U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hubert Lampo - De Komst Van Joachim Stiller.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1680 en is laatst upgedate op 21/05/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1707 woorden.

De komst van Joachim Stiller, Hubert Lampo

19 hoofdstukken, 191 bladzijden. ik-persoon is Freek Groenevelt.

Hoofdstuk 1. Freek Groenevelt is een columnist bij een krant (de Scheldebode). Het verhaal speelt in België. Op een dag zit hij in een café en ziet dat er herstelwerkzaamheden worden verricht. Even later worden alle werkzaamheden weer beëindigd zonder dat er wat is gebeurd. De cafébaas zegt tegen Freek dat hij daar maar over in de krant moet schrijven en dat vindt hij een goed idee.

2. In dit hoofdstuk komt Andreas, een goede vriend op bezoek. Hij vertelt hem dat er een nieuw tijdschrift is en dat heet Atomium. Op zich niet bijzonder, ware het niet dat er over Freek Groenevelt wordt geschreven en op een negatieve manier. Freek zit er niet zo mee, maar Andreas vindt dat hij een reactie moet geven hierop. Andreas haalt hem nog niet over, maar Freek noteert in ieder geval het redactie-adres.

3. Clemens Waalwijk, de directeur van de Scheldebode roept Freek op het matje over het stukje in de krant over de herstelwerkzaamheden zoals beschreven in hoofdstuk 1. Hij had een brief gekregen van de wethouder en verzoekt Freek met de wethouder hierover te praten. De wethouder ontkent niet dat de straat niet opengebroken was geweest, maar dat het een onduidelijke reden had. Ze vinden allebei dat er sprake is van een vergissing.

4. Freek krijgt een brief van een zekere Joachim Stiller, die volgens het poststempel anderhalf jaar voor zijn geboorte moet zijn geschreven. Hij schrijft dat er nog andere vreemde gebeurtenissen zullen komen in de nabije toekomst, zoals de herstelwerkzaamheden. Hij gaat ervan uit dat het een grap is van zijn collega's, maar voelt zich toch niet helemaal op zijn gemak. Hij gaat, na de brief nog goed gelezen te hebben, bij zijn bovenbuurvrouw op bezoek. Zij brengt Freeks correspondentie altijd naar boven en hij vraagt of de brief die ochtend inderdaad bij de post zat en dat was zo.

5. Freek gaat op bezoek bij iemand van het tijdschrift Atomium en gaat ervan uit dat het een man is, maar het is een vrouw genaamd Simone Marijnissen. Volgens Freek is het een mooie, jonge vrouw met grijze ogen. Zij denkt dat hij Joachim Stiller is. Zij praten over deze vreemde figuur.

6. Als Freek op een dag buiten op een bankje zit ziet hij opeens Wiebrand Zijlstra, een oud klasgenoot. Freek laat hem eerst voorbij lopen, maar later komt Wiebrand terug. Ze gaan een biertje drinken en Wiebrand vertelt dat hij op zoek is naar een man die op een bepaalde manier poppetjes tekent op de muren van wc's. Hij wil de kunst van die man aan de man brengen. Opeens gaat Wiebrand weg om achter een man aan te gaan die mogelijk de poppetjes heeft getekend.

7. Als hij weggaat uit het café en op weg naar huis is, begint het te regenen. Hij schuilt bij het antiquariaat van Geert Molijn. Hij laat hem wat dingen zien en leent hem een boek. Freek vertelt dat hij Wiebrand Zijlstra tegen was gekomen. Freek besluit Geert te vragen over de brief van Joachim Stiller, of hij er misschien meer over kan vertellen of iemand weet. Joachim Stiller was in de ongeveer zestiende eeuw een theoloog. Geert geeft hem nog wat namen op van mensen die er meer van zouden weten. Freek vindt het geleende boek wel erg moeilijk.

8. Als hij omstreeks middernacht die avond erg moe was van het lezen, gaat de deurbel. Freek trekt snel een trui aan en kijkt wie er zijn. Het zijn Andreas, de uitgever Dirk Boersma en zijn vrouw Eveline. Ze hebben al wat gedronken en zijn erg vrolijk. Ze halen Freek over nog even mee uit te gaan. In één van de gelegenheden komt hij Simone Marijnissen tegen en ze vertelt weer een brief van Joachim Stiller te hebben gekregen. Hij schrijft dat hij weet dat zij en Freek elkaar ontmoet hebben. Nog steeds hopen ze dat het een grap is.

9. Freek gaat de volgende ochtend naar de bibliotheek. Zijn vriend Wim Valckeniers zat achter de uitleentafel en Freek vraagt hem dingen over het boek dat hij had gekregen van Geert Molijn. Valckeniers zegt dat het uit de zeventiende eeuw komt. Ook vraagt hij iets op te zoeken over Joachim Stiller. Hij leefde ergens in de zestiende eeuw, geboorte- en sterfdatum onbekend.

10. Als hij bijna terug is bij zijn huis ziet hij daar tot zijn verbazing Simone. Freek zet koffie en Simone geniet van het mooie uitzicht. Ze praten over de vorige avond en over de brieven van Stiller. Simone vertelt dat ze die ochtend gebeld was door Joachim Stiller. Hij zei dat het niet dapper van haar was geweest Freek die avond ervoor zo alleen en eenzaam achter te hebben gelaten. Ze praten nog over dit en Simone moet huilen en is blij dat ze Freek heeft om erover te praten.

11. Freek en Simone gaan naar professor Schoenmakers, die zij via Geert Molijn hebben leren kennen. Prof. Schoenmakers is van het natuurhistorisch museum. Ze vertellen hem over wat Stiller heeft gedaan. Hij laat onderzoek doen, wat een half uur duurt. Ze ontdekken dat het document (brief) inderdaad 38 jaar oud is. Volgens een amateur grafoloog die er eerder naar had gekeken geeft Stillers handschrift blijk van een gebrek aan persoonlijkheid. Schoenmakers is het hier niet mee eens.

12. Freek stelt Simone voor om naar Parijs te gaan, zij vindt het een vorm van vluchten. Ze gaan uit eten en vage bekenden groeten Freek ineens. Freek denkt dat het komt door de mooie Simone aan zijn zij. Als ze samen in bed liggen horen ze het carillon spelen alsof de beiaard speelt. Dat is om 20 over 1. Ze kijken naar buiten, maar het is duidelijk dat niemand anders het hoort. Simone is bang dat Joachim Stiller ermee te maken heeft. Dan gaat de telefoon. Hij zegt dat ze weten wie hij is en dat ze hoop moeten houden.

13. Wiebrand Zijlstra belt dat hij zijn grafitti-mannetje heeft gevonden en dat er een feestje is die middag. Hij neemt Simone mee. Het mannetje is doofstom, idioot en epileptisch. Als Zijlstra de champagne laat knallen zal Freek bij de laatste knal het gezicht van het mannetje die Wiebrand Zijlstra in zijn arm geschoten heeft met een revolver. Zijlstra rent achter de man de trap op. Het mannetje ontvlucht via de daken, hij valt er af en sterft, zijn laatste woorden zijn aan Freek gericht en zijn: Stiller, zeg aan Sti...

14. Freek vertelt alles met Simone aan Molijn. Ze verzinnen (mede door de alcohol) een hele theorie over tijd en tijdloosheid en dat er mensen zijn die niet in één tijd leven, maar meerdere.

15. Op een zomermorgen verspreidt zich een mare die 'zegt' dat de aarde zal vergaan. Freek hoort dit in het winkeltje waar hij altijd tabak haalt. Als hij op straat loopt, komt er een figuur naar hem toe en vraagt of hij een ingewijde is. Freek ontkent dit. De man zegt een Engel te zijn en heeft een dophoedje op. Freek vraagt of hij degene is die het gerucht verspreidt en hij zegt dat het vanzelf gaat. Op zijn werk vertelt hij dit en ze komen erachter dat er die dag een zonsverduistering is. Freek moet de straat op om de mening van de mensen te peilen. Freek komt de wethouder tegen die erg nerveus id.Hij vertelt dat hij ook de beiaard heeft gehoord.

16. Freek en Simone gaan naar een circus genaamd Stiller. Het is een klein en eenvoudig circus. Simone vindt het een erg amusant circus. Op een gegeven moment komt de harlekijn, die als zondebok kan worden beschouwd. Als de harlekijn omhoog loopt in het circus, komt hij langs Freek en kijkt hem doordringend aan. Hij is bang dat hij doodgaat. Freek denkt instinctief dat de harlekijn dezelfde man is als de man die hem op straat aansprak.

17. Na de voorstelling gaan Freek en Simone wat eten, maar Freek kan geen hap meer door zijn keel krijgen. Als ze thuis zijn belt Freek Jozef Tersago, die elke dag de astrologie stukjes schrijft. Tersago zegt dat wat er in het zestiende-eeuwse boek staat, onder andere een beschrijving is van de stand van de hemellichamen. Wat echter opmerkelijk is, is dat het over Uranus gaat en die planeet pas veel later ontdekt werd. De volgende dag gaat Freek naar dokter Sergijssels, omdat hij last heeft van een zenuwaanval. De dokter brengt bij Freek een stof in, om hem rustig te laten worden en zijn geheugen te stimuleren. Freek vertelt in die soort van hypnose over een bombardement op de Teniersplaats in de Tweede Wereldoorlog. Dat was namelijk een moment waarop hij jong was en bang. Opeens is er een enorme klap, en aan zijn voeten ligt een Amerikaanse militair te sterven. Opeens herinnert Freek het naambordje, er stond nl. Joachim Stiller op.

18. Als hij op de krant komt, is er weer een brief van Joachim Stiller. Thuisgekomen vertelt Simone dat ze zwanger is. Freek is bang dat het kind nooit geboren zal worden, doordat ongeluk hen achtervolgt. Freek zegt dat er weer een brief is van Stiller. Stiller wil Freek ontmoeten om half negen op het Zuidstation, bij de uitgang. Simone besluit mee te gaan. Ook gaat Geert Molijn mee. Er komen rond die tijd helemaal geen treinen. Opeens zien ze ook wethouder Keldermans. Om half negen verschijnt er dan toch iemand, een slanke, gladgeschoren man. Freek was niet echt bang, hij zag hem als een vriend. De man stak zijn hand al uit toen hij overstak. Een legervrachtwagen verpletterde Joachim Stiller. Hij was dood.

19. Het was ook voor de politie een groot mysterie wie Stiller nou was. Molijn nodigt Freek, Simone en Keldermans uit nog wat drinken bij hem. Keldermans kijkt met genoegen naar Simone, omdat zij hem aan zijn overleden dochter doet denken die gedood is bij de bomaanslag op de Teniersplaats. Ze praten nog lang over het mysterie Stiller. Toch is Freek nog verdrietig op een vreemde manier de dagen erna. Ze besluiten naar het dodenhuis te gaan. Daar wordt hun gemeld dat het lichaam van Joachim Stiller, op de derde dag na zijn dood, op onverklaarbare wijze spoorloos is verdwenen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen