U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Hubert Lampo - De Komst Van Joachim Stiller.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1672 en is laatst upgedate op 03/10/1999.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2305 woorden.

Het verhaal begint op 13 juli 1957 in Antwerpen. Het loopt ongeveer door tot midden augustus; een paar weken dus. Het verhaal wordt achteraf opgeschreven. Er is een chronologische vertelling van de gebeurtenissen rondom Stiller in het verleden, maar in de berichten van Stiller werd weer telkens naar de toekomst verwezen. Het verhaal zelf speelt zich ook af in Antwerpen, op diverse locaties. Je kan merken dat Freek de stad goed kent, want er worden allerlei details verteld. Dit versterkt het gevoel van realiteit. Ik denk niet dat dat van groot belang is voor het verhaal, omdat er geen speciale kenmerken ( die ik ken ) worden gebruikt in het verhaal. Het zou in elke (grote) stad gebeurt kunnen zijn. Het weer is wèl belangrijk voor het verhaal. Het weer wordt dan ook uitvoerig beschreven; de zon staat voor een actie van Stiller, de regen juist voor rust.



Het verhaal is opgedeeld in 19 hoofdstukken. De titels staan voor de bepaalde gebeurtenis in dat hoofdstuk, die deel uit maakt van het complete verhaal. Het verhaal wordt door een ik-persoon verteld; het wordt door Freek Groenevelt ( = hoofdpersoon) opgeschreven. Hierdoor is het erg persoonlijk en realistisch. Je ziet en voelt soms de dingen en gevoelens 'echt' net als degene die het beleeft. Maar omdat het achteraf geschreven is, heeft hij ook de tijd om de situatie grondig uit te leggen en de geschiedenis te vertellen of soms wat afstand van het verhaal te nemen. Er werd ook eens gezegd: 'Maar nu dwaal ik van het verhaal af ', waardoor het lijkt alsof het gewoon door een vriend wordt verteld.



De titel: 'De komst van Joachim Stiller'. Het staat ten eerste voor het einde van het boek; de feitelijke komst van Joachim Stiller. Het moment dat hij zichzelf bekent maakt, maar dood wordt gereden. Met zijn komst is ook de komst van rust in Freeks leven. Hij voelt zich een soort bevrijd door Joachim Stiller, omdat hij eindelijk van die nare dromen over W.O. II af is en de wereld om hem heen minder dreigend eruit ziet. Maar het hele boek werkt naar die komst van Stiller toe. De brieven duiden de komst van hem aan. Het staat ook voor de grote veranderingen in het leven van Freek door Stiller. Hij is nu niet meer alleen, en hij wordt vader! Het verhaal lijkt heel realistisch, maar er gebeuren dingen in die je niet in je dagelijkse leven verwacht. Het boek is dan ook een magisch-realistische ideeënroman met autobiografische elementen, want ook Lampo zélf heeft nare dingen beleeft in W.O. II.



Het motto = 'En zij zeiden tot elkander. Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij tot ons sprak op den weg en terwijl Hij ons de Schriften opende? ' Lucas XXIV-32. Dit motto is een citaat uit de Bijbel. Jezus komt een paar reizigers tegen nadat hij is opgestaan uit de dood. Jezus geeft de twee reizigers, die onderweg zijn naar de stad Emmaus, uitleg over het Schrift. Zij herkennen hem niet; pas later herkennen zij hem. Nu gingen hun ogen open en herkenden zij hem, maar Hij verdween uit hun gezicht. (Luc. 24:31).



Het motto hangt samen met de thema's angst en verlossing. De angst van Freek voor bovennatuurlijke verschijnselen wordt langzamerhand opgelost door de komst van Stiller. Dat voorspelt hij ook; 'Eens zal ik U, hoe dan ook, van alle angst bevrijden ' Het verhaal lijkt op het verhaal over de komst van Messias ( zie motto ). De vooraf aangekondigde komst ( = de brieven en telefoontjes van Stiller ), het onbegrip en het niet herkennen ( Freek wil maar niet geloven dat het iets bovennatuurlijk is en blijft bij zijn standpunt dat die brieven door een of andere grapjas geschreven zijn), en uiteindelijk de herkenning ( het moment op het station waar ze elkaar zien en waar Freek hem herkent als de Amerikaanse soldaat ) waarna de dood volgt samen met het verdwijnen van het lichaam. Freek moet eerst door zijn angst heen, waarin hij wordt bijgestaan door Simone, waarna hij door de komst en verdwijning van Stiller verlost wordt van die angst. Het lijkt haast wel alsof Stiller, net als Jezus voor de mensheid, als offer diende voor Freek. Hij gaat dood, en Freek leeft, bevrijd, verder samen met een vrouw als een aanstaande vader.



Stiller lijkt dus ook op Jezus. Ze dienden beide als offer, beide openbaarde ze iets aan anderen. Jezus opende de Schriften voor de twee reizigers, en Stiller openbaarde het bovennatuurlijke voor Freek Groenevelt. Jezus staat op uit zijn dood; hij verdwijnt. Stiller verdwijnt ook na zijn overlijden. Er wordt zelfs gesuggereerd dat hij al eens eerder opgestaan is; toen hij overleed als Amerikaanse soldaat.



Motieven zijn onder andere de Apocalyps (= de voorspelling in de bijbel over de ondergang van de wereld ) Dit zit in meneer de Engel ( engel is volgens mij ook weer een verwijzing naar de bijbel, want ook zij brachten vaak boodschappen ) die in de stad de ondergang van de wereld aankondigde. Ook de zonsverduistering en het onweer zijn tekens voor de ondergang. Daarnaast is tijd belangrijk, zoals het stilstaan van de tijd tijdens het spelen van het carillon, allerlei herhalingen en Stiller leeft duidelijk door de tijd heen.



Ik vond het een leuk boekje; niet heel moeilijk te begrijpen. De stijl vond ik erg prettig; niet zakelijk, met af en toe lange, sierlijke zinnen, maar niet onduidelijk. Het lezen ging gemakkelijk en snel en prettig was ook de verdeling in 19 hoofdstukjes, omdat je zo het verhaal beter kan onthouden doordat er eigenlijk telkens maar één belangrijke gebeurtenis in gebeurde. Het klonk mij allemaal werkelijk in de oren en ik voelde me door de ik-vorm bij het verhaal betrokken. Ik denk dat ik nog wel eens een boekje van H. Lampo wil lezen. Dat realistisch met verborgen elementen erin spreekt me erg aan. Zo is het boek spannend/boeiend en ook een beetje mysterieus om te lezen, zonder dat je echt het gevoel hebt dat het onzin is. Maar ik heb wel dankbaar gebruik gemaakt van uittreksels en dergelijk!



De twee hoofdpersonen in het verhaal zijn: Freek Groenevelt en Joachim Stiller

Freek Groenevelt

De auteur maakt de personen erg sympathiek doordat de ik- persoon van die mensen houdt en om ze geeft.



Freek Groenevelt is een 37-jarige vrijgezel die werkt als journalist bij 'De Scheldebode', maar ook schrijver is (geweest). Hij is vrij op zichzelf, hoewel hij wel eens met mensen uitgaat en vrienden heeft. Tot zijn eigen verbazing heeft hij aan het einde van het verhaal een vrouw (vriendin) en een ongeboren baby. Hij is erg beleeft en afwachtend tegenover zijn medemens, maar hij is trouw aan zijn vrienden en houd ook van de mens; hij argwaant hen niet echt. Hij kent zichzelf goed, en is daardoor rustig en harmonieus; niet gemakkelijk van zijn stuk te brengen. Doordat hij journalist is kijkt hij naar de feiten; naar de werkelijkheid. Hierdoor heeft hij een nuchtere kijk op het leven. Maar door de gebeurtenissen rondom Stiller komen al zijn angsten naar boven en verliest hij zelfs tweemaal de controle over zichzelf. Dit komt doordat Stiller de logica en samenhang van dingen helemaal door de war haalt; het is niet realistisch, maar bovennatuurlijk wat hij meemaakt. Hij went daar maar langzaam aan, maar als hij eenmaal tot de ontdekking komt dat het niet een grap van iemand is, maar écht onlogische, bovennatuurlijke verschijnselen zijn, voelt hij zich bevrijd.



Joachim Stiller

Zoals bij het motto / de thema's hierboven al besproken is, staat Stiller voor;

* Jezus en * Messias. Maar ook komt hij nog twee maal in het verhaal voor als:

* een 16e eeuws schrijver en * een Amerikaanse soldaat uit W.O. II

Als schrijver komt hij maar heel eventjes voor, de Amerikaanse soldaat is een soort van link tussen het verleden; als hij een bombardement van dichtbij mee maakt en de soldaat, waarvan hij de naam alleen in zijn onderbewustzijn kan herinneren, ziet sterven, en heden ;als hij de berichten van Stiller krijgt en de komst van zijn bevrijding van zijn angst. Hij is in die vorm Messias; bevrijder, maar hij is Jezus als hij verdwijnt na zijn dood, en ook zijn portret lijkt op Jezus als hij sterft. Hij ligt met zijn armen wijdt op de tramrails, net als Jezus hing aan het kruis. Hij is een correct en 'schools' mannetje => dat verteld zijn handschrift over hem. Hij is over de telefoon erg beleefd, en volgens Freek had hij een Joods uiterlijk.



Het boek begint met Freek, die verteld dat hij iets mee gemaakt heeft, dat zijn hele leven heeft veranderd. En al die gebeurtenissen schrijft hij nu voor de lezers op. Het werkelijke verhaal begint als Freek een groep van vier wegwerkers een straat ziet openbreken, waarna ze hem weer net zo rustig dichtmaken; zonder doel. Hij besluit hierover een stukje te schrijven in 'De Scheldebode', de krant waar hij als journalist werkt. Wethouder Keldermans stuurt als reactie hierop een briefje naar de krant. Als Freek hem bezoekt om het artikeltje nader uit te leggen, vertelt de wethouder hem dat er dingen gebeuren die hem bang maken, maar Freek begrijpt hem niet, en hij 'vlucht' weg. Een dag brengt zijn vriend het nieuw uitgegeven tijdschrift "Atomium" voor hem mee, dat kritiek op Groenevelt uit. Als Freek een brief, die verstuurd is in 1919 (nu = 1958) en ondertekend is met de naam Joachim Stiller, ontvangt, verdenkt hij de "Atomium"-mensen ervan een grap met hem uit te halen. Hij gaat bij hen op bezoek, maar hij komt tot de ontdekking dat ook zij een brief van Joachim Stiller hebben gekregen. In beide brieven staan verwijzingen naar de toekomst, met betrekking op Freek. Vlak na het bezoek aan "Atomium" ziet Freek weer een oude bekende van hem terug op een plein, namelijk: Wiebrand Zijlstra. Hij kende hem van school en toen al was hij een erg apart persoon met vreemde acties. Ditmaal zocht hij degene die in de openbare toiletten tekeningetjes gemaakt had. Diegene had namelijk volgens hem een talent, en dat talent wilde hij uitbuitte. Wanneer hij een man ziet, die volgens hem de kunstenaar wel moet zijn, rent hij hem achterna.



In een onweersbui schuilt Freek in een boekenwinkeltje, waar hij een 16e eeuws boek vindt, dat achteraf geschreven blijkt te zijn door (ene) Joachim Stiller; het gaat over het einde van de wereld. Het meisje, Simone Marijnsen, die hij ontmoet had op de redactie van "Atomium", heeft ondertussen weer bericht gehad van Stiller; ditmaal wordt haar verteld dat zij Freek niet mag laten gaan. Zij merkt dat ze verliefd is op Freek en zij verbreekt haar verloving. Samen gaan ze naar professor Schoenmakers om de echtheid van de oude brief te bepalen; hij blijkt écht 38 jaar oud te zijn! Hierna gebeuren rare dingen: de carillon speelt 's avonds op een raar tijdstip, terwijl de tijd zelf stil gaat staan, Zijlstra's nieuwe talent pleegt zelfmoord en noemt op zijn sterfbed de naam Stiller als laatste woorden en een paar dagen later wordt overal in de stad de ondergang van de wereld aangekondigd, die samen valt met de zonsverduistering. En als druppel die de emmer laat vollopen komen ze een aanplakbiljet tegen van het circus Stiller. Simone neemt Freek ermee naar toe, maar op het moment dat Freek naar de harlekijn kijkt, ziet hij dat het dezelfde man is, die ook de boodschapper van de ondergang van de wereld stad was. En hij raakt totaal overspannen. Hij gaat naar een psychiater toe, die hem een drug toedient, waardoor hij ongeremd praten kan. Opeens herinnert hij zich weer, dat hij in de Tweede Wereldoorlog een soldaat probeerde te redden bij een bombardement. De naam van die soldaat was...: Joachim Stiller! Een paar dagen na deze ontdekking krijgen ze weer een brief van hem, waarin hij hen ditmaal uitnodigt om hem te ontmoeten op het treinstation. Simone en Molijn zijn met hem mee gegaan, en ook wethouder Keldermans was uitgenodigd door Stiller. Als hij uit het station komt lopen, herkent Freek hem onmiddellijk, maar voordat hij hem kan aanraken, wordt hij overreden door een legertruck. Na het ongeluk worden ze verhoord door de politie en Freek schaamt zich een beetje om zo'n raar verhaal te moeten vertellen. Op de vierde dag na de dood van Stiller besluiten Freek, Simone en Keldermans de gestorvene een laatste groet te brengen. Maar als ze bij het mortuarium aankomen blijkt het lichaam verdwenen te zijn. Simone vertelt dat ze zwanger is en ze voelen zich eindelijk rustig en vredig, nu Stiller is verdwenen.



H. Lampo

Hubert Lampo is op 1 september 1920 geboren in een voorstad van Antwerpen. Hij heeft verschillende baantjes gehad, zoals: onderwijzer, journalisten en hoofdinspecteur van de Openbare Bibliotheek. Na de Tweede Wereldoorlog wordt hij schrijver.



Eerst schrijft hij psychologisch romans, maar hij zocht een manier om zijn fantasie meer ruimte te geven. Daarom ontwikkelde hij, samen met Johan Daisne, de magisch-realistische stroom. Dit zijn boeken over bovennatuurlijke en onvoorspelbare elementen; ze spelen zich vaak af in het grensgebied tussen droom en werkelijkheid. In deze boeken kunnen de hoofdpersonen altijd de wetten van tijd en ruimte trotseren.



Hij gebruikt vaak archetypes in zijn verhalen; het verloren gebied, de ideale vrouw, de liefde die sterker dan de dood is en natuurlijk de reddende verlosser. Dit doet hij meestal niet bewust. Hij begint te schrijven na een klein ideetje of aanleiding en pas als het verhaal halverwege is, ontdekt hij er een ander verhaal in, overeenkomstig met die archetypes. Hij wijdt dit aan het genre van zijn boek: magisch-realistisch... Ook zitten er vaak autobiografische elementen in zijn werk. Hiernaast speelt de (onbeantwoorde) liefde een belangrijke rol in zijn boeken en hij idealiseert de vrouw.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen