U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Brigitte Raskin - Het Koekoeksjong.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=792 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1387 woorden.

Brigitte Raskin

Het koekoeksjong







Op 25 juli 1947wordt Brigitte Raskin geboren in Aarschot. Als vijfde van zes kinderen verblijft Brigitte zes jaar op kostschool in het Leuvense Paridaensinstituut en is ze actief in de katholieke jeugdbeweging. Later studeert ze geschiedenis aan de K.U. Leuven. Onder invloed van de strijd voor de vervlaamsing en democratisering evolueert ze in linkse richting, zonder enige partijpolitieke bindingen. Haar eerste artikelen in het studentenblad Universitas getuigen van die ontwikkeling. Nadat ze in 1970 haar diploma behaalt, werkt ze van 1971 tot 1976 als journaliste bij het weekblad De Nieuwe. Hoewel ze in de eerste plaats journaliste was, kiest ze toch voor een loopbaan in het onderwijs. Ondertussen blijft ze schrijven voor verschillende bladen van linkse strekking zoals het tijdschrift De Nieuwe Maand en in het satirische blad De Zwijger onder de schuilnaam Brelle. In Humo wordt ze uitgeroepen tot "La Passionaria van klein progressief Vlaanderen", in De Randkrant schrijft ze maandelijks een column. Het grote publiek leert Brigitte Raskin kennen door haar deelname aan tv-programma’s als ‘Namen noemen’ (BRT) en ‘Van de rug af gezien’ (AVRO). Verder reist ze naar onder andere Cuba, China en Indonesië. Op ruim veertigjarige leeftijd begeeft ze zich in de literatuur en geniet bekendheid door de toekenning van de AKO-prijs met haar debuut Het Koekoeksjong in 1989. In 1990 krijgt dit boek ook de prijs van de Vlaamse Lezer. Als moeder van twee kinderen woont ze samenmet haar man in Overijse,maar Leuven is haar leven, daar vindt ze haar vrijheid en haar onafhankelijkheid. "Als ik 's avonds thuis kom zit ik daar ook andermans dingen mee te behartigen. In Leuven behartig ik alleen mijn dingen. Als ik in Leuven rondloop loop ik in mijn leven rond. In het 'Koekoeksjong' was dat zo, en dat is nog zo."



De autobiografische roman 'Het koekoeksjong' vertelt het leven van het hoerenkind Frans Maes. Het is de reconstructe van een hondeleven, het verhaal van een ontgrafenis.

Op 11 juli 1970 zit het dorpje Olsene met een lijk opgescheept dat nergens en bij niemand thuishoort. Vier dagen later staat Brigitte Raskin op het kerkhof, waar een man van 32 wordt begraven, die ze even heeft gekend , maar nooit zelfs een hand heeft gegeven. Een opdringerige huisgenoot is verdwenen.Een obsessie huist voortaan in haar hoofd. Wie was Frans Maes? Waarom gaf hij zich uit voor wie hij niet was?

De zoektocht kan beginnen. Brigitte, het ik-personage, gaat op zoek naar de echte Frans Maes ( De namen van de personages zijn meestal fictief, maar depersonen en gebeurteniss zij echt.).Ze zoekt mensen op die hem kende,documenten die iets over hem verklappen en hoort deze uit over een oud zeer.Ze kamt Franske's verleden uit en legt zijn leven bloot van bij z'n geboorte tot z'n dood.

Door deze getuigenissen in het boek naast elkaar te leggen kan je duidelijk de tegenstellingen zien tussen de verheven verhalen van tweede soms derde hand enerzijds en de akelige realiteit anderzijds.Door het ontrafelen van Frans 'leven ontleedt de auteur in de eerste hoofdstukken ook de levens van Frans 'vader,moeder,grootouders,vrienden,... .

Dit boek gaat niet enkel over Frans Maes, maar ook over de mensen die z'n leven mee bepaald hebben.

Met dit boek was Brigitte Raskin aan haar proefstuk toe. Een debuut dat wat weerklank kreeg. Er was de Ako-literatuurprijs als bekroning enerzijds en de afgunst die volgde anderzijds.Sommige collega's beschouwden haar niet als een schrijfster van volwaardige literatuur. ' Wat Raskin doet, is eigenlijk een veredelde vorm van journalistiek', luidt de teneur.

Door de vergelijking te maken met de boeken die volgden is duidelijk te zien dat de auteur zich houdt aan het navertellen van waargebeurde feiten.Zo beschrijft ze in 'De eeuw van de ekster' het verhaal van haar 'peternonk', hoewel ze het katholicisme niet hoog in het vaandel draagt. In haar eerste boek 'Het koekoeksjong' zit trouwens meer revolte van haarzelf dan in 'De eeuw van de ekster'. Tegen de katholieke wereld van haar oom Joseph Raskin hoefde ze niet eens ten strijde te trekken, want dat bolwerk is uit zichzelf ineengestort. Maar met figuren als Frans Maes, de hoofdpersoon uit 'Het koekoeksjong', loopt het in onze maatschappij nog vol. Het enige verschil tussen Frans Maes en de duizenden jongeren die vandaag van het OCMW moeten leven, is dat hij wat minder met drugs te maken had.



De auteur vertelt het verhaal in de ik-vorm vaak zonder wisselend vertelperspectief (soms is er een dialoog aanwezig). De auteur vertelt het verhaal zelf en beleeft het ook zelf. Samen met Frans Maes, althans hetgene wat over hem vertelt wordt, vormt ze de hoofdpersonages. Frans was van zeer arme komaf, toch liet hij dit niet merken en verdoezelde steeds z'n ware ik. Hij is op de vlucht voor zichzelf. Hij trekt zich niets aan van waarschuwingen. Hij is los, nonchalant en begripvol , maar van fysische kenmerken spreekt men niet. De auteur zelf is nieuwsgierig,maar toch verlegen. Ze durft de mensen niet goed ondervragen over Frans uit angst geconfronteerd te worden met haar obsessie.

De nevenpersonages, een heleboel, worden bijna allemaal aan het woord gelaten via de auteur met hun eigen specifieke kenmerken .Het ik-personage krijgt in de loop van het verhaal steeds meer begrip voor Frans, maar stelt zich ook meer en meer vragen. Waar ze toen hij stierf niets van hem wist heeft ze zich op het einde, bijna ziekelijk in z'n leven ingewerkt.

De verschillende hoofdstukken worden van elkaar gescheiden door een witte bladzijde, de paragrafen door witregels. Een zeer normale kaft, die niets los laat over de inhoud, omgeeft het geheel van 133 paginas.

Het verhaal verteld de geschiedenis ven Frans Maes en verteld de 32 levensjaren van hem. We zitten als lezer in het jaar 1970 , het jaar van z'n dood, en krijgen het verhaal van z'n leven verteld over die133 bladzijden. Waar het ik-personage minder tijd besteedt aan de geboorte en de eerste levensjaren van Frans, vertelt ze langer over 1970, het jaar waar hij haar leven binnenkwam. Het verhaal speelt zich af over verschillende sreden en gemeenten, naargelang waar het personage verbleef tijdens zijn leven en naargelang waar de getuigen woonden. De ruimte varieert van het arbeidersmilieu na de oorlog tot het studentenmilieu in de jaren '70. In het begin van het boek heerst er alzo een sfeer van armoede dit in tegenstelling tot de rustige,nonchalante sfeer in de studentenstad op het einde van het boek.

De auteur heeft een eigen kenmerkende stijl. Ze maakt vaak gebruuik van langgerekte, gedetailleerde zinnen die ze opfleurt met verschillende schilderende adjectieven. De auteur laat de ondervraagde personen aan het woord via zichzelf. Het ik-personage vertelt na wat de getuigen haar lieten weten. De feiten die het ik-personage uit documenten haalde werden cursief gedrukt in een kleiner lettertype. Enkel in het begin van het boek is er sprake van een dialoog (de geboorteaangifte van Frans). De stijl van de auteur kenmerkt zich dus vooral door de vele details, maar ook door de mooie adjectieven en het mooie woordgebruik. Briggitte Raskin heeft ook vaste rituelen wanneer ze schrijft. Toen ze nog journaliste bij 'De Nieuwe' was, rookte ze altijd tijdens het schrijven. Later is ze daarmee opgehouden. Om er helemaal van af te kicken heeft ze dan lange tijd op tandenstokers geknaagd. Maar ook die fase is inmiddels achter de rug." Het belangrijkste om goed te kunnen werken zijn niet die kleine rituelen, vind ik, maar wel een geconcentreerd hoofd. Ik ben altijd op een trage manier bezig, voor mij is dat een noodzaak. Ik moet de dingen in mijn hoofd kunnen laten binnenstromen, daarmee intens bezig zijn. Dat vergt dus vooral een leeg hoofd. Voorts blijf ik natuurlijk bij mijn stelling dat vrouwen het toch wel moeilijker hebben dan mannen."





Brigitte Raskins bibliografie:

1989 Het Koekoeksjong

1990 Overwinteringsdagboek

1991 De maagd van Antwerpen

1994 De eeuw van de ekster

1996 Afscheid van steen

1998 Radja Tanja

1998 Eigenzinnige alfabet. Zelfportret
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen