U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Majgull Axelsson - Aprilheks.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=8132 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2122 woorden.

Boekbeschrijving

Auteur: Majgull Axelsson

Vertaler: Janny Milbeek-Oortgiesen

Titel: Aprilheks

Oorspronkelijke Titel: Aprilhäxan

Druk: derde druk, 2000

Uitgever, plaats, jaar: De Geus, Breda, 2000

Oorspronkelijke uitgever, plaats, jaar: Rabén Prisma, Stockholm, 1997

Jaar van eerste druk: 1997

Aantal pagina's: 510

Indeling: Het boek is ingedeeld in 10 hoofdstukken, elke titel van een hoofdstuk is een vage omschrijving van de inhoud.



Motto/verdiepingssamenvatting:

Elk hoofdstuk heeft een apart motto in de vorm van een gedicht of een citaat.

Hoofdstuk 1

Een gedicht over golven en deeltjes van John Updike

Het slaat op het begin van dit hoofdstuk, dat over de natuurkunde gaat.

Hoofdstuk 2

Een gedicht van Ray Bradbury dat over iemand gaat die droomt en in haar dromen in ieder wezen op aarde kan kruipen

Dit slaat op de hoofdpersoon uit dit boek die in de hersens van bijvoorbeeld een kraai kan kruipen en van daaruit van alles kan zien. Ze is zelf heel zwaar gehandicapt en kan niet zelf iets meemaken dus is dit voor haar een schrale troost.

Hoofdstuk 3

Een citaat van Stephen W. Hawking

Dit gaat ook over natuurkunde en de tijd

Dit slaat op een andere hoofdpersoon in het boek die ook natuurkunde heeft gestudeerd, en door de tijd wel is veranderd in tegenstelling tot de vrouw die is gehandicapt en nog steeds in dezelfde toestand verkeerd, alleen de epilepsie wordt erger.

Hoofdstuk 4

Een citaat van veilinghouder Battista Moducco met het jaartal 27 juni 1580.

Het gaat over het zijn van benandante, dat heeft er mee te maken dat je een keer per jaar in het voorjaar een drang hebt om midden in de nacht ergens naar toe te gaan en de te vroeg overledenen eert, zonder dat je er zelf besef van hebt.

Dit heeft in zoverre met het boek te maken dat de gehandicapte vrouw geen benandante is maar het wel altijd weet wie er wel een is als er toevallig een keer mensen ’s nachts over straat lopen.

Hoofdstuk 5

Een gedicht van Margaret Atwood over iemand die zich niet gelukkig voelt in zijn lichaam.

Dit gaat over een derde zus die net als de tweede, de niet gehandicapte, is opgevoed door de moeder van de gehandicapte vrouw. Terwijl de gehandicapte vrouw al haar hele leven in een verpleegtehuis zit, al vanaf haar geboorte. Die moeder had drie adoptiekinderen die geen familie van elkaar waren, de drie waren geadopteerd in de volgorde waarop ik ze nu ook noem, dit is in het boek ook zo en dat is waarschijnlijk ook geen toeval.

De eerste, die natuurkunde heeft gestudeerd, heet Margareta.

De tweede, die arts is geworden, heet Christina, en daar heb ik het zo verder over.

De derde, die van het rechte pad is afgeraakt en net als haar echte moeder aan de drank en aan de drugs is geraakt, heet Birgitta.

Christina voelt zich niet fijn in haar lichaam, sowieso niet in haar leven, ze is als kind altijd al door Birgitta en Margareta buiten gesloten en daar heeft ze nog een beetje trauma’s van. Ze heeft nog steeds een hekel aan haar zussen.

Het hoofdstuk heet de pomptweeling. In een Zweeds woordenboek heb ik gevonden dat naar de pomp in het Zweeds de pineut zijn betekent dit is de enige verklaring die ik voor deze hoofdstuktitel kan vinden.

Hoofdstuk 6

Een gedicht van Lars Forsell

Dit gaat over dat het enige wat de hoofdpersonen in het gedicht

hebben elkaar is, en dat is in het boek ook zo met de gehandicapte echte dochter en de meisjes waarmee ze vroeger in het verpleegtehuis op een kamer mee heeft gelegen, een van de meisjes werd steeds verkracht en de enigen die het wisten waren zij en ze konden er niets aan doen, want niemand geloofde hen.

Hoofdstuk 7

Een gedicht van Hjalmar Gullberg

Dit gaat over Margareta, zij is een beetje verdwaald in haar geest ze heeft alles wel op een rijtje alleen ze heeft alleen maar herinneringen aan vroeger en die zijn niet allemaal even leuk. De titel van het hoofdstuk “de kersenprinses” slaat op Christina die klom als eerste in de kersenboom in de achtertuin en toen ging Margareta erachteraan. Ze kijkt nog steeds op tegen har zus maar eigenlijk haat ze haar omdat ze altijd weer de pineut is.

Hoofdstuk 8

Een gedicht van Per Daniel Amadeus Atterbom

Dit gaat over de zin van het leven, Desireé, wat trouwens de verlangde betekent ook weer heel cru omdat haar moeder naar haar verlangde maar haar heeft weggedaan omdat ze gehandicapt was, vraagt zich ook wel eens af wat de zin van het leven is. Voor haar is het alleen nog maar anderen tot last zijn.

Hoofdstuk 9

Dit is een citaat van Stephen King

Het gaat over Birgitta zij vind van Margareta dat ze een verwaande snob en een kreng is vandaar het citaat.

Hoofdstuk 10

Een gedicht van Stig Dagerman

In dit hoofdstuk gaan Hubertsson en Desireé dood ze komen elkaar tegen bij de benandanten bijeenkomst nu zien ze elkaar voor het eerst echt, niet in een arts patiënt verhouding.



Samenvatting:

Ik geef nu een korte samenvatting want bij het motto is al heel veel genoemd.

Het boek gaat over een vrouw genaamd Desireé die met haar hersens in zielen van anderen kan kruipen en zo alles kan volgen wat er gebeurt. Haar moeder heeft haar afgestaan en in een verpleeghuis gestopt omdat ze zwaar epileptisch en gehandicapt is, de epilepsie wordt steeds erger. Ze heeft natuurkunde gestudeerd wat vaak terugkomt in de vorm van beschouwingen. Haar echte moeder heeft in totaal drie pleegkinderen opgenomen, eerst Margareta, dan Christina en tenslotte Birgitta. De drie kunnen het op later leeftijd lange tijd niet meer goed met elkaar vinden, totdat er vreemde dingen gebeuren, namelijk alledrie krijgen ze vreemde briefjes. Het zijn vooral confrontaties met vroeger, die doen voorkomen of ze van een van de andere zussen komen. Deze drie pleegzussen weten niet dat Desireé bestaat terwijl die hen nauwlettend volgt en natuurlijk ook de briefjes stuurt. Ze geven elkaar en vooral Birgitta de schuld van de briefjes. In de loop van het verhaal kommen ze steeds dichter bij elkaar. Birgitta weet toevallig dat hun moeder nog een andere dochter heeft gehad maar daar weet ze amper iets van ze heeft alleen haar echte moeder er ooit eens over gehoord. Birgitta zegt dit op een gegeven moment tegen Margareta en die gaat meteen naar Christina toe samen met Birgitta. Christina is in het park, omdat Hubertsson dood is. Dan zijn de zussen bij elkaar en weten ze wat er ongeveer aan de hand is. Alleen zijn ze te laat, want degene die alles had geweten is dood, Hubertsson. Desireé volgt dit alles en overlijdt op hetzelfde tijdstip als Hubertsson om bij hem te zijn. Hubertsson weet er zoveel vanaf omdat hij vroeger een kamer heeft gehuurd bij de moeder thuis en al zowat zijn hele leven Desireé heeft verpleegd.

Thema: het thema is onder andere kritiek op de verzorging ven afhandeling van mensen met problemen en op de zorg in Zweden. Er komen drugs- en drankproblemen in voor en zorg voor gehandicapten.

Ook zit er een protest in tegen adoptie want de drie zussen kunnen toch eigenlijk alledrie geen normaal leven hebben. Ze hebben allemaal problemen.

Titelverklaring: Aprilheks slaat op Desireé en de benandanten die in het voorjaar bijeenkomen en een processie houden voor de te vroeg gestorvenen. Desireé wil niet sterven voordat ze haar stiefzusters betaald heeft gezet voor het afpakken van haar moeder en haar leven, maar eigenlijk kan ze niet langer leven.





Analyse

Hoofdpersonen:

Desireé: Desireé is de hoofdpersoon en tegelijk ook de enige ik-persoon; de anderen worden allemaal vanuit een ander perspectief beschreven.

Margareta, Christina en Birgitta zijn allemaal ook hoofdpersonen maar zij zijn niet in de ik-persoon beschreven. Zij worden beschreven alsof er iemand anders in hen zit die vertelt wat ze denken en doen, dit is Desireé want die kan zich verplaatsen in anderen.

Belangrijke bijpersonen: Hubertsson, de moeder/tante Ellen, de moeder van Birgitta/Gertrud, de man van de raad van toezicht op adoptiekinderen en tegelijk ook familie van Ellen/Stig/Stig met de snoekenbek, de moeder van Christina/Astrid

Perspectief: Het boek is geschreven in een ik-perspectief, met een hele vreemde wending eraan.

Tijd: er zit een chronologisch verhaal in dat telkens te voegen blijft ondanks de ontelbare flashbacks.

Ruimte: er zijn geen ruimten van groot belang in dit boek, alles speelt zich af op verschillende locaties, voornamelijk in de buurt van Stockholm.



Mening: Ik vond dit een ongelooflijk goed boek, het blijft boeien tot aan het eind ondanks dat het zo lang is. De ontknoping is al vanaf heel in het begin duidelijk, maar je weet niet hoe het zal gebeuren en dat is best leuk. Alle personages worden ook heel diep uitgebeeld. Dit is erg mooi vooral in dit boek waarin het vooral om karakters van mensen gaat. Ik vind dit echt een aanrader, maar je moet wel even doorzetten.



Majgull Axelsson

Zweden 1947.

Ze is journaliste en schrijfster, ze debuteerde in 1994 met ver weg van Nifelheim. Voor die roman ontving ze in Zweden diverse literaire prijzen.



Bron: omslag boek



Extra Opdracht

Hoofdstuk 1 inleiding

Mijn naam voor dit hoofdstuk is inleiding. Het klinkt simpel, maar het is dubbel. Ik bedoel ermee dat je in de personen wordt geleid die in het verhaal de hoofdrol spelen. Dit gebeurt op een hele aparte manier, namelijk dat de vertelster van het verhaal, Desireé, degene waarbij het perspectief ligt, één van de hoofdpersonen ontmoet en zo het verhaal in de ander overdraagt en voor je het weet lijkt het of het perspectief bij een ander ligt, terwijl het nog steeds vanuit Desireé verteld wordt. Je wordt als het ware in het verhaal geleid door Desireé, vandaar de titel.

Hoofdstuk 2 rover

In dit hoofdstuk komt een scène voor waarin Desireé in de hersenen van een meeuw kruipt en die meeuw in de tuin van Christina tegen een muur laat vliegen. Een meeuw is een rover. In de ogen van Desireé zijn haar stiefzusters, die haar dus niet kennen, rovers, want ze hebben haar moeder ingepikt.

Hoofdstuk 3 letters

Op de eerste bladzijde van dit hoofdstuk krijgt Christina een brief, het oude adres op de envelop is doorgestreept en het hare is erop gezet. Van het oude adres kan ze alleen nog maar een paar letters onderscheiden. Letters betekent brieven in het engels, in dit hoofdstuk krijgt elke zus een brief dus letters.

Hoofdstuk 4 de ekster

Een ekster staat bekend om het jatten en stelen, in dit hoofdstuk woordt de ekster door Desireé als niet gunstig beoordeelt om met je ziel in te kruipen. Desireé zelf is ook een ekster want ze steelt de ziel van een ander en ze is zelf niet te doorgronden.

Hoofdstuk 5 memoires van een maagd

Dit hoofdstuk gaat over Christina, zij heeft nooit wat gedaan wat niet mocht. Als haar zusjes haar pestten, hield ze zich daarbuiten. Ze heeft alles van zich afgezet en is zo als het ware maagdelijk gebleven, dus vandaar memoires van een maagd. In het begin van het hoofdstuk is ze echt maagd, hierdoor lijkt het of de titel hier direct op slaat.

Hoofdstuk 6 doorzien

Dit hoofdstuk gaat over vroeger, hoe Desireé vroeger in het huis voor gebrekkigen lag met drie andere meisjes en ze al doorhad dat ze helderziend was, zo kon ze in de geest van anderen kruipen, en dus wist ze alles. Ze doorziet haar verleden in dit hoofdstuk ze kijkt er even vlug doorheen.

Hoofdstuk 7 de zoektocht naar het onbekende

Dit wordt nader verklaard bij hoofdstuk 9.

Hoofdstuk 8 gezellige eenzaamheid

Desireé is alleen, ze verdoet haar tijd door te denken en voor anderen te denken. Ze kruipt in de zielen van anderen en laat ze dingen doen en zien en zeggen zonder dat ze het zelf snappen. Haar slachtoffers lijken zichzelf niet in beheersing te hebben maar denken van zichzelf nog niet dat er iets niet goed is. Op deze manier kan zij zelf nog meegenieten met de gezelligheid van anderen.

Hoofdstuk 9 het vervolg van de zoektocht

Hoofdstuk 7 werd geschreven aan de hand van de belevenissen van Margareta, Hoofdstuk 9 uit het perspectief van Birgitta. Beiden zijn ze met elkaar op weg alleen weten ze niet waarom ze bij elkaar zijn en waarheen ze eigenlijk op weg zijn, ze zijn op weg naar de ontdekking van het feit dat ze nog een zus hebben, maar dat weten ze niet. Allebei hebben ze veel herinneringen aan vroeger die hun redenen geven om elkaar en zichzelf te haten. Ze zijn op weg naar hun verzoening.

Hoofdstuk 10 de laatste vlucht

De laatste vlucht voor Desireé is de dood, vlak voor ze overlijdt maakt ze nog een vlucht in de hersenen van een mus, de laatste vlucht, die haar naar haar zussen leidt. ze ziet dat haar zussen de ontknoping gevonden hebben en kan eindelijk sterven, haar missie is volbracht. Samen met Hubertsson kan ze nu zijn, als gelijken, te vroeg gestorvenen in de benandantenprocessie.



Nawoord:

Ik vond het erg moeilijk om voor sommige hoofdstukken een andere titel te vinden die een diepere betekenis had. Er waren enkele hoofdstukken bij die al een hele diepe titel hadden en die natuurlijk naadloos op het verhaal aansloten. Het was bij die hoofdstukken heel moeilijk om wat anders te verzinnen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen