U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Kenneth Oppel - Zilvervlerk.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=790 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1661 woorden.

Titel: Zilvervlerk (Silverswing)

Schrijver: Kenneth Oppel

Dit boek is vertaald uit het Canadees.





We (mijn moeder en ik) hebben het boek gekocht bij een tweedehans boekenwinkeltje in Weesp.



Ik verwachtte dat het boek ging over een vleermuizenleven. Het ging achteraf over een trektocht die Schim de Vleermuis naar het Zuiden moest makenwaarin hij allerlei moeilijkheden en avonturen tegenkwam. Toen ik het boek las voelde ik me opgewonden omdat het een heel spannend boek is. Tot de tijd dat ik dit boek las, heb ik nooit beseft dat vleermuizen een trektocht naar het Zuiden maken. Ook wist ik niet dat die trektocht zo zwaar kon zijn voor de vleermuis zelf.



Toen ik het boek uit had, had ik een voldaan en blij gevoel omdat ik niet verwacht had dat Schim de trektocht zou overleven nadat hij zijn kolonie kwijt was geraakt in een storm, ik was blij dat Schim het gered had. Het slot van het verhaal vindt ik heel goed, ten eerste omdat het verhaal niet zomaar "ophoudt" , en ten tweede omdat zelfs het slot nog spannend en leuk is. Als je het slot leest denk je niet gelijk; 'de volgende bladzijde is het verhaal afgelopen'.



Het verdrietigste deel van het boek vindt ik het gedeelte waarin Schim zijn moeder en vrienden kwijtraakt in de storm: (*Schim is net aan zijn trektocht begonnen)

Plotseling begon het te regenen. Het waren niet de zachte zomerse druppels die Schim kende van andere regenbuien, maar ijzige, scherpe speldenprikken. Ze vertroebelden zijn echoblik, flikkerden voor zijn geestesoog als vallende sterren. Hij schudde zijn kop in een poging het beeld kwijt te raken. 'Laat je niet van de wijs brengen', zei Ariel (De moeder van Schim) ' Blijf maar dicht bij me. Ik geloof dat er storm op til is.' Precies op dat moment gaf de wind een ruk aan zijn vleugels. Hij spande zijn spieren en probeerde ze recht te houden, zodat hij niet uit de koers geblazen zou worden. Maar de wind zwiepte hem heen en weer, tilde hem op en sloeg hem weer neer. 'Naar de bomen ,naar de bomen.' Klonk Frieda's (leidster van de kolonie) kreet, die door de andere vleermuizen overgenomen werd. 'We wachten tot de storm voorbij is, naar de bomen.' De wind gilde om hem heen en slingerde hem van links naar rechts. 'Houd je aan mij vast, Schim!' riep zijn moeder. 'Het waait te hard. 'Nee' schreeuwde hij bits terug. Hij zag dat Zeewind (een andere jonge, maar grote vleermuis) nog steeds voor hem uitvloog. Zeewind keek over zijn vleugel naar hem. Schim vertikte het om zijn klauwen in zijn moeders vacht te haken en haar voor twee te laten vliegen. Alsof hij een baby was. Hij was bijzonder, dat had Frieda zelf gezegd. Hij zou op eigen kracht landen, net als Zeewind, net als de andere jongen. 'Schim, riep zijn moeder weer. 'Kom hier!' Maar hij boog met opzet van haar af, terwijl hij in de regen onbeheerst op en neer deinde. Hij draaide zijn vleugels om te gaan dalen. 'Het gaat best.' schreeuwde hij. Een woeste windvlaag blies hem op zijn rug en zijn vleugels begaven het. 'Schim!' 'Help mam!' De wind sloeg hem dse woorden uit zijn bek. Hij probeerde uit alle macht weer recht te komen, maar zijn doorweekte vleugels plakten hulpeloos aan zijn lijf vast. Terwijl hij omlaag tuimlde werd hij opgeslokt door een mistflard, en zag hij niets meer.



Dit stukje duidt erg aan hoe afhankelijk dieren nog zijn van de natuur, dat vindt ik er erg mooi aan.

Het spannendste stukje vind ik het stuk dat ze in de stad opgesloten zitten bij de duiven: (*Schim is samen met Marina, een witvlerk die hij tegengekomen is en waarmee hij de trektocht samen probeert te volbrengen, ze vliegen langs een toren en...) plotseling schoot er een witgrijze kop tussen de houten latjes door en sloot zich een snavel rond zijn voorpoot. Hij staarde in doodsangst in een knipperend oog, te geschrokken om pijn te voelen. Voor hij het wist werd hij door het venster de toren in gesleept. ruw werd hij meegesleept, terwijl vleugels hem om de oren sloegen. Hij zag en hoorde alleen maar stukjes van dingen:ramen, houten planken, andere vogels , een soort die hij nog nooit eerder gezien had – alles draaide om hem heen, en hij werd dieper en dieper de toren ingesleept, zijn voorpoot klem in de vogelsnavel.'We hebben er twee!' schreeuwde een vogelstem. 'Opstaan, opstaan!!' Eindelijk werd hij op de vloer gesmeten en losgelaten. waarna Marina met een kreun naast hem neersmakte. Ze zaten in een of andere kuil, die helemaal bedekt was met kleverige vogeluitwerpselen. De stank was zo erg dat hij er bijna van kokhalsde. De twee vogels die hun gevangen hadden, legden nu een dakpan over de opening, zodat ze opgesloten kwamen te zitten. 'Maak de kapitein wakker!' klonk nu een andere stem naast hem. 'Duiven.' hijgde Marina.



Dit stukje geeft aan dat ook dieren ruzie met elkaar kunnen hebben, en persoonlijk had ik daar niet gelijk bij nagedacht.







Een heel mooi stuk uit het boek vind ik het gedeelte dat Marina en Schim einde lijk in het zuiden aankomen; 'We zijn er, hier is het!!' Marina zette aarzelend haar vleugels naar de wind en dook achter hem aan, Hij ko de mist op zijn gezicht al voelen. toen hij dichterbij kwam zag hij dat de waterval eigenlijk helemaal geen dichte muur was. Het water viel overal anders, vormde bij elkaar een mooi geheel. 'Schim, wat ben je van plan,' vroeg Marina? En daar zag Schim precies wat hij zocht, een klein rond gat midden in een golvend gordijn van water. Hij richtte zijn echoblik op het gat om zich ervan te verzekeren dat het niet dicht ging als hij erdoorheen vloog. 'Blijf vlak achter me, zei hij tegen Marina. Hij scheerde recht op de waterval af, vouwde zijn vleugels in en schoot het gat in. Het water schoot in zijn oren – of was het zijn hart dat hij hoorde bulderen, en nog voordat hij er helemaal doorheen was, wist hij wat hij aan de andere kant zou treffen. De kolonie was twee keer zo groot geworden, uitgebreid met alle mannetjes die zich in Steenoord (zomerverblijf van de mannetjes) bij de vrouwtjes hadden gevoegd.



Dit stuk vind ik zo mooi omdat Schim zijn familie terugziet, en het geeft asan dat ook een dier emoties kan hebben.







Als ik het boek zou aanraden aan anderen, zou ik dit zeggen: Het is een boek waarin een vleermuis, genaamd Schim een verre reistocht gaat maken, naar het Zuiden. Schim wordt door de andere jonge vleermuizen altijd "kleintje" genoemd. Tijdens de tocht raakt Schim zijn kolonie kwijt, door de storm. In zijn eentje probeert hij het Zuiden te vinden, maar tijdens de tocht komt hij Marina tegen. Samen met Marina overwint hij gevaren en beleeft avonturen. Tijdens zijn tocht weet hij niet wie hij moet vertrouwen, en ontmoet hij veel andere dieren en vogels. Die lang niet altijd even aardig tegen hem zijn.

Het boek is een dierenfabel, verteldt in avonturische uitvoering.



Het verhaal speelt zich buiten af, de vleermuizen trekken door de lucht naar het zuiden. Ze vliegen niet over zee, die mijden ze tijdens de tocht. Ze pauzeren vaak in grotten en bossen. Soms zijn ze of op de vlucht of gevangengenomen bij een andere dierensoort, dan zitten ze in torens, of bijvoorbeeld bij de ratten in het riool.



Dit verhaal speelt zich waarschijnlijk af in deze eeuw, maar vleermuizen kunnen in elk tijdperk een trektocht maken. Het is niet goed aan het verhaal te merken wanneer het zich afspeelt. lk heb bedacht dat het zich rond deze tijd afspeeld, omdat ze(Schim/Marina) een keer in een best moderne stad terechtkomen.



De hoofdpersonen zijn Schim en Marina, ik vind ze erg aardig; Omdat ze helemaal geen kwade bedoelingen hebben en ze zelf alsmaar het slachtoffer zijn. Ze hebben een goed karakter, alleen vind ik dat Schim soms een beetje veel de held uit probeert te hangen. Ze zijn heel trouw, en laten elkaar niet in de steek. Marina is een witte vleermuis, aan de grote kant. Schim is een zilverzwarte vleermuis, best klein, wordt door zijn kolonie ook vaak "kleintje" genoemd.



De titel duidt aan aan wie Schim is, Schim is een Zilvervlerk, hij hoort bij die kolonie en is zilverzwart van kleur.



TITELS: 1. De trektocht, die titel vind ik bij het boek passen omdat het gaat over een trektocht, die wordt gemaakt naar het verre Zuiden.



2.Schim kan het zelf!, die titel vind ik goed bij het boek passen omdat Schim het niet - zoals de anderen van zijn kolonie gezamelijk doet, maar alleen en eenzaam, al wil hij dat zelf eigenlijk niet.



3. Van Noord naar Zuid, die titel vind ik goed bij het boek passen omdat de vleermuis van Noord naar Zuid vliegt.









































De droom van Schim zou zijn:



Iedereen keek naar hem, hij de grote vleermuis, met de langste en krachtigste vleugels, hij zou de beervlinder vangen. Dat insect wat zo moeilijk was zou hij vangen, en hij zou alle aandacht krijgen.



Op een dag zou hij uitvliegen, en naar de zon kijken. Dat was iets wat nog niet een vleermuis hads durven doen, er gingen verhalen de ronde dat je er blind van werd. Maar dat soort onzin geloofde hij niet! Hij zou het bewijzen, maar zelfs als hij het bewezen had zou niemand anders nog naar de zon durven te kijken, uit angst voor de uilen. Maar hij kon de uilen welk aan, en hij zou ervoor zorgen dat ook de andere vleermuizen weer in het licht durfden te vliegen.



Hij had zin in de grote tocht naar het zuiden, als het zou gaan stormen zou hij niet weggeblazen worden, zoals sommige andere kleintjes. Nee hij zou met zijn machtige vleugels doorvliegen, en laten zien dat hij geen watje was.



Samen met de andere vleermuisjongen zou hij die avond op jacht gaan, en hij zou weer een wedstrijd doen, wie de meeste insecten kon vangen, en natuurlijk zou hij het winnen.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen