U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Arends - Keefman.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=3148 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3071 woorden.

A
1a Is het duidelijk over welk onderwerp het boek eigenlijk gaat?

Ja, Het is heel erg duidelijk. Het gaat over mensen die psychisch niet normaal zijn. Als je het boek openslaat lees je als eerste het motto. In dit motto wordt iets verteld over hoe een gek denkt. Ten tweede gaat H1 over Keefman die in een inrichting zit, H2 gaat over een psychisch verwarde mijnheer van Dongen, H3 gaat over een bejaarde die in een aap veranderd en in een boom klimt, H4 gaat over een man die prins Bernhard tot ridder wil slaan, H5 gaat over een man die sexueel gefrustreerd is, etc.

2f Komen er dramatische gebeurtenissen in voor?

Ja, er komen juist heel veel dramatische gebeurtenissen in voor. H2 verteld dat er een man een paar maanden doodziek op zijn kamer ligt maar de verhuurster vindt dat hij geen medelijden verdient omdat hij haar hierdoor alleen maar tot overlast is. Daarom houdt zij haar kamer op slot en haalt alle spullen eruit (ook het bed). Ten slotte kan hij haar geen huur meer betalen, geeft zij hem 3 keer een pak slaag en belt de ambulance. H3 verteld dat een bejaarde man op zijn verjaardag in een aap veranderd en in een boom klimt. De andere bejaarden proberen hem te stenigen en de zuster raakt in paniek. In H9 komt een zwerver in Amsterdam en wil bij een rijke man werken voor geld. Deze man wil hierover nadenken, 2 maanden lang. Die 2 maanden blijft de zwerver op zijn stoep liggen, eet niet en hij bevriest bijna. Maar omdat hij volgens deze man alleen maar om het werk heeft "gezeurd" krijgt hij het werk niet! Hij krijgt alleen warme kleding en wat geld. Vervolgens wordt hij door de bediende met stokslagen het huis uit gejaagd. In H11 is een bejaarde man van plan om zijn buren voor de gek te houden d.m.v. zichzelf bijna op te hangen zodat hij naar een inrichting moet (zo is hij van zijn vrouw haar gezeur af), dit lukt. Etc.

2j Hoe beschrijf je de sfeer waarin de gebeurtenissen spelen?

De sfeer is duidelijk niet van deze tijd. De gebeurtenissen zullen zich ongeveer in de 70-er jaren afspelen. Dat kun je merken uit het feit dat er nog veel gebruik van pensions wordt gemaakt, er nog een dokter moet langs komen als je ziek bent voor het werk, dat alles heel erg goedkoop is (een kop koffie is fl.0,55 en een paar kranten fl.1,-), de inrichtingen heel anders zijn dan die van nu, dat je al rijk bent als een auto hebt, er nog wordt gesproken over de mulo en de normen en waarden heel erg anders zijn.

4h Kun je gemakkelijk verplaatsen in de problemen van de personages?

Ja, ondanks de dramatische en onvoorstelbare problemen heeft de schrijver ervoor gezorgd dat je toch als het ware "in de huid van de ander kroop" en de problematiek meevoelde. Het is voor mij onvoorstelbaar dat je zo erg stinkt dat niemand met je wil praten, en laat staan dat er dan plotseling een student op je verliefd wordt. Of dat je een krant gaat lezen om andere mensen tevreden te stellen. Maar de schrijver heeft veel geschreven over de gevoelens en denkwijzen van deze personen waardoor het inlevingsvermogen veel groter werd.

5a Vond je het taalgebruik hoogdravend?

Nee, integendeel. Ik vond het taalgebruikprecies op de goede "toonhoogte". Er werd heel af en toe een moeilijk woord gebruikt maar meestal was de taal makkelijk te begrijpen. Met daarbij nog eens niet-hoogdravende taal werden de ongeloofwaardige gebeurtenissen toch meer geloofwaardig. Zou de schrijver bij deze gebeurtenissen wel een hoogdravend taalgebruik hebben, dan zou ik denken dat het hele sterke verhalen waren en dat de schrijver alleen maar uit zijn nek kletste. Ik heb het idee gekregen dat deze verhalen niet zomaar zijn verzonnen, maar juist een diepe achtergrond hebben. Zoals een droom die een huurder had, het had veel diepgang. Maar dat zag je alleen omdat de schrijver het nodige van te voren had verteld en de droom niet al te ingewikkeld was. De taal was niet moeilijk en niet simpel, precies goed dus.

B

1 Titel: Keefman
Ondertitel: niet aanwezig
Auteur: Jan Arends
Jaar&plaats v/d gelezen druk:1979, Amsterdam
Jaar&plaats v/d 1e druk: 1979, Amsterdam

2 Verhalenbundel, er zijn 13 hoofdstukken die ieder over een ander psychisch
afwijkend persoon gaan.

3 De titel is Keefman. Keefman wordt in het eerste hoofdstuk beschreven. Hij is het meest gestoord van de mensen die in dit boek staan beschreven. Hij is als titel gekozen omdat hij het meest extreem is en dus duidelijk maakt dat dit hele boek over mensen gaat die psychisch niet helemaal in orde zijn.

4 Thema: verschillende manieren om gek te worden en de uitwerkingen daarvan.
Motieven: Onder druk staan van iemand die de leiding over je heeft
Armoede
Verafschuwt worden
Gek worden/zijn
Motto: Daar komen die mannen met witte jassen
hoera.
Ze doen mij een schoon dwangbuis aan
hoera.
Ho ho, hi hi, ha ha.
Ze nemen mij eindelijk mee
ha ha.
Ze nemen mij eindelijk mee.
Ze nemen mij eindelijk mee
ha ha.
Ze nemen mij eindelijk mee.
Dit motto verwijst naar de inrichting waar Keefman, en vele endere gekken, inzit.

5 Telkens verhaaltjes, langere vooraan, kortere achteraan.
Er zijn geen flashbacks in het verhaal. De tijdopbouw is normaal, geen sprongen tussen nu en toen.

6 Het perspectief verschild per verhaal maar heeft meestal een ik-vorm.

7 De personages zijn allemaal flat-characters.

Keefman: Iemand die gek is en kwaad is op de directeur van de inrichting waar hij zit.
Mijnheer van Dongen: erg onzeker en bang om voor gek te staan.
Mijnheer Koopman: 79-Jarige demente bejaarde die verandert in een aap.
Lena: Stinkende vrouw, die geen hoop meer heeft in het leven.
Andere personages hebben geen naam gekregen en spelen mee in een verhaaltje van ongeveer 3 a 4 bladzijden. Ze zijn te onbelangrijk om te omschrijven.

8 2 Verhalen spelen zich af in de winter (de kranteneter&de weldoener)
De weldoener speelt ook nog eens af in Amsterdam.
Volgens mij de rest van de verhalen ook omdat er vaak over grachten wordt gesproken. Maar het wordt niet duidelijk waar precies hier in Nederland alles zich afspeelt.

9 Dit is het eerste boek dat ik van Jan Arends heb gelezen. Ik kan dus niet vertellen wat mij opvalt aan zijn stijl. Ik heb geprobeerd om op internet informatie van hem te verschaffen maar ik heb niks kunnen vinden. Dat is erg jammer want ik vind hem een goede schrijver.

13: Samenvatting (van internetcollege!!!!)

Keefman

Keefman, een man die in een psychiatrische inrichting zit, schrijft brieven aan Doktor Bos. Hij noemt hem in de aanhef van zijn brieven telkens vriend. Dat is opmerkelijk, want hij is telkens boos op hem. In de brieven staat dat Keefman doof is (terwijl hij klaagt over de geluidoverlast en de verhalen van de andere mensen) en dat hij geen mulo-diploma heeft, waardoor hij geen werk kon krijgen. Doktor Bos heeft hem beloofd dat hij geholpen kon worden met zijn doofheid, zodat hij wel een diploma kan gaan halen en zo kan gaan werken voor de psychisch of psychiatrisch gestoorde mens. Ook vertelt Keefman dat hij niet tevreden is over zijn zusters en dat Doktor Bos hem weg wil hebben uit de inrichting, omdat Keefman teveel narigheid voor hem bezorgt.

Vrijgezel op kamers

Ene mijnheer van Dongen gaat op zoek naar een pension. Hij zoekt daarvoor aan de gracht, omdat daar de huizen te duur zijn voor de mensen om daar alleen te wonen. Hij gaat ergens naar binnen, maar vindt het huis niets. Omdat het laat is besluit hij de dag later verder te gaan zoeken. Toch gaat hij nog bij een café waar ze kamers hebben naar binnen. Hij belde aan en werd naar boven gebracht. Al gauw bleek het om prostitutie te gaan en hij vertrok weer. 's Morgens ging hij werken, maar baalde ervan. Na het werk ging hij eten in een eethuisje en daarna ging hij weer op zoek naar een kamer. Hij kwam bij een huis waar hij een kleine, onverzorgde kamer kreeg aangewezen voor een veel te veel geld. De verhuurster zei er aan gehecht te zijn en het liever niet verhuurde. Toch huurde mijnheer van Dongen het kamertje en trok er vier dagen later in. Na een ruime week was hij ziek. De doktor kwam en zei dat hij niets kon vinden en dat hij de volgende dag maar beter weer kon gaan werken. Na enkele weken was hij weer ziek en kwam de doktor weer. Na zijn onderzoek werd hij kwaad en zei dat een simulant streng moest worden aangepakt. De doktor vertrok naar het werk om te melden dat hij niet ziek was. Daarom kwam een procuratiehouder van het werk en vertelde hem dat hij ontslagen werd als hij niet kwam werken. Na een paar dagen kreeg hij zijn ontslagbrief thuis. Vanaf die tijd bleef hij maanden ziek en kwam nauwelijks meer uit bed. De verhuurster wilde hem nu weg hebben en dat gebeurde uiteindelijk ook. Hij werd per ambulance weggebracht.

Het ontbijt

Mijnheer koopman wordt gewekt door de verzorgster die een feestontbijt (met een ei) heeft klaargemaakt voor hem omdat hij jarig is. Maar de 79-jarige mijnheer Koopman is niet tevreden en klimt in een boom. De verzorgster belt de doktor. Samen proberen ze hem over te halen om uit de boom te komen. Inmiddels staat het bejaardentehuis op stelten. Als het eenmaal hard regent besluiten ze hem maar gewoon te laten zitten. Daarna komt hij zelf eruit, pakt het ei van het ontbijt en gaat met zijn kletsnatte pyjama in bed leggen, waar hij het ei wil uitbroeden.

Koninginnedag

Een man denkt na over zijn daad. Hij was op koninginnedag recht op de prins afgegaan met een tak van een boom in zijn hand. Hij had alleen de bedoeling om de prins tot ridder te slaan. Hij werd gearresteerd en afgevoerd.

Voor vijf cent rode biet

Een vrouw is bij de groenteboer. Zij wil wat aardappelen, maar niet teveel, want dat kan ze niet betalen. Na een lang verhaal van de vrouw dat ze nauwelijks te eten heeft met haar vier kinderen en haar krankzinnige man, krijgt de groenteboer medelijden en biedt haar gratis spruitjes aan. Maar zij neemt dit niet aan en vraagt wat een rode biet kost. De groenteboer zegt dat die vijf cent kost, hoewel dit eigenlijk veel meer is. Bij vertrek betaalde ze elf cent. Als ze thuis komt staat er een bus van de GGD. Niet voor haar man, maar voor een geval bij de buren.

Lena

Lena is een vrouw en ze stinkt erg. Een man rook haar in het park. Hij ging er naar toe en wilde dat zij bij haar kwam wonen. Zij zou geld gaan verdienen voor hem. Maar geen enkele man wilde haar, omdat ze zo stonk. Ze verhuurden een kamertje aan een student, die inmiddels ook al stinkt door de stank die in het huis hangt. De student en Lena worden verliefd op elkaar. Als ze bij elkaar zijn wordt het zo warm dat het huis vlam vat en alles en iedereen verbrandt. Lena zal nooit meer stinken.

Een visser

Een visser gaat vissen in de gracht hij denkt dat iedereen die hem ziet hem uitlacht, omdat er geen vis in de gracht zit, hij komt alleen voor de rust. Hij slaat een gat in het kroos in gooide in, wachtte de hele dag en vertrok weer. Hij dacht de plek te herkennen aan het gat in het kroos en het platgedrukte zand onder zijn koffer. Het was zijn stek. Toen hij de volgende morgen kwam zoeken vond hij geen stek, het kroos was weer tegen elkaar aan en de sporen in het zand waren door de regen verdwenen.

Barre welvaart

Een schrijver heeft teveel geld. Hij heeft zijn hele huis vol liggen. Hij gaat niet meer naar een uitgever, omdat hij dan geld krijgt. Maar sinds hij het geld dumpt in de gracht, verkoopt hij zijn verhalen weer. Na enkele keren dumpen staat er in de krant dat een vandaal geld dumpt in de gracht en niet het geldoverschotprobleem voor zichzelf op lost. Nu durft hij het huis niet meer uit, maar heeft een andere methode gevonden om van het geld af te komen. Die methode vertelt hij niet, maar hij zegt, als iemand nog teveel geld heeft, wil hij het wel komen halen en hij zorgt dat u van uw geldzorgen bevrijdt wordt. Collegae schrijvers hebben voorrang.

De weldoener

Een man komt in Amsterdam aan. Hij wil net als bijna iedereen in Amsterdam van zijn armoede verlost worden. Hij vroeg aan een ambtenaar raad. Die zij dat hij naar de weldoener moest gaan. Na een nacht slapen in de open lucht deed hij dat. Hij kreeg te horen dat hij maar een maand moest wachten. Hij wachtte een maand en at niets. Toen kreeg hij te horen dat hij maar weer een maand moest wachten. Wederom deed hij dat. Na die maand kreeg hij te horen dat hij de weldoener niet meer mocht storen en moest wachten. Na maanden dacht hij dat hij lang genoeg had gewacht en schoof zijn inmiddels flinterdunne vingers onder de deur door. Er werd opengedaan en hij zag dikke wollen jassen, schone kousen, schoenen, hemden en etenswaren klaarstaan. Hij was blij maar kreeg te horen dat hij dit alles had gekregen als hij de weldoener niet tot last was geweest en hij werd met lege handen weggestuurd. Hij verliet de stad veel slechter als hij gekomen was. Er was een groot feest in de stad, nu de laatste arme tenslotte verdreven was.

Broodje tartaar

Iemand heeft een vriend Nikolaas die hem de baas is en hij altijd moet volgen. Hij voelt zich gediscrimineerd. Als zij zitten te eten en hij het niet langer uithoudt dreigt hij zich van kant te maken. Nikolaas zegt dat deze chantage is en loopt kwaad weg. De man voelt zich zo lullig dat hij zich haast van kant zou maken.

De zelfmoordenaar

Een man wil een zelfmoord in scène zetten, zodat hij in een inrichting wordt gestopt. Hij heeft alles gepland. En als eenmaal de politie hem vindt en hem bevrijdt uit de strik vragen ze hem waarom hij dit wilde doen. Hij zegt: "Omdat ik zo'n rotleven heb". Op dat moment begreep hij hoe goed waar dat was, dat het hem speet dat hij zich niet werkelijk van kant gemaakt had.

Het gareel

Een man voelt dat hij door iemand beheerst wordt. Telkens als hij denkt iets fout gedaan te hebben, krijgt hij in gedachte een rinkelend belletje te horen. Als hij denkt bevrijd te zijn van zijn heerser, hoort hij het belletje toch en denkt dat hij het altijd zal blijven horen en beheerst zou blijven.

De kranteneter

Een man gaat op bezoek bij een oude bekende. Terwijl zij gewoon eten krijgt hij een oude krant om op te eten, omdat hij dit vroeger altijd at. De man gaat onder het eten naar buiten en eet de krant bijna helemaal op. Hij denkt de mensen te slim af te zijn door het laatste stukje krant niet op te eten maar in zijn zak te steken. Toen hij naar binnen wilde, was de deur gesloten en deed niemand meer open. Hij dacht dat hij weer iets fout had gedaan en schaamde zich daarvoor. Tenslotte liep hij het tuinpad af en ging zijns weegs.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen