U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Latijn! - Vertaling Teksten Aeneis.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=841 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Overig en het aantal woorden bedraagt 1918 woorden.

Publius vergilius maro

Aeneïs I

Aanhef



Ik bezing de wapenfeiten en de man, die als eerste van de kusten van Troje naar Italië en wel de Lavinische kusten kwam, voortgedreven door het lot. Hij werd lange tijd heen en weer geworpen over land en over zeeën door de macht van de goden wegens de onverzoenlijke haat van de woeste Juno. Hij heeft ook veel geleden in de oorlog totdat hij de stad kon stichten en zijn goden in Latium kon binnen brengen. Daaruit is het Latijnse geslacht ontstaan, de voorouders van Alba(Longa) en de wallen van het hoge Rome. Muze , vertel mij over de oorzaken, om welke schending van haar goddelijke macht of om welk leed de koningin der goden, een man die zo beroemd was door zijn plichtsgevoel, gedwongen heeft zoveel lotgevallen te doorstaan en zoveel inspanningen te trotseren. Is er dan zoveel wrok in het hart van de hemelbewoners?

De wrok van Juno



Er was eens een oude stad( Tyrische kolonisten bewoonden haar) nl. Carthago, ver tegenover Italië en meer bepaald tegenover de monding van de Tiber, rijk aan schatten en zee ruw(gevaarlijk) door haar oorlogszucht. Men zegt dat Juno deze stad bij uitstek vereerde, veel meer dab alle landen, met achterstelling van Samos. Hier( in Carthago) was haar wapenuitrusting, hier was haar strijdwagen. Reeds toen streefde en verlangde zij dat die stad de godin zou zijn voor de volkeren, indien het lot dat op een of andere manier zou toelaten. Zij had gehoor dat een nageslacht zou ontstaan dat ooit de Tyrische burcht zou vernietigen. Vandaar zou een volk komen, wijd heersend en trots in de oorlog, tot ondergang van Libea. Zo hadden de schikgodinnen het gewild. Dit vrezend en de oude oorlog indachtig, die zij vooraf gevoerd had bij Troje voor de dierbare Grieken in de eerste gelederen. De oorzaken van haar woede en de hevige pijnen waren nog niet weg uit haar gemoed. Het oordeel van Paris bleef diep in haar geest rusten. Meer bepaald het onrecht tegenover haar verachte schoonheid en het gehate geslacht(=de Trojanen) en de eerbewijzen voor de geroofde Ganymedes. Hierdoor nog meer opgehitst, hield ze de Trojanen, die heen en weer geslingerd waren over de zee, en die ontsnapt waren aan de Grieken en aan de woeste Achilles ver weg van Latium en gedurende vele jaren dwaalden zij rond, voortgedreven door het lot over alle zeeën. Zo’n grote inspanning kostte het om het Romeins volk te stichten.



Juno bij de winden



Terwijl de godin zulke dingen in een brandend hart bij zichzelf bedacht , kwam zij naar het vaderland van de stortbuien, een plaats gevuld met razende stormwinden, namelijk Aeolië. Hier, in een enorme grot bedwingt koning Aeolius de worstelende winden en de loeiende stormen door zijn lacht en houdt hij ze in toom, geboeid in een kerker. Terwijl ze verontwaardigd zijn, brullen ze met groot gerommel lang de wanden van de berg.Aeolus zit in zijn hoog verheven burcht, zijn scepters vasthoudend en hij maakt de gemoederen zacht en tempert de woede. Als hij dit niet zou doen, dan zouden zij voor zeker met zich snel zeeën en landen in de hoge lucht met zich meenemen en door de lucht sleuren. Maar de almachtige vader verbergt ze in donkere spelonken en daarboven plaatste hij een massa hoge bergen. Hij gaf ze een koning die volgens een vaste overeenkomst de teugels zou weten aan te halen en ze op zijn bevel zou weten te vieren. Toen gebruikte Juno, als smekeling, de volgende woorden tot hem toe: “ Aeolus, want de vader van de goden en de koning van de mensen heeft aan jou de macht gegeven om zowel de golven te bedaren als ze op te zwiepen met de wind. Een volk dat mij vijandig is, vaart over de Tyrrheense zee, om Troje naar Italië te brengen en de overwonnen Penaten. Sla kracht in de winden en bedelf [overspoel] het achtersteven[de schepen] tot ze ondergaan of drijf hen uiteen naar alle kanten en verspreidt hun lichamen over de volle zee. Ik bezit 2 maal 7 wondermooie nymfen [nymfen met een voortreffelijk lichaam] waarvan ik Deiopea, die de mooiste is qua uiterlijk, door een vast huwelijk verbinden en ik zal haar plechtig tot uw eigendom verklaren opdat zij door zulke verdiensten alle jaren met u zou doorbrengen en u vader maakt van een mooi nageslacht.

Hierop zei Aeolus: “O koningin, uw moeilijke taak is het om te onderzoeken wat u verlangt. Mijn plicht is het uw bevelen gretig te aanvaarden [op te volgen]

Deze macht verschaft gij mij, wat ze ook inhoud, gij verschaft mij de scepters en gij stemt Jupiter gunstig en gij geeft mij het voorrecht om aan te liggen aan de feesttafel van de goden en gij maakt mij machtig over stortbuien en orkanen.



Zang II



Laocoön schendt het paard.(II, 40-56)



Daar loopt Laocoön als 1ste voor alle anderen, opgewonden [vurig] van de top van de burcht naar beneden, vergezeld door een grote groep en van ver roept hij: “Ongelukkige burgers, wat is dat voor een dwaasheid. Geloven jullie echt dat de vijanden weg zijn? Of denken jullie dat ook maar één geschenk van de Grieken zonder listen is? Is Odysseus jullie op die manier bekend? Ofwel verbergen de Grieken zich ingesloten in dit hout [houten paard], ofwel is deze machine [dit tuig] gemaakt naar onze muren toe [tegen onze muren] om onze huizen te bespieden om van bovenaf onze stad te komen bedreigen. Vertrouw dat paar niet,Trojanen! Wat het ook is, ik vrees de Grieken, ook al brengen ze geschenken [een wijgeschenk].”

Zo sprak hij en met een geweldige kracht , gooide hij een enorme speer in de flank van het monster [gedrocht] en in de buikholte die met voegen gebogen was. Die bleef trillend steken en nadat de buikholte doorstoken was, weerklonken de holle ruimten en lieten een gekreun horen. En als de wil van de goden niet ongunstig was geweest en onze geest niet verblind was geweest dan had Laocoön (ons) er toe aangezet de Griekse schuilplaats met het zwaard te besmeuren[doorklieven] en dan zou Troje nu nog rechtstaan en dan zou jij, hoge burcht van Priamos, gebleven zijn.





De dood van Laocoön.

2 verschrikkelijke slangen.



Dan treft iets groter en iets veel angstwekkender ons ongelukkigen, en verontrust onze niets-vermoedende harten. Laocoön, door het lot uitgekozen aks priester voor Neptunus, was een grote stier aan het slachten op het plechtige altaar. Maar daar heb je opeens 2 slangen die vanaf Tenedos, bij kalme zee( ik krijg rillingen als ik het vertel) met enorme kronkels zich op de diepe zee storten en gelijk naar de kust trekken. Hun borst, die opgericht is tussen de golven, en hun bloedrode kammen, steken uit boven de golven, achteraan strijkt de rest van het lijf, over het wateroppervlak en doet de enorme rug met een kronkeling buigen. Het schuimend water maakt bruisende geluiden: reeds bereikten zij het land en met vurige ogen, doorlopen met bloed en vuur, likten zij hun sissende monden met heen en weer schietende tongen.







De slangen vallen Laocoön aan.



Het bloed loopt ons weg uit ons gezicht De slangen trekken in een rechte lijn naar Laocoon.

En eerst omstrengelen beide slangen de kleine lichamen van de 2 zoontjes alsof ze ze omarmen en bijten de ongelukkigen overal in hun ledematen. Dan grijpen ze haastig L. zelf, die ter hulp snelt, gewapend met speren en binden hem met enorme spiralen. 2 maal al omarmen ze zijn middel en draaien ze hun geschubde lijven rond zijn hals en steken dan nog hoog uit met hun kop en lange nekken. Hij probeert onmiddellijk met zijn handen de knopen uiteen te halen, zijn hoofdband is al doordrenkt met hun slijm en zwart venijn en tegelijk laat hij een huiveringwekkende geschreeuw ten hemel stijgen, als het gebrul wanneer een stier gewond het altaar ontvlucht en de slechtgerichtte bijl uit zijn nek schudt.



De reactie van de Trojanen.



Maar de 2 slangen vluchtten al glijdend naar de top van het heiligdom en gaan naar de tempel van de woeste Palas Athena en verbergen zich onder de voeten van de godin en achter de schijf van haar schild. Toen echter drong een nieuwe vrees bij allen de bevende harten binnen en ze vertelden dat Laocoön verdiend zijn misdaad uitgeboet had omdat hij met een speer het heilige hout gekwetst had en de misdadige lans in de rug had gestoken. Allen riepen dat het beeld naar de woonplaats van de godin gebracht moest worden en dat de goddelijke gunst moest afgesmeekt worden.





P. Vergili Maronis Aeneidos liber quartos

Vertaling



1 Dido lijdt onder haar liefde(65-89)

a. Als een gewonde hinde(65-73)

Ach onwetende geesten van zieners! Wat baten offergaven, wat baten tempels voor iemand die door razernij gegrepen is? Een vlam verteert haar zachte binnenste intussen en een zwijgende wonde leeft diep in haar hart. De ongelukkige Dido brandt en zwerft buiten zichzelf door heel de stad zoals een hinde na het afschieten van een pijl. Een herder die met speren [werptuigen] aan het jagen was, heeft haar van ver getroffen , midden in de Kretenzische wouden, toen zij niet op haar hoede was en hij heeft het vliegend ijzer onwetend achtergelaten. Deze doorkruist op haar vlucht de bossen en de bergpassen van Dicté. De dodelijke pijl blijft vastzitten in haar zijde.



b. De onrust van een verliefde(74-89)

Nu eens leidt zij Aeneas met zich mee doorheen de stad en toont de rijkdommen van Sidon en de stad die klaar is ; ze begint te spreken en blijft midden in haar woorden steken, dan weer bij het verglijden van de dag [terwijl de dag voorbij glijdt] zoekt zij dezelfde feestzaal op en smeekt buiten zichzelf om opnieuw de moeilijkheden van de Trojanen te mogen horen en hangt opnieuw aan de lippen van de verteller. Daarna wanneer ze uit elkaar gegaan zijn en de donkere maan op haar beurt haar licht vermindert en de ondergaande sterren uitnodigen tot de slaap, treurt zij eenzaam in het lege paleis en gaat op de verlaten aanligbedden liggen [en strekt zich uit op de verlaten aanligbedden]. Dromerig [met haar gedachten afwezig] hoort en ziet zij hem, alhoewel hij afwezig is, of ze houdt Ascanius op haar schoot, gevangen door de gelijkenis op zijn vader, of zij zo de onuitsprekelijke liefde zou kunnen misleiden, de begonnen torens reizen niet verder op, de jeugd oefent zich niet meer met de wapens en ook maken ze de havens niet klaar en de veilige bolwerken met het oog op een oorlog. De werken blijven afgebroken liggen met de grote dreigende muren [ grote dreigingen van de muren] en de stelling die zich gelijk maakt aan de hemel.



2 De liefde bereikt een hoogtepunt(151-172)

a. De jacht (151-159)

Toen zij in de hoge bergen waren gekomen (<nadat er gekomen was) en in de ontoegankelijke dierenlegers.

Kijk, daar liepen de wilde geiten, verdreven[verjaagd], van de top van de rots naar beneden, naar de bergkam. Aan de andere kant steken herten snel de open vlakten over en doen stofwolken opjagen [opstijgen] in hun vlucht en laten bergen achter zich. Maar de jongen Ascanius heeft plezier op zijn vinnig[vurig] paard, midden in de vallei, en steekt nu eens de ene , dan weer de andere in galop voorbij en hoopt vurig dat er tussen het weerloze vee een schuimbekkend everzwijn opdaagt of een goudgele leeuw vanuit de bergen naar benenden komt.



b. Het onweer (160-172)

Ondertussen begint de hemel met een luid gerommel te rommelen, er volgt een regenbui vermengt met hagel. De Tyrische gezellen, de Trojaanse jeugd en de Dardaanse kleinzoon van Venus zoeken her en der over de velden verschillende [afzonderlijke] schuilplaatsen op uit vrees, rivieren storten zich vanuit de bergen naar beneden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen