U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Carl Friedman - Tralievader.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=292 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1423 woorden.

Bibliografie
Eerste druk : 1991
Genre : Autobiografische Roman
Aantal pagina's : 119
Motto : geen
Hoofdstukken : Het verhaal is opgebouwd uit 40 getitelde, ongenummerde hoofdstukjes.


Samenvatting
De Auteur:

Carl (Caroline) Friedman is geboren op 29 april 1952 in Eindhoven. In Antwerpen volgt ze een opleiding voor tolk/vertaler. Het is nooit de bedoeling geweest om schrijfster te worden. Voor dat ze haar eerste boek ging schrijven, had ze al wel verhalen gemaakt. De meeste heeft ze weggegooid. Geen enkel van deze verhalen is ooit uitgegeven.
Wouter van Oorschot heeft haar overgehaald om schrijfster te worden. In 1991 bracht ze haar eerste boek uit: "tralievader". Hierin vertelt ze over het kampverleden van haar vader. In 1993 brengt ze de roman "Twee koffers vol" uit. In 1996 verschijnen de verhalen "de grauwe minaar". De verhalen in dit boek spelen zich af in Antwerpen. Ook dit boek heeft als thema: de oorlog.

De hoofdpersonen zijn:

Ik- Carl Friedman. Dit is de schrijfster van het boek, maar in het boek zelf is ze een karakter.
Jochel- Dit is de vader van de ikpersoon.

De bijpersonen zijn:

Bette- dit is de moeder van de ikpersoon.
Simon en Max- zijn de broers van de ikpersoon.


Samenvatting:

De vader van de ikpersoon heeft de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Hij heeft in een concentratiekamp gezeten en nu heeft hij ‘kamp’. Zijn kinderen (de ikpersoon, Max en Simon) vergelijken dat met een ziekte als de waterpokken. Vader heeft ‘kamp’ in zijn voeten en in zijn hoofd, maar vooral in zijn ogen.
De kinderen worden beïnvloed door het oorlogstrauma van vader. Als hij ‘s nachts niet kan slapen en rond gaat lopen, worden ook de kinderen wakker. Alles wat vader doet en zegt, heeft te maken met het kamp. De kinderen zijn hier ook op school erg mee bezig. De juf wordt gek van de verhalen van de oorlog en vraagt of ze hier mee willen stoppen. Zij en haar broers vinden dat ze er pas bijhoren als ze tyfus of longontsteking hebben gehad. Haar speelgoed verstopt ze in de grond, zodat de SS'ers het niet kunnen vinden. Vader herinnert zich nog veel van het concentratiekamp waarin hij heeft gezeten. Hier vertelt hij de kinderen over. Hij vertelt ook wat hij daar zag: "In het kamp ontmoette ik een oude studievriend. Hij werd helemaal gek in het kamp en pleegde zelfmoord". "Als ze zeuren over honger", zegt vader, "dat ze niet weten wat honger is en dat hij brood kreeg gemaakt van zaagsel".
In het kamp had hij ook een mes gemaakt, stiekem. En als hij werd gefouilleerd liet hij het mes in zijn oksel hangen. Max en de ikpersoon probeerden het ook. Alleen dit lukt niet.
Toen ze op een dag eens langs een bos reden zegt vader: "Mooi bos om in te vluchten". Plotseling stapt vader uit de auto en vlucht het bos in. Bij terugkomst zegt de ikpersoon dat zij blij is dat vader weer terug is en niet is gepakt. Vader vraagt: "Door wie dan?'' Vader wilde af en toe wel een gans zijn, zodat hij vrij was en kon gaan en staan waar hij wilde.
Op een dag vinden ze bij de rails een mager katje. Ze nemen hem mee naar huis. Ze noemen hem Pink. Vader en Pink worden beste maatjes.
Een man die mensen in ‘t kamp martelde was Willi Hammer. Deze man nam vader in het kamp na het eten altijd apart. Hij martelde hem dan. Als Willi hem martelde, gaf vader geen kik. Aan het einde van de oorlog, werd de fabriek gebombardeerd. Toen zaten alle gevangenen in een klein gangetje opgesloten. Eenendertig uur lang. Toen vader en de andere gevangenen eruit mochten liep hij verdwaasd rond. Hij kwam in een deel van de fabriek terecht waar hij plotseling tegenover Willi Hammer kwam te staan. Voordat Willi zijn ketting kon pakken zat vader al boven op hem en doodde hem. Vader heeft hier geen spijt van. De manier waarop hij hem heeft gedood had anders gemoeten. Het had veel langzamer gemoeten, zodat hij de doodsangst langer had gevoeld.
Vader vindt God een ‘rotzak’, omdat hij in het kamp heeft toegekeken hoe iedereen werd doodgemaakt. Dit is de aanleiding voor een hevige ruzie met Max. Max zegt dat zijn vader hem maar eens moet slaan, net als de SS-ers. Vader lijkt lamgeslagen na deze opmerking.

Max verwijt zijn vader ook, dat hij niet is als de andere vaders. Die gaan namelijk voetballen met hun kinderen, terwijl zijn vader alleen maar over het kamp kan praten. Vader vertelt dat er in het kamp ook werd gevoetbald, maar dat de spelers soms na de eerste helft al begraven konden worden. Het was dus maar goed dat vader niet van voetballen hield. Nu is Max onder de indruk: hij rent naar zijn kamer en begint te huilen.
Als vader tbc blijkt te hebben, moet hij naar een sanatorium. Tijdens de bezoekuren vertelt hij de kinderen over de plaatsen waar hij ondergedoken heeft gezeten. Zo heeft hij samen met andere onderduikers op het platteland gezeten. Ze werden verraden door een boer die er vlakbij woonde. Wanneer vader genezen is van de tbc, mag hij naar huis. Zijn gezin wacht de hele dag op hem, maar hij komt veel later dan verwacht. Hij durft niet in de trein te stappen. Als vader thuiskomt, wacht moeder hem op. Hij wordt enthousiast omhelsd. Bij Moeder lopen de tranen over de wangen, terwijl de kinderen toekijken.

Titelverklaring:

De vader van de ikpersoon heeft in de Tweede Wereldoorlog in een Duits kamp gezeten. Tralies symboliseren de gevangenschap. De vader lijkt nog steeds gevangen te zijn: hij kan geen normaal leven leiden vanwege zijn oorlogstrauma.

Thema:

Het verleden van de vader speelt een grote rol in "Tralievader". De vader wordt namelijk in zijn dagelijks leven beïnvloed door zijn oorlogsverleden. Ook voor de kinderen speelt het verleden een grote rol. Zij weten namelijk niet precies wat er is gebeurd. Ook al vertelt hun vader erover, ze kunnen nooit helemaal begrijpen hoe een ander het verleden heeft meegemaakt.

Personen:

Vader:
De vader, Jochel, heeft tijdens de Tweede wereldoorlog in een kamp gezeten vanwege zijn joodse afkomst. Hij heeft dit nooit kunnen verwerken. Hij lijdt aan slapeloosheid. Hij heeft drie kinderen, één dochter en twee zoons, die dagelijks te maken krijgen met zijn verleden.
Moeder:
De moeder heeft erg veel geduld met haar man. Zij is blij dat hij het kamp heeft overleefd en helpt vaak bij het oplossen van ruzies tussen de kinderen en de vader.
Ik- persoon:
De ikpersoon is erg onder de indruk van de gruwelijke verhalen die haar vader vertelt. Wanneer vader bang is dat het verleden zich herhaalt, begraaft zij haar speelgoed in de grond. Ze hoopt dat de Duitsers het niet zullen vinden. Ze probeert haar vader zo veel mogelijk te begrijpen.
Max:
Max is de oudere broer van de ik- persoon. Hij verwijt zijn vader dat hij hem belast met zijn oorlogsverleden. Hij spreekt, als enige in het gezin, zijn ontevredenheid hierover uit. Daarmee kwetst hij zijn vader, maar hij wordt er zelf vaak ook emotioneel van.
Simon:
Simon is ook een broer van de ikpersoon. Hij beleeft de verhalen van zijn vader heel sterk, hij verzint er zelfs dingen bij. Hij heeft geen echt beeld van het verleden.

Het verhaal speelt zich af:

Als de ikpersoon ongeveer 7 of 8 jaar is. Ongeveer 15 of 16 jaar na de oorlog.

De tijd in het verhaal verloopt met:

Flashbacks. De vader vertelt af en toe wat er in het kamp is gebeurd.

Plaats/Ruimte:

Het verhaal speelt zich af in de woning van de ikpersoon. De ruimte is eigenlijk niet belangrijk in het verhaal. Ook van het kamp wordt geen beschrijving gegeven. "Kamp" wordt door het gezin niet als situatie gezien, maar als plaats.

Beoordeling:

Het boek is geschreven zoals een kind dat echt meemaakt. De stijl is eenvoudig, er staan weinig moeilijke woorden in. De enige moeilijke woorden die erin staan zijn de woorden die in het Duits geschreven zijn. Het boek is ook niet moeilijk te lezen. Het is in de ikvorm geschreven. De verteller schrijft ook vaak in de "wijvorm''. Met "wij'' bedoelt ze zichzelf en haar twee broers. Net als de verteller, begrijp je als lezer soms niet precies wat de vader bedoelt als hij praat. Het boek was mooi en leuk om te lezen. Ik kan me goed voorstellen dat de gebeurtenissen echt zijn gebeurd. Bepaalde stukjes in het boek zijn heel indrukwekkend en zielig geschreven. Het einde van het boek was wel een beetje te voorspellen. Het verhaal loopt niet echt door, omdat het allemaal hele kleine hoofdstukjes zijn van 2, 3, 4 of 5 bladzijden. Echt spannend was het boek niet, maar het was toch een leuk en aangrijpend boek.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen