuis als Frieda boodschappen gaat doen met slecht weer
- dubbele ondergang, de familie Borgstein gaat 2 keer ten onder: in het concentratiekamp en als de doorweekte foto’s in de asemmer worden gelegd.
- Liefde, van Frieda voor haar man en kinderen, van Ben voor Olga, van Meneer Marks voor Frieda, van Carla voor Verstrijen, van Rena voor de architect.
Opbouw, structuur en spanning
Het verhaal bevat veel flash backs en is niet in chronologische volgorde. Elk hoofdstuk is meestal een deel van een verhaallijn. Alleen in hoofdstuk 11 zijn meerdere verhaallijnen opgenomen. Het verhaal is fragmentarisch opgebouwd. Het verhaal heeft 4 verhaallijnen die naar het einde toe samen komen: die van de monteurs, van Frieda, van Ben Abels en van Hein Kessels. De spanning in ‘De val’ is niet erg hoog. Het motorische element in ‘De val’ is aan de ene kant de gebeurtenis in 1942, het weggenomen worden van de man en kinderen van Frieda. Maar aan de andere kant de val van Frieda in de put want hierdoor komt het gesprek tussen Ben en Hein opgang en komt alles uiteindelijk boven tafel. Het boek heeft een gesloten eind, je weet waarom Frieda is achter gelaten in 1942.
Personages
De hoofdpersoon Frieda is een round character. Ze is zeer zorgzaam voor man en kinderen, moet naar de oorlog alleen verder. Als ze weg gaat neemt ze altijd het portret van Jacob en de familiefoto’s mee. In de oorlog is ze ondergedoken bij de Oosterveens, die later naar Australië immigreerden. Na de oorlog werd Frieda boekhoudster. Dit werk deed ze heel fanatiek om haar emoties de baas te blijven. Veertig jaar heeft ze haar verjaardag niet gevierd. Nu ze 85 wordt wil ze het weer gaan vieren.
De flat characters in het boek zijn:
- Baltus, onverschillige man, weinig verantwoordelijkheidsgevoel, een van de gemeentewerkers.
- Verstrijen, wordt geplaagd door huwelijksproblemen, vindt het leuk als aantrekkelijke vrouwen belangstelling voor hem hebben, andere gemeentewerker.
- Rena van Straten, heeft hart voor de bejaarden, geeft goed leiding, beetje ijdel.
- Bien Hijmans, erg emotioneel, maakt gauw scène.
- Ben Abels, eenvoudig en hartelijk, de enige die Frieda Borgstein begrijpt en haar helpt. Oude bekende, hij werkte bij Jacobs bedrijf als jongste bediende.
- Hein Kessels, vage wat naïeve figuur, heeft zich laf gedragen tegenover Frieda.
Tijd
Het verhaal speelt zich af enkele dagen in de winter van 1982. De vertelde tijd is dus enkele dagen. Er is, afgezien van de flashbacks een continue tijdverloop. De verteltijd is 1,5 uur. De verteltijd is korter dan de vertelde tijd. Het verhaal wordt scenisch verteld. Het tijdsverloop is niet chronologisch, veel flash backs en flash forwards, heden en verleden lopen door elkaar. De gebeurtenissen worden achteraf verteld, vision par derriere.
Perspectief en vertelsituatie
Het verhaal heeft een alwetende vertelsituatie. Hierdoor ga je niet zo heel diep op in de gevoelens en gedachten van Frieda maar krijgt je ze wel duidelijk te horen. Je krijgt hierdoor een goed beeld op de hele situatie, vanuit iedereen gezien.
Ruimte
In het verhaal wordt niet uitvoerig beschreven waar het plaats vind maar wel wordt duidelijk dat het een plaats aan de rivier is. Het bejaardentehuis ligt tegenover de gebouwen van de Sociale Dienst en het Gemeente Energiebedrijf. Het doet er niet toe waar het plaats vind en wordt dus ook niet uitvoerig beschreven. Weersomstandigheden spelen een rol in dit verhaal, regen, kou, harde wind. Als Frieda oversteekt is er zo’n harde wind dat ze bijna over de weg geblazen wordt. Het is ook koud op de bewuste donderdag morgen. Op de avond in 1942, regent het en is het sober weer.
Taalgebruik en stijl
Het taalgebruik is eenvoudig en sober, zeer efficiënt, zuinig en beknopt, ze gebruikt geen woord te veel. Ze gebruikt korte zinnen met een eenvoudige zinsbouw. Er zit geen humor is haar stijl. Minco gebruikt nauwelijks vreemde woorden.






Onderdeel III: achtergronden

Achtergronden van de schrijver.
Marga Minco is het pseudoniem van Sara Menco: geboren in 1920; ze kreeg een orthodox-joodse opvoeding; was van 1983-1940 leerling-journaliste bij de Bredasche Courant; volgde enige tijd tekenlessen in Amsterdam; zat tijdens de Duitse bezetting ondergedoken in Amsterdam, de Haarlemmermeer en Heemstede; verloor tijdens de oorlog vrijwel haar hele familie. Minco publiceerde van 1950-1954 verhalen en schetsen in ‘Mandir’, ‘Het Haarlems Dagblad’ en ‘Het Parool’. Andere werken: o.a. ‘Het bittere kruid’(1957); ‘De andere kant’(1959); ‘Het huis hiernaast’(1965); ‘Een leeg huis’(1966); ‘Meneer Frits en andere verhalen uit de vijftiger jaren’(1974); ‘De glazen brug’(1986) en diverse kinderboeken. Een belangrijk thema in Minco’s werk is de oorlog en daarmee de samenhangende schuldvraag.

Achtergronden van het boek.
In de tweede helft van de jaren zeventig werkt Minco drie jaar onafgebroken aan een nieuwe roman die zij tenslotte als mislukt terzijde schuift. Voor het zover is valt haar oog op een gruwelijke krantenbericht over een hoogbejaarde vrouw die in Arnhem in een stadsverwarmingput is gevallen en levend verbrand. Het slachtoffer blijkt een goede bekende van Minco te zijn: de schoonmoeder van haar broer David, die zij regelmatig in Arnhem heeft opgezocht. Het korte verhaal dat Minco hierover wil schrijven groeit uit tot een novelle die in 1983 verschijnt onder de titel ‘De val’.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen