U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Rhijnvis Feith - Julia.
Deze versie komt van http://www.studentsonly.nl/uittreksels/bv.asp?BvID=282 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1119 woorden.

Bibliografie
eerste uitgave: 1783
gelezen editie: Nijhof, Den haag, 1982
bezorger: J.J. Kloek en A.N. Paasman, aantekeningen en bijlagen


Samenvatting
2. Feiten van het werk

opbouw: Hoofdstukken met titels
Aan Mevrouwe***; De ontmoeting; Het meisje; Het belang; De grafkelder; Fragment; Julia aan Eduard; Het afscheid; Julia aan Eduard; De troost; De rampzalige; De uitkomst; De voorzienigheid; Eduard aan Julia; De herinnering; De rots; Het gevoel; De kalmte; Aan de maan.
Mengelwerk: Themire, Alpin, Selinde en de Hermiet,
Gedichten: aan Cefise, de Nacht, aan ongelukkige gelieven, Werther aan Ismeene.
Voorbericht bij tweede druk
Daarna nog een parodie op het werk (parodische stijl).

personages: Eduard en Julia, gevoelige harten, zielsverwanten
Alcestes (in hoofdstuk ‘het afscheid), mannelijke deugd-held
Werther en Ismeene (op de achtergrond)

perspectief: wisselend ik-perspectief tussen Eduard naar Julia.

genre: (versluierde) briefroman, lyrisch subjectief beleven speelt grotere rol dan episch-objectief vertellen.
sentimentalistische roman.

opmerking: Soms afgewisseld met een gedicht in wisselende rijmschema’s maar altijd met eindrijm.

stijl: overdadige interpunctie om gevoelens zo nauwgezet mogelijk weer te kunnen geven, bijvoorbeeld bij twijfel over woordkeus, denkstreepjes, aarzeling, emoties. Plechtige taal, uitroepen, retorische zinnen, herhalingen.

motieven: dood, natuur, liefde, verdriet, rouw, eeuwige leven, keten van het leven.


3. Thema van het werk

Ware liefde maakt alle beproevingen de moeite waard en leidt tot het eeuwige leven. Ware liefde hoeft niet per se lichamelijk beleefd te worden om tot volle bloei te kunnen komen.
Liefde godsdienst en deugd zijn de ingrediënten voor een goed elven.


4. Periode waarin het werk geschreven is


Pruikentijd. Roman was nog niet algemeen geaccepteerd als literaire vorm. Waardering slechts voor epos en tragedie omdat die uit de Klassieke Oudheid stamden en dus hun waarde bewezen hadden. ‘Roman’ stond voor pulp. Beleving en verwerking van avonturen en gebeurtenissen worden belangrijker, een begin van de psychologische roman. De avonturen moeten ook beter aansluiten bij de werkelijkheid van alledag. Er komt ook een nieuwe categorie lezers bij: de tot welvaart gekomen burgerij. Er was angst voor zedenbedervende lectuur. De formule om toch een roman te schrijven werd bedacht: om authenticiteit te waarborgen deed men net of men een brief geschreven had (authentieker kan niet), inhoudelijk probeert een schrijver juist zedelijk te vormen door allerlei aanwijzingen te geven hoe het zou moeten. Wie deugdelijk leeft, wordt beloond, wie kwaad doet, wordt gestraft, (uiteindelijk niet anders dan in de eerste ridderromans!). Er wordt een illusie van realiteit geschapen. In briefroman vaak een duidelijk beeld van de maatschappij, maar in Julia alleen aandacht voor het gevoelsleven. In het eerste hoofdstuk wordt wel meteen duidelijk gemaakt dat Julia fictie is.
Veel vrouwen gaan schrijven. In de wereld heerst onrust (Franse Revolutie), Godsdienst is nog steeds erg belangrijk en een onderdeel van het leven.


5. Gegevens over de auteur

Rhijnvis Feith (1753-1824), geboren en overleden in Zwolle
Rhijnvis Feith stamde uit een gefortuneerd regentengeslacht uit Elburg en is het enige kind dus wordt er bijzonder goed voor hem gezorgd.
In 1764 ging Rhijnvis Feith (hij was toen 11 jaar) in Harderwijk een privé-opleiding volgen bij de preceptor van de Latijnse School, Gerhardus Knoop. Dit was tekenend voor zijn beschermde opvoeding. Het was belangrijk voor de ontwikkeling van Rhijnvis Feith, omdat Knoop hem ook de eerste beginselen van de dichtkunst bijbracht.
Hij studeerde rechten in Leiden (1769/1770) en promoveerde in één jaar. Hij woonde dat jaar op het Noordeinde 37.
Hij werkte na zijn studie als belastingontvanger op het kantoor van zijn vader.
Rhijnvis Feith trouwde in 1772 met Ockje Groeneveld. Zij kregen negen kinderen.
Hij was jurist, dichter, prozaschrijver en toneelschrijver.
Rhijnvis Feith was een patriot (aanhanger van de Fransen) en als zodanig burgemeester (één van de zestien) van Zwolle in 1787.
Later was hij ontvanger van de belastingen (konvooien en licenten).
Zijn briefroman 'Julia' beleefde in één jaar drie drukken en werd hét standaardwerk van het sentimentalisme.
Rhijnvis Feith wordt gezien als de belangrijkste vertegenwoordiger van het 'sentimentalisme' (hij zag tranen als 'beken van onuitsprekelijke geneugte')en de 'doodspoëzie' in Nederland. Het feit dat hij hiertoe gerekend wordt, heeft het oordeel over zijn werk (te) sterk beïnvloed.
Zelf werd hij beïnvloed door E. Young, G. Klopstock, Ossian, G.W. Leibniz en Baculard d' Arnaud.
Bij zijn overlijden was hij Nederlands populairste auteur. Hij werd begraven in de kerk aan de Grote Markt en enige jaren later herbegraven op de eerste algemene Zwolse begraafplaats aan de Meppelerstraatweg. Hier werd een monument op zijn graf geplaatst. Zijn werk wordt nu uitsluitend nog gelezen door studenten Nederlands.
Jacques Klöters meldt in 'In die grote stad Zaltbommel. Liedjes van school, club en kamp' dat Rhijnvis Feith de auteur is van het (bekende) kampliedje 'Julia' (En Julia is zo
schoon)
Rhijnvis Feith redigeerde het patriottische tijdschrift 'De vriend van 't vaderland'.


6. Samenvatting van het werk


Eduard gaat op een mooie zomeravond naar het donkere dennenbos waar hij van zoden een rustplaats had gemaakt bij de vijver. Daar komen al zijn gestorven vrienden tot ‘leven’, waar hij mee praat. Zijn gedachten en tranen vermengen zich met de gedachten en tranen van zijn vrienden. Hij verlangt naar een zielsverwant en die ziet hij ineens op een verlichte plek in het bos. Hun naturen waren gelijkgestemd en dus hoorden zijn bij elkaar. Er was een minpuntje: haar vader vond Eduard niet rijk genoeg voor zijn dochter. Julia en Eduard blijven elkaar ontmoeten, het liefst op sinistere plaatsen als een graf of in een grafkelder. Ze spreken over dood en opstanding. Eduard en Julia hebben een platonische liefde die een keer bedreigd werd door begeerte, maar gelukkig kon Julia Eduard op andere gedachten brengen. Ze verbreken hun omgang en schrijven elkaar over de smart van de scheiding.
In zijn omzwervingen ontmoet Eduard Werther, die er mogelijk nog slechte r aan toe is. Werther schrijft treurige versregels op een rots en pleegt zelfmoord. Eduard ziet een ‘gezicht’ als hij op een rots peinst: op de graven van Julia en Eduard staat een ander stel en dat hoopt op dezelfde manier te ontslapen als Eduard en Julia.
Dan komt er een brief van Julia: haar vader geeft toestemming voor het huwelijk! Helaas, voordat Eduard terug is bij Julia is zij al gestorven. Hij is net op tijd voor haar begrafenis. Hij koopt een gotisch gebouw en vanuit het torentje kan hij Julia’s graf zien. Hij kwijnt weg en slaapt in een uitgeholde den, die later zijn grafkist wordt.

Alle verhalen en gedichten die erop volgen staan in het teken van lijden ten behoeve van het eeuwige leven (ten dienste van God).

7. Socio-culturele invloeden in het werk

Zeer gereformeerde manier van denken van Feith. Hij was lid van de Nederduytse gereformeerde kerk en dat voel je in het hele boek. God boven alles, opoffering in plaats van aardse liefde, somberheid, neerslachtigheid en als lichtpuntje het eeuwige leven zien.

8. Waardering

cultuur-historisch: Geeft duidelijk aan waar de mensen toen mee bezig waren. Ik vraag me af of rooms-katholieken dit soort boeken ook lazen en wat hun oordeel was. Rhijnvis Feith was een populair schrijver. Hoe vrolijk waren de mensen in die tijd??
didactisch: Ik vind het volkomen ongeschikt voor een middelbare school.
esthetisch: Het geeft mij kippenvel!


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen