U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Arthur Van Schendel - De Wereld Een Dansfeest.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=580 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 4981 woorden.

Bibliografische gegevens



Auteur: Arthur van Schendel



Titel: De wereld een dansfeest



Plaats van uitgave: Amsterdam



Jaar van uitgave: 1987



Eerste druk: 1938



ISBN-nummer: 90-214-9399-3



Aantal bladzijden: 164



Samenvatting



Omdat het verhaal vanuit 19 verschillende personen verteld wordt is de samenvatting ook in 19 delen ingedeeld.



1. Het verhaal van de makelaar



De afkomst van Daniël de Moralis wordt verteld. Zijn moeder, dochter van de weduwe De Moralis Orellana is getrouwd met Notaris Walewijn, voor de makelaar zaken behartigt. Deze makelaar, mijnheer Jonas, brengt een bezoek aan de familie Walewijn te Middelburg en daar ontmoet hij voor het eerst Daniël Jan Faustus bijgenaamd Riket met de kuif. Mevrouw Walewijn laat hem allerlei fraaie kunstvoorwerpen zien en leert hem dansen. Na een poosje danst hij met de kleine Daniël een menuet, terwijl mevrouw Walewijn op de gitaar speelt. De melodie van het lied blijft bij mijnheer Jonas hangen, hij beschrijft het als ‘tieta-tieta-tie-ta’.



2. Het verhaal van de Indische dame



De afkomst van Marion Ringelinck wordt beschreven. Haar vader is een rijke bierbrouwer. Marion leert bij mevrouw Hadee (de Indische dame) pianospelen. Ze heeft het dansen van haar vader ‘geërfd’. Bij mevrouw Hadee leert ze de ‘waltz’. Op een feestje van Ringelinck leert Odilie Hadee mijnheer Jonas kennen. De makelaar wil het gezelschap de menuet leren, maar het wordt een mislukking. Marion is echter zeer onder de indruk gekomen. Op een volgend feestje (Marions twaalfde verjaardag) probeert Marion met meneer Jonas het menuet te dansen, maar het mislukt. Er danst een onbekende jongen mee, aleen bij hem ziet de dans er gracieus uit. Marion is erg verdrietig dat ze de dans ‘niet in haar voeten kan krijgen’.



3. Het verhaal van de leraar



Daniël als student. Hij is in huis bij de leraar Deursting, die ook in het vorige verhaal al is geschetst. Het valt deze ‘pedagoog’ nogal moeilijk om ten opzichte van Daniël, zijn prestige te bewaren. De meisjes denken echter erg gunstig over Daniël, die een dansclub opricht. Hij verdwijnt zonder kennisgeving voor een week naar Amsterdam om daar het dansleven te leren kennen. Later reist hij – ongevraagd – naar Brussel. Deursting gaat hem achterna en vindt hem in gezelschap van zijn moeder en mademoiselle Vervarcke en mademoiselle Ringelinck. Ook Deursting danst, de invloed van mevrouw Walewijn is onweerstaanbaar.



4. Het verhaal van de directrice



Marion als jongedame van vijftien jaar op de kostschool van mademoiselle Vervarcke (de directrice). Marion brengt met haar dansen het schone leven in het internaat. Ook zij maakt ongevraagd uitstapjes, samen met haar vriendinnen. Marion leert Daniël kennen, Doordat Isabelle de Moralis een vriendin is van de directrice. Na een bezoek aan de opera ‘Mignon’ dansen ze voor het eerst samen in het hotel Belverdère: ‘Een drukke correspondentie volgde tussen Marion en de jongen Walewijn.’ blz.42. Bij deze eerste ontmoeting wordt al iets van het noodlot voelbaar: ‘O, ik moet hem haten, hij zal mij ongelukkig maken, omdat ik nooit zo kan dansen als hij’ blz.42.



5. Het verhaal van de kamerverhuurder



Daniël op kamers. Hij geeft ergernis en vreugde tegelijk. Als student geniet hij van zijn vrijheid in Amsterdam. Vaak bespeelt hij een muziekinstrument. De last is van de meisjes, van allerlei soort verschijnt er aan de deur van Knuppel. Na een voettocht door Brabant keert hij somber terug: hij heeft een blauwtje gelopen. Plotseling verdwijnt hij naar het Buitenland, Knuppel weet het fijne er niet van.



6. Het verhaal van de tante



Marion is in Oisterwijk bij een zuster van haar vader. Ze heeft haar vriendinnen Jeanneton Karsten en Hélène Gokkelveld geïnviteerd. Het wordt een vrolijke boel in het dorp: vijf Duitse muzikanten blijven er op haar kosten de hele zomer. Ze ontmoet Daniël, voor wie ze de bedeeste Reynald (dit blijkt later de onbekende jongen van de twaalfde verjaardag te zijn) in de steek laat. ’s Nachts dansen ze samen. Tante Cheria zorgt ervoor dat Marion naar het buitenland vertrekt, waar ze ongestoord kan dansen (Het verraad van tante Petronel).



7. Het verhaal van de vriend



Rosenhoff (een vriend van Daniël), vertelt aan de ouders van Daniël over diens liefde voor de dans en over zijn oprechte liefde voor Marion, die zij niet beantwoordt. Daarna memoreert hij het geval-Lily Low (Engelse jig-dans) en de affaire-La Hermosa Morena (Spaanse dansen). Deze laatste affaire heeft een grote nasleep. In vele steden treedt Daniël op met twee Spaanse danseressen, die het bieden op hem voorzien hebben. Een verbintenis met Marion acht hij niet mogelijk: ‘we verschillen te veel in ritme’ blz.65. Rosenhoff ontvangt regelmatg brieven. Ook mevrouw Hadee brengt heem een bezoek. Uit één van de brieven van Daniël blijkt dat hij in Straatsburg in een ziekenhuis ligt. De twee Spaanse danseressen hebben ruzie om hem gekregen, een messteek in zijn borst is het gevolg.



8. Het verhaal van de modiste



Marion bij het ballet. Mevrouw Gokkelveld, gescheiden van haar man, vertelt dit verhaal. Marion is op de balletschool in Brussel, Met Adeline en Jeanneton. Alleen Marion heeft een uitgesproken talent. Een heel gezelschap trekt naar Londen op kosten van vader Ringelinck, hij praat met Daniël over Marion. De twee ontmoeten elkaar niet, maar Marion ziet hem wel dansen. Hierna verandert ze, ze wordt een stille, teruggetrokken vrouw.



9. Het verhaal van de bloemist



Danser De Moralis als klant van het bloemenwinkeltje. ‘De zaak had tot dusver niet gefloreerd (…) die dag begon de opkomst.’ blz.78. Daniël typeert zichzelf door zijn uitspraak: ‘In ons vak ziet men veel vrouwen en het beste wat men aan vrouwen kan geven, zijn bloemen. Die zijn morgen verwelkt en laten weinig herinnering.’ blz. 78-79. Toevallig bestellen mevrouw en meneerWalewijn in hetzelfde winkeltje ook bloemen (en later ook meneer Jonas), meneer Papelon wordt er rijk door.



Marion treedt op als mlle Tintarion, een prima ballerina bij de Opéra Comique. Als Daniël haar ontdekt heeft, stuurt hij haar bloemen. Hij doet deze ontdekking, doordat Rainaud (Reynald zie 6. Het verhaal van de tante) haar bloemen stuurt. Rainaud is een eenvoudige weinig spraakzame jongeman. Daniël bezoekt Marion. Aan de overkant speelt een violoncellist een menuet. De volgende dag vertrekt Daniël alleen.



10. Het verhaal van de kleedster



Als Daniël vertrokken is, wordt Marion ziek. Ze heeft de menuet gehoord, maar de violoncellist is vertrokken. Marion spant zich in om het melodietje op de piano te spelen. Velen worden ingeschakeld om de menuet op muziek te zetten. Rainaud levert een belangrijke bijdrage. Als kind (twaalfde verjaardag) heeft hij de menuet met Marion gedanst. Hij houdt van haar maar kan haar niet bevrijden uit haar idee fixe. Meneer Jonas moet uitkomst brengen, het lukt niet. Dan komt de onvoltooide brief van mevrouw Walewijn, kort voor haar dood geschreven, de dans is de ‘pavana castillana’. Marion wordt weer enigszins beter.



11. Het verhaal van de andere dame



Marion in Zuid-Frankrijk. Deze dame kent ook De Moralis, die in grote zorgen verkeert en omgang heeft met een Amerikaanse danseres, die hem ruïneert. Zijn moeder is inmiddels overleden. Vele gasten bezoeken de villa Mirafior van de heer Ringelinck, o.a. bekenden uit de vorige verhalen. Voor Marion bestaat er nog slechts één doel: de pavana leren kennen.



12. Het verhaal van de politierechter



Marion en Daniël ontmoeten elkaar in Spanje en dansen de pavana. De politierechter vertoeft een hotel te Burgos, waar De Moralis ook verblijft en Dinah Spankley, de Amerikaanse artieste. De politierechter verhaalt hoe hij De Moralis heeft geschaduwd, in Madrid ontmoet hij mevrouwe Hadee en Marion in hetzelfde hotel waar Daniël logeert. Daniël wordt door Spankley gechanteerd. Eerst ziet men elkaar weer in Toledo, later in Cordova. De rechter ontmoet buiten het stadje De Moralis, die de pavana danst met een Spaanse gitana.



In Sevilla is iedereen weer present, Daniël danst wederom de pavana in aanwezigheid van Marion. Twee spelers vallen uit. Spankley wordt gedood door haar handlanger Moffat. In Granada koopt de politierechter een shawl voor De Moralis. Hij zag eerder dat Daniël zag dat Marion hem wilde hebben maar hij deze niet kon betalen. Hij deed er een briefje bij ‘Uw partner zal er ongetwijfeld waardig en sierlijk mee dansen.’ blz. 115. Die partner is Marion.



13. Het verhaal van de juwelier



Als de oorlog uitbreekt, verkoopt Marion haar juwelen aan de juwelier. De vrouw en dochter van de juwelier steunen haar financieel. Over De Moralis heeft de juwelier alleen maar ongunstige verhalen gehoord. Hij tracht Marion uit zijn buur te houden. Rainaud stuurt haar bloemen en koopt al haar juwelieren bij de juwelier. Een voorstel doet hij haar niet.



Het verhaal van de liefhebber (majoor Fraybone)



Marion en Daniël ontmoeten elkaar weer na achttien jaar te hebben liefgehad en ontweken. Marions vader leeft in armoede, evenals de vader van Daniël. De majoor zorgt ervoor (dit had hij aan zijn vriendin belooft) dat ze samen dansen.



14. Het verhaal van de vriendin



Mevrouw Hadee gaat op bezoek bij deze Alida. Alida legt haar uit hoe Marion dacht. ‘Ze heeft nooit echt geloofd dat ze van Daniël hield (…) sterker nog, hoewel ze het nooit gezegd heeft heb ik de overtuiging gekregen, uit allerlei kleinigheden, dat ze van een ander houdt (…) Ze voelde het als een dwang, of ze behekst was (…) Het is het noodlot dat me altijd roept uit een andere wereld, op die maat.’ Blz 138-139.



15. Het verhaal van de jongeling



Marion en Daniël dansen in The Star, een music hall. Als ze de menuet dansen, is iedereen laaiend enthousiast.



16. Het verhaal van het buurmeisje



Berendientje woont tegenover mevrouw Hadee, die haar veel vertelt over Marion en Daniël die nu in Londen wonen. Daniël is vroeger in de kost geweest bij haar grootvader. Hadee speelt het Spaanse menuet en Berendientje danst.



17. Het verhaal van de werkster



Marion en Daniël wonen in Londen. Soms treden ze op in restaurants. Hun gezondheid gaat snel achteruit. Ze hebben voordurend geldgebrek en moeten op armoedige kamertjes gaan wonen. Hun werkster zorgt voor hen, ze hebben zelf geen zorgen om het geld. Eerst sterft Daniël, een paar uur later Marion. Rainaud is bij haar sterven. Hij neemt de gitaar en shawl mee.



18. Het verhaal van de melancholicus



Dit is de geheimzinnige figuur (hij heeft in de verhalen verschillende namen: Rinaldo, Rainaud, Reynald Sterré, een vriend) is de passiefe tegenspeler van Daniël. Hij typeert zich als de ‘blode jongen’ blz.159, een twijfelaar, die op twaalfjarige leeftijd éénmaal met Marion heeft gedanst. Hij kan de passiefe tegenhanger van Daniël genoemd worden. Ze speelden beiden een belangrijke rol in Marions leven. Zij ligt nu begraven op het kerkhof in Waanmonde. De melancholicus woont vlakbij dit kerkhof en bewaart de shawl, de gitaar en de sieraden. (bron: uitrekselboek: Nederland, de 19e eeuwse literatuur)



Vertelinstantie


In dit boek is gebruik gemaakt van een meervoudig perspectief. Ook een raamvertelling of kadervertelling genoemd. Er komen 19 vertellers aan het woord (de makelaar, de Indische dame, de leraar, de directrice, de kamerverhuurder, de tante, de vriend, de modiste, de bloemist, de kleedster, een andere dame, de politierechter, de juwelier, de liefhebber, de jeugdvriendin, de jongeling, het buurmeisje, de werkster en de melancholicus. Zij vertellen allemaal in ik-vorm. ). Zij vertellen allemaal in verleden tijd maar hebben verschillende vertelinstanties, bijv. belevende-ik-vertellers. Deze vertellers weten niet wat er nog gaat komen in de toekomst: (de jongeling) ‘Ook als ik ze nooit meer tegenkom weet ik wat ik van ze geleerd heb, dat ik me vrij voel en bewegen kan.’ blz.144. Of achteraf-vertellende-ik vertellers: (de juwelier) ‘Evenwel, dit gebeurde pas een jaar later, zoals ik al zei’.



Door deze manier van vertellen heeft de schrijver een heel originele sfeer gecreëerd. Het verhaal blijft vrij onduidelijk, sommige vertellers staan namelijk ver van de hoofdpersonen (bijvoorbeeld de juwelier en de politierechter). Doordat zij hun verhaal vertellen zoals zij het meemaken (of bij de politierechter alleen wat hij waarneemt) is het de lezer soms alleen maar gissen wat er precies is gebeurd: ‘De dansers waren erg vriendelijk met elkaar, zij gingen gearmd uit voor een wandeling (…) ik lag wakker toen ik een schot hoorde in d kamer naast mij. Ik stond op en in d gang (…) werd er geopend door Moralis, die erg opgewonden was, geïrriteerd. Neen, zei hij, hier was niet geschoten, hij had niks gehoord. Een handdoek was om zijn linkerhand gewikkeld.’ Blz. 109



Ook blijft doordat de twee geliefden nooit zelf aan het woord komen, hun relatie enigszins mysterieus.



Personages



Daniël Jan Faustus de Moralis Walewijn is geboren op 1 april in Middelburg (blz. 10). Hij heeft ‘koperkleurig’ blond haar en een ‘veel te grote neus, maar hij had dezelfde opvallende ogen als zijn mama, schitterend zwart.’ Blz. 12.



Hij heeft een vrij mysterieus karakter. Zijn leraar zegt op blz. 26:ik weet nooit wat ik aan hem heb’. Hij is heel beleefd maar soms zo erg dat men denkt dat hij ze in de maling neemt: ‘ sympathiek karakter, rondborstig een gentleman’.



Bij de vrouwen valt hij zeer goed, maar hij is geen Don Juan en behandelt ze goed: ‘maar de meisjes! Hoe die jongen nog tijd over had om ze allemaal te woord te staan begrijp je niet (…) dat hij zich netjes tegen hen gedroeg en dat hij geen gebruik maakte van de gelegenheid. Al dat nagelopen worden door de vrouwen verveelde hem allang’ blz. 45. Later gaat hij ze zelfs ontvluchten, hij wordt een ‘vluchteling voor vrouwen’, hij blijft ze bloemen sturen maar naar een tijdje wordt het hem te veel en vlucht hij (blz. 82-83).



‘Een vrouw is voor hem een figuur om mee te dansen.’ Blz. 139. En toch koestert hij wel liefde voor Marion: ‘omdat ik het geloof heb, het geloof in de liefde (…) Ik zei dat ik nooit om een vrouw gegeven heb. Dat is niets dan een wens, ik wou dat het waar was. Ik wou dat ik niets anders kon doen als dat waar ik voor geboren ben, dansen.’ Blz. 82.



Hij heeft altijd veel geld ter beschikking gehad en is erg gewend anderen cadeaus te geven (blz. 27). Hij is niet erg orderlijk (blz. 43) ook qua geld: laat soms geld liggen waar iedereen erbij kan. Ook heeft hij een goede smaak: ‘hij moest het beste hebben en hij wist het te vinden ook’ blz. 43. Hij is erg ondernemend en reist graag. Hij heeft veel passie voor muziek, dans en gedichten (blz.31). Hij zet (blz. 28) op zijn zestiende al dansclub op.



Hij blijft het hele verhaal een zeer geheimzinnig persoon, hij is dan ook niet echt een round character, hij is een flat character.



Marion Ringelinck is ongeveer evenoud als Daniël (blz. 41). Op blz 18 en 19 vind je wat eigenschappen over haar. Ze is niet ijdel, en toch weet ze dat ze mooi is want iedereen zegt het tegen haar. Haar vader verwent haar en verafgood haar. Ze heeft bijzondere blauwe ogen: ‘net alsof die iets zien wat een ander niet ziet, iets ver weg, en of ze daar over nadenkt. Dan worden de ogen groter en lichter van kleur. Het blauw kan iedere minuut anders zijn, net als water…’ . Ze heeft een roze huidje met een mondje ‘dat bijna rond is als ze het dichthoudt’. Ze is tenger en heel lenig’ de lenigheid komt uit de behoefte om elegant te zijn’. Haar vader ‘wil dat ze van jongs af aan onafhankelijk is ‘ en geeft haar veel vrijheid. Hij geeft haar ook veel geld, maar toch is zij niet verwend, ook zij geeft het liever uit aan andere mensen.



Ze geeft om andere mensen (blz.38) en helpt daar waar kan.



Zij ook, heeft passie voor dans, ze gaat naar de balletschool in Brussel heeft veel talent om danseres te worden (blz.52), dit wordt ze ook (mlle Tintarion) maar na twee jaar stort ze in. Ze ondergaat een karakterverandering en is dus een round character.



Ze wordt namelijk van het vrolijke meisje dat streken uithaalde met haar vriendinnen (blz. 53) een stille teruggetrokken vrouw die geen rust meer heeft omdat ze de ‘pavana’ niet kan dansen (blz. 75), blz.89: ‘Mademoiselle had een idee fixe, dat zij niet gelukkig kon worden als zij juist deze dans niet kende.’. Ook als ze haar liefde terugvindt, wordt ze nog niet gelukkig, volgens haar eigen zeggen ‘Het is het Noodlot wat me altijd roept uit een andere wereld, op de maat (…) het zal me nooit verlaten.’



Ze is nooit verliefd geweest op Daniël, ze heeft wel een soort vreemde aantrekking tot hem, ze weet dat hij haar noodlottig zal zijn: ‘O ik moet hem haten, hij zal mij ongelukkig maken omdat ik nooit zo kan dansen als hij.’ Blz. 42. Ze denkt dat ze wel gelukkig had kunnen worden met de ‘derde’: Reynald (blz.138 en blz.157).



Rinaldo Sterrenwichelaar, Rainaud, Reynald Sterré, de derde ‘onbekende persoon’ heeft in het verhaal veel namen. Hij komt als eerst voor in het verhaal op het feestje van Marions vader: ‘Daarbij zag ik een jongetje met een gezicht dat ik niet vergeten kan’ en ‘ Marion en haar kleine bewonderaar’ blz. 21-22. Ook op het twaalfde verjaardagfeestje van Marion komt hij: ‘jongetje met blonde krullen, als chinees verkleed’. Hij danst dan met haar en de makelaar de pavana, maar alleen hij danst ‘gracieus’ blz. 24.



Hij komt pas echt in het verhaal als hij met Marion omgaat als zij bij haar tate logeert: ‘Jeanneton vertelde mij in het geheim dat er iets gaande was tussen de twee en zijzelf vond hem ook heel aardig. Maar zei ze, Marion speelde met hem, u weet wel, zoals meisjes nu eenmaal spelen met iemand als het niet echt gemeend is. Ze vond dat jammer want die Reynald had het diep van haar te pakken.’ Blz.56. Hier krijgt hij dus al de rol toegeworpen van stille aanbidder, de jongen zie haar niet kan krijgen. Hij ziet met eigen ogen haar er vandoor gaan met Daniël.



Hij geeft veel om Marion, als zij ziek is en de ‘pavana’ wil leren staat hij klaar om haar te helpen (blz.88-89). Hij helpt haar aan de musici, die het voor haar moeten gaan spelen.



In het laatste hoofstuk komt hij zelf aan het woord. Hij noemt zichzelf een ‘blode jongen’. Hij verteld dat hij zijn hele leven dicht bij haar was, hij was niet ver weg waar zij ook was. Hij koesterde dus een hele diepe liefde voor haar. Waar Daniël de man voor haar was die haar ‘behekst’ had omdat hij de dans deed die zij niet kon, was Reynald de man die hem verkeerd deed. Toen zij samen dansten op de twaalfde verjaardag beschuldigde Marion hem er van dat hij het fout deed. Hij is een twijfelaar (blz. 161), hij heeft er zijn levenlang over nagedacht of dat het was wat hen scheidden, uiteindelijk kwam hij tot de conclusie: ‘Geen mens was het die ons gescheiden had, maar een raadsel, dat zich voordeed in de beweging van een dans.’



Hij is een round character, weliswaar staan zijn eigenschappen dicht bij elkaar, hij heeft wel een karakterverandering ondergaan. Hij was vroeger een vechtjas, wilde ‘vechten voor de liefde’ blz. 160, nu wist hij echter dat hij ooit ‘terugmoest komen’ en moest realiseren dat het lot anders had beslist. Want hij wist dat ‘ haar ziel van hem was’. Blz. 160. Hij was een ‘zwak mens geworden’ (blz. 161).



Ruimte



Fysische ruimte



Het verhaal speelt zich in veel verschillende ruimtes af. Er worden er ook niet veel gedetailleerd besproken. Ook word er veel gereisd in het boek, dit maakt het aantal nog groter.



In Nederland speelt het zich hoofdzakelijk af in Middelburg en Breda. Daniël woonde in Middelburg met zijn ouders in zijn jeugd: ‘…nu notaris te Middelburg (blz.8) (…) een deftig perceel, het woonhuis van de heer Walewijn (…) ik trad binnen in een ruime kamer, zeker negen meter lang, met vier hoge vensters die op een lommerrijke tuin uitzagen: weelderig gemeubeld, met veel antiek en kapitale schilderstukken aan de wanden. (blz.10)’



De familie Ringelinck (Marion groeide daar dus op), mevrouw Hadee en Berendientje wonen in Breda: ‘ de hartelijke omgang met de familie Ringelinck heeft me veel vergoed, (…) gezellige, hartelijke mensen, tenminste in breda



(…)hij heeft me meegenomen naar zijn mooie villa in de Vinkenlaan’ blz. 16-17. ‘En daarom kom ik graag bij de oude mevrouw Hadee tegenover’ blz. 145.



Marion ging naar een pensionaat in Brussel (blz. 22) en Daniël kwam onder een leraar in Den haag (blz. 27).



De twee brengen hun laatste dagen samen door in Londen: ‘ Mooie kamers in de Edgware Road (blz. 151), armzalige verdieping in Drummond Street (blz. 153), twee ellendige kamertjes in Albion Street, de hokjes waren zo klein dat hun bedden niet eens bij elkaar konden staan, het ene achter en het ander waar ik koken moest. Ach, ach.’ (Blz. 157).



Weerselementen spelen geen belangrijke rol in het verhaal.



Pyschische ruimte



Allen op blz 157 is hier sprake van: ‘twee ellendige kamertjes in Albion Street, de hokjes waren zo klein dat hun bedden niet eens bij elkaar konden staan, het ene achter en het ander waar ik koken moest. Ach, ach.’ Dit speelde in een periode waarin de twee dansers langzaam aftakelden en uiteindelijk stierven. Met hun levenslust en gezondheid verdween ook hun geld.



De zintuigelijke manier waarop de ruimte wordt geschetst



Niet van toepassing



Tijd



Historische tijd



Het verhaal speelt zich af in de 20e eeuw. Op bladzijde 116 hebben ze het over de Eerste Wereldoorlog: ‘In de eerste weken dachten wij allen dat het in een verschrikkelijke débâcle zou eindigen, maar de onzen hielden stand en wij konden gauw gerust zijn dat wij met behulp van de geallieerden de overhand zouden krijgen. Wie over de grens konden komen hadden het minst te klagen (…) de dag dat de oorlog begon de winkel voorraad pakten en Brussel verlieten, zodat zij veilig waren…’ De WO1 is geweest van 1914 tot en met 1918. Ook op blz. 126 zijn hier bewijzen voor te vinden: ‘Wie in deze tijd niet de wapens droeg (…) behoorden de mensen tot een ander soort en mijn soort stierf in 1914’. Waarschijnlijk is dit gedeelte dus een paar jaar na 1914 maar toch nog tijdens de oorlog. In dit zelfde hoofdstuk staat dat de twee geliefden ‘elkaar al achttien jaar liefhadden en elkaar ontweken’ (blz. 128). Ze waren dus begonnen met elkaar liefhebben in 1899 of 1900, ze waren toen ze voor het eerst dansten 18 (blz. 42). Het boek start als Marion 12 is dus dat is ongeveer in 1893/1894.



Het verhaal eindigt na twee jaar liefhebben (blz. 150) van het paar dus waarschijnlijk in 1919/1920.



Verteltijd



Het boek bestaat uit 19 hoofdstukken en telt 164 bladzijden.



Vertelde tijd



Deze telt ongeveer 26 jaar (zie historische tijd). Van 1893/1894 tot 1919/1920.



Terugwijzing – vooruitwijzing – Flashbacks



In het boek vindt je verschillende terugwijzingen, bijvoorbeeld op blz.7: ‘…herinnerde ik mij wat mijn vader indertijd vertelde van onaangenaamheden die in het vorige geslacht waren voorgekomen en…’



Vooruitwijzingen komen niet voor.



Flashbacks zijn ook enkele te vinden: ‘ Ik herinner het mij als de dag van gisteren. Het was een buitengewoon warme dag… (…) Ook in Breda weet men van dansen en goede wijn. Het was een nuttige en tevens aangenaam uitsapje geweest en ik moest nog vaak aan dat tieta denken dat ik het weleens in mijn eentje zong.’ blz. 9



Chronologie



Het verhaal is (met uitzondering van een paar flashbacks) in chronologische volgorde verteld.



Ab ovo – in Medias res



Het is verteld vanaf het begin dus ab ovo.



Titelverklaring



De titel ‘De wereld een dansfeest’ komt twee keer letterlijk in het verhaal voor.



In het eerste verhaal leert de ‘makelaar’ dansen van de moeder van Daniël. Mevrouw de Moralis speelt een paar liederen, waaronder een Spaanse die zij voor de makelaar vertaalt: ‘De wereld is een dansfeest en wie niet danst een domoor - un tonto’ blz. 13.



Ook in het laatste hoofdstuk komt het voor: ‘De wereld een dansfeest. Als er op een feest twee mensen niet langer dan een uurtje met elkaar kunnen dansen, in de maat zoals het hoort. Een dansfeest, dat dachten wij toen wij twaalf waren. En ik zie het verleden aan, dan was het een spel zonder zin, waarin wij langs elkander gingen bij wat muziek van galop was, waltz, menuet of stoptime, een spel van een dag dat met licht begint en met donker eindigt.’ Blz. 162.



Motieven



Een belangrijk leidmotief is de dans de ‘pavana Castillana’. Deze dans komt regelmatig terug. Iedereen die met de dans in aanraking komt wordt er door vervuld en erdoor achtervolgd. De eerste is de Makelaar. Hij hoort melodie als hij bij de familie Walewijn/Moralis op bezoek, Mevrouw Walewijn en haar zoontje leren hem de dans. Vanaf dat moment blijft de melodie hangen. Als een soort ‘verslaving’ wil hij de dans weer dansen en vaker horen: ‘Het hielp niet of ik al zei dat ik dat niet kon, telkens begon hij weer te zeuren van tietatieta. De kinderen lachten hem uit, alleen Marion en haar kleine bewonderaar (Reynald) luisterden ernstig’.



Vanaf dat moment heeft kleine Marion niet meer zo’n plezier in alles. Ze vond het ‘akelig dat ze het menuet niet kon’. De dans had het ‘hartje van mijn Marion vergiftigd’ blz.22. Op het feest erna, vragen meneer Jonas en Marion weer om de dans, als het Marion niet lukt is zij helemaal van slag. Ook Reynald danst mee, bij hem ziet het er wel mooi uit. Zij zegt echter dat hij het fout deed. Zoals hij later zegt ‘Geen mens was het die ons gescheiden had, maar een raadsel, dat zich voordeed in de beweging van een dans’ (blz.160), ze hebben in hun leven maar éénmaal samen gedanst en deze dans heeft er voor gezorgd dat ze nooit samenkwamen. Je kunt dus ook zeggen dat het voor ‘het noodlot wat gaat komen’ staat.



Blz. 22. Zij probeert menigmaal de dans te leren, geeft er alles voor: blz.89 ‘Mademoiselle had een idee fixe, dat zij niet gelukkig kon worden als zij juist deze dans niet kende.’



Als reden dat Marion nooit van Daniël gehouden heeft geeft ze de dans, ze hadden niet hetzelfde ritme, hij kan de pavana dansen. Vanaf de eerste keer dat ze dansen denkt ze: ‘hij zal me ongelukkig maken, omdat ik nooit zal kunnen dansen zoals hij.’ Blz. 42. ‘Het geluk komt voor haar als wij de pavana castillana kunnen dansen, maar zij is er bang voor, zij gelooft dat die pavana ook ons einde wordt.’blz. 131.



Maar ze leert de dans wel dansen, het fungeert uiteindelijk als een sleutel, het is de dans die de twee dansers uiteindelijk samenbrengt, het is de verbinding tussen Marion en Daniël, ze komen pas samen als ze allebei de dans kunnen dansen. Ze woont dan samen met Daniël, en is nog ongelukkig. De dans zorgt dus voor een zekere verslaving, en leidt uiteindelijk tot ongeluk, een zeker noodlot.



Dit lot is ook een motief. De toeval komt in kleine dingen naar voren: Dat de Moralis en de andere Nederlanders naar deze bloemenwinkel kwamen, terwijl tegenover hun hotel een vele grotere was (blz.77-78). Dat precies op de dag dat Marion droomt over de pavana Castillana, de brief van mevrouw Walewijn komt met hierin de naam van de dans (blz. 94).



In Hoofstuk12 (blz. 104) heeft de verteller, een politierechter op vakantie, het steeds over de ‘spelers’, wat hij op zijn vakantie waarnam beschouwde hij als een spel ganzebord: 'En of er inderdaad iemand gewonnen heeft, weet ik niet, ik weet wel dat sommigen zwaar verloren. Een daarvan gunde ik het verlies van harte maar voor een ander was het heel zwaar, want die ging dood en mocht niet opnieuw beginnen.(…) vier van de medespelers had ik eerder ontmoet…’. Hij zag dit ‘spel’ als een spel van het lot (blz. 115): ‘…maar het lot voert niet voor niets de mensen van de ene plaats naar de andere te zamen, vandaar ook mijn aandeel in het spel.’. Ook de liefhebber weet van het lot, hij zegt op blz. 128:’ Was het niet de genade van het lot, om mij te tonen dat het de eenzelvige genieter niet straffenwilde met eenzaamheid in zijn laatste dagen?’.



Het ‘noodlot’ gaat vooral over de relatie tussen Reynald en Marion die door het lot en door de menuet niet kan bestaan. In het laatste hoofdstuk op blz. 160: Wie zal de blindhied van het lot ooit iets anders begrijpen dan dat het blindheid is?’



Een verhaal motief, dat te vinden is, is het motief van de dansers die elkaar niet kunnen vinden door het verschil van ritme. Het ‘dansen’ dat ze moet binden, houdt ze uit elkaar want ze hebben elkaars ritme niet: ‘Ze merkte niet hoe dikwijls zij uit de maat ging, tot hij haar hand vaster scheen te drukken, dan sloot zij de ogen en keerde in de maat terug.’ Blz. 40. Dit was bij hun eerste ontmoeting.



Later ziet ze hem dansen ‘maar hij heeft een overweldigend ritme (…) Is het dat misschien, wat er tussen haar en hem instaat …?’ blz. 75.



Daniël zelf zegt op blz. 82: ‘De wereld zou beter zijn als alle mensen hun eigen ritme verstonden en het in harmonie konden brengen met dat van andere, bij de muziek die van hemel komt.’. Hij zegt hiermee dus dat hij wou dat ze toch samen konden zijn ondanks hun ritmeverschil. ‘ Vroeger, vertelde hij, was ook hij overtuigd dat zij, ondanks de innigste gevoelens, niet bij elkaar pasten wegens het verschil in levensritme, maar hij had reeds lang geleerd dat er een harmonie kon bestaan.’ Blz. 131.



Zij zoekt naar het ritme, is ziek totdat ze het gevonden heeft: ‘Waarom, madame, waarom zou ik al zo veel jaar naar een ritme zoeken? Omdat het zijn ritme is. Vind ik het, dan vind ik hem’ blz. 93.



En als ze het uiteindelijk gevonden hebben, en er een harmonie van hebben gemaakt wordt het ook hun dood.



Thematiek



Het thema van het verhaal is te verbinden met de motieven. Het lot bepaalt uiteindelijk alles, de reden dat de twee dansers elkaar niet konden vinden was dezelfde als die die hen uiteindelijk toch tezamen bracht. De dans ‘pavana castillana’. Het verlangen naar liefde en geluk wordt niet vervuld. Het thema komt dus rechtstreeks uit het boek. Marion kan de harmonie niet vinden en sterft, zoals ze zelf had gezegd: ‘het verschil in ritme zal uiteindelijk ook ons einde zijn’. Citaat (blz.82) ‘De wereld zou beter zijn als alle mensen hun eigen ritme verstonden en het in harmonie konden brengen met dat van anderen, bij de muziek die van den hemel komt’. Dan zal de wereld een dansfeest zijn.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen