U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Aart Van Der Leeuw - Ik En Mijn Speelman.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1691 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1153 woorden.

De schrijver

Het leven van Aart van der Leeuw begon toen hij in 1876 in Delft werd geboren. Hij speelde niet veel met leeftijdsgenootjes, omdat hij lichamelijk zwak en een beetje doof was. In plaats daarvan trok hij zich vaak terug in de natuur waar hij zich over gaf aan z'n verbeelding. Hij heeft in Amsterdam rechten gestudeerd, en vestigde zich na zijn huwelijk in Dordrecht waar hij een baan kreeg bij een verzekeringsmaatschappij. Omdat zijn gezondheid verslechterde door dit werk verhuisde hij naar Voorburg.



De meest opzienbarende gebeurtenis in zijn leven is waarschijnlijk een reis naar Italië, die hem door vrienden werd aangeboden op z'n 50ste verjaardag. Deze reis stelde Aart van der Leeuw teleur, Italië was niet wat hij ervan verwacht had. In 1931 stierf Aart van der Leeuw aan een longontsteking.



Aart van der Leeuw is begonnen met schrijven toen hij op het Gymnasium zat. Hij had toen veel bewondering voor de ‘tachtigers', maar zelf behoorde hij later niet tot die stroming. Want het ging Aart van der Leeuw niet om het weergeven van indrukken. Doordat hij vlucht uit de realiteit in fantasie kunnen we Aart van der Leeuw een neoromanticus noemen. Dit romantische verlangen (vlucht van realiteit in fantasie) is een gevolg van zijn karakter, Aart van der Leeuw was een schuw, verlegen, bijzonder gevoelig man. Ook zijn omstandigheden speelden een rol, door zijn oorziekte raakte hij steeds meer geïsoleerd. Zo kreeg hij een minderwaardigheidscomplex. Hij ging fantaseren en idealiseren, om na veel innerlijke strijd tot de overtuiging te komen dat het leven het waard is geleefd te worden.



Toch voldoet Aart van der Leeuw niet aan alle kenmerken van het neoromanticisme. Zijn boek "Ik en mijn speelman" is niet beïnvloed door het naturalisme, het boek heeft namelijk een happy-end.



Met zijn boek "Ik en mijn speelman" wou Aart van der Leeuw de relatie tussen schoonheid en werkelijkheid beschrijven. Hierbij stelt hij de schoonheid boven de werkelijkheid. Het boek staat vol uitgebreide sfeertekeningen met veel oog voor de schoonheid van de natuur en de blijheid om het leven.



Als ik de opvattingen van Aart van der Leeuw naast de mijne houd, zie ik dat deze gedeeltelijk hetzelfde zijn. Net als Aart van der Leeuw ben ik blij dat ik leef, ik vind het de moeite waard. Wat betreft zijn grote enthousiasme voor natuurschoon ben ik anders dan hij. Ik vind het wel leuk om door 91t bos te lopen e.d. maar die uitgebreide beschrijvingen van hoe alles eruit ziet zijn te veel. Ik denk dat ik veel realistischer ben dan Aart van der Leeuw, ik vlucht niet of minder dan hij in fantasie.



Na het lezen van "Ik en mijn speelman" lijkt Aart van der Leeuw mij een positief ingesteld mens, hij weet het leven van de hoofdpersonen humoristisch te beschrijven, vele details worden lieflijk bekeken, er staan veel vrolijke passages in het boek en het heeft een happy-end. "Ik en mijn speelman" is dan ook een karakteristiek boek voor Aart van der Leeuw, je ziet zijn liefde voor de natuur en ook zijn vlucht uit de realiteit in de fantasie terug komen.



Het verhaal

De titel van het boek, "Ik en mijn speelman", geeft aan wie de hoofdpersonen zijn in het boek en waar het verhaal over gaat; alles draait om de twee-eenheid Claude (de ikfiguur) en Valentijn (de speelman).



Het verhaal speelt rond 1700 in Frankrijk en gaat over een jonge edelman, Claude de Lingendres, die tegen zijn zin in van zijn vader moet trouwen met een meisje dat hij nog nooit heeft gezien. Op een dag maakt Claude kennis met de gebochelde speelman Valentijn. Door Valentijns muziek wordt Claude zich bewust van zijn 91nutteloze' bestaan. Als Claude door zijn vader voor de keus wordt gesteld trouwen of naar de gevangenis, besluit hij te vluchten met Valentijn onder de naam Fridolin. Ze voorzien in hun onderhoud door muziek te maken. In de herberg waar ze schuilen voor de ruiters van Claudes boze vader is een meisje dat diepe indruk maakt op Claude. Het meisje, Madeleen, is net als Fridolin op de vlucht voor haar vader. Later in het boek trouwen Fridolin en Madeleen met elkaar. Tijdens de huwelijksplechtigheid waar ook Claudes vader onverwachts aanwezig is, ontdekt Claude dat hij met Mathilde d'Almonde trouwt. Iedereen is blij, Claude en Mathilde worden gelukkig, hun vaders zijn tevreden en Valentijn zet zijn zwervers bestaan voort.



De hoofdinhoud van het boek is de liefdes-idylle tussen Claude en Mathilde. Daarnaast spelen de daaraan verbonden achtervolgingen ook een rol, maar dit is een bijzaak.

Het belangrijkste verhaalmotief is het leven van Claude de Lingendres, het verhaal is als het ware een hoofdstuk uit het leven van Claude. Valentijn is noodzakelijk voor het verhaal, maar hij is ondergeschikt aan Claude. Valentijn verandert niet in de loop van het verhaal, de gebeurtenissen doen hem niks. Mathilde d'Almonde is ook een complement bij Claude.



Er komen ook abstracte motieven voor, bijvoorbeeld het lied en de muziek die Valentijn (later samen met Claude) maakt. Het lied heeft invloed op degenen die het horen, het heeft bijvoorbeeld Claude adel en rijkdom laten vergeten om samen met Valentijn weg te vluchten, het heeft de moeder van acht kinderen weer moed gegeven en het stemt de pastoor van Floreuse mild.



Het grondmotief is dat Claude, Mathilde en Valentijn zoeken naar Geluk, ze volgen alledrie de innerlijke, spontane drang van hun natuur. Dit grondmotief is vaak symbolisch uitgewerkt in de vorm van een stad waar Valentijn Claude over vertelt. Hier kun je ook zien dat Valentijn in een andere werkelijkheid leeft dan Claude en Mathilde.



Wat opvallend is, is dat Claude en Mathilde erg parallel zijn, ze hebben allebei geen moeder meer en wel een lastige vader, ze zijn allebei van adellijke afkomst, ze begaan allebei een misstap en het geluk was aan allebei zo ongeveer voorspeld.



Het boek heeft 58 hoofdstukken, waarvan de grootste 5 bladzijden lang is. Je kunt het boek verdelen in 4 delen.



Hoofdstuk 1 t/m 13 zijn 91t voorspel, de voorbereiding, hier begint de betovering en wordt beschreven hoe Claudes wereld hierop reageert. De eerste brief van vader en het dwangbevel om te trouwen doorkruisen dit eerste deel dreigend. In hoofdstuk 14 t/m 33 overheersen de goede spelers, en loopt de spanning op door de komst van Madeleen. In hoofdstuk 31 t/m 46 domineren de tegenspelers. En de hoofdstukken 47 t/m 58 beschrijven de vereniging tussen de ‘goeden' en de ‘slechten'.



Het verhaal speelt zich af in vijfendertig dagen, Aart van der Leeuw maakt geen tijdsprongen. De tijd tussen het einde van het ene hoofdstuk naar het begin van het andere hoofdstuk is vaak de nacht, waarover niet wordt verteld. Aart van der Leeuw maakt ook geen gebruik van tijdsaanduidingen.



Bibliografie

Ik en mijn speelman

Aart van der Leeuw

24e druk, 1959

Nijgh & Van Ditmar

‘s-Gravenhage
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen