U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hubert Lampo - De Komst Van Joachim Stiller.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1675 en is laatst upgedate op 28/07/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4034 woorden.

Titel

De komst van Joachim Stiller eerste druk: 1961

gelezen 35e druk 1989 Meulenhoff Nederland bv. Amsterdam





Onderwerp (thema)

In dit magisch-realistische verhaal is het makkelijk het thema te herkennen, maar soms is moeilijk te begrijpen wat de schrijver met zijn uitdrukkingen en symbolen bedoeld. Het verhaal heeft een grote diepgang. Het was een interessant verhaal, na het lezen van het boek wordt eigenlijk het grootste deel van het verhaal duidelijk. Ik denk, dat iedereen wel eens over het magische nadenkt, ik vond het in ieder geval leuk erover te filosoferen.



De gebeurtenissen (intrige, plot)

De gebeurtenissen spelen een hele belangrijke rol, door de gebeurtenissen verandert steeds de gedachte van de hoofdpersoon. Er zijn veel gebeurtenissen voor dat ze Joachim Stiller ontmoeten. Het boek was tot het eind spannend, omdat er toen pas een lijfelijke ontmoeting was met Joachim Stiller. Het heeft een mooi einde, van Stiller weten we dan nog steeds niets, maar de liefdesrelatie is wel voltooid. De gebeurtenissen zetten je aan het denken, omdat je je net als de hoofdpersoon van alles gaat af vragen over de gebeurtenissen en je probeert ze logisch met elkaar in verband te brengen.



De bouw (compositie, structuur, samenhang)

Het boek begint, gelijk met raadselachtige gebeurtenissen, waardoor de lezer nieuwsgierig wordt. De opbouw is heel chronologisch en daardoor heel begrijpelijk. De spanning komt niet door de opbouw maar door de raadselachtige gebeurtenissen.



De personagesk Ik kreeg van iedereen een goed beeld, waardoor ze heel herkenbaar werden, behalve van Joachim Stiller. Je raakt hierdoor bij het verhaal betrokken, het is net of je de hoofdpersonages goed kent. Het is geen voorspelbaar verhaal en de personages gedragen zich ook niet voorspelbaar. Het is heel gemakkelijk om je te verplaatsen in de problemen van de hoofdpersonages, die problemen komen steeds door bepaalde gebeurtenissen die goed beschreven zijn.



Het taalgebruik (stijl)

Het was soms moeilijk de taal te begrijpen, het boek heeft lange zinnen met veel bijzinnen. Ook door de klassieke en intellectualistische woordenschat van de schrijver. De schrijver gebruikt veel symbolen en beelden, die soms moeilijk te volgen zijn. Maar toch kon ik een goede voorstelling vormen van de gebeurtenissen.



Samenvatting

Het verhaal speelt zich af in het centrum van Antwerpen, afgezien van een autorit naar Brussel (hoofdstuk II), en het verhaal eindigt op het plein van het Zuidstation in Antwerpen. Het geeft verslag van hetgeen de ik-figuur, de zevenendertig jarige vrijgezel Freek Groenevelt overkomt.



Hoofdstuk 1

De herstellingswerken in de Kloosterstraat. Freek Groenevelt, is de hoofdpersonage en redacteur bij De Scheldebode, ziet op een zomermorgen vanuit een Antwerpse kroeg, vier stadsarbeiders in werkkledij, als figuranten in een gestroomlijnde Amerikaanse film. Deze stadsarbeiders verrichten zinloos werk, door de straat open te breken en vervolgens weer te herstellen. Freek Groenevelt schrijft hierover een stukje in De Scheldebode.



Hoofdstuk 2

Het tijdschrift 'Atomium'. Op de avond van de dag, dat Freek het zinloze werk ziet, komt Andreas, een oudere vriend, bij Groenevelt op bezoek voor een gesprek over een jongerentijdschrift, dat negatieve kritiek publiceert over Freek als romanschrijver.



Hoofdstuk 3

Een wethouder in zak en as. Freek wordt bij hoofdredacteur Clemens Waalwijk, een oude vriend van Freek, geroepen. Dit in verband met een brief van wethouder Keldermans voor openbare werken, die beweert dat er in de genoemde straat van het kranten berichtje geen herstellingswerkzaamheden zijn uitgevoerd. Freek gaat naar de wethouder en deze vertelt, dat in de stad vreemde dingen gebeuren, maar dat er in de Kloosterstraat niets aan de hand was.



Hoofdstuk 4

De brief van Joachim Stiller. Freek ontvangt een brief van Joachim Stiller. Deze brief heeft als stempeldatum, 'II.IX.19', ruim anderhalf jaar voor de geboorte van Freek. In de brief, is sprake van het artikel over de Kloosterstraat en Joachim Stiller kondigt gebeurtenissen aan "welke naar uw oordeel niet aan de algemeen gangbare logica beantwoorden".



Hoofdstuk 5

Kennismaking met Simone Marijnissen. Freek gaat naar het redactiesecretariaat van het jongerentijdschrift 'Atomium' in verband met de negatieve kritiek. Redactiesecretaris Simone Marijnissen, een jonge wiskunde lerares, blijkt ook een brief van Joachim Stiller te hebben ontvangen, met het verzoek Freek niet in diskrediet te brengen, waar de redactie geen rekening mee hield.



Hoofdstuk 6

Wiebrand Zijlstra, de ondernemende. Freek ontmoet op een terrasje een oud-schoolkameraad, Wiebrand Zijlstra, een schilderijen handelaar, die opzoek is naar de schilder van 'kunstzinnige' pornografische graffiti in de stadstoiletten.



Hoofdstuk 7

Het antiquariaat van Geert Molijn. Freek gaat met de brief van Joachim Stiller naar Geert Molijn, die belangstelling heeft voor occulte wetenschappen en hem de raad geeft met de brief naar een grafoloog of naar een laboratorium te gaan. Freek leent ook een boek van Molijn, vermoedelijk uit de zestiende-eeuw, met een analyse en verklaring van de Openbaring van Johannes, zonder titel, auteur of uitgever.



Hoofdstuk 8

Een nachtje uit. Freek gaat met Andreas, zijn uitgever Dirk Boersma en zijn vrouw, die op doorreis zijn van Florence naar Amsterdam, een avondje stappen. In een dansgelegenheid, De Monnikenkelder, ontmoet Freek Simone Marijnissen, die hem opnieuw een brief van Joachim Stiller geeft, met de boodschap dat zij beiden door hem zijn uitverkoren.



Hoofdstuk 9

Een bezoek aan de leeszaal. Freek gaat met het geleende boek van Molijn, naar de stedelijke bibliothecaris, die titel en auteur van het werk vindt: 'De Apocalyps, zynde het Visioen van Johannes op Patmen, Uytgelegt en de verklaert door Joachim Stiller, Meester in de Theologie tot Augsburg.'



Hoofdstuk 10

Telefoongesprek voor zonsopgang. Simone komt Freek in de voormiddag opzoeken, zij heeft diezelfde morgen, een telefoontje van Joachim Stiller gekregen, die meedeelt dat zij hun wederzijdse liefde niet uit de weg mogen gaan.



Hoofdstuk 11

Professor Schoenmakers. Freek en Simone besluiten het handschrift van de brieven te laten ontleden door prof. Schoenmakers. Volgens hem en zijn, in de grafologie gespecialiseerde assistent, getuigt het handschrift van de uit de poststempel blijkende ouderdom, en ook de 'volstrekte morele en geestelijke eenheid' bij de schrijver.



Hoofdstuk 12

Het Concert. Na een bezoek aan Schoenmakers brengen Freek en Simone samen de nacht door. Plotseling horen zij, vanuit de kathedraaltoren de beiaardmuziek, wat op dat moment, onmogelijk is. Even later worden zij opgebeld, door een stem die zegt, dat zij eens van alle angst zullen worden bevrijd.



Hoofdstuk 13

De cocktail-party. Wiebrand Zijlstra organiseert een tentoonstelling met het werk van het graffitomannetje. Freek en Simone, gaan naar de opening ervan. Zijlstra wordt neergeschoten, door de 'kunstenaar', die naar het dak van het gebouw vlucht en naar beneden stort. Vlak voor hij sterft, stamelt deze doofstomme nog : "Stiller…Zeg aan Sti…".



Hoofdstuk 14

De hypothesebouwers. Bij Molijn zoeken Freek en Simone naar een mogelijke verklaring voor al de onbegrijpelijke gebeurtenissen, onder meer in het bovennatuurlijke, de parapsychologie en het synchronisme van Jung.



Hoofdstuk 15

De mare. In Antwerpen heerst een angstpsychose, doordat sommige vreemde figuren, waaronder een zekere heer Engel, het publiek verkondigen, dat de wereld binnenkort zal vergaan. Door een zonsverduistering lijken die praatjes een grond van waarheid te bevatten. Freek ontmoet wethouder Keldermans, die helemaal overstuur is, want ook hij heeft de beiaardmuziek gehoord, terwijl anderen hem verzekerden, dat hij zich maar wat verbeeldt.



Hoofdstuk 16

De Harlekijn in het zwart. Freek en Simone gaan samenwonen. Tijdens een wandeling zien zij de affiche van een Stiller-circus. Nieuwsgierig gaan zij naar de circusvoorstelling en Freek meent in de zwarte harlekijn de meneer Engel te herkennen, die hem poogde te overtuigen van het wereldeinde.



Hoofdstuk 17

sterrenbeelden en chemico-analyse. Om uit hun verwarring te geraken raadplegen Freek en Simone een vriend, die astroloog is. Simone verplicht Freek om naar de psychiater dr. Sergijssels te gaan. Tijdens zijn behandeling met penthotal (het zogenaamde waarheidsserum) vertelt Freek over het V-bombardement van Antwerpen in 1944-1945 en de dood van een Amerikaanse officier, majoor Joachim Stiller. Volgens Sergijssels heeft Freek dit feit uit zijn bewustzijn willen verdringen, omdat hij de militair niet kon helpen.



Hoofdstuk 18

Het verkeersongeval. Freek voelt zich nu iets beter, hij wil met Simone trouwen, die een kind van hem verwacht. Ze krijgen, een korte brief van Joachim Stiller, die hen uitnodigt om hem diezelfde avond aan het Zuidstation te ontmoeten. Freek gaat samen met Simone en Molijn naar het Zuidstation. Ook Keldermans is daar. Op de afgesproken tijd, halfnegen komt Stiller - Freek herkent in hem de Amerikaanse soldaat - het station uit en wordt door een legerwagen doodgereden.



Hoofdstuk 19

De derde dag. De verongelukte heeft geen enkel identiteitsstuk bij zich en wordt opgebaard in het stedelijk dodenhuis. Als Freek en Simone, het lijk willen groeten, zegt Keldermans hun dat het precies op de derde dag na zijn dood, op een onverklaarbare manier is verdwenen. Freek en Simone zijn nu uit hun angst verlost.



Titel, ondertitel en motto

De titel, "De komst van Joachim Stiller", verwijst naar het hoogtepunt van het verhaal, de komst van Joachim Stiller, in het leven van Freek, Simone, Molijn en Keldermans op het stationsplein. Op het stationsplein, wordt duidelijk dat het komen, meer een 'gaan' betekent, zoals Stiller als de Verlosser, een offer voor het voortbestaan van de mensheid brengt.



Het motto

'En zij zeiden tot elkander. Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij tot ons sprak op den weg en terwijl Hij ons de Schriften opende?'

Lucas XXIV-32.



verwijst naar het bijbelverhaal, dat gaat over twee leerlingen die naar het dorpje Emmaüs op weg waren, dat ongeveer twaalf kilometer van Jeruzalem lag, en daar de doodgewaande Jezus tegenkwamen, die ze eerst niet herkenden. Jezus liep met de twee mee en mengde zich in het gesprek, dat de twee hadden over hemzelf. Jezus begon uit te leggen, wat er allemaal over hem in de hele Schrift stond. En later toen hij aan tafel zat met de twee leerlingen en Hij het brood pakte en in tweeën brak, herkenden ze hem pas. Maar toen verdween Hij plotseling. De twee zeiden toen tegen elkaar: "Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij sprak op den weg en terwijl Hij ons de Schriften opende?" Door de boodschappen van Stiller werden ook Freek en Simone in elkaars armen gedreven, steeds hechter en brandend van verlangen naar elkaar. De Schriften werden voor hun geopend vanaf het moment dat Stiller meedeelde, dat zij elkaars liefde niet uit de weg moesten gaan.

Het motto wordt ook in een het stuk van de aankomst letterlijk genoemd: "Ofschoon ik slechts naar de vreemdeling kon staren, voelde ik naast mij de haast tastbare aandacht van mijn metgezellen, alsmede hun verbazing, als eens de verbazing van de twee te Emmaüs." Freek, Simone en Keldermans verbeelden dan de Emmaüsgangers, want ze spreken voortdurend over Stiller, maar ze herkennen hem pas op de derde dag na zijn dood, met uitzondering van Freek die Stiller het moment voor hij stierf herkend heeft.



Genre

Magisch-realisme. In de komst van Joachim Stiller is het magisch-realisme romantisch, omdat het magische duidelijk van de werkelijkheid wordt afgezonderd. De schrijver zoekt naar een onbewuste andere werkelijkheid in de menselijke geest. Hubert Lampo, zegt hier zelf over: Magisch-realisme, noem ik het fenomeen, waardoor onder het schrijven sluimerende archetypen worden gerealiseerd. Hij wil de lezers op hun onbewuste wijzen en hen de onverklaarbare dingen in de menselijke geest helpen aanvaarden.



Thema

Belangrijke thema's zijn angst (van het bestaan), verlossing, liefde en het bovenzinnelijke in het menselijk bestaan. De angst voor de mysterieuze zaken, wordt zo hoog, dat er zelfs psychiatrische hulp aan te pas komt. Een verdrongen schuldcomplex, blijkt het dan te zijn, maar met deze kennis, verdwijnt de angst niet. De angst verdwijnt pas, bij de dood van Joachim Stiller. Joachim Stiller voorspelde dit zelf op bladzijde 111: "Eens zal ik u, hoe dan ook van alle angst bevrijden." Stiller, de verlosser, verlost Freek niet alleen van zijn angst. Er wordt gesuggereerd, dat hij de wereld van een groot gevaar afwendt, zodat de mensheid kan blijven voortbestaan.

De liefde wordt weergegeven door de ideale vrouw Simone, die knap, praktisch, intellectueel begaafd en geliefde tegelijk is.



Idee, wereldbeeld en poëtica

Lampo beschouwt het magisch-realisme als een levenshouding en als een methode om dieper inzicht in zijn eigen persoonlijkheid te krijgen. Zelf is Lampo opzoek geweest naar de reden waarom hij bij een Christelijk messias-beeld uitkomt in De komst van Joachim Stiller. Een oplossing heeft hij gevonden bij Carl Gustaf Jung. In elke mens zit een soort van religieus besef en volgens Jung zit er in het collectief onderbewuste van de mens een archetype voor dit religieuze in elke mens. Zo kom je in de komst van Joachim Stiller, onbewust, steeds tot het Christelijk messias-beeld, wanneer je opzoek bent naar een verlossingsfiguur. Volgens R. Otto zit er in elke mens een archetype van angst en deze existentiële angst heeft ook Lampo geïnspireerd. Hij schreef De komst van Joachim Stiller om zichzelf te verlossen van de angst om de ultieme liefde te missen. In Joachim Stiller is een ogenschijnlijk onbelangrijke gebeurtenis de aanleiding die de magisch-realistische ervaring opgang brengt.



Motieven

*Archetypen (Joachim Stiller = Messiasfiguur; harlekijn = meneer Engel = duivelfiguur; Simone Marijnissen = animafiguur)

*Angstgevoelens, ondergang, dood, wereldeinde (apocalyps).

*Genegenheid en liefde.

*'nervous breakdown'.

*tijd en tijdloosheid, mythische tijd.



Symbolen en beelden

*Joachim Stiller schrijft zelf dat hij Freek en Simone steeds zal volgen en beschermen. De Christen geloven in een God die overal aanwezig is.

*Na enig zoek- en denkwerk van Freek, Simone en Geert komen zij tot de conclusie, dat de tijd geen vat heeft op Joachim Stiller. De boodschap van Christus heeft zo ook nu nog een actuele waarde voor sommigen.

*De boodschappen van Joachim Stiller hebben ook telkens een verband met de toekomst zoals de boodschap van Christus nu nog toekomstgericht is.

*De kunstenaar, symbool voor de onderdrukten en de simpele, die bij zijn dood blijkbaar enkel aan Joachim Stiller denkt en hem dus ook kent, iets wat voor Freek toen nog niet het geval was. Christus was ook vooral gekend bij de minderen en was er ook voor hen.

*Door de verschijning van Joachim Stiller ziet Freek dadelijk dat hij geen vijand kan zijn en Freek weet nu dat alles voorbij kan zijn. Joachim Stiller heeft dus iets vriendschappelijk en verlossend. dit is zoals bij de roeping van de apostelen die dadelijk alles in de steek lieten bij het zien van Christus.

*Nadat Joachim Stiller door de vrachtauto van het leger is aangereden, ligt hij als een gekruisigde op de tramsporen. Zoals Christus deed aan het kruis.

*Onze Lieve Vrouw komt voor in de vorm van de kathedraal, die weer optreedt als een beschermende kracht, zoals tijdens de zonsverduistering.

*Het gevoel van verlossing bij Freek wanneer hij Stiller ziet, gecombineerd met diens opstaan uit de dood 'ten derden dage' (Lucas 24:13-53) maakt Stiller tot een Messias-figuur, die net als Jezus Christus was.

*Er twaalf tekenen van Joachim Stiller, voordat Freek hem lijfelijk ontmoet, twaalf is het getal van de volmaaktheid.

*Het dubbelgangers-motief van Freud.



Volgorde van de gebeurtenissen

Freek zegt in het begin van het boek, dat hij zijn ervaringen van de afgelopen tijd wil opschrijven. De gebeurtenissen zijn in de verleden tijd geschreven en staan in chronologische volgorde. Wel worden ervaringen afgewisseld met 'recenter' commentaar van Freek Groenevelt en komen er regelmatig vooruitwijzingen voor.

De roman telt 19 hoofdstukken (met titels). De bouw doet denken aan een klassiek drama : hfdst. 1 expositie, hdst. 2-5 intrige, hfdst. 6-11 climax, hfdst.

12-18 catastrofe, hfdst. 19 peripetie (lotswisseling). Herhaling en wisselwerking tussen alledaagse werkelijkheid en 'bovenzinnelijkheid' spelen een belangrijke rol.



Verhaallijnen

Er lopen twee verhaallijnen in elkaar. Aan de ene kant de magische gebeurtenissen, die uitlopen op de komst van Stiller en aan de andere kant het leven en de liefdesrelatie van Freek met Simone, die uitloopt op een verwachting op een kind. Deze twee verhaallijnen komen dichterbij elkaar naarmate het verhaal vordert. De samenhang tussen beide wordt duidelijk bij de verschijning van Stiller. De reële en de magische werkelijkheid, worden dan verenigd.



Begin en einde van een verhaal

Het begin is ab ovo. Voor het eind is moeilijk te bepalen of het een open of gesloten einde is. Je kan zeggen dat het open is, want we weten eigenlijk nog niet wie Joachim Stiller is en in welk verband deze precies in aanraking komt met Groenevelt en zijn kennissen. We vermoeden alleen dat Joachim Stiller, Christus is. Aan de andere kant is het wel zo dat de liefdesrelatie, waar het boek ook om draait, tussen Freek en Simone voltooid is. Ook weten we wat met de voornaamste hoofdpersonen gebeurd aan het eind, behalve van Stiller. Hier kan je dan kiezen voor een gesloten einde.



Personages

Freek Groenevelt is de hoofdpersoon, een vrijgezel van ongeveer 37 jaar oud en schrijver en journalist van De Scheldebode. Als voornaamste karaktertrek noemt hij zelf regelmatig zijn neiging tot solitair leven, maar meestal is hij toch in gezelschap van vrienden en heeft hij aan het eind van het boek een gezin. Hij is nuchter, bedachtzaam en houdt van zijn werk. De komst van Joachim Stiller verandert zijn bestaan omdat zijn 'geloof in de logische en materieel geconditioneerde samenhang der dingen werd geschokt'. Dit dringt langzaam tot hem door en gaat geleidelijk aan met een diepe angst voor dood en ondergang gepaard. Om zichzelf in de hand te houden, beschouwt hij de onverklaarbare gebeurtenissen als een grap, maar hij moet uiteindelijk het bestaan van niet-logische, schijnbaar zinloze verschijnselen erkennen, wat zijn leven meer betekenis verleent.



Simone Marijnissen is een 25-jarige lerares wiskunde en maakt kennis met Freek als redactiesecretaresse van het tijdschrift Atomium. Haar verloofde heeft meegewerkt aan een anti-Groenevelt-artikel, wat haar na brieven en een telefoontje van Stiller doet besluiten de verloving te verbreken. Met Freek wordt het contact snel intiemer en ze worden met elkaar 'verbonden' in de nacht dat Stiller de beiaard bespeelt. Simone is net als Freek nuchter en praktisch, maar ook gevoelig. Ze is een goede steun wanneer Freek last van zijn angsten krijgt en daarbij de ideale vrouw. Ze kan accepteren, dat Stiller 'boven' de tijd verheven is en zo in verschillende tijdperken voor kan komen.



Joachim Stiller is een groot raadsel. Hij is aanwezig in geschriften, aan de telefoon en even in levenden lijve één persoon zijn, betekent de dood ook niet het einde voor hem.



Tijd

Het verhaal speelt zich af in de zomer van 1957.

De vertelde tijd is ongeveer een maand, van 13 juli tot ongeveer midden augustus.

De tijdsvolgorde is chronologisch met enkele flash-backs en er komen regelmatig anticipaties voor.

Het tijdsperspectief is vision par derrière, met een vertellend ik.



Perspectief en vertelsituatie

Er is sprake van een zowel belevende als vertellende Ik : De ik-verteller Freek Groenevelt ervaart gebeurtenissen en geeft herinneringen weer.



Ruimte

Het verhaal speelt zich af in Antwerpen en dit wordt tot in details realistisch weergegeven. Hierdoor wordt het verschil tussen het surreële en reële gebeurtenissen in dit magisch-realistische boek aangescherpt. Freeks zolder en het antiquariaat van Geert Molijn zijn gevestigd in renaissance-gebouwen, wat verwijst naar Freeks wedergeboorte na de komst van Joachim Stiller.

Het weer is uitvoerig beschreven. De zon duidt altijd een geheimzinnige actie van Joachim Stiller aan, de regen brengt meestal rust. De zon staat in verband met het voorwereldlijke zoals ook Stiller niet echt tot deze wereld behoort, omdat ruimte en tijd voor hem niet blijken te bestaan. Het voorkomen van de zonsverduistering staat in verband met Freeks angst voor de ondergang van de wereld en heeft teven een Messias aspect (Lucas 23:45).



Taalgebruik en stijl

Het boek heeft lange zinnen met veel bijzinnen. Ook worden veel bijvoeglijke naamwoorden gebruikt en heeft de schrijver een klassieke, intellectualistische woordenschat. Ook maakt de schrijver gebruik van ironie en is het in perfect Nederlands geschreven.



Achtergronden van de schrijver

Bibliografische gegevens

Hubert Leon Lampo werd op 1 september 1920 te Antwerpen geboren. Lampo groeide samen met zijn tien jaar oudere broer op in een socialistisch milieu. Zijn moeder, die uit een muzikaal begaafde familie stamde, was onderwijzeres, zijn vader door liep een bescheiden loopbaan bij de P.T.T., zijn talent voor wetenschappen en talen ten spijt. Zijn vakanties bracht de jonge Hubert vaak door in de Vlaamse badstad De Panne, waar een zuster van zijn vader een bescheiden familiepension had.



In 1934 werd hij ingeschreven aan de Stedelijke Normaalschool van Antwerpen, waar hij in 1938 het onderwijzersdiploma behaalde. Terwijl hij in het lager onderwijs les gaf (1939-'40) deed hij het eerste jaar regentaat. In 1941 beëindigde hij deze studie met succes, maar hij bleef tot juni 1944 voor de klas staan. Daarna vond hij een tijdelijk baan in het Archief en Museum van het Vlaamse Cultuurleven te Antwerpen.



Na een korte militaire dienst in 1945 verliet hij het onderwijs en ging de journalistiek in. Hij werkte in los verband bij uitgeverij Ontwikkeling S.M. (Antwerpen), waar hij redactiesecretaris was van het pas op Nieuw Vlaams Tijdschrift, van het weekblad Parool en redacteur kunst en letteren van Volksgazet.



Dit belette hem niet in 1948 te solliciteren naar een betrekking van rijksinspecteur bij de Dienst voor Openbare Bibliotheken Oost-Vlaanderen, in 1964 werd hij gepromoveerd tot Hoofdinspecteur in het Vlaamse land. In 1965 staakte hij zijn journalistieke arbeid: hij verliet de krant en nam ook ontslag als redactie secretaris van het Nieuw Vlaams Tijdschrift.



Sinds 1965 deelt Lampo zijn leven met Lucia, zijn derde vrouw. Tot 1968 woonden zijn in Olen, waarna zij verhuisden naar Grobbendonk. Lampo was redacteur en/of medewerker van onder meer De Faun, Nieuw Vlaams Tijdschrift, De gids, De Vlaamse Gids, De Haagse Post, Dietsche Warande & Belfort, De Post, Lezerskrant, De Nieuw Gazet, De Periscoop, Snoecks Almanak, Vrij Nederland, Gazet van Antwerpen, Ons Erfdeel, Spectator, Knack, Heibel, Bres. In de periode 1972-'73 was hij voorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en in 1979 werd hij lid van Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.



Hélène Defraye, 1947 werd onderscheiden met de prijs voor de beste roman van de provincie Antwerpen, de Arthur Merghelynckprijs van de Koninklijke Academie voor De duivel en de maagd, 1957. Lampo werd in 1961 laureaat van het Referendum der Vlaamse Letterkunde voor De komst van Joachim Stiller. De driejaarlijkse Staatsprijs voor Vlaams verhalend proza kreeg hij ook nog voor De komst van Joachim Stiller, 1960-'62. Zo heeft hij ook tal van prijzen gewonnen, met de boeken zoals De Heks en de Archeoloog, Malpertuis en De zwanen van Stonehenge. In 1982 was hij kandidaat voor de Nobelprijs voor Letterkunde.



Werk van hem is in tientallen talen vertaald en verschillende van zijn romans zijn verfilmd.



Beeld van het schrijverschap

Niet alle romans van Hubert Lampo zijn magisch-realistisch, want Hélène Defraye en De ruiter op de wolken zijn een eerste poging van de auteur tot een afrekening met zijn liefdesproblematiek. In al zijn romans streven de hoofdfiguren, waarmee de schrijver zich uitdrukkelijk vereenzelvigt, naar geluk in de man-vrouwliefde. Het verlangen naar evenwicht en naar zuiver geluk wordt voor hiervoor vermelde hoofdpersonages telkens verwezenlijkt in de liefde tot een vrouw. Alle vraagstellingen, alle schuld- en angstgevoelens verdwijnen vanaf het ogen blik dat er voor de auteurspersonages een vaste en als duurzaam bedoelde liefdesrelatie tot stand komt.

In de komst van Joachim Stiller zijn er bepaalde verwijzingen naar situaties uit het privé-leven van Lampo, onder meer naar het onthaal van zijn literaire bedrijvigheid in de jaren 1950-1960 door enkele jongeren.



Achtergronden van het boek

In het jaar van de voltooiing verscheen het werk in het Nieuw Vlaams Tijdschrift, waarna publikatie van het werk in boekvorm volgde bij A.A.M. Stols-J.P. Barth in Den Haag; bij opheffing van deze firma, werd het boek met Lampo's overige werken overgenomen door Meulenhoff in Amsterdam. In zijn essayistisch werk deelt Lampo ons mede dat hij het boek geschreven heeft, vanuit een angstsituatie als gevolg van een psychisch trauma, dat hij uit de oorlog 1940-1945 en de voortdurende internationale spanningen had overgehouden; daarbij voegden zich persoonlijke levensomstandigheden, schuldgevoelens en het denkbeeld dat zijn leven tot dan toe een mislukking was geweest. Om zijn inzinking en zijn angst te overwinnen begon hij aan De komst van Joachim Stiller.



Secundaire literatuur
Uittrekselboek: -Prisma-uittrekselboek Encyclopedie: -Kritisch Literatuur Lexicon        -Lexicon van Literaire werken Knipselmap: Jos de Man, 'Je schrijft niet, je wordt geschreven'.In: Haagse Post, 4-9-1976. Frans Willem de Zoete, Magisch-realisme, het barst er van.In: HN Magazine, 24-nov-1990. 
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen