U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Arends - Keefman.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=5513 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1201 woorden.

Uitgever: BB Literair
1e druk: 1972
Gelezen druk: 4e druk, 1977

Inhoud:
Keefman, een man die in een psychiatrische inrichting zit, schrijft brieven aan Dokter Bos. Hij noemt hem in de aanhef van zijn brieven steeds Vriend. In de brieven staat dat Keefman doof is (terwijl hij klaagt over geluidsoverlast en de verhalen van andere mensen) en dat hij geen mulo-diploma heeft waardoor hij geen werk kan krijgen. Dokter Bos heeft hem beloofd dat hij geholpen kan worden met zijn doofheid, zodat hij wel een diploma kan gaan halen en zo kan gaan werken voor de psychisch of psychiatrisch gestoorde mens. Ook vertelt Keefman dat hij niet tevreden is over zijn zusters en dat Dokter Bos hem weg wil hebben uit de inrichting omdat Keefman teveel narigheid voor hem bezorgt.

Thema:
De relatie tussen een patiënt en zijn psychiater en de ervaringen van die patiënt in een psychiatrische inrichting staan centraal. Dit alles gezien vanuit de patiënt. Het personage is een buitenbeentje in de maatschappij en daadoor vervreemd van zijn omgeving.

Vertelwijze:
Het verhaal is geschreven in zeven brieven, gericht aan een psychiater, afkomstig van een patiënt. Het is een 'monologue intérieure'. Alles is in de ikpersoon geschreven. De zinnen zijn kort en duidelijk. Elke brief begint met het cursief gedrukte Vriend.

Titel, ondertitel en motto:
De titel van het boek komt van het eerste verhaal, dat 'Keefman' heet. Keefman is de naam van de patiënt die brieven aan zijn psychiater schrijft. Het boek heeft geen ondertitel wel een motto:

Ze doen mij een schoon dwangbuis aan
hoera.
Ho ho, hi hi, ha ha.
Ze nemen mij eindelijk mee
ha ha.
Ze nemen mij eindelijk mee.
Ze nemen mij eindelijk mee
ha ha.
Ze nemen mij eindelijk mee.

Aangezien er geen auteur onder vermeld staat neem ik aan dat het door Arends zelf geschreven is. Het slaat dan terug op zijn eigen ervaring in een psychiatrische inrichting.

Opbouw:
Voor in staat naast het motto, ook nog een stukje tekst wat het boek min of meer verklaart. Er staat dat Jan Arends zowel de wereld van de psychiatrische inrichting als de wereld van de psychiatrische patiënt toont en dat Arends over beiden met ervaring heeft geschreven.
Het verhaal is, zoals eerder verteld, in zeven delen (brieven) verdeeld, en dus niet in hoofdstukken.

Personages:
Het is moeilijk om iets over de personages, of in dit geval het personage te vertellen omdat het verhaal een lange monoloog is. De patiënt is boos en teleurgesteld omdat de psychiater hem niet serieus neemt en niet wil dat hij zich inzet voor de psychiatrisch gestoorde mens. Veel van wat de patiënt zegt is in tegenspraak.
Bijv: blz. 34: 'Jij weet heel goed dat een doveman die een jaar niet in het verkeer geweest is niet zomaar de straat op kan.'
blz. 35: 'En jij zegt dat ik te oud ben om…'
Je merkt hierdoor dat de patiënt heel erg in de war is en hierdoor geen duidelijk verhaal meer kan houden. Je kan ook niet zeggen of Keefman een rond of vlak karakter is omdat hij constant van mening verandert, of eigenlijk niet een een echt mening heeft. Over de psychiater kan je al helemaal niets zeggen omdat je die alleen kent zoals Keefman hem voorstelt, en dat is zeer subjectief.

Historische tijd:
Het verhaal speelt zich waarschijnlijk af in de jaren '70. Dit merk je in het verhaal zelf (bijv. zusters die jointjes staan te roken, er wordt gesproken over de mulo en je bent rijk als je een auto hebt), maar ook doordat er in de jaren '70 veel belangstelling was voor psychiatrie en psychotherapie.
Ik denk wel dat de tijd waarin het verhaal handelt van belang is omdat er in de jaren '70 dus veel meer interesse was in de psychiatrie en dat de boeken van Arends mede daardoor (natuurlijk ook door de literaire kwaliteit) zo in de smaak vielen.

Plaats en ruimte:
Omdat er in het verhaal niet echt iets gebeurt, maar het een monoloog is, is er ook niet echt een plek aan te wijzen waar de gebeurtenissen plaatsvinden. De ikpersoon zit in ieder geval in een psychiatrische inrichting dus je zou kunnen zeggen dat dat de plaats van handeling is. Eigenlijk speelt het zich meer in het hoofd van Keefman af.

Tijdsduur:
De tijdsduur valt niet vast te stellen omdat daar helemaal niet over gesproken wordt. In de een na laatste brief staat wel dat Keefman de inrichting is uitgegooid en in de laatste brief zit hij er weer in. Maar er wordt niet verteld hoelang de tijd is dat Keefman niet in de inrichting zit.
Het verhaal is chronologisch opgebouwd, er zitten ook geen versnellingen of vertragingen in het verhaal.

Perspectief:
Alles wordt verteld vanuit Keefman. Het zij brieven die je leest van Keefman aan de psychiater. Of alsof Keefman tegen de psychiater aanpraat en jij, als lezer, stiekem meeluistert.
De ikpersoon doet de hele tijd alsof hij weet wat de psychiater denkt. Bijv. blz. 14: 'Je denkt dat je mij alles op de mouw kunt spelden.' blz. 17: 'Want jij denkt toch niet dat Keefman achterlijk is al heeft hij geen mulo.'

Idee:
Het boek is een aanklacht tegen de psychiatrie. Het is autobiografisch dus Jan Arends toont hoe hij zijn ervaring in een psychiatrische inrichting heeft beleefd.


Biografie:
Jan (Johannes Cornelis) Arends werd op 13 februari 1925 te Den Haag geboren. Zijn moeder was op dat moment niet getrouwd. Pas twee jaar later trouwde zij. Uit dit huwelijk werden nog twee kinderen geboren. Van zijn achste tot dertiende zat hij op de Vrije School. Hierna ging hij naar een jongensinternaat omdat zijn moeder door reuma niet meer in staat was voor het gezin te zorgen. Tot zijn achtiende bleef hij in dit internaat. Hierna had hij verschillende beroepen totdat hij in 1955 met 'Lente/Herfst' zijn schrijversdebuur maakte.
Een groot deel van zijn leven bracht Jan Arends door in psychiatrische inrichtingen en alcoholistenklinieken. In 1972 kreeg hij pas bekendheid met zijn verhalenbundel 'Keefman'.
Op 21 januari 1974 sprong Jan Arends uit het raam van zijn huis op het Roelof Hartplein te Amsterdam.

Bibliografie:
1955 Lente/Herfst, verhaal
1965 Gedichten, poëzie
1972 Keefman, verhalen
1974 Lunchpauzegedichten, poëzie
1974 Ik had een strohoed en een wandelstok, verhalen
1975 Nagelaten gedichten, poëzie
1984 Verzameld werk (verhalen, poëzie, postuum. Bevat ook alle verspreide en
gepubliceerde gedichten.)
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen