U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Jan Arends - Keefman.
Deze versie komt van http://www.collegenet.nl/studiemateriaal/verslagen.php?verslag_id=2299 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2106 woorden.

uitgever: de bezige bij
1e druk: 1979

Samenvatting

Het boek "Keefman" is een bundel verschillende verhalen waarin de psychiatrische patiënt centraal staat. Elk hoofdstuk vormt een apart verhaal.

Keefman

Keefman, een man die in een psychiatrische inrichting zit, schrijft brieven aan Doktor Bos. Hij noemt hem in de aanhef van zijn brieven telkens vriend. Dat is opmerkelijk, want hij is telkens boos op hem. In de brieven staat dat Keefman doof is en dat hij geen mulo-diploma heeft, waardoor hij geen werk kon krijgen. Doktor Bos heeft hem beloofd dat hij geholpen kon worden met zijn doofheid, zodat hij wel een diploma kan gaan halen en zo kan gaan werken voor de psychisch of psychiatrisch gestoorde mens. Ook vertelt Keefman dat hij niet tevreden is over zijn zusters en dat Doktor Bos hem weg wil hebben uit de inrichting, omdat Keefman teveel narigheid voor hem bezorgt.

Vrijgezel op kamers

Ene mijnheer van Dongen gaat op zoek naar een pension. Hij zoekt daarvoor aan de gracht, omdat daar de huizen te duur zijn voor de mensen om daar alleen te wonen. Hij gaat ergens naar binnen, maar vindt het huis niets. Omdat het laat is besluit hij de dag later verder te gaan zoeken. Toch gaat hij nog bij een café waar ze kamers hebben naar binnen. Hij belde aan en werd naar boven gebracht. Al gauw bleek het om prostitutie te gaan en hij vertrok weer. 's Morgens ging hij werken, maar baalde ervan. Na het werk ging hij eten in een eethuisje en daarna ging hij weer op zoek naar een kamer. Hij kwam bij een huis waar hij een kleine, onverzorgde kamer kreeg aangewezen voor een veel te veel geld. De verhuurster zei er aan gehecht te zijn en het liever niet verhuurde. Toch huurde mijnheer van Dongen het kamertje en trok er vier dagen later in. Na een ruime week was hij ziek. De doktor kwam en zei dat hij niets kon vinden en dat hij de volgende dag maar beter weer kon gaan werken. Na enkele weken was hij weer ziek en kwam de doktor weer. Na zijn onderzoek werd hij kwaad en zei dat een simulant streng moest worden aangepakt. De doktor vertrok naar het werk om te melden dat hij niet ziek was. Daarom kwam een procuratiehouder van het werk en vertelde hem dat hij ontslagen werd als hij niet kwam werken. Na een paar dagen kreeg hij zijn ontslagbrief thuis. Vanaf die tijd bleef hij maanden ziek en kwam nauwelijks meer uit bed. De verhuurster wilde hem nu weg hebben en dat gebeurde uiteindelijk ook. Hij werd per ambulance weggebracht.

Het ontbijt

Mijnheer koopman wordt gewekt door de verzorgster die een feestontbijt (met een ei) heeft klaargemaakt voor hem omdat hij jarig is. Maar de 79-jarige mijnheer Koopman is niet tevreden en klimt in een boom. De verzorgster belt de doktor. Samen proberen ze hem over te halen om uit de boom te komen. Inmiddels staat het bejaardentehuis op stelten. Als het eenmaal hard regent besluiten ze hem maar gewoon te laten zitten. Daarna komt hij zelf eruit, pakt het ei van het ontbijt en gaat met zijn kletsnatte pyjama in bed leggen, waar hij het ei wil uitbroeden.

Koninginnedag

Een man denkt na over zijn daad. Hij was op koninginnedag recht op de prins afgegaan met een tak van een boom in zijn hand. Hij had alleen de bedoeling om de prins tot ridder te slaan. Hij werd gearresteerd en afgevoerd.

Voor vijf cent rode biet

Een vrouw is bij de groenteboer. Zij wil wat aardappelen, maar niet teveel, want dat kan ze niet betalen. Na een lang verhaal van de vrouw dat ze nauwelijks te eten heeft met haar vier kinderen en haar krankzinnige man, krijgt de groenteboer medelijden en biedt haar gratis spruitjes aan. Maar zij neemt dit niet aan en vraagt wat een rode biet kost. De groenteboer zegt dat die vijf cent kost, hoewel dit eigenlijk veel meer is. Bij vertrek betaalde ze elf cent. Als ze thuis komt staat er een bus van de GGD. Niet voor haar man, maar voor een geval bij de buren.

Lena

Lena is een vrouw en ze stinkt erg. Een man rook haar in het park. Hij ging er naar toe en wilde dat zij bij haar kwam wonen. Zij zou geld gaan verdienen voor hem. Maar geen enkele man wilde haar, omdat ze zo stonk. Ze verhuurden een kamertje aan een student, die inmiddels ook al stinkt door de stank die in het huis hangt. De student en Lena worden verliefd op elkaar. Als ze bij elkaar zijn wordt het zo warm dat het huis vlam vat en alles en iedereen verbrandt. Lena zal nooit meer stinken.

Een visser

Een visser gaat vissen in de gracht hij denkt dat iedereen die hem ziet hem uitlacht, omdat er geen vis in de gracht zit, hij komt alleen voor de rust. Hij slaat een gat in het kroos in gooide in, wachtte de hele dag en vertrok weer. Hij dacht de plek te herkennen aan het gat in het kroos en het platgedrukte zand onder zijn koffer. Het was zijn stek. Toen hij de volgende morgen kwam zoeken vond hij geen stek, het kroos was weer tegen elkaar aan en de sporen in het zand waren door de regen verdwenen.

Barre welvaart

Een schrijver heeft teveel geld. Hij heeft zijn hele huis vol liggen. Hij gaat niet meer naar een uitgever, omdat hij dan geld krijgt. Maar sinds hij het geld dumpt in de gracht, verkoopt hij zijn verhalen weer. Na enkele keren dumpen staat er in de krant dat een vandaal geld dumpt in de gracht en niet het geldoverschotprobleem voor zichzelf op lost. Nu durft hij het huis niet meer uit, maar heeft een andere methode gevonden om van het geld af te komen. Die methode vertelt hij niet, maar hij zegt, als iemand nog teveel geld heeft, wil hij het wel komen halen en hij zorgt dat u van uw geldzorgen bevrijdt wordt. Collegae schrijvers hebben voorrang.

De weldoener

Een man komt in Amsterdam aan. Hij wil net als bijna iedereen in Amsterdam van zijn armoede verlost worden. Hij vroeg aan een ambtenaar raad. Die zij dat hij naar de weldoener moest gaan. Na een nacht slapen in de open lucht deed hij dat. Hij kreeg te horen dat hij maar een maand moest wachten. Hij wachtte een maand en at niets. Toen kreeg hij te horen dat hij maar weer een maand moest wachten. Wederom deed hij dat. Na die maand kreeg hij te horen dat hij de weldoener niet meer mocht storen en moest wachten. Na maanden dacht hij dat hij lang genoeg had gewacht en schoof zijn inmiddels flinterdunne vingers onder de deur door. Er werd opengedaan en hij zag dikke wollen jassen, schone kousen, schoenen, hemden en etenswaren klaarstaan. Hij was blij maar kreeg te horen dat hij dit alles had gekregen als hij de weldoener niet tot last was geweest en hij werd met lege handen weggestuurd. Hij verliet de stad veel slechter als hij gekomen was. Er was een groot feest in de stad, nu de laatste arme tenslotte verdreven was.

Broodje tartaar

Iemand heeft een vriend Nikolaas die hem de baas is en hij altijd moet volgen. Hij voelt zich gediscrimineerd. Als zij zitten te eten en hij het niet langer uithoudt dreigt hij zich van kant te maken. Nikolaas zegt dat dit chantage is en loopt kwaad weg. De man voelt zich zo lullig dat hij zich haast van kant zou maken.

De zelfmoordenaar

Een man wil een zelfmoord in scène zetten, zodat hij in een inrichting wordt gestopt. Hij heeft alles gepland. En als eenmaal de politie hem vindt en hem bevrijdt uit de strik vragen ze hem waarom hij dit wilde doen. Hij zegt: "Omdat ik zo'n rotleven heb". Op dat moment begreep hij hoe goed waar dat was, dat het hem speet dat hij zich niet werkelijk van kant gemaakt had.

Het gareel

Een man voelt dat hij door iemand beheerst wordt. Telkens als hij denkt iets fout gedaan te hebben, krijgt hij in gedachte een rinkelend belletje te horen. Als hij denkt bevrijd te zijn van zijn heerser, hoort hij het belletje toch en denkt dat hij het altijd zal blijven horen en beheerst zou blijven.

De kranteneter

Een man gaat op bezoek bij een oude bekende. Terwijl zij gewoon eten krijgt hij een oude krant om op te eten, omdat hij dit vroeger altijd at. De man gaat onder het eten naar buiten en eet de krant bijna helemaal op. Hij denkt de mensen te slim af te zijn door het laatste stukje krant niet op te eten maar in zijn zak te steken. Toen hij naar binnen wilde, was de deur gesloten en deed niemand meer open. Hij dacht dat hij weer iets fout had gedaan en schaamde zich daarvoor. Tenslotte liep hij het tuinpad af en ging zijns weegs.

Analyse

  • De titel Keefman komt van het eerste verhaal, waarin duidelijk wordt dat het boek over de psychisch of de psychiatrisch gestoorde mens zal gaan.
  • Het motto : Daar komen die mannen met witte jassen
    hoera.
    Ze doen mij een schone dwangbuis aan
    hoera.
    Ho ho, hi hi, ha ha.
    Ze nemen mij eindelijk mee
    ha ha.
    Ze nemen mij eindelijk mee.
    Ze nemen mij eindelijk mee
    ha ha.
    Ze nemen mij eindelijk mee.
  • Het thema : er duizenden manieren zijn om gek te worden.
  • Er is dus een duidelijke overeenkomst tussen het thema en het motto, maar Keefman is gewoon de naam van een gek.
  • Het genre: Een psychologische roman (het eerste verhaal is een briefroman)
  • Motieven: Armoede, verafschuwt worden, gek zijn/worden
  • Perspectief: Verschilt per verhaal, meestal belevend ik-verhaal
  • Tijd:
    • Elk verhaal is chronologisch opgebouwd
    • Alles wordt verteld in het heden
    • Af en toe tijdsprongen
    • Nauwelijks flash backs
    • Geen vooruitwijzingen
  • Ruimte: Topografisch
  • Opbouw: Telkens verhaaltjes, langere vooraan, kortere achteraan. De eerste drie verhalen zijn nog te koppelen, maar ze staan los van elkaar.
  • De personages: flat characters
    • Keefman: Iemand die niet gek is en wel in de slechte inrichting wil blijven
    • Mijnheer van Dongen: Bang om voor gek te staan.
    • Mijnheer Koopman: 79-jarige bejaarde, gek genoeg om in een boom te klimmen en zich daarmee vermaakt.
    • Lena: Stinkende vrouw, die geen hoop heeft.
    Over de overige personages wordt zo goed als niets verteld, zelfs geen naam.

Leeservaringsverslag

Het onderwerp

Het onderwerp is duidelijk, maar omdat je niet weet hoe een psychisch of en psychiatrisch gestoorde mens denkt of voelt, weet je niet of het allemaal kan kloppen wat er gebeurt. Wel duidelijk is dat de schrijver er veel ervaring mee heeft.

De gebeurtenissen

De gebeurtenissen staan allemaal los van elkaar, het gaat er alleen om, om het onderwerp duidelijk te maken en uit te leggen. Verder zijn de gebeurtenissen vaak sterk overdreven.

De bouw

Omdat de brieven in het begin nogal saai is, zit er weinig vaart in het verhaal, maar dat komt in het tweede verhaal. De verhalen zijn in het begin vrij realistisch en op het eind niet meer. In het begin staan ook de langste verhalen en op het einde de kortste (soms maar drie bladzijden). Door een logische bouw lag het tempo bij het lezen hoog.

De personages

Omdat van de personages weinig verteld wordt, gingen ze niet voor me leven, dat komt misschien mede doordat ik niet weet hoe zulke personen zich voelen en hoe ze zich gedragen. Van de personages uit de eerste verhalen kom je het meeste te weten. Ze reageren volkomen onvoorspelbaar.

Het taalgebruik

De zinsopbouw was vrij gemakkelijk, maar er kwamen regelmatig woorden in voor die ik niet kende, maar in de loop van het verhaal duidelijk werden, als je er goed over nadacht. De schrijver gebruikte ook veel beeldspraak, maar dat leverde niet veel problemen op.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen