U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Egeus, Hermia, Lysander En Demetrius Komen Op. - Tekst: Midzomernachtdroom Ingezonden Door: Lieke .
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=785 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is CKV en het aantal woorden bedraagt 842 woorden.

EEN MIDZOMERNACHTDROOM



Theseus : Nu draaft ons bruiloftsuur gezwind nabij, Hippolyta ; 4 blije dagen brengen een nieuwe maan, Maar, o, wat neemt die oude tach langzaam af ! Zij stremt al mijn verlangens, zoals een weduwe die, oud en kwijnend, nog met haar schoonzoons rente ‘t leven rekt.

Hippolyta : 4 dagen zinkenweldra weg in nacht, 4 nachten zullen snel de tijd verdromen ; dan wordt de zilvren boog der maan opnieuw gespannen aan de hemel, en aanschouwt zij onze bruiloft.

Theseus : Ga, Philostrates, en spoor Anthenes jeugd tot jubel aan, wek de uitgelaten, dartle vreugdegeest, jaag somberheid naar de begrafenissen, die bleke gast hoort op ons feest niet thuis.

Mijn lief, ‘k maak je met mijn zwaard het hof en won je liefde door je leed te doen, maar trouwen wil ik in een andre toonaard, met luister, praal en vrolijk feestgetij.



( Egeus, Hermia, Lysander en Demetrius komen op.)



Egeus : Heil, Theseus, onze grote hertog, heil !

Theseus : Heb dank, vriend Egeus. Wat voor nieuws brengt u ?

Egeus :Vol ergernis kom ik mijn eigen kind, mijn dochter Hermia beschuldigen.

Kom hier Demetrius.- Edele heer, aan deze man heb ik haar hand geschonken.

Kom hier Lysander.- En, mijn goede vorst, die man daar heeft mijn dochters hart behekst. Jij, jij, Lysander, gaf haar liefderijmpjes. Met list heb je mijn dochters hart geroofd, haar volgzaamheid, die ze mij is verschuldigd, in koppigheid doen omslaan. Goede vorst, indien zij niet beloofd, dat zij zal trouwen met Demetrius,

Eis ik het oude Atheense voorrecht op ; zij is van mij, haar lot ligt in mijn hand, zij neemt die edelman tot echtgenoot, of lijdt de doodstraf die, naar onze wet, in dergelijk geval voltrokken wordt.

Theseus : Wat zeg jij Hermia ? Kom, mijn kind, wees wijs. Jij moet je vader als een god beschouwen, hij schonk je toch je schoonheid, jij bent voor hem slechts als een wassen beeld dat hij boetseerde, en hij heeft dus de macht het te bewaren of het te verminken.

Demetrius is een waardig edelman.

Hermia : Lysander ook.

Theseus : Ja zeker, op zichzelf ; maar hier, daar hij je vaders stem niet heeft, moet jij die andere toch beter achten.

Hermia : O, kon mijn vader met mijn ogen zien !

Theseus : Jouw ogen moeten met zijn oordeel kijken.

Hermia :Ik smeek u, heer, schenk mij vergeffenis, ik weet niet, welke macht mij koenheid geeft, Noch hoe’t mijn zedigheid betamen kan, in zo’n gezelschap hier het woord te voeren ; toch waag ik het, Uw edelheid te vragen : Wat is de zwaarste straf die mij kan treffen, als ik Demetrius niet huwen wil ?

Theseus : Dit is je keus : je sterft terstond, of zweert voor heel je leven de omgang af met mannen. Denk aan je jeugdig bloed en vraag je af, of jij, het grove nonnenkleed wel kunt verdragen, Als kuise zuster leven en de lof der kille maan mer doffe hymnen zingen. O, driemaal zalig wie met kalme geest die maagdelijke pelgrimstocht doorstaat. Maar zoeter vreugd heeft de geplukte roos dan zij die aan de dorre tak verwelkt, groeit, leeft en sterft in vrome eenzaamheid.

Hermia : Zo wil ik groeien, leven, sterven, heer, Voor ik mijn vrijheidsbrief der maagdlijkheid wil schenken aan de heerschappij van een wiens opgedrongen juk mijn ziel versmaadt.

Theseus : Bedenk je nog, bij de eerste nieuwe maan, Die dag moet je bereid zijn om te sterven als je je vader ongehoorzaam blijft, of anders huwen met Demetrius, zoals hij ‘t eist, of op Diana’s altaar Eeuwige zuiverheid en armoe zweren.

Demetrius : Laat je vermurwen Hermia : Jij lysander, Laat voor mijn recht je roekeloze aanspraak wijken.

Lysander : Jij hebt haar vaders gunst , Demetrius, ik die van Hermia, trouw jij dan met hem.

Egeus : Heel juist, hij heeft mijn gunst, En daarom geeft mijn gunst hem al het mijne ; zij is van mij, en al mijn recht op haar draag ik nu over aan Demetrius

Lysander : Mijn bloed , heer, is zo edel als het zijne, mijn rijkdom even groot, mijn liefde groter. Mijn waarde weegt dus op tegen de zijne op ieder punt, of overtreft ze nog. En wat nog meer telt dan al dat edel snoeven : Mij schonk de mooie Hermia haar liefde.

Demetrius heeft vroeger Nadars dochter, Helena, het hof gemaakt ; hij won haar liefde, de lieve jonkvrouw, is op hem verliefd met hart en ziel, op die verdorven, wispeltuur’ge man.

Theseus : Ik heb zoiets gehoord, ‘k wou er met Demetrius over praten, maar ontging het mij . . . Maar kom, Demetrius, en jij ook Egeus, kom nu met mij mee, ‘k wil iets vertrouwelijks met u bespreken. Jij mooie Hermia, zorg dat je bereid bent, je wensen naar je vaders wil te richten, Want anders word je door de Atheense wet, ter dood veroordeeld, Of tot de gelofte van een eenzaam leven.

Kom mijn Hippolyta. Hoe gaat het lieve ?

Demetrius en Egeus, volg me dus, ik heb u een en ander op te dragen voor onze bruiloft, en wou ook een zaak bespreken die u nauw aan ‘t hart moet liggen.

--------------------------------------------------------
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen