U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Tessa De Loo - De Meisjes Van De Suikerwerkfabriek.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1696 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1405 woorden.

Titel

De meisjes van de suikerwerkfabriek



Schrijver

Tessa de Loo



Genre

Verhalenbundel



Jaar van eerste uitgave

1983



Indeling

6 verhalen, drie korte en drie langere. 174 blz.



Samenvatting

Verhaal 1: Muziekles

De blokfluit van Tom is stukgemaakt door een stel jongens toen hij terug kwam van zijn muziekexamen. Van zijn vader, Johan, moet hij maar eens een echt instrument gaan bespelen. Tom stelt verschillende instrumenten voor, maar niets wordt goed gevonden. Op een dag ziet Toms vader hem playbacken. Met pa's gitaar in de hand imiteert hij Chuck Berry. Vader beslist dat zijn zoon gitaarles zal krijgen. Johan projecteert al zijn onvervulde verlangens op Tom. Er wordt een gitaar gekocht en Tom krijgt lessen. Wanneer de officiële lessen echter niet snel genoeg gaan, gaat Johan zijn zoon zelf les in rock- en bluesschema's geven. Tom gaat op een gegeven moment liever voetballen met de jongens die zijn blokfluit vernield hebben dan zich nog langer te laten opjutten door zijn vader.



Verhaal 2: De meisjes van de suikerwerkfabriek

Vier vrouwen, Cora, Trix, Lien en de ik-figuur reizen op maandag naar hun werk. Ze werken allemaal in de suikerfabriek. Het zijn vier vrouwen, die één ding gemeen hebben, ze hebben allemaal problemen met mannen. Cora's echtgenoot, die de ziekte van Parkinson heeft, moet constant verzorgd worden. Trix' echtgenoot heeft haar een keertje een blauw oog geslagen en verkracht. Lien vergezelt haar echtgenoot altijd naar sportevenementen om hem in de gaten te houden. Ook de ‘ik' heeft geen prettige ervaringen met mannen. Ze wordt doodmoe van haar dominante, belerende vader, die haar moeder volkomen onder de duim houd. Ze heeft ook een slechte ‘eerste keer' ervaren. De vier vrouwen hebben zich, omdat ze al zo'n lange tijd in die trein reizen een eigen treincoupé toegekend. Op een dag komt er een nieuwe conducteur de kaartjes controleren. Een van de vrouwen heeft haar maandkaart nog niet verlengd en dit wordt niet -anders dan de vrouwen gewend zijn- door de nieuwe conducteur door de vingers gezien. Hij eist de aanschaf van een kaartje en schrijft bovendien een boete uit. De vrouwen worden woedend. Ze pakken zijn pet af en kleden hem vervolgens uit, en wanneer hij helemaal naakt is, verandert het gevoel van wraak in liefkozingen. Vervolgens houdt de conducteur op zich te verzetten. Hij krijgt een erectie en begint te huilen. Geschrokken laten de vrouwen hem gaan. Verward loopt de naakte man het perron op.



Verhaal 3: Rose met bizarre stukjes geel ertussen

De kater, Parel, van de ik-figuur is al een tijdje weg. De vader van de ik-figuur trekt het zich niet zo aan, hij houd zich meer bezig met zijn carrière. Op een avond vinden de ouders Parel in een greppel met een steen naast zijn kop. Vader begraaft de kater snel in de tuin. Vroeg in de ochtend de volgende dag, wanneer de lucht er ‘rose van de opkomende zon met bizarre stukjes geel ertussen' uitziet, begraaft de ik-figuur met haar broertje en zusje de kater opnieuw maar dan plechtig. Later op de dag komt een concurrent van haar vader, De Gaai, met zijn vrouw op bezoek. Als hij met haar komt praten zegt ze tegen hem dat hij wel veel van dieren moet houden, omdat hij ‘graag met andermans veren pronkt'. Het meisje denkt dat ze iets vreselijks heeft gezegd. Later blijken haar woorden toch weinig te weeg te hebben gebracht. Ze is opgelucht, maar toch ook boos op haar vader. Ze begrijpt niet waarom hij slijmt bij De Gaai en niet gewoon ontslag neemt.



Verhaal 4: De Grote Moeder

Wanneer haar ouders hun vakantie doorbrengen in Parijs, is Lise door hen op padvinderskamp gestuurd. Ze vindt het kamp vreselijk, ze voelt zich opgesloten in een vreemde, vijandige wereld. De kampleidster, Guido Ravenhorst is een vreselijk mens. Ze moet van haar allemaal stomme opdrachten doen. Lise is in de puberteit en komt in het kamp op allerlei manieren in aanraking met seksualiteit. Ze vertrouwt alleen Maritha, het hulpje van Ravenhorst; het vertrouwen blijkt misplaatst als ze Maritha mee ziet doen aan een macaber nachtelijk offerritueel, waarbij de meisjes elkaars bloed moeten drinken (later blijkt dit ranja met zout te zijn). Tijdens een ‘bisonjacht' verdwaalt Lise en komt in een jongenskamp terecht. Als ze de volgende ochtend teruggebracht wordt is Ravenhorst woedend en ze draagt de uitgeputte Lise op het ontbijt te verzorgen. De ellende is compleet als ze op het einde van het verhaal een kaart van de familie krijgt met enthousiaste verhalen uit Parijs.



Verhaal 5: Op hoge hakken

Richard en Berber zijn op vakantie naar het Griekse eiland Korfoe. Berber is voortdurend bezorgd of ze wel aantrekkelijk genoeg is. Ze blijkt een gigantisch zelfcomplex te hebben. Op een dag gaan ze een uitstapje maken naar het ongerepte eilandje Paxos. Berber heeft hele mooie kleren aangetrokken, een mooie jurk en schoenen met hoge hakken. Dit had ze beter niet kunnen doen want door het wandelen over de rotsen krijgt ze al spoedig blaren. Ze missen de boot terug en hebben niet genoeg geld meer voor een hotel. Uiteindelijk gaan ze op een kiezelstrandje slapen. Berber geeft zichzelf de schuld voor de misère. De volgende ochtend wordt ze echter wakker met frisse moed. Opgewekt springt ze op de boot en alles is weer goed, want Richard zegt dat hij haar mooi vindt. De schoenen die het symbool waren geworden van alle ellende laat ze achter op de steiger.



Verhaal 6: Mottenballen en parfum

De ik-figuur, een middelbare-schoolmeisje, heeft heel erg slecht cijfers op haar rapport. Ze durft haar rapport nauwelijks aan haar ouders te laten zien: zouden ze nog wel van haar houden? Ze wacht op een geschikt moment. Haar moeder heeft bezoek van mevrouw Leifbrand, die klaagt over een man die haar steeds lastig valt, maar met wie ze, zoals later blijkt, toch graag het bed in duikt. De ik- figuur begrijpt het niet. Als ze haar rapport aan haar ouders laat zien zijn haar ouders geschokt. Ze ziet geen kans om hen te vertellen wat haar echt bezighoudt. Haar moeder is direct afgeleid door dingen die gebeuren bij de buurvrouw.



Hieronder behandel ik alleen het titelverhaal, de meisjes van de suikerwerkfabriek.



Tijd

Het verhaal speelt zich af in deze tijd. Het bevat veel flashbacks en is niet chronologisch verteld. De vertelde tijd omvat enkele dagen.



Plaats (Prisma Uittrekselboek 2, blz 231)

Het verhaal speelt zich af in een treincoupé. De treincoupé is de belangrijkste ruimte in het verhaal. Het is voor de vier meisjes een soort heiligdom. Indringers worden geweerd. Het is de enige ruimt waar ze niet worden onderdrukt en vernederd door mannen, zoals dat wel het geval is in de suikerwerkfabriek en thuis. Als de nieuwe conducteur hun ‘heiligdom' schendt, wordt hij dan ook gestraft.



Perspectief

Het verhaal wordt verteld uit het oogpunt van de ik-figuur.



Personages

De ik -figuur: Ze is een meisje dat het heeft gehad met haar omgeving. Haar ouders vinden haar niet de dochter, die ze gewild hadden. Ze is mislukt op school. Haar beeld van mannen is ook verpest.



Trix: Ze is slank, blond en heeft blauwe ogen. Ze is behaagziek en kijkt doorgaans verveeld. Zij neemt de erotische kant van de wraakactie op zich.



Lien: Ze heeft dikke brillenglazen en breit altijd. Ze weet veel over sport, omdat ze altijd met haar man mee gaat naar sportevenementen om hem in de gaten te houden.



Cora: Zij is de moederlijke van het stel. Ze is heel dik en eet voor haar ontbijt altijd bonbons, die ze de vorige dag heeft meegenomen uit de fabriek. Zij neemt het initiatief voor de wraakactie.



De conducteur: Hij is een ijverige jongen, die niet begrijpt hoe het eraan toe gaat in die coupé.



Thematiek

De vrouwen hebben één ding gemeen. Ze worden allemaal misbruikt en onderdrukt door mannen. De vrouwen zijn machteloos tegen het machtsvertoon van de man, dit is het centrale thema. De vrouwen nemen wraak op al deze ellende door tegenover de conducteur nu eens zelf macht uit te oefenen. Enkele motieven zijn; de sleur van het dagelijkse leven, machtsverhoudingen, machteloosheid.



Titelverklaring

De titel komt van het grootste verhaal van de bundel, dat zo heet. Het slaat natuurlijk op de vier meisjes (vrouwen), die in de suikerwerk fabriek werken. De titel doet denken aan de ‘Verkade- meisjes', over wie vroeger wilde verhalen de ronde deden. Deze verhalen, die her en der in het land opduiken, zijn als stof voor De meisjes van de suikerwerkfabriek gebruikt.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen