U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Herman Brusselmans - Uitgeverij Guggenheimer.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=806 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3440 woorden.

Leesverslag : Uitgeverij Guggenheimer

(door Herman Brusselmans)



Het verhaal speelt zich in deze tijd af en voornamelijk in Gent .

Bv. : p.12 « Thans resideerde hij in Oudburg (Gent). Hij had hier huizen gekocht. »

en « Burgemeester Beke van Gent, altijd al een grote fan van Guggenheimer geweest, had

Guggenheimer aangeboden om de straatnaam Oudburg uit te lijsten te schrappen en ‘m te vervangen door Guggenheimerstraat… »

Het verhaal is niet bepaald een kritiek op of verdediging van iets. Er wordt voornamelijk onzin verkondigt. Veel personages bestaan echt, maar haast niets in het verhaal strookt samen met de realiteit.

Samenvatting :



Guggenheimer, een 45-jarige miljonair, beslist om na zijn goeddraaiende televisiemaatschappij

‘B.O.N.A.N.Z.A.’ een uitgeverij op te richten. Zijn secretaresse, Debbie, had hem immers gezegd

dat literatuur het helemaal zou maken in de 21ste eeuw. Guggenheimer gaat meteen op zoek naar 3

schrijvers : voor het fictieve proza ‘een lekker wijf’, voor het niet-fictieve proza een wereldvreemde cultfiguur en voor de poëzie een krankzinnige gek.

Kortom, 3 figuren die nog voor ze een boek hadden uitgebracht populair zouden zijn bij het publiek.

Hij zou publiciteit maken voor hen op zijn eigen TV-kanaal. Dit lukt ! Het meisje die de fictieve proza voor haar rekening neemt, wordt enorm bekend en succesvol bij het publiek.

Guggenheimer wil de meest besproken uitgever ooit worden.

Hij beraamt hiervoor een smerig plan : hij vermoordt een aantal meisjes in Gent o.a. zijn schrijfster voor de fictieve proza. Hij laat deze gruwelijke daden bijwonen door zijn schrijver van de niet- fictieve proza. Hierdoor zou het boek van de vermoorde schrijfster sowieso succes hebben, omdat iedereen een aandenken van dit knappe en lieve meisje wil hebben. En aangezien iedereen ook het fijne wil weten van de moorden zal iedereen ook het boek van de niet-fictieve proza schrijver kopen.

Guggenheimer laat zijn dichter d.m.v. geheugenpilletjes geloven dat hij de echte moordenaar van de meisjes is, waardoor deze dichter gewelddadige en emotionele gedichten gaat schrijven.

Natuurlijk wil het publiek ook de werken van deze psychopaat lezen.

Guggenheimer slaagt in zijn plan en binnen de kortste keren staan de 3 boeken in de top 3 van meest gekochte literatuur !



Ja, de titel van het boek geeft de hoofdzaak weer. Het is de kern van het hele verhaal. Voor de rest praat Guggenheimer honderduit over koetjes en kalfjes die absoluut niets met elkaar te maken hebben.



De belangrijkste personages :



Guggenheimer : hij is een rijke jood van 45 jaar. Hij is naar eigen zeggen zeer knap en voornaam.

Vrouwen vallen bij bosjes neer voor hem. Hij trekt zich weinig aan van anderen en

en heeft constant kritiek op iedereen. Slechts weinige mensen vallen in de smaak voor

hem. Hij heeft een enorm ego en vindt zichzelf superieur.

Bv. : p.39 : « mijn gulheid moet ondertussen zowat legendarisch zijn ! »

p. 183 : « Geen geslijm ! Daar heeft mijn zelfrespect geen nood aan ! »

p.74 : « Wij joden hebben het slapend geld verdienen simpelweg in ons bloed.

p.51 : « Die top is een eenpersoonstop, lulletjes, en hij is bezet. Ja, ik zie wel dat

jullie weten door wie hij bezet is,…

Schrik dat ik jullie zal negeren, of wegsturen, of jullie het gevoel geven

dat jullie niks, helemaal niks voorstellen. »



Ik vind Guggenheimer ongelooflijk grappig en intelligent…in het boek. Want als ik

een persoon als hij in het echte leven zou ontmoeten, zou ik hem hoogstwaarschijnlijk

verschrikkelijk vinden ! Guggenheimer mag zichzelf dan wel fantastisch vinden, hij is het niet ! Hij heeft een rotkarakter en is onvoorstelbaar grof ! Al bij al is het wel heel

leuk om een boek over hem te lezen.

Debbie : de bloedmooie secretaresse van Guggenheimer.

Ze is geen doetje en is zeker niet op haar mond gevallen. Ze is niet zo egoïstisch als haar baas.

Nochtans is ze t.o.v. Guggenheimer heel wat minder assertief, toch laat ze zich niet doen door hem. Eigenlijk komen ze zelfs goed overeen.

Het platteland waar ze woont, boeit haar en brengt haar tot rust. Ze leest af en toe graag een goed boek.

Bv. : p.22 : (nadat Guggenheimer haar zei dat hij mensen die lezen niet begrijpt)

« Jij niet, maar ik wel. Ik hou van lezen. »

p.21 : « Ik woon te graag in m’n boerderijtje in Afsnee . Ik haat de stad ! Ik wil

‘s morgens opstaan en ‘s avonds gaan slapen met de verse plattelandsrust om

Vervolg leesverslag ‘Uitgeverij Guggenheimer’



me heen, en met het gefluit van de vogels of het geloei van de de koeien . »

Debbie is het enige meisje die niet seutig wordt voorgesteld en die een eigen intelligente mening heeft.

Bv.: p.64: Guggenheimer: “Vind jij niet dat alle vrouwen op elkaar lijken ,

Debbie?”

Debbie: “Nee, dat vind ik niet”

p.170: “Wil je nu weten of niet hoe ik Geeraerts en Van Paemel heb gelokaliseerd?”

p.171: Driftig liep Debbie naar de keuken.

“Godverdomme, je hebt me zelf gevraagd, niet langer

geleden dan daarstraks, om…

Tutsi: het zwarte, eveneens bloedmooie dienstmeisje van Guggenheimer.

Ze zegt niet bijzonder veel en als ze spreekt is het slechts wat gemurmel in allerlei verschillende talen.

Bv.: p.16: Gugg.: “Tutsi, der Vase ist kapotski. Do away de scherven en rapido een

beetje.”

Tutsi: “Sicherlich, maestro”

 Guggenheimer wou Tutsi uit medelijden een aantal talen aanleren. Hij huurde hiervoor een speciale leerkracht die haar Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans en

een beetje Russisch kon geven. Tutsi leert bij deze leerkracht echter alle talen door elkaar. Guggenheimer spreekt dat vreemde taaltje dan maar mee.



Tutsi heeft totaal geen karakter en laat zich door Guggenheimer zowaar als een slaafje behandelen. Ze bedient hem op zijn wenken en pruttelt nooit tegen.

Ze komt uit Rwanda en is maar 19 jaar.

Haar ouders werden vermoord tijdens de genocides. Tutsi was kunnen ontkomen door zich te vermommen als bonobo-aap met een banaan nonchalant in de mondhoek. Ze kwam illegaal in Europa terecht. Toen Guggenheimer haar in een talkshow zag (met een zwarte balk voor haar ogen) , besloot hij dit knappe meisje te laten opsporen en aan te nemen als zijn persoonlijke meid.



Jules: een ex-lid van de bende van Nijvel, die nu werkt als chauffeur voor Guggenheimer.

Hij is brutaal en gewelddadig tegen iedereen. Hij speelt een belangrijke rol in het plan van Guggenheimer. Want Guggenheimer is dan wel het grote brein achter het plan en kijkt gretig toe wanneer de meisjes vermoordt worden, maar hij maakt zijn handen niet vuil. Jules is diegene die de meisjes wurgt/ de keel opensnijdt/ een mes in de rug plant/…

Hij doet dit met plezier. Dat is niet zo vreemd als je aan zijn criminele verleden denkt.

Bv.:p.24: “Jules was een prima chauffeur, die nog wel wat meer in zijn mars had.

Hij kon uitstekend moorden, martelen, intimideren, met wapens omgaan,

bommen fabriceren, en oplossingen voor problemen verzinnen waar een

normaal mens niet zou opkomen. Na een moeilijk in korte woorden te

omschrijven carrìere, waartijdens hij o.m.lid was geweest van de Bende van

Nijvel…”

Jules is niet getrouwd en heeft geen vriendin. Daarom vergrijpt hij zich regelmatig aan vrouwelijk schoon. Hij stoort zich daar absoluut niet aan, want vrouwen zijn domme wezens die enkel zagen en klagen. Echt vrouwvriendelijk is hij dus niet.

Jules is van het meeloperige type als het over Guggenheimer gaat. Jules geeft hem steeds gelijk en doet alles wat van hem verlangt wordt. Maar eigenlijk hoeft hij

Guggenheimer niet veel tegen te spreken aangezien ze vaak dezelfde gedachten delen.





Neen, ik heb nog nooit een boek gelezen over een dergelijke situatie. Het verhaal is dan ook volledig absurd en alles wordt in het belachelijke getrokken.

Gelukkig maakte ik ook nog nooit zulke vernederende situaties mee. Maar personen als Guggenheimer lopen er dan ook niet al te veel rond. En dat is misschien wel goed



Ja! Ik heb het boek héél graag gelezen. Het is enorm grappig en vlot leesbaar.

Elke avond lag ik dubbel van het lachen wanneer ik erin las.

De humor is vaak absurd en dat is helemaal mijn stijl. Ik heb me absoluut niet geërgerd aan de groffe woordenschat die Herman Brusselmans gebruikt. Dat is nu eenmaal zijn manier van schrijven. Daarbij zijn de zinnen niet altijd gemakkelijk. Ze zijn dikwijls lang en er worden af en toe moeilijke woorden gebruikt. Maar het boek blijft makkelijk te lezen.

Wat ik me wel kan inbeelden is dat sommige BV’s zich beledigd voelen na het lezen van ‘Uitgeverij Guggenheimer’. Een aantal van hen worden echt door het slijk gehaald.

Voor mij was dit dan weer iets dat het boek extra leuk maakte. Ook al denk ik niet hetzelfde over hen als Guggenheimer.





Overdreven/ realistisch: alles in het verhaal is overdreven.

Vele gebeurtenissen kunnen gewoon niet in werkelijkheid: moorden

zonder dat iemand er problemen mee heeft, de politie die alles

goedkeurt wat Guggenheimer ook doet, het verkeer dat helemaal

naar zijn hand wordt gezet,…

Er bestaan zonder twijfel personen die ongelooflijk veel invloed

hebben, maar er zijn altijd mensen die hiermee niet akkoord gaan.

In het geval van Guggenheimer is er niemand die zich

stoort aan zijn ego en/of zijn arrogante gedrag. Ook van zijn illegale

praktijken trekt niemand zich iets aan. Integendeel, iedereen

verheerlijkt hem.

Grappig/ernstig: de abstracte humor en soms ook verschrikkelijk domme humor die gebruikt

worden in het verhaal, vind ik heel grappig. Het is mijn soort humor en ik

hou wel van Brusselmans’schrijfstijl. Je moet helemaal niet nadenken bij het

lezen van het boek (wat niet wil zeggen dat het gemakkelijk is). Het is niet

psychologisch bedoeld, het verhaal is zelfs niet extreem spannend, maar het is wel ontspannend. Ik had nooit gedacht dat ik een boek van  300 blz. Zo snel zou uitlezen. Dat komt voor een groot deel door al de komische situaties . Eén van de leukste fragmenten vind ik het feestje waar hij naartoe

gaat.(p.43) Daar ontmoet hij veel BV’s, waaronder Willy Sommers. Met deze laatste heeft hij een gesprek heeft waarin hij Willy Sommers heel erg vernederd. “Met wat jij op jouw niveau genoeg geld noemt, zou je je niet eens de verzekering van zo’n Bentley kunnen permitteren”



Personele hij-verteller: de auteur spreekt slechts over 1 persoon. Hij volgt de gevoelens en gedachtengang van 1 iemand nl.: Guggenheimer. Bv.: p7 “Guggenheimer had de miljaardedzju ontdekt toen hij, tijdens een van zijn contemplaties, had gedacht:

als ik nu eens een theezakje in mijn vodka hing, wat zou het geven?”

De auteur richt zich niet tot wat de andere personages denken en voelen, maar hij beschrijft wel wat ze doen en zeggen.

Bv.: p103: Een vrouw, die naast hem in de starende massa stond, vroeg hem:

‘Krijgt u daar ook wat van, meneer, als mensen roepen dat ze gaan springen en het maar niet doen?’ Guggenheimer keek naar de vrouw, een ongeveer zestigjarige ouwe taart die hij na een blik categoriseerde onder de noemer absoluut tijdverlies, en zei: ‘Ik kan me voorstellen dat jij wel meteen zou springen.’













Vervolg leesverslag ‘Uitgeverij Guggenheimer’



Stijlkenmerken: erg lange zinnen:

Bv p109: Het BONANZA-personeel had Guggenheimer meteen in de gaten en hun houding veranderde: ze maten zich op slag het air aan dat ze enorm hun best deden en keken, de cameraman incluis, vanuit hun ooghoeken om te zien of Guggenheimer wel merkte hoe totaal ze zich inzetten ten bate van hun werkgever.

p.146: Hij was op een keer een vinger kwijtgeraakt toen hij was gebeten door een illegale neger die hij, kaderend in een van zijn experimenten, op een absurd-dermatologische manier witte strepen had willen bezorgen, om zijn droom waar te maken die erin bestond dat hij, dokter Tuba, de zebramens zou creëren.

P.196: Toen aten de mensen gebakken populierenschors of gebarbecued mos, of- zoals ik ‘ns iemand heb horen vertellen- gepocheerde stukjes van een flanellen sprei in eigen nat, en ik kan je verzekeren dat er in die tijd werd gepist als er een Messerschmidt overvloog, dus over dat eigen nat moet ik je verder geen uitleg geven.

p.243: Alleen vanavond moest Guggenheimer in haar plaats omwille van die zieke kip de honneurs waarnemen, wat hij dan maar deed, zijn aanwezigheid hier was vanuit moreel standpunt niet onbelangrijk, het was tenslotte Hemelshoets eerste tv-optreden.

p.242: Z’n zelfingenomenheid had door de jaren heen dusdanige proporties aangenomen dat hij er inmiddels van overtuigd was dat hij zoals Christus en The Invisible Man door deuren en muren kon lopen, wat tot resultaat had dat hij bij de poging tot het als een jonge god binnenrock’n’rollen van de Green Room zodanig z’n hoofd stootte tegen de glazen deur dat de studiodokter moest opgebiept worden om hem weer bij te brengen.



Het verhaal heeft me niets bijgebracht. Ik denk trouwens niet dat het de bedoeling is van de auteur om het boek leerrijk te maken.

Ik vind dat eigenlijk niet erg, want dit maakt het lezen extra ontspannend.

Een eventuele boodschap zou kunnen zijn dat mensen niet altijd alles au serieux moeten nemen. Iets wat Ann Demeulemeester niet kan klaarblijkelijk. Anders zou ze niet geëist hebben dat het boek uit de handel werd genomen. Een zaak die ze op de koop toe gewonnen heeft. Herman Brusselmans schrijft fictie en gebruikt nu eenmaal bekende personen in zijn boeken. Hij spot zelfs met zichzelf.



Het materialisme leidt alleen tot overdadig bezit : p.89 wanneer guggenheimer andere rijke mensen becommentarieert en enkel tot het besluit kan komen dat hij zijn geld wel nuttig gebruikt.

Ik ga niet akkoord dat Guggenheimer zijn geld nuttig besteedt, maar wel met zijn uitspraak.

Sommige mensen besteden hun geld aan onbenullige zaken, terwijl ze er misschien andere mensen mee zouden kunnen helpen. Ik maakte me deze bedenking omdat ik op het moment dat ik deze passage las, ik vanuit de tram een bedelaar zag wandelen.

Ik zat daar lekker warm op een stoel met mijn uniform aan en hij liep onverzorgd over de straat nagekeken door mensen. Daarom is deze citaat me bijgebleven.

Waarom ga je niet’ns wat aan sociaal werk doen? P. 175 Wanneer zijn depressieve ex-vrouw haar beklag (weer) bij Guggenheimer komt doen , stelt hij haar deze vraag.

Ze doet het en na verloop van tijd beurt ze helemaal op. Ik ga akkoord met het feit dat wanneer je iets hebt waarin je helemaal opgaat. Als je een hobby of een bezigheid hebt,

heb je haast geen tijd om depressief te worden.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen