U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Spijkerschrift - Kader Abdolah.
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=779 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 8690 woorden.

Inleiding



Begin September, het begin van ons laatste schooljaar op Groevenbeek. Natuurlijk moet er voor Nederlands nog een scriptie gemaakt worden. Ons groepje was al snel gemaakt. Het boek was al snel gekozen. Dit kwam omdat wij ons al eerder hadden verdiept in het werk van Abdolah toen hij bij ons op school op bezoek kwam.

De vader van Abdolah was doofstom. Hij kon niet schrijven, maar hij krabbelde zijn hele leven in een schrift om zo zijn gedachten op papier te zetten. Toen Abdolah in Nederland kwam wonen vond hij dat hij over zijn vader een verhaal moest schrijven.Daar is het boek ‘Spijkerschrift’ uit voortgekomen.

Een groot deel van dit boek is autobiografisch. De hoofdpersoon Ismaiel leeft ook met een doofstom familielid. Dit beïnvloedt zijn hele leven. Ismaiel probeert het spijkerschrift van zijn vader te vertalen in het Nederlands. Wij willen weten hoe de vader-zoon relatie invloed heeft op het leven van Ismaiel en hoe hij omgaat met de onleesbare gedachten van zijn vader.

Onleesbare gedachten. Dit slaat op het hele boek en op het maken van deze scriptie. Ismaiel wil de onleesbare gedachten van zijn vader leesbaar maken. Wij willen met deze scriptie onze gedachten over het boek leesbaar maken.

Een leesbaar boek analyseren en vertalen in een scriptie is moeilijk. We kunnen nagaan hoe moeilijk het geweest moet zijn voor Ismaiel om een onleesbaar boek in een vreemde taal te vertalen. Bloed, zweet en tranen heeft het Ismaiel en ons gekost maar het is gelukt. U, beste lezer, staat op het punt onze gedachten te lezen om er vervolgens uw eigen gedachten bij te bedenken.





Veel succes hiermee.



Biografie



Kader Abdolah werd als Hossein Sadjadi Ghaemmaghami in 1954 in Iran geboren. De echte Kader Abdolah was een vriend van Hossein, die door het regime in Iran vermoord is. Als eer aan zijn vriend heeft Hossein deze naam als pseudoniem gekozen.

Als oudste van zes kinderen groeide hij op in een gelovig islamitisch gezin. Op jonge leeftijd worstelde hij echter met godsdienstige twijfels en viel hij van het geloof af. Hij studeerde natuurkunde aan de universiteit van Teheran. Als student was Abdolah actief in het ondergrondse verzet tegen het bewind van de sjah en later tegen de dictatuur van Khomeini. Abdolah zat in de redactie van een geheim partijblad en schreef twee romans over het leven onder de terreur van Khomeiny, die beide verboden werden. Familieleden van Abdolah zaten ook in het verzet tegen het autoritaire bewind. Twee zussen hebben enkele jaren gevangen gezeten en zijn enige broer werd vermoord. Toen leden van de groepering waartoe Abdolah behoorde gevangen werden genomen of zelfs vermoord, zag hij zich in 1985 genoodzaakt uit Iran te vluchten. Na 3 jaar in Turkije te zijn verbleven kwam Abdolah in 1988 in Nederland terecht. Hij kreeg politiek asiel, en snel daarna volgde zijn achtergelaten gezin hem naar Nederland. Om Nederlands te leren heeft hij onder meer een jaar Neerlandistiek gestudeerd aan de universiteit van Utrecht.

In 1993 verscheen zijn eerste boek in het Nederlands, de verhalenbundel De adelaars, en gelijk al met succes: Abdolah ontving het Gouden Ezelsoor, de prijs voor het best verkochte debuut. Het boek is inmiddels vertaald in het Italiaans en het Frans.

Zijn tweede boek werd ook een verhalenbundel, De meisjes en de partizanen, en volgde in 1995. Ook deze bundel werd bekroond en wel met het Charlotte Köhler-stipendium, een aanmoedigingsprijs voor de meest veelbelovende auteur van het moment

In 1997 werd zijn eerste roman, De reis van de lege flessen gepubliceerd. Deze roman gaat over een vluchteling die een nieuw bestaan in Nederland probeert op te bouwen. Door de werkelijkheid met herinneringen uit Iran te verbinden houdt hij greep op zijn leven.



‘Mijn leven bestaat uit twee delen: wat ik meemaak nu, hier in Nederland en mijn verleden dat me vastgrijpt, mijn herinneringen aan mijn vaderland. Ik beleef het verleden heel intensief. Daarover gaan mijn verhalen. Ik ga terug van het heden naar mijn verleden in Iran.’



Er is volgens Abdolah wel verschil tussen schrijven hier in Nederland en in Iran. Hierover zegt hij het volgende:



‘Schrijvers in een dictatoriaal geregeerd land hebben een belangrijke taak. Ze moeten het verhaal van hun volk vertellen. Die verhalen gaan over angst, heimwee, verlangen, liefde, dood en de macht van het volk. Schrijvers moeten een rol vervullen in de politiek, voorop lopen, aanwezig zijn bij opstanden. Ik moet nu in Nederland andere verhalen vertellen, het verhaal van een volk op de vlucht.’



Sinds 1996 heeft Abdolah zijn eigen wekelijkse column in de Volkskrant. In 1998 zijn de columns gebundeld en uitgebracht onder de naam Mirza.

Zijn meest recente boek Spijkerschrift is uitgekomen in 2000 en in deze scriptie word daar verder uitgebreid op in gegaan.



Bibliografie



Hier een overzicht van de in Nederland verschenen boeken van Kader Abdolah:



1993 De adelaars verhalenbundel



1995 De meisjes en de partizanen verhalenbundel



1997 De reis van de lege flessen roman



1998 Mirza columns



2000 Spijkerschrift roman





Stijl



Bij voorbaat kun je al stellen dat de stijl van Abdolah van minder hoog niveau zal zijn dan bij zijn Nederlandse collega’s. Logisch, hij heeft in 8 jaar de Nederlandse taal onder de knie moeten krijgen, en het is niet te verwachten dat hij met een hoogstaande stijl voor de dag komt. Maar misschien komt deze constatering doordat we een Nederlandse stijl gewend zijn. Abdolah heeft juist geprobeerd de Perzische stijl door te voeren in zijn Nederlandse boeken.

De zinsbouw is niet ingewikkeld, en er komen wel wat zinnen voor die letterlijk vertaald lijken te zijn uit het Perzisch zodat de vorm van de zin wat vreemd aandoet. Het is waarschijnlijk dat Abdolah nog wel in het Perzisch denkt en het dan vertaalt naar het Nederlands.

De beschrijvingen zijn duidelijk, de lezer blijft dicht bij het verhaal betrokken. Er komen betrekkelijk weinig dialogen in het boek voor, het verhaal is vooral beschrijvend en vertellend. Ook is er weinig tot geen beeldspraak te herkennen.

Kortom, een goede Nederlandse stijl zal voor Abdolah geen uitgangspunt geweest zijn, het gaat hem meer om het duidelijk vertellen van de gebeurtenissen, en dit bedekt met een vleugje Perzische magie; dat is Abdolah’s stijl.



Fabel



Hadjar is een dienstmeisje die werkt voor een vorst, Aga Hadi Mahmoede Gazanwieje Gorasani. Op een dag vraagt de edelman aan Hadjer of zij zijn sige-vrouw wilt zijn. Zij stemt toe en de twee krijgen zeven kinderen, één daarvan is Aga Akbar. Hij is de jongste en word doofstom geboren. Hadjar sterft als Aga een jaar of tien is. Kazem Gan, de broer van Hadjar neemt Aga onder zijn hoede en leert Aga schrijven in een soort spijkerschrift, zodat hij zijn verhalen kwijt kan. Kazem heeft namelijk in de gaten dat Aga vaak hoofdpijn heeft. Volgens Kazem komt dat doordat Aga allerlei verhalen in z’n hoofd heeft die hij kwijt moet en omdat Aga niet kan schrijven moest dat maar op een andere manier. Zo had Kazem een goede oplossing gevonden. Na een tijd vindt Kazem dat Aga aan het werk moet. Het werken als boer is niks voor Aga dus besluit zijn oom dat hij maar als tapijt reparateur moet gaan werken.

Ook vindt Kazem het tijd dat Aga een vrouw krijgt, de rest van de mannen van het Saffraandorp hebben al kinderen. Er wordt een vrouw voor Aga gevonden, ze trouwen maar het blijkt dat zij ziek is en een paar dagen na de bruiloft sterft ze. Maar na een tijd vindt Kazem toch een goede vrouw voor Aga, ze heet Tine en ze trouwen. Samen krijgen ze vier kinderen. Drie dochters; Mahboebé , ook wel Goudklokje genoemd, Ensi en Marzi. De laatste twee komen heel erg weinig in het boek voor. Hun zoon heet Ismaiel.

Het boek gaat dan verder als Ismaiel een jaar of zeven is. Aga wil verhuizen naar de stad. Kazem probeert hem tegen te houden, maar uiteindelijk vertrekt het hele gezin naar de stad. Daar komt Aga te werken in een grote tapijtenfabriek. De kinderen gaan daar naar school. Met Tine gaat het helemaal niet goed, er lijkt een wolf in haar te schuilen. Op een avond neemt Aga Ismaiel mee naar de stad en Ismaiel komt erachter dat zijn vader verliefd is op een andere vrouw. Vlak daarna als de twee op een pleintje zitten worden ze opgehaald door Ismaiels tantes waarna ze naar een andere stad, Senedjan, worden gebracht. Daar komt Aga te werken in een textielbedrijf, waar hij heel zwaar werk aan de lopende band moet doen. Hij daar houdt het niet vol en hij doet net alsof hij dood neervalt, wordt weggebracht naar huis en vlucht vervolgens de bergen in, iets wat hij wel vaker deed. Maar wat hij daar in de bergen uitvoerde was voor Ismaiel onbekend. Hij weet in ieder geval bijna zeker dat er een vrouw was, hij noemt haar tante Hanne. Als Aga terugkomt is hij heel oud geworden.

Vervolgens is Ismaiel achttien en besluit om te gaan studeren in Teheran. Hij vraagt zijn vader om niet meer weg te gaan naar de bergen, maar gewoon thuis te blijven. Aga krijgt ook zijn eigen winkel waar Goudklokje hem zal gaan helpen. Ismaiel komt in Teheran terecht in een verzetsbeweging tegen de regerende sjah. Dit betekent dat hij z’n familie nog maar een paar keer per jaar mag zien in het geheim. Tine is het daar helemaal niet mee eens, ze wil dat haar zoon eens wat vaker thuiskomt vooral voor Aga en zijn zusjes. ‘s Nachts komt Ismaiel langs en vertelt aan zijn vader dat de sjah niet goed is.

Een van de belangrijkste opdrachten van Ismaiel is het geven van onderdak aan een belangrijke verzetsstrijder, Djamila. Ze is ontsnapt uit de gevangenis van de sjah waar zij gevangen zat en heeft onderdak nodig voor een week of langer. Dat moet gebeuren in de winkel van Aga. Ismaiel krijgt haar na een lange tocht op de plaats van bestemming, maar ze is erg ziek. Na een paar dagen wordt het zo erg dat Ismaiel wordt opgebeld. Djamila wordt naar een dokter gebracht en alles komt toch weer goed. Ze blijft 34 dagen bij de familie en wordt vervolgens het land uit gesmokkeld. Dan komt er een revolutie in het land, tegen de sjah.



De geestelijken komen aan de macht. De imam van het dorp roept alle zieken bijeen om naar de waterput te gaan en daar om genezing te vragen. De waterput is op de Saffraanberg. Mensen geloven dat daar een heilige zit verscholen. De sjah had deze put afgesloten met een groot rotsblok, maar tijdens de revolutie werd deze vernietigd. Aga verdwijnt en blijkt met alle zieken mee te zijn gegaan. Als Ismaiel en Goudklokje hem op gaan zoeken is hij helemaal vermagert en uitgedroogd. Aga verzet zich om mee te gaan, maar door zijn zwakte moet hij toch mee. Ismaiel probeert hem uit te leggen dat de heilige niet bestaat, maar kan zijn vader niet overtuigen. Khomeini, de leider van de geestelijken, komt nu aan de macht. Ook hij brengt een bezoek aan de heilige put. De linkse partij van Ismaiel weet niet hoe te handelen nu de geestelijken aan de macht zijn, maar vertrouwen ze zeker niet. Dan ontstaat er een oorlog tussen Iran en Irak en Iran wordt gebombardeerd. Ook de stad waar Ismaiels familie woont. Tine wordt geraakt en komt in het ziekenhuis te liggen. Goudklokje vraagt hulp aan Ismaiel en die komt. Hij blijft daar 5 dagen totdat Tine weer genezen is. Als op een avond de bombardementen zeer hevig zijn, maakt Khomeiny misbruik van de situatie en laat alle leiders van de verzetsbeweging oppakken. Ismaiel moet vluchten en neemt zijn vrouw Safa en dochter Niloefar mee. Safa heeft hij ontmoet op de universiteit via de verzetsbeweging. Net na de val van de sjah zijn zij getrouwd.

De verzetsbeweging valt helemaal uit elkaar. Veel leden worden opgepakt en vermoord of uitgehoord. Van de partij van Ismaiel blijkt niets meer over te zijn. Toch wordt er nog een klein comité gevormd. De taak van Ismaiel is het maken van een partijkrant, dit allemaal in het diepste geheim. Maar als op een dag de man aan wie Ismaiel de krantjes moet geven niet komt opdagen, loopt ook Ismaiel een groot gevaar opgepakt te worden. De drukmachine moet zo snel mogelijk uit huis. Met veel moeite lukt het hem om niet gesnapt te worden. Vervolgens besluit Ismaiel om te vluchten uit Iran, helemaal in z’n eentje. Anderhalve maand na de vlucht van Ismaiel wordt Goudklokje opgepakt, vanwege werk in een verzetsbeweging. Ze komt in de gevangenis terecht. Ook gaat het niet goed met Aga, hij is ziek.

Dan belt Ismaiel op om te zeggen dat het goed met hem gaat, hij zit in Berlijn bij vrienden van de partij. Na de val van de Berlijnse muur vlucht hij verder en komt terecht in de Nederlandse polder, waar hij een huis krijgt. Aga en Tine mogen Goudklokje een paar keer per jaar opzoeken in de gevangenis. Maar als ze weer een keertje op bezoek gaan komt ze niet opdagen. Dat betekent dat ze is geëxecuteerd. Maar dan hoort Aga dat ze gevlucht is samen met nog twee andere vrouwen. Hij besluit achter zijn dochter aan te gaan, de bergen in. Daar heeft hij Goudklokje misschien gevonden. Een feit is wel dat hij daar sterft, nadat hij nog een stukje in zijn boek heeft geschreven. Safa en Niloefar vertrekken na enkele jaren naar Nederland om bij Ismaiel te komen wonen in de polder. Vervolgens krijgt Ismaiel een pakje thuis gestuurd. Het blijken de notities van zijn vader te zijn. Ismaiel besluit om over deze gebeurtenissen een boek te schrijven, maar omdat de notities zeer moeilijk zijn te begrijpen, verteld hij de meeste gebeurtenissen in eigen woorden. En zo ontstaat het boek ‘Spijkerschrift’.

Titelverklaring



De titel Spijkerschrift slaat letterlijk terug op de onleesbare notities van de doofstomme Aga Akbar. .De notities vormen de rode draad door het verhaal. Zoon Ismaiel krijgt de notities in handen, en hij wil deze opgeschreven gedachten van Aga laten spreken, terwijl hij ze absoluut niet kan lezen. Zo ontstaat een verhaal dat over Aga Akbar en over Ismaiel gaat, hij gebruikt zijn eigen belevenissen en alles wat hij weet van zijn vader om het ‘spijkerschrift’ te ontcijferen. Ismaiel vergelijkt het met de koffiemakelaar die het verhaal van Max Havelaar moet vertellen in Max Havelaar van Multatuli:



“Alles leugens,’ zegt de makelaar in koffie, ‘alles gekheid en leugens.'Ik geef toe dat ik op dezelfde manier aan het werk ben gegaan’.



Alles gelogen dus. Vandaar dus een toepasselijke titel voor de scriptie.





Personages



Aga Akbar



Aga Akbar is duidelijk een van de hoofdpersonages in het boek. Hij wordt geboren in Djerja. Vanaf zijn geboorte is hij doofstom. Dat is erg lastig voor hem maar ook voor zijn omgeving. Zijn familie verzint een soort gebarentaal om toch met hem te kunnen communiceren.

Aga’s vader is een vorst en heeft naast de moeder van Aga nog een vrouw. De moeder van Aga heeft Hadjar. Zij is de sige vrouw van Aga’s vader. Aga’s vader speelt geen rol van betekenis in het leven van Aga. Hadjar overlijdt als Aga ongeveer tien jaar oud is.

Aga is zijn hele leven afhankelijk van andere mensen. Hij leert de belangrijke zaken van zijn oom Kazem Gan en van zijn zoon Ismaiel. De relatie tussen Ismaiel en Aga staat in onze scriptie centraal. Wij zullen dus in dit hoofdstuk ook niet teveel uitweiden over de relatie tussen deze twee.

Aga’s gedrag kan vergeleken worden met dat van een kind. Dit komt omdat hij geen weet heeft van de meest belangrijke zaken van het leven. Hij heeft ook niet op school gezeten.

Er is maar een moment waar we zien dat Aga zich gedraagt als de man van het huis. Hij besluit naar de stad te verhuizen zodat zijn kinderen naar school kunnen.



‘Het was de eerste keer dat mijn vader de volledige verantwoordelijkheid voor de familie op zich nam.’



Buiten deze gebeurtenis om fungeert Ismaiel als de man van het huis.



Ismaiel



Ismaiel is de zoon van Tine en Aga Akbar. Hij heeft nog drie zusjes, Mahboebé (Goudklokje), Marzi en Ansi. De opvoeding van Ismaiel wordt voor een groot deel overgenomen door Kazem Gan, zijn oom, omdat zijn vader Aga doofstom is en dus niet in staat is dat te doen. Het leven van Ismaiel wordt erg beïnvloed door zijn vader. De relatie tussen Ismaiel en Aga Akbar wordt verder besproken op blz. ….

Als Ismaiel 18 is, wil hij gaan studeren in Teheran. Tine is het daar helemaal niet mee eens, omdat hij op zijn vader en zusjes moet blijven passen. Maar toch besluit Ismaiel om te gaan. In Teheran komt Ismaiel terecht in een ondergrondse verzetsbeweging tegen het regime van de sjah. Daar doet hij verschillende klussen voor de verzetsbeweging. Eén daarvan is het verschaffen van een schuilplaats aan Djamila, een verzetsstrijder die uit de gevangenis is ontsnapt. Dat lukt hem goed, ondanks dat hij heel onzeker is, een reden daarvan is omdat de geheime politie overal kan zijn, hij is dus nergens veilig.

Na de val van de sjah trouwt hij met Safa, een meisje die hij van de verzetsbeweging kent. Zij is daar niet actief in, maar heeft wel contact met de beweging. Samen krijgen zij een dochter, Niloefar. Na de aanval op de beweging van Khomeini blijft Ismaiel in de verzetsbeweging ook al is die flink uitgedund. Daar krijgt hij weer een klus, het schrijven van een krantje. Ook hier gaat hij uiterst zorgzaam aan het werk, met gevaar voor eigen leven. Ismaiel is dus een zeer moedig man, hij blijft volhouden tot de laatste dag. Maar wanneer de hele verzetsbeweging uit elkaar is besluit hij uiteindelijk te vluchten.

Hij komt in Berlijn terecht en na de val van de muur in de Nederlands polder. Als hij hoort dat Goudklokje in de gevangenis komt krijgt hij een diep schuldgevoel.



Het waren moeilijke jaren, maar hij had geen spijt van zijn vlucht, ook geen spijt van de politieke weg die hij gekozen had. Hij had veel geleerd, veel ervaringen opgedaan, zelfs veel geleefd. Maar dat Goudklokje gevangenzat, deed hem vreselijk veel pijn en maakte hem ongerust. Bovendien had hij een diep schuldgevoel.



Hij had dus een goede band met Goudklokje. Hij heeft waarschijnlijk spijt omdat ze via hem in aanraking is gekomen met de verzetsbeweging vooral omdat Djamila enkele weken bij hun in huis heeft gezeten. Na enkele jaren komen zijn vrouw en dochter naar Nederland om zich daar te vestigen. In Nederland gaat Ismaiel naar de universiteit om daar de Nederlandse taal te leren. Dan krijgt hij de notities opgestuurd van zijn vader. Hij besluit om deze te gaan vertalen met zijn eigen verhaal erbij, want de notities zijn nauwelijks leesbaar.



Tine



Tine is de tweede vrouw van Aga Akbar. Zij wordt door Kazem Gan gevraagd of zij wil trouwen met een doofstomme man, Aga Akbar. Zij stemt toe en trouwt met Aga. Zij krijgen zoals eerder al vermeld, vier kinderen. Het leven van Tine kan niet makkelijk zijn geweest. Zij was uitgekozen door Kazem Gan, omdat ze hem een sterke vrouw leek, zij zou volgens Kazem een goede vrouw zijn voor Aga. Maar vrouw zijn van een doofstomme man is niet makkelijk. Het gedrag van Aga is te vergelijken met dat van een kind. Net zoals een kind, weet hij niet veel, ook niet echt hoe hij zich hoort te gedragen. We gaan ervan uit dat er weinig liefde was tussen Tine en Aga. Trouwen is in de Perzische cultuur meer een verplichting dan hier. Als je niet getrouwd was dan genoot je ook geen aanzien.

Aga trok vaak de bergen in waar hij een vrouw bezocht. Wij nemen aan dat Tine ook wel wist van die andere vrouw, maar zij zegt daar niks over in het boek. Ze houdt zich vooral bezig met het verzorgen van Aga, het wassen en koken voor hem. De rest laat ze over aan Ismaiel. Ze heeft dus weinig contact met haar man. Wanneer Aga besluit om naar de stad te verhuizen, lijkt ze door te draaien, Ismaiel beschrijft het als een wolf die zich in haar genesteld heeft.



‘Ik wist dat er een beest, een wolf in haar nestelde’



‘Maar het was Tine niet. Ik keek naar haar oplichtende wolvenogen in de donkere hoek van de berging. God help me! Ik stond machteloos. Als we nog in het dorp waren geweest had ik meteen het paard genomen en was naar Kazem Gans huis gereden: ‘Kom gauw! De wolf is terug.’



De wolf heeft in dit boek een symbolische betekenis. Tot dit moment was er nog niets te zien van de sterke vrouw die Kazem Gan voor Aga had uitgezocht.

Wanneer later in het boek Djamila bij Aga en Tine in huis komt zien we gelijk de sterke kant van Tine waar Kazem Gan het over heeft. Wanneer Djamila erg ziek blijkt te zijn neemt ze ondanks alle risico’s Djamila mee naar een dokter. Ze verzorgt Djamila en zorgt dat ze weer helemaal opknapt.

Ondanks het feit dat Tine het heel goed kan vinden met Djamila vindt ze het niet fijn dat Goudklokje veel met haar omgaat. Goudklokje belandt net als Ismaiel in het verzet. Dit komt door de vele verhalen van Djamila.

Tine heeft haar kinderen altijd in bescherming.





Goudklokje



Goudklokje is het jongste zusje van Ismaiel. In tegenstelling tot haar zussen trekt zij naar Aga toe. Zij neemt als het ware Ismaiels taken op zich.



‘Vanaf het begin was ze anders, meteen de dochter van mijn vader. Ook zij was geboren om het lijden van mijn vader te verzachten. Zo doet de natuur dat, of de goede god van doofstomme mensen.’



Kazem Gan



Kazem Gan is de oudste broer van Hadjar. Hij is dichter die verslaafd is aan het roken van opium. Hij is erg op zichzelf en heeft vaak een andere vrouw. In het dorp is hij erg geliefd, bereidt om iedereen te helpen. Zo ook Hadjar, die moeder is van een doofstom kind, Aga. Hij geeft haar adviezen om het kind goed op te voeden. Hij is degene die Hadjar met Aga naar Aga Gorasani, de vader van Aga een rijke vorst, stuurt om te vragen of Aga zijn achternaam mag dragen.

Na de dood van Hadjar ontfermt Kazem Gan zich over Aga en neemt als het ware de opvoeding over. Als eerste laat Kazem hem kennismaken met de dood, iets wat voor Aga onbekend is tot Hadjar dood gaat. Kazem Gan merkt dat er iets is met Aga, dat hij vaak hoofdpijn heeft en Kazem weet wat het is.



Maar ik voelde, ik merkte dat het hoofd van Aga Akbar zinnetjes maakte, verhalen schiep (...) Dat talent, die zinnetjes in zijn hoofd konden hem kapotmaken. Hij had altijd hoofdpijn, en ik was de enige die wist waar die hoofdpijn vandaan kwam. Daarom leerde ik hem in spijkerschrift te schrijven .



Nadat Kazem erachter is waarom Aga altijd hoofdpijn heeft, neemt hij hem mee naar de grot op de Saffraanberg. Daar laat Kazem Gan een voorbeeld zien, hoe Aga zijn verhalen kan opschrijven. Want vroeger beval de koning zijn woord in de grot te kerven, dat werd gedaan in een spijkerschrift. Aga is onder de indruk en begint ook op zo’n manier te schrijven en zo ontstaat het boek van Aga. Het boek wat uiteindelijk belandt bij Ismaiel, de zoon van Aga.

Kazem Gan helpt Aga ook met het zoeken naar een vrouw. De eerste vrouw die Kazem vindt sterft vlak na de bruiloft. De tweede vrouw is Tine. Kazem ontmoet haar als hij op reis is en langs gaat bij een jager om daar opium te roken. Hij vraagt haar of ze misschien wil trouwen met Aga en dat gebeurt ook. Een reden waarom Kazem Tine uitzoekt is dat zij een sterke vrouw lijkt, iets wat later anders blijkt te zijn.

Ook helpt Kazem Gan Aga met het zoeken van een vak. Kazem Gan vindt dat Aga niet geschikt is voor het leven als boer, iets wat veel mannen zijn in het dorp. Daarom wordt Aga tapijtreparateur. Kazem Gan stuurt Aga naar de stad om daar het vak te leren van een oude ervaren vakman. Dat blijkt een goed idee van Kazem Gan te zijn, Aga blijkt er erg goed in te zijn en krijgt een goede naam in het dorp.

Kazem heeft ook een belangrijk aandeel in de opvoeding van Ismaiel, omdat Aga niet echt weet hoe dat te doen. Kazem Gan vertelt Ismaiel veel over wat er vroeger is gebeurd, de geschiedenis van Perzië, maar ook over Aga zelf. Kazem bepaalt dat Ismaiel hoofd van het gezin moet worden, omdat Aga daar niet goed in staat is. Ook als Aga naar de stad wil verhuizen wordt Kazem Gan geroepen om Aga tegen te houden, iets wat hem overigens niet lukt.

Al met al is Kazem Gan dus een erg belangrijk persoon in het boek. Hij neemt als het ware twee opvoedingen op zich, die van Aga en van Ismaiel. Maar ook bepaalt hij de relatie tussen deze twee. Normaal zou dat een vader-zoonrelatie zijn, maar omdat Aga niet in staat is om een echte vader te zijn wordt dat veranderd. Kazem Gan voedt Ismaiel zo op dat hij zijn vader kan vervangen als dat nodig is. Hij zorgt er uiteindelijk dus voor dat Ismaiel de vaderrol op zich neemt.

Relatie tussen Ismaiel en Aga



De relatie van Ismaiel en Aga Akbar is geen gewone vader-zoonrelatie, dit is een reden waarom onze onderzoeksvraag hierop gebaseerd is. Dat komt natuurlijk doordat Aga Akbar doofstom is, iets wat het hele leven van Ismaiel beïnvloedt. Zijn hele jeugd staat in teken van het begeleiden van zijn vader. Dat is in die cultuur heel gewoon als je vader doofstom is, daarom accepteert Ismaiel het ook.



‘Alle blinden in het dorp hadden een zoon. Toeval? Ik weet het niet. Ik denk dat de natuur het zo heeft geregeld. Die zonen waren de ogen voor hun vaders…Het kind kwam er algauw achter dat het een verlengstuk van zijn vader was. De zonen van de doofstommen hadden het nog moeilijker want zij hadden de functie van de mond, het verstand, en het geheugen van hun vaders.’



‘Eén ding was duidelijk. De kleine Ismaiel wist dat zijn leven met het leven van zijn vader verweven was. Zijn omgeving, moeder, ooms, tantes, de imam van het dorp, de buren, de kinderen, iedereen dwong hem naast zijn vader te gaan zitten, te staan en te lopen. Naar de mond van zijn vader kijken, dat was zijn taak.’



‘Ik vertelde hem over mijn eigen vader. Ik zei dat ik me als kind altijd verplicht voelde om in zijn buurt te blijven, altijd te zijn waar hij was om hem te helpen. Kortom, ik bewoog met hem mee.’



Uit de laatste twee citaten blijkt dus ook dat Ismaiel wordt gedwongen om zijn vader bij te staan door iedereen uit het dorp. Hij voelt zich verplicht bij zijn vader te blijven. Verder schrijft Ismaiel nog dat de kinderen van doofstommen weinig contact hadden met hun leeftijdgenoten, zij hebben dus een geheel andere jeugd, ze hebben als het ware geen jeugd. Zo is het ook met Ismaiel en zijn jeugd. Hij doet veel met zijn vader, probeert veel te communiceren door middel van gebarentaal en leert hem zo dus ook dingen over het leven. Moeilijk zijn deze onderwerpen vaak niet, want je komt niet zover met gebarentaal. Vader en zoon hadden dus een sterke band met elkaar.

Toch gaat Ismaiel op zijn achttiende studeren in Teheran, iets wat opmerkelijk is, want hij weet zelf ook dat zijn vader hem nodig heeft, bijna niet zonder hem kan. Dan moet er toch iets aan de hand geweest zijn met Ismaiel. Het lijkt of hij niet meer bij zijn vader wil blijven, hem niet meer constant wil bijstaan en niet altijd maar weer zijn vader willen helpen. En zo schrijft hij later ook in het boek:



‘Soms denk ik dat het schuldgevoel is dat mij dwingt om dit boek te schrijven. Het schuldgevoel van een zoon die zijn taak of zijn opdracht niet voltooid heeft, iemand die halverwege ontsnapt is en zijn vader in de steek heeft gelaten.’



Hier lijkt Ismaiel dus te zeggen dat hij is ontsnapt aan zijn vader, om zijn leven niet meer te wijden aan zijn vader. Om zelf verder te kunnen leven. Hij vindt ook dat hij zolang zijn vader nog leeft hij in dienst is van hem, dat blijkt uit het volgende citaat. Het speelt zich af in Nederland, als hij op bezoek is bij Louis, een gehandicapte vriend van hem.



‘Als ik mijn boek af heb,’ riep ik naar Louis,’ ben ik niet meer in dienst van mijn vader. Ik zal voor mezelf leven.’



Maar toch kan Ismaiel niet zonder zijn vader. Dat blijkt wanneer hij in de verzetsbeweging komt. Ismaiel krijgt te horen dat hij al zijn contacten met zijn familie moet verbreken, omdat het anders te gevaarlijk is. Overal loert de geheime politie. Maar tijdens een gesprek met een contactpersoon weet Ismaiel de beweging te overtuigen dat hij niet zonder zijn vader kan.



‘Ik kan mijn banden met mij familie niet verbreken, ik moet contact houden met mijn vader. Het is noodzakelijk, zowel voor hem als voor mezelf, anders kan ik niet goed functioneren.



Ismaiel heeft het dus voor elkaar dat hij zijn familie in het geheim enkele keren per jaar mag zien, omdat hij weet dat het nodig is. Ook al heeft dat weinig zin, hij moet constant met zijn vader bezig zijn, hem bezig houden. Daar vindt hij een oplossing voor. Ismaiel richt een winkeltje voor zijn vader op zodat hij constant thuis is en op Tine en zijn dochters kan passen. Hij geeft dus de vaderrol die hij eerst van Aga overnam weer terug aan zijn vader, omdat Ismaiel daar zelf niet meer in staat is. Hij probeert zijn vader meer op eigen benen te laten staan, zodat hij niet afhankelijk is van Ismaiel. Dat is te lezen in het volgende stukje, als Ismaiel samen met Louis de zee probeert te bereiken.



‘Geleidelijk liet ik Louis meer op zijn eigen benen rekenen dan op mijn schouder. Ik wilde dat hij de route onder zijn voeten voelde. Dat was misschien niet verstandig (…)Opeens besefte ik dat ik datgene wat ik met mijn vader had gedaan, nu met Louis aan het doen was.’



Ismaiel vergelijkt in dit citaat zijn vader met Louis. Louis, die nauwelijks meer kan lopen, wil nog een keer de zee zien. Hij is afhankelijk van Ismaiel, net zoals Aga dat is.

Maar Ismaiel probeert beiden op eigen benen te laten staan, terwijl hij weet dat het niet goed is. In de tijd dat Ismaiel in de verzetsbeweging zit, komt hij af en toe langs om te kijken of alles goed gaat en hij ziet dat zijn plan redelijk gelukt is.

Ook gebruikt hij zijn vader een beetje om opdrachten van de verzetsbeweging te voltooien. Als de verzetsbeweging valt krijgt Ismaiel meer tijd voor zijn vader. Samen beklimmen zij de Damawand, een van de dingen die Ismaiel altijd al met zijn vader had willen doen. Ismaiel vraagt voor de reis nog aan zijn vader of het wil slim is dat te doen, of hij het wel aan kan. Maar tijdens de beklimming gebeurt er iets opmerkelijks. Terwijl Ismaiel zijn vader constant in de gaten houdt, is hij degene die problemen krijgt. Ismaiel valt flauw op de top van de berg en Aga verzorgt hem daarbij. Hier is de omgekeerde wereld voor Ismaiel. Altijd heeft hij gedacht dat zijn vader afhankelijk is van hem, maar hier blijkt het omgekeerde. Ismaiel kan zijn vader niet in de steek laten vanwege Aga zelf, maar omdat Ismaiel niet zonder zijn vader kan.

Toch moet Ismaiel vluchten, wanneer iedereen van de verzetsgroep wordt vervolgd door de geestelijken. Hij ziet zijn vader nog één keer vlak voordat hij verdwijnt achter de bergen. Hij legt uit aan zijn vader dat hij weg moet, omdat het te gevaarlijk wordt. Als Ismaiel een paar jaar in Nederland woont krijgt hij de notities van zijn vader en besluit er een boek over te schrijven. Dat doet hij een beetje om het goed te maken, hij voelt zich schuldig dat hij zijn vader heeft verlaten.



‘Nu is hij dood en ik kan de tijd niet meer terugdraaien om het weer goed te maken. Ik hoop dat hij het me vergeeft en dat hij me de volgende keer als hij in mijn dromen verschijnt, wel aankijkt.’



Ook wil Ismaiel iets duidelijk maken voor zichzelf.



‘Ik schrijf dit boek om in de eerste plaats voor hem en dan voor mezelf duidelijk te maken dat mijn ontsnapping onontkoombaar was, dat ze buiten mij om plaatsvond, dat ik ze niet meer onder controle had, hoe moet ik het zeggen, dat hijzelf er de oorzaak van was dat ik het land ontvluchtte.’



Ismaiel geeft zijn vader de schuld dat hij moest vluchten. Ismaiel was het zat om constant bij zijn vader te zijn, zijn vader overal te begeleiden. Daardoor ging hij naar Teheran om te studeren en daardoor komt hij via de verzetsbeweging uiteindelijk terecht in Nederland. Toch voelt hij zich verplicht om het boek te schrijven hij noemt het zelfs het lot.



‘Bijvoorbeeld, nu ik dit verhaal schrijf, doe ik niets anders dan zijn boek te ontcijferen en probeer ik zijn woorden leesbaar te maken. Ik klaag er niet over, maar accepteer het als mijn lot, Geen keus, ik moet het verhaal verder vertellen.’



Thema



De zoon van een doofstomme man vlucht uit Iran voor het politieke regime en krijgt onleesbare notities van zijn vader opgestuurd en probeert deze te vertalen.



Symbolen



De Nederlandse literatuur verschilt veel met de Perzische literatuur. Daarom was het moeilijk voor ons om veel symbolen te vinden in dit boek. We konden immers niet het alom bekende symbolenboekje erbij pakken. Ten slotte zijn wij toch op vijf duidelijke symbolen uitgekomen.



De wolf



De wolven in dit boek staan symbool voor zorgen en voor angsten van de mensen. Volgens Ismaiel schuilt er een wolf in Tine. Deze wolf komt af en toen in haar naar boven en dan wordt zij hysterisch.



‘Ik wist dat er een beest, een wolf in haar nestelde.(…) “Kom gauw! De wolf is terug.”



Dit gebeurt wanneer Tine het dagelijkse leven met Aga niet meer aankan. Dit komt omdat zij bang is voor haar verleden. In haar verleden toen zij nog jong was heeft zij altijd moeten zorgen voor haar vader. Daardoor is het hele leven van Tine bepaald. Door haar huwelijk met Aga probeert Tine uit haar dagelijks leven te breken. Helaas voor Tine herhaalt het verleden zich. Aga blijkt net zoveel verzorging nodig te hebben als haar vader. Van haar kinderen krijgt Tine ook alleen maar zorgen. Dit kan zij op sommige ogenblikken niet aan.



Over Aga.



“Ik heb niets anders dan ellende gehad met die man.(…) Ik heb nu al geen rustige dag met hem, God beware me als hij begint te praten”



Over Goudklokje.



“Anders wat? Ook jij bent niet onschuldig. Ik zal ook hard tegen jou zijn als het nodig is. Jij maakt mijn leven kapot.’



Het is logisch dat Abdolah voor de wolf heeft gekozen als symbool voor angst. Mensen zijn van nature uit bang voor wolven. Wanneer Kazem Gan en Aga de bergen in trekken schiet Kazem eerst een paar keer in de lucht om de wolven te verdrijven.



Papegaai



Hoewel er in dit boek maar één keer een papegaai voorkomt is het toch een symbool. Ismaiel vertelt aan Aga een verhaal over een papegaai. Ismaiel vertelt dit verhaal wanneer Aga doodziek wordt van het werken in de fabriek waar hij geestdodend werk moet doen. De papegaai staat symbool voor het verlangen om naar huis terug te keren. De papegaai doet alsof hij dood is en dan kan hij terug naar huis vliegen zodra hij uit zijn kooi is.

Aga moet net als de papegaai ‘dood’ gaan. Dan hoeft hij niet meer op zijn werk te komen en kan hij terug gaan naar huis, weg van de stad.



Berg



In de Perzische cultuur staan de bergen symbool voor vrijheid. Iraanse verzetstrijders hebben altijd in de bergen gewoond en zich daar voorbereid om het land te bevrijden van het dictatuur.

In het verhaal komen de bergen in dit verband regelmatig naar voren. In het begin van het boek wordt er verhaald over vele mensen die proberen de bergen over te gaan om zo de dictatuur te ontvluchten. Zo is het ook met Ismaiel, die vlucht voor de geestelijken. Hij is zijn leven niet meer veilig in Iran en komt uiteindelijk terecht in Nederland.

Over vluchten naar de bergen gaan wij verder in in het hoofdstuk Motieven.



Put



De waterput op de Saffraanberg komt vele malen in het boek voor. De put staat symbool voor religie en geloof. Volgens de mythe zit in de waterput de heilige Mahdi. Wanneer deze heilige uit de put lijkt te zijn verdwenen is het hele volk in rep en roer. Desondanks behoudt het volk het vertrouwen in de put.

Religie en geloof is ook een motief in dit boek en daarom willen wij ook verwijzen naar dit hoofdstuk om dit symbool nog meer te verduidelijken.



Spijkerschrift



In het hoofdstuk titelverklaring zijn wij al ingegaan op de letterlijke betekenis van het spijkerschrift. Het spijkerschrift heeft ook een symbolische betekenis in dit boek.

Het spijkerschrift is het symbool van de mysterie en van het geheim. In de grot van de Saffraanberg is in de muur een tekst in spijkerschrift gebeiteld.



‘Een spijkerschrift dat in de rots geslagen is, waar tijd, wind, zon en regen het niet kunnen bereiken. Deze inscriptie is een bevel van de eerste Perzische koning. Een geheim dat nog niet ontcijferd is.’



Voor Ismaiel waren de notities van zijn vader een waar spijkerschrift. Een geheim dat bijna niet te ontcijferen is.





Motieven



Ouder-Kind relaties



Er zijn vier duidelijke motieven in dit boek terug te vinden. Eén van de belangrijkste is de ouder-kind relatie. Het is gebruikelijk in de Perzische cultuur dat het kind op oudere leeftijd zijn of haar ouders verzorgd. Daarom laat Abdolah dit motief ook veelvuldig terugkomen. Niet alleen bij de Perzische personages maar ook bij de Nederlandse personages zoals Louis.

Het duidelijkste voorbeeld is hier de relatie tussen Ismaiel en Aga. Aangezien deze relatie uitgebreid behandelen in het hoofdstuk Personages gaan wij er hier niet verder op in. Maar dit motief komt bij meerdere personages voor.

Bij Tine en haar vader is deze relatie ook duidelijk aanwezig. Tine beschermt haar vader heel erg. Zij is degene die haar vader verzorgt. Zij is het duidelijk zat om alsmaar op haar vader te letten , maar uit plichtsgevoel blijft zij dit doen.



“Uw naam zegt mij niets. U mag best doodvallen voor mijn deur. Maar roken? Dat gebeurt niet meer in mijn huis, want wie moet er dan vuur voor u maken? Ik. Hoort u wel, ik! Wie moet er dan thee voor u zetten? Ik! Begrijpt u?”



Kazem Gan is dan wel niet de vader van Ismaiel en Aga maar vervult toch een soort van vaderrol. Dit is net als bij de relatie tussen Aga en Ismaiel uitgewerkt in het hoofdstuk Personages.

In Nederland maakt Ismaiel kennis met Louis. Wanneer Ismaiel bij hem op bezoek is laat Abdolah wederom dit motief terugkeren. De dochter van Louis verzorgt haar vader omdat hij daartoe zelf niet in staat is.



“Mijn dochter heeft me ook altijd geholpen. (…) Ze stond altijd, echt altijd klaar. Ze komt nog bijna elke avond even bij mij langs”



Wanneer Ismaiel Louis meeneemt in de duinen is Louis’ dochter erg bezorgd om hem. Wederom een duidelijk voorbeeld van dit motief.



Literatuur en Poëzie



In het boek maakt de lezer veelvuldig kennis met de Perzische literatuur en poëzie. Dit door middel van de vele Perzische woorden die Abdolah gebruikt. Om dit te verduidelijken is achter in ‘Spijkerschrift’ een woordenlijst opgenomen met de betekenissen van deze woorden. Ook komen er enkele Perzische gedichten voor. Hierdoor kan de lezer zich beter inleven in het verhaal. Maar niet alleen haalt Abdolah Perzische literatuur aan. Hij citeert ook enkele Nederlandse dichters en schrijvers, waaruit blijkt dat Abdolah zich goed verdiept heeft in de Nederlandse literatuur.





Religie



Een ander belangrijk motief is religie. In een Islamitisch land als Iran is de godsdienst erg belangrijk. Het werkt door in de hele manier van leven. Alles is gericht op de Islam. Alhoewel Ismaiel niet godsdienstig is komt hij hier vaak mee in aanraking. Hij vocht in het verzet tegen het bewind van de geestelijkheid aangevoerd door Khomeini.

Voor de inwoners van Iran is de Saffraanberg een belangrijke plek. Hier bevindt zich de heilige put. Volgens de mythe zit in de put de heilige Mahdi. Wanneer de koning de put wil dempen komt het hele volk in opstand. Het is kennelijk dus erg belangrijk voor hen. Omdat Abdolah ons diep kennis wil laten maken met de Perzische cultuur heeft hij het ook vaak over de religie.



Vluchten



Kader Abdolah is uit zijn vaderland gevlucht. Aangezien dit boek gedeeltelijk autobiografisch is kunnen we stellen dat het vluchten ook een belangrijk onderdeel is van dit boek.

Door het hele boek komen wij mensen tegen die vluchten. Aga ziet vaak mensen die in de bergen vluchten om uit handen van de regering te blijven. In de bergen proberen zij een veilig onderkomen te zoeken.

Zelf vlucht Aga ook vaak de bergen in. Als hij de problemen niet meer aankan vlucht hij de bergen in om rust te zoeken.

Ismaiel is in meerdere opzichten op de vlucht. Letterlijk vanwege zijn verzetswerk. Het is niet langer veilig om in zijn vaderland te blijven en daarom vlucht hij naar Nederland. Figuurlijk is hij op de vlucht voor zijn vader. Hij vindt dat Aga op eigen benen moet leren staan en verzin excuses om weg te vluchten van huis.

Ook Goudklokje vlucht. Zij weet te ontsnappen uit de gevangenis en vlucht de bergen in.



Ideeën



Kader Abdolah heeft dit boek niet geschreven met de bedoeling kritiek te leveren op de maatschappij. Hij wil niet ons denkpatroon over de politiek veranderen. Hij wil geen kritiek leveren op de Iraanse maatschappij.

Wij vonden het moeilijk om de ideeën van de schrijver te achterhalen. Daarom hebben we Abdolah gerichte vragen gesteld.

Abdolah wil met de vele verhalen over de Perzische cultuur ons heel diep kennis laten maken met de deze cultuur. Aan de ene kant zijn de verhalen overbodig. Dit omdat ze bijna allemaal zijn verzonnen. Bijna geen een van de verhalen berust op waarheid. Ze zijn slechts verzonnen door de schrijver om ons goed te kunnen verdiepen in de cultuur. De grote lijnen komen overheen met de denkpatronen in de Perzische cultuur, maar om de loop van het verhaal te begrijpen zijn ze overbodig.

Aan de andere kant zijn ze essentieel. Dit omdat Kader dit boek met een doel heeft geschreven. Niet alleen omdat hij een autobiografisch verhaal wilde schrijven. Maar hij wil ons heel bewust in contact laten komen met de zijn cultuur die tot op dit ogenblik vrij onbekend is bij de Nederlanders.

Wij hebben Abdolah ook gevraagd of hij kritiek wil leveren op de politiek in zijn eigen land. Dit is helemaal niet het geval. Abdolah wil zijn lezers iets uitleggen, hij wil ze laten zien hoe een politieke atlas van een land eruit ziet. In dit boek is dat volgens Abdolah noodzakelijk omdat de lezer anders het verhaal niet kan volgen.



‘De notities van Aga Akbar kunnen we niet begrijpen als we niets weten over sjah Reza Khan. We kijken naar de achtergrond van het verhaal, naar de beschrijvingen die niet in de notities’



Het feit dat Ismaiel zich afzet tegen de regering door in het verzet werkzaam te zijn is niet omdat Abdolah zelf ook kritiek heeft op de regering. Het is een autobiografisch element, hij zat vroeger zelf namelijk ook in de verzetsbeweging

Veel Nederlandse schrijvers leveren wel kritiek op de burgerlijkheid of op bestaande normen en waarden. Ze kunnen een taboe behandelen. Dit wordt onder meer gedaan door schrijvers als Ronald Giphhart en Joost Zwagerman. Zij staan ook bekend als schrijvers die er extreme ideeën op na houden. Dit is nooit de intentie geweest van Abdolah. Hij geeft overigens met zijn boek ‘De reis van de lege flessen’ en zijn verhalenbundel ‘Mirza’ soms wel kritiek op de stugge Nederlandse maatschappij.



Tijd



Boek 1, Spelonk



Het verhaal wordt hier niet chronologisch verteld, maar het begint wel voor de geboorte van Aga, ab ovo dus. De schrijver volgt de lijn van het spijkerschrift, maar dwaalt steeds af naar de tijd dat Aga nog jonger was. Of naar de tijd dat Ismaiel al geboren is, wat pas in het laatste hoofdstuk van dit boek gebeurt.



Boek 2, Nieuwe grond



Het verhaal begint in Nederland, dus nadat Ismaiel hier naartoe is gevlucht. Maar het verplaatst zich steeds weer even naar de tijd in Iran, toen Ismaiel nog klein was en later als student in het verzet zat. Dus ook dit deel is niet chronologisch verteld.



Boek 3, Spelonk



Dit boek lijkt wel naar tijdsvolgorde te zijn verteld. Het begint precies op het moment waarop het tweede boek eindigt. En dit deel besluit met de dood van Aga Akbar.



De drie boeken afzonderlijk zijn wel in de goede volgorde geplaatst. De vertelde tijd loopt van het begin van Aga’s leven en loopt totdat Ismaiel in Nederland het spijkerschrift vertaald heeft.



Ruimte



Om het boek beter te begrijpen moet je eerst iets weten over de politieke situatie in Iran, in de tijd waarin het boek zich afspeelt.

In de jaren ’70, toen Ismaiel studeerde zat hij in het verzet tegen het dictatoriale bewind van de sjah. In 1979 nam ayatollah Khomeini het bewind over. Een verbetering was het niet. De dictatuur bleef bestaan en het verzet werd actiever dan ooit. Dit was een reden voor Khomeini om gewelddadiger op te treden tegen zijn tegenstanders. Velen werden terechtgesteld. Anderen konden op tijd ontvluchten.

De schrijver weet goed het beeld te scheppen hoe Ismaiels verzet verliep, alles moest geheim, contact met familie en vrienden werd verboden door de partij. Als lezer kun je je goed inleven in de omstandigheden waarin Ismaiel zich bevindt.



Decor



Het grootste gedeelte van het boek speelt zich af in Iran. Onder andere in het plaatsje bij de Safraanberg, Senedjan, de stad waar de familie naar toe verhuist. En Teheran, de hoofdstad waar Ismaiel gaat studeren. Het overige deel wordt verteld vanuit Nederland.



Perspectief



Het eerste en het derde boek zijn verteld door een alwetende verteller. Dit wordt direct aan het begin van het boek duidelijk gemaakt.



‘We zijn met z’n tweeën. Ismaiel en ik. Ik ben de alwetende verteller. Ismaiel is de zoon van Aga Akbar die doofstom was.

Hoewel ik alwetend ben, kan ik Aga Akbars notities helaas niet lezen.

Ik vertel alleen het gedeelte van het verhaal totdat Ismaiel geboren wordt. De rest laat ik hem zelf vertellen. Maar aan het einde kom ik terug, want Ismaiel kan het laatste deel van zijn vaders notities niet ontcijferen.’



Het tweede boek wordt dus door Ismaiel zelf verteld.

We krijgen expres niet Aga’s perspectief te zien. Want het is niet de bedoeling dat wij Aga’s gedachten kennen. Niemand wist ze. Zouden we dit wel weten, dan zou de vertaling van het boek overbodig zijn geweest. Het hele boek is gebaseerd op de ‘spanning’ van het niet weten van de gedachten van Aga.



Structuur



Het boek heeft een interessante opbouw. Hierdoor krijgt het boek een verassende vorm. Het hele verhaal is onderverdeeld in 3 boeken. Die boeken zijn weer onderverdeeld in korte hoofdstukken.

Bijna elk hoofdstuk wordt ingeleid met een soort van intro. Dit wordt verteld door de alwetende verteller , dus van buiten het verhaal. Hierin wordt verteld wat er zoal gebeuren gaat, een soort voorproefje van het komende hoofdstuk, en het geeft ook een zekere spanning wat de lezer nieuwsgierig moet maken.

Voorbeeld van zo’n intro:



‘Het zijn niet de bussen en de scholen die

Akbar betoverd hebben.

Er is iets anders’



De lezer lijkt toegesproken te worden. Wat doet denken aan een toneelstuk, waarbij iemand tussen de bedrijven door korte samenvattingen en aanvullingen geeft om de loop van het verhaal te verduidelijken. We vroegen aan Abdolah waarom hij gebruik maakt van deze stukjes: “Het is een soort Perzische traditie, ik heb geprobeerd deze traditie in Spijkerschrift door te zetten. In de oude versies van de heilige boeken, kom je zowel in de Koran als in de Bijbel dezelfde korte beschrijvingen tegen.”



Eigen Meningen



Arjen



Met maar één wijziging in onze scriptieformatie begon ik met goede wil met deze belangrijke scriptieopdracht van VWO 6. Spijkerschrift vond ik een leuk boek maar geen topper. De verhaallijnen konden mij boeien, ik had het boek dan ook redelijk snel uit. Wat ik jammer vind is dat er weinig spanning in het boek voorkomt.

Het analyseren en discussiëren binnen de groep ging goed, al kwamen we wel vaak wat moeilijkheden tegen. Soms liepen we vast en twijfelde we over de mogelijkheden van Spijkerschrift om er een volwaardige scriptie over te kunnen schrijven. Toch denk ik dat we er aardig zijn uitgekomen, mede dankzij de hulp van Kader Abdolah zelf, en dit hoop ik ook voor de lezer.



Jochem



Dit was alweer de derde keer dat ik in groepsverband een scriptie moest maken. Eigenlijk was de aanpak dit keer hetzelfde als de vorige twee. Er moest teveel gebeuren in de laatste paar weken, maar uiteindelijk waren we toch weer op tijd klaar. Het was wel weer heel gezellig, een leuk groepje en een leuk boek. Toen ik het boek las vond ik het niet echt interessant, gewoon een leuk verhaal uit de Perzische tijd. Maar achteraf bleek er toch wel veel over te schrijven, het was gewoon een beetje puzzelen. En naarmate je bezig bent met het boek, ga je het steeds leuker vinden.

Ik vond het leuk dat wij zonder al te veel moeite in contact konden komen met de schrijver zelf, ik stond ervan versteld dat ook hij, zelfs hij, gewoon een e-mailadres bij hotmail heeft. Ik vind het knap wat Kader Abdolah allemaal heeft gepresteerd, door binnen een korte periode de Nederlandse taal zo te leren kennen dat hij in staat is om literaire romans te schrijven. En wij weten allemaal hoe moeilijk onze taal in elkaar steekt.



Pascal



Zo, de scriptie is af, nu mag ik mijn eigen mening over het verloop van het maken van deze scriptie geven. U verwacht waarschijnlijk het standaard verhaal. Het was een leuke groep om mee samen te werken ,dat is waar. We hebben inderdaad heel erg gezellig samengewerkt. Alleen het boek was volgens mij geen goede keuze. Het verhaal zit zo rommelig in elkaar dat het moeilijk is orde in de chaos te scheppen. We hebben contact opgenomen met Abdolah om hem te vragen een aantal zaken uit te leggen. Dat was ook wel nodig omdat er weinig achtergrondliteratuur te vinden was over dit boek.

Om een dik boek als Spijkerschrift te lezen is veel tijd nodig. Tijd die wij niet in overvloed hadden. Daarom moest veel werk gedaan worden in de laatste week. Al met al heb ik geen goed gevoel over het resultaat. Ik ben bang dat wij niet diep genoeg zijn ingegaan op het boek. Dit lag niet aan onze kwaliteiten maar aan de boekkeuze en aan de tijdsdruk. Van de drie scripties die ik heb gemaakt ben ik bij deze het meest opgelucht dat hij klaar is. Dit alles klinkt misschien een beetje pessimistisch maar het is wel mijn mening.





Martine



In tegenstelling tot die van Pascal wordt mijn mening wel redelijk standaard. Maar veel inspiratie heb ik na zo'n vermoeiend boek niet meer.'Spijkerschrift' was een makkelijk boek om te lezen. Maar dit bleek geen garantie voor een even makkelijke analyse. Het viel af en toe echt niet mee om wat zinnigs over het boek te vertellen. Vooral omdat er nauwelijks of geen bronnen waren die we konden raadplegen. Het moeilijkste was om fictie en autobiografische elementen uit elkaar te houden. Dit was soms erg verwarrend. Maar door de goede onderlinge samenwerking is dit probleem, volgens mij, goed opgelost. En heeft het uiteindelijk een mooi resultaat opgeleverd.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen