U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tessa De Loo - Het Mirakel Van De Hond.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1709 en is laatst upgedate op 03/12/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 987 woorden.

C. Vervolgopdracht



Lieve Josine,



Deze brief schrijf ik je omdat ik dingen heb mee gemaakt die niemand wil geloven. Ik hoop dat je me wil helpen en me wil steunen. Ik heb het er heel erg moeilijk mee en mijn huwelijk met Arnold gaat ook niet meer zo als hij was. Josine help me alsjeblieft! Ik zal je vertellen hoe het allemaal is gegaan.

Op een avond ging ik naar huis op mijn brommer samen met Joost, mijn hond. Op een gegeven moment sloeg de brommer af en kreeg ik hem niet meer aan. Eerlijk gezegd was ik bang en het gejank van Joost maakte me niet vrolijker. Ik trapte maar een eindje verder. Waar het fietspad een bocht naar recht maakte, schemerde tussen de takken door een blauwig schijnsel. Ik remde iets af.

Van het braakliggend terrein kwam het blauwe schijnsel vandaan. Er stond een rond, plat voertuig ter grootte van een passagiersvliegtuig. Bovenop, in het midden, bevond zich een soort cabine, waaruit het blauwe licht op de grond viel. De brommer sloeg weer af. Joost was opgehouden met blaffen. Op eens kwam achter een geruisloos omhoog schuivend rolluik, een deuropening zichtbaar. En plots sprong Joost uit zijn mandje en rende naar het toestel, met de halsband achter zich aan slepend. Toen hij de loopplank bereikte verscheen er een gestalte. Joost aarzelde niet en liep zo de loopplank op. Het rolmechanisme trad weer in werking, in de omgekeerde richting. En daarna geruisloos, zonder propellers, zonder vleugels, zonder het snorren van de motoren, steeg het ding op, met Joost!

Toen ik thuis kwam vertelde ik Arnold dat Joost weg was. Ik zei dat hij was mee genomen door een UFO, maar hij wilde me niet geloven. Ik heb hem alles verteld, maar hij bleef me niet geloven. Hij zei dat ik serieus moest gaan vertellen hoe ik Joost was kwijtgeraakt.

De weken erna ging Arnold alles doen om onze hond terug te vinden. Hij ging bij de buren vragen, plaatste advertenties, en liep, Joost’s naam roepend, rond op het braakliggend terrein. Hij wist niet wat hij met me aan moest en heeft toen maar mijn ouders gebeld. Zij kwamen op een zaterdagmiddag langs en ik vertelde hun het hele verhaal, maar ook zij wilde me niet geloven. Ze vonden dat ik maar met pastoor Gielekens moest gaan praten. Ik ging er mee akkoord, zodat ze me eindelijk met rust zouden laten.

Toen ik bij pastoor Gielekens was, moest ik uit zijn mond míjn geschiedenis aanhoren. ‘Ik heb me laten vertellen dat je jarenlang alles in werk heb gesteld om zwanger te raken.’ ‘Uiteindelijk geschiedde het mirakel toch: je raakte in verwachting.’ ‘En toen….toen ging het mis.’ Ik ben verraden dacht ik. Mijn ouders hebben intieme dingen aan een wildvreemde verteld. ‘Als je niet bent uitverkoren voor moederschap, dan in ieder geval wel voor deze uitzonderlijke…..openbaring’ zei hij.

Ik kon er met niemand over praten. Ik verlangde er zo naar dat er iemand was die naar me luisterde en die me zou geloven. Op een dag dacht ik aan een oude vriendin, die als heilbrengend levensbeginsel achtereenvolgens de astrologie, de getallensymboliek, het pendelzwaaien en het schouwen in kristallen bollen had beoefend. Volgens Christine kwamen UFO’s altijd terug, na een paar dagen, weken of na jaren. Ik moest het volgens haar niet voor me houden en moest ik er mee naar de VOVO gaan, de Vereniging voor Ongeïdentificeerde Vliegende Objecten.

Toen ik thuis kwam heb ik het telefoonnummer gelijk opgezocht in het telefoonboek. En ik belde ze op. Ik kreeg een meneer Schwarzenegger aan de telefoon en heb een afspraak met hem gemaakt, hij kwam die middag gelijk langs. Ik heb hem alles verteld, en volgens hem heb ik er echt één gezien, hij kon dat uit allerlei onderdelen opmerken. We zijn nog naar de plek geweest waar ik de ufo gezien heb. Hij kon niks vinden. Hij maakte een foto voor in het blad ‘de Ufoloog’ en beloofde me er nog een exemplaar van op te sturen.

’s Nacht tob ik er vaak over, het houd me uit mijn slaap. Het is echt verschrikkelijk! Ik ben naar de dokter geweest om te vragen om slaaptabletten, maar hij kende mijn voorgeschiedenis, dus hij wilde precies weten waarvoor ik ze nodig had. Ik vertelde het hem, maar in plaats van mij slaaptabletten te geven, verwees hij me door naar de psycholoog. Maar die verwees me weer door naar iemand die deskundig is op dat gebied.

Ik heb een natuurkundige neef gebeld om te vragen, wat die ufo ook had kunnen zijn, en volgens hem kon het van alles zijn een meteoriet, een satelliet.

Toen ik gisteren thuis kwam, was ik zo moe van alles, dat ik in slaap ben gevallen. Toen ik wakker werd, was het al donker. Arnold was nog niet thuis, en ik maakte me ongerust. Ik raakte in paniek bij de gedachte, dat hij misschien wel een vriendin had. Toen hoorde ik geritsel aan de deur en was hij thuis. Toen hij zag dat ik huilde, kwam hij me troosten. Het voelde weer helemaal zoals vroeger. Toen zei hij: ‘Als je nu gewoon toegeeft dat je maar wat hebt gefantaseerd over dat ding, en dat je Joost gewoon bent kwijtgeraakt, dan is alles wat mij betreft weer bij het oude.’ Ik zei toen dat ik het ding nou eenmaal gezien had. En toen liep hij boos weg. Ik pakte mijn jas en ben geluidloos naar buiten gegaan, naar de braakliggende plaats.

Ik hoop dat Arnold er bij zal zijn als ze Joost terug brengen, of als ze in ieder geval terug komen zoals Christine had gezegd.

Ik hoop dat je me wil geloven, want ik heb het echt niet verzonnen. Er zou dan eindelijk iemand zijn die me goed zou kunnen steunen. Want daar ben jij zo’n goede vriendin voor. Bel je me snel of stuur je me een brief terug?



Veel liefs,

Greta
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen