U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tessa De Loo - Een Bed In De Hemel.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1707 en is laatst upgedate op 01/12/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1073 woorden.

Zakelijke gegevens:



Auteur: Tessa de Loo

Titel: Een bed in de hemel

Uitgeverij: de Arbeiderspers

Amsterdam-Antwerpen

Eerste druk en jaar van de uitgave in 2000-11-28

Aantal bladzijden: 138

Genre: Roman



Eerste reactie:



Keuze:

Ik heb dit boek gekozen omdat ik de boeken van Tessa de Loo altijd erg goed heb gevonden zoals: Rookoffer en Isabelle.

Ik zag dit boek staan en het zag er vrij nieuw uit dus besloot ik het te gaan lezen.

Inhoud:

Mijn eerste reactie was niet erg best. Ik vind het niet lekker geschreven en ik snapte er niks van, zelfs niet toen ik het voor de tweede keer had gelezen. Dit komt omdat het van jaartal naar jaartal springt.



Verdieping:



Samenvatting:

Het boek gaat vooral over Kata Rozsavolgyi, en haar onmogelijke liefde. Het boek speelt zich af in vier tijden. Herfst 1965, winter 1944, herfst 1956 en de herfst 1995. Het hele verhaal bij elkaar brengt één bonk narigheid met zich mee. De hoofdrolspeeltster is Kata, rond haar wordt het hele verhaal geschreven.

Een jonge vrouw genaamd Kata komt er bij toeval achter dat ze familie is van de man waarop zij haar oog heeft laten vallen. Ze vatten een grote, geheime liefde voor elkaar op, zonder die te bedrijven.

In de winter 1944 leeft de vader van Kata. Hij heeft erg veel last van de oorlog en duikt daarom onder bij zijn geliefde in Amsterdam. Zijn vrouw speelt hier een wreed, pervers spel met hem waartegen hij totaal geen verweer heeft. Op de dag van de bevrijding verlaat hij haar in een toestand van grote ontreddering. Hij is helemaal van slag en dit zal verder zijn hele leven bepalen. Hij laat hierover helemaal niks los, tegen zijn vrouw die hij nu heeft niet en tegen zijn dochter niet. Hij loopt er alleen zelf mee rond.

In de herfst van 1956 komt oom Miska langs. Hij heeft dankzij de opstand Hongarije kunnen verlaten. Omdat de vader niks loslaat tegen Kata over zijn ouders en zijn jeugd probeert oom Miska dit zo goed mogelijk in te vullen. Dan komt Kata alles te weten over de gruwelijke jeugd van haar vader.

Haar vader was een erg goede cellist en zijn moeder wilde alles uit hem halen. Hij moest verplicht twee uur per dag oefenen en op les werd hij vreselijk hard geslagen. Op een dag was hij er helemaal klaar mee en vertrok om zigeunermuziek te spelen. Dit tot ontzetting van zijn moeder die het dacht te doen in het belang van hem. Hierdoor is zijn hele jeugd één grote kwelling geworden.

Stefan, de jongen waarop Kata haar oog heeft laten vallen, blijkt de zoon van een vreselijke moeder te zijn. Zijn moeder is namelijk de vrouw geweest van de vader van Kata. Zij heeft de vader van Kata zo “misbruikt”.

Stefan blijkt dus een halfbroer van Kata te zijn. Dit verwachten ze allebei niet, maar ze besluiten toch door te gaan met z’n tweeën. Soms als ze daar op het bed ligt, kijkt ze naar het wolkenplafond boven zich, en voelt de warmte van hem. ‘In die warmte ligt een verschrikkelijke kou besloten, de kou van zijn definitieve onbereikbaarheid.

Het boek begint met de begrafenis van de vader in Boedapest en eindigt daarmee. En daartussenin speelt zich het hele verhaal af.

Eén bonk narigheid dus.





Onderzoek van de verhaaltechniek:



Schrijfstijl:

Het is een Ik-verhaal,

Ruimte:

Het speelt zich in verschillende ruimten af. Op de kamer van Stefan, op de begraafplaats in Boedapest op de celloschool bij de leraar. En dit gebeurt allemaal in de eerder genoemde vier tijden.

Verhaalfiguren:

Hoofdpersoon is Kata.

Bijpersonen: Stefan, vader van Kata, moeder van Kata, oom van Kata, moeder van Stefan.

Situaties:

Het speelt zich af in vier situaties: Herfst 1965, winter 1944, herfst 1956 en de herfst 1995.



Vertelwijze:

Het is een ik-verhaal.



Thematiek:

Het thema is eigenlijk een onmogelijke liefde. Vooral de tekstgedeelten tussen Stefan en Kata zijn hiervoor typerend.



Literatuurgeschiedenis:

Het werk is voor het eerst gepubliceerd in 2000. Van de schrijver weet ik het volgende: Tessa de Loo (1946) debuteerde in 1983 met de verhalenbundel “de

meisjes van de suikerwerkfabriek”. Nadien publiceerde ze onder meer

De tweeling” en de literaire pelgrimage “Een varken in het paleis”.

Het boek werd in de volgende tijdstromingen geschreven. 1944, 1965, 1956 en 1995.

Dit boek is typerend voor de schrijfster omdat de schrijfster vaak als thema een onmogelijke liefde gebruikt.



Beoordeling:



-Het boek is voor mij iets te hoog gegrepen. Ik vind het te diepzinnig geschreven en als ik eerlijk ben ook erg saai en langdradig.

-De passage die mij het sterkst aanspreekt is die met Stefan en andere meisjes in het studentenhuis omdat ik daar het meest van begrijp.

-Ik kan dit boek niet met andere boeken vergelijken, volgens mijn ouders met ‘De tweeling’ omdat het daar ook over steeds wisselende situaties gaat.

-Mijn oordeel over het boek is ronduit negatief. Het heeft me aan het denken gezet in de zin van “Ik snap het niet”.

-Het taalgebruik vind ik erg moeilijk, maar wel heel origineel. Ik zou er zelf niet op kunnen komen.

-Mijn eindoordeel is niet positief, misschien moet ik het boek over twintig jaar nog is een keer pakken.

-Ik zou een ander absoluut niet aanraden dit boek te lezen. Enerzijds omdat het vreselijk moeilijk is, anderzijds omdat het moeilijk is je opdrachten bij het boek goed te maken.



Een aantal argumenten waarom ik het boek niet goed vind.

-Structureel argument: Je weet in het begin helemaal niet waar je bent of in welk tijdvak je zit met lezen. Je haalt alles door elkaar, dit had beter en duidelijker aangegeven moeten worden.

-Emotief argument: Volgens mij roept dit verhaal bij niemand gevoelens op omdat het moeilijk te begrijpen is en daarom kan je je niet inleven. Het is niet de bedoeling om met tegenzin je boek te pakken toch?

-realistisch argument: Ik vind het boek wel realistisch omdat je tegenwoordig veel te maken hebt met incest. En om de zaak wat meer cachet te geven, voegde ze er wat joodse rituelen aan toe, een paar oorlogslachttoffers, een snuifje Hongaarse opstand, een toefje schilderkunst, een flard Bach en hier en daar wat filosofie.

Ik blijf evengoed boeken van Tessa de Loo lezen, maar hopelijk zijn die beter te begrijpen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen