U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Büch - De Kleine Blonde Dood.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20314/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 6203 woorden.

Zoals altijd : als er einde ergens aan komt, moet er ook een nieuw begin aan iets anders optreden. Dit is een van de grondigste princiepen van de wereld en in mijn geval betekend het niets meer of minder dan het feit dat de vakantie weer voorbij is en het begin van de nieuwe schooljaar enkele verplichtingen meeneemt, bijvoorbeeld het schrijven van de boekverslagen. Om te beginnen heb ik een in alle opzichten bijzonder boek van Boudewijn Büch uitgekozen. Het boek heet

“ De kleine blonde dood “ en is eigenlijk zijn autobiografie, maar het gaat alleen over een deel van zijn leven dat enorm vol met emoties is die met de dood van zijn zoon en zijn vader hebben te maken. Het beschrijft ook de bijzondere relaties binnen zijn gezin en geeft een globaal inzicht op zijn jeugd en ervaringen die veel invloed op hem hadden gehad. Het boek is in het jaar 1995 in Groningen uitgegeven.



Motivatie van mijn boekkeuze



Bij het uitkiezen van dit boek ging het vooral om de titel, want juist door zo’n titel worden de meeste mensen erg nieuwsgierig, want je kunt je moeilijk iets voorstellen, als je over “ De kleine blonde dood “ hoort of leest. Daardoor wil je meestal erachter komen wat de exacte betekenis ervan is en krijg je zin in het boek. Tenminste bij mij werkte het zo - ik wilde weten wat er achter de titel was verborgen en of de rest van het boek ook zo indrukwekkend is zoals de titel. Maar er waren natuurlijk meerdere factoren die een rol daarbij speelden, zoals de aanrading van mijn kennissen en het benieuwheid dat opgewekt werd na het lezen van de achterflap. Ik had een deel uit het boek tevoren gelezen om iets meer over het boek en de stijl van de auteur te weten. Het boek gaat ook over een onderwerp dat mij interessant leek, of beter gezegd niet echt interessant, maar ik had het idee dat het wel een onderwerp is waarover een goede boek geschreven zal zijn. Daarom wilde ik weten, hoe de auteur zo’n onderwerp aan had gepakt en wat het allemaal uiteindelijk was geworden. De allerlaatste reden was het feit dat ik van deze auteur nog geen een boek heb gelezen en ik wil, zoals ik al in mijn balansverslag geschreven heb, boeken lezen van zo veel verschillende Nederlandse auteurs mogelijk. Dit is dus weer iets nieuws en weer een kans om iets over de Nederlandse literatuur te leren. “ De kleine blonde dood “ is ook een van de Grote Lijsters. Nadat deze redenen door mijn hoofd waren gevlucht, moest ik het boek alleenmaar pakken en gaan lezen.













Samenvatting



Het boek gaat over twee relaties tussen de vader en de zoon - de hoofdpersoon is Boudewijn Büch en in het boek wordt hij een keer als zoon beschreven, de tweede keer als vader van zijn zoontje Micky. Het bestaat uit twee verhalen. In het ene verhaal gaat het over de vader van Boudewijn en Boudewijns jeugd in Wassenaar, het andere verhaal beschrijft de herinneringen aan zijn zoontje.

Het boek begint als Boudewijn op schoolreisje naar Nijmegen gaat. Ze zullen met de klas ook even naar Duitsland gaan, maar dat mag Boudewijn absoluut niet vanwege de trauma aan de oorlog die zijn vader heeft overgehouden en is daardoor anti - Duits georiënteerd. Als ze bij de Duitse grens zijn, moet Boudewijn bij zijn leraar op Nederlands grondgebied blijven. Maar Boudewijn ziet opeens een zeldzame vlinder ( een landkaartje ) vliegen en gaat er achteraan om hem voor zijn vader te vangen. Als hij hem te pakken heeft blijkt hij verdwaald en in Duitsland te zijn. Twee Duitse douanebeambten houden hem aan en brengen hem terug naar de rest van de klas. Zijn vader, die eerst dolblij is met de vlinder, hoort het verhaal, trapt de vlinder kapot ( “ Ik wil geen Duitse vlinders “ ) en slaat Boudewijn. Het duurt een week voordat hij weer met hem praat. Het eerste verhaal is vol met vreemde en bijzondere gebeurtenissen zoals die boven beschreven, die beïnvloed zijn door verschrikkelijke herinneringen van de vader : bijvoorbeeld de Prinsjesdag of het bezoek in het museum.

Verder wordt er meer verteld over het vreemde gedrag thuis en dan vooral van zijn vader. Als hij een keer zomaar vertrekt zonder iets te zeggen, is een broertje van Boudewijn in de kamer van zijn vader geweest. Hij heeft daar in een kast gekeken die voor iedereen verboden was. Hij zag daar foto's van concentratiekampen en gemartelde mensen. Nadat de vader terugkeert van zijn reis, merkt hij dat er iemand in de kast is geweest. Hij wordt woedend en Boudewijn' s broertje wordt geslagen en geschopt. De hele familie leidt veel door het vreemd gedrag van de vader. Op een decemberdag voor kerst verbiedt de vader de Kerst en uiteindelijk ook alle andere feestdagen te vieren, zonder er een reden ervoor te geven. Als later op eerste kerstdag de vader van Boudewijn een toefje slagroom op het toetje ziet, wordt hij laaiend ( “ Ik heb gezegd geen feest, dus geen slagroom ! “ ). Boudewijn krijgt problemen met zijn ouders en het resultaat ervan is het lange verblijving in een psychiatrische inrichting in Brabant. Hij beleeft daar een vreselijke tijd en mag praktisch niets doen, waaronder hij het ergste vindt dat hij geen boeken mag lezen. Na bijna een jaar mag hij weer naar huis, waar hij erge last van zijn buik krijgt. De dokters denken dat het niets ernstig is, maar later raakt hij in coma en een specialist die hem onderzocht laat weten dat Boudewijn het hele tijd aan blindedarmontsteking leed, maar omdat niemand iets daarvan gemerkt had is het nu geknapt en heeft hij buikvliesontsteking gekregen. Ook hoe klein kans om het over te leven hij heeft, wordt hij op een dag weer wakker en krijgt van zijn vader de mooiste dingen.

Vele jaren later, zijn ouders zijn intussen gescheiden, ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. Die stuurt hem een kopie van een rouwkaart waarin staat dat zijn vader gestorven is. Hij rouwt erg om de dood van zijn vader. Twee weken na zijn dood ontvangt hij een brief van zijn vader. Twintig vellen vol. De brief grijpt hem erg aan en hij neemt enkele zinnen over, maar de rest van de brief valt volgens zijn wens in vergetelheid en wordt verbrandt. Hij hoort van een dokter dat zijn vader zelfmoord heeft gepleegd. Voordat zijn vader stierf is hij nog een keer naar hem toe geweest en werd het een emotioneel gesprek. Boudewijn vertelt dat hij homoseksueel is en dat een vrouw van hem in verwachting is, maar het heeft niet echt positieve respons bij zijn vader.

Het tweede verhaal gaat over Micky, het zesjarige zoontje van Boudewijn. Hij woont bij Boudewijn en in de eerste hoofdstukken worden de belevenissen van Micky en Boudewijn beschreven. De herinneringen zijn uit verschillende locaties, zoals van Artis, uit de inrichting waar Boudewijns oma woont of van de vakantie in Italië. In Artis vraagt Micky Boudewijn de oren van zijn kop. Ze beleven een gezellige tijd samen en later wil hij hem terug brengen naar Mieke, zijn moeder. Mieke ligt daar bezopen op de bank ( zoals wel vaker ) en Boudewijn besluit om Micky voorlopig naar hemzelf te verhuizen. Als Boudewijn voor een paar dagen naar Parijs gaat met vrienden, blijft Micky bij een vriendin van Mieke logeren. Ondanks dat Boudewijn tegen Gerda gezegd heeft, dat ze Micky absoluut niet aan Mieke mee mag geven, doet ze dat toch. Micky is bij Mieke en er gebeurt iets in zijn hersenen, waarnaar hij van de trap valt. Hij ligt in coma.

Boudewijn komt terug uit Parijs en meteen na het verhaal over het ongeluk krijgen te horen gaat hij naar het ziekenhuis. De dokter legt hem uit dat het gezwel in zijn hoofd is geknapt. Hij vertelt ook dat zijn zoon eigenlijk dood is en dat het geen zin meer heeft om hem in leven te houden. Boudewijn besluit na veel nadenken en verdriet om de behandeling te stoppen. Hij heeft veel moeite met het verwerken van het verdriet en besluit om Micky te laten cremeren. Hij kwelt zichzelf hier nog meer mee, omdat hij geen enkel spoor meer van zijn zoon op aarde wilt hebben bestaan. Boudewijn wil en in zijn eentje op de crematie zijn, wat ook gebeurt. Omdat Micky gek op de Rolling Stones was geweest, net als zijn vader, werd op de begrafenis het lievelingsnummer van Micky “ Out of time “ , of vervolgens Mickys uitspraak “ Oudovtaim “ , gedraaid.

Zes jaar na de dood van Micky bezoekt Boudewijn het crematorium nog een keer om wat informatie te krijgen voor de artikel die hij gaat schrijven. Hij beseft dan dat hij de dood van Micky nog steeds niet verwerkt heeft, maar uiteindelijk gaat hij, na aanrading van zijn vriend, Micky’ s micrografie schrijven.















Uitgewerkte persoonlijke reactie



Deze keer is het onderwerp van het boek wel makkelijk te vinden. Het is geen verrassing, als ik het groot geheim vertel : het boek gaat over de relatie tussen vader en zijn zoon. Het maakt niets uit, in welke positie zich de hoofdpersoon bevindt ( een keer als zoon, tweede keer als vader ), want het onderwerp verandert daardoor helemaal niet. Het wordt juist meer globaal, omdat je niet een relatie krijgt te zien. Elke relatie van de beide heeft eigen bijzonderheden – en ik

( waarschijnlijk iedereen die het boek heeft gelezen ) kan in ieder geval niet zeggen, dat het “ gewone, onbijzondere “ relaties waren waar de auteur het over had. Daarom werden ze waarschijnlijk uitgekozen om het onderwerp van het boek te vormen. Ik denk dat als hij gewone herinneringen aan zijn jeugd zou hebben, zou hij niemand met zijn verhaaltje over een gelukkig – levende gezinnetje met veel kinderen en zijn perfecte relatie met zijn lerares ( met Micky als resultaat ) willen vervelen. Dan was het een onboeiende meisjesroman geworden.

Ik vind het een interessante onderwerp, want in de samenleving van mensen vind je nergens zoveel problemen zoals in de relaties met de omgeving, relaties tussen kinderen en ouders of relaties tussen jongeren en ouderen. Je kunt wel problemen hebben omdat je een ziekte krijgt of omdat iets anders gebeurd, maar dit zijn de problemen die je meestal niet kunt beïnvloeden. Mensen willen goede relaties hebben en als het niet lukt, zijn zij verdrietig, proberen ze het goed maken, denken er over na. Voor mij is het dus wel een thema waar ik er veel over wil lezen, want het heeft ook een beetje met de “ oude goede “ psychologie te maken, het is dus bijna voor mij geschreven. Ik had natuurlijk bepaalde verwachtingen over het onderwerp, respectievelijk over de vorm in welke de auteur zijn boek verwerkt en ik moet gelukkig zeggen, dat ze bijna allemaal zijn uitgekomen. Het is wel makkelijk te lezen en het “ erover nadenken “ ligt alweer ergens achter de

tekst – het is dus niet moeilijk te begrijpen, maar het zet je aan denken door de inhoud en door het onderwerp ( natuurlijk alleen als je wel daarover wil

nadenken ). Het bevat genoeg psychologie en is niet oppervlakkig geschreven, ik zou misschien nog wat meer details kunnen hebben, maar Büch heeft voor een bepaalde stijl gekozen en dit hoort allemaal erbij.

Over dit onderwerp heb ik al duizend keer nagedacht, zoals iedereen die leeft. Want als je leeft, kom je natuurlijk in situaties waar je het met je

ouders / vrienden / klasgenoten niet mee eens bent en het kan ook met een ruzie eindigen. Hiermee bedoel ik situaties met mensen die om jou heen leven, maar de relatie tussen vader en zoon hoort ook erbij. Ik moet het wel meer globaal nemen, want anders was het snel klaar : met een situatie waarin ik als een vader of een zoon acteer zou ik nooit in mijn leven te maken hebben. Het is ook een heel globaal onderwerp op zichzelf, want het ligt in alle belevingswerelden. Het boek was wel goed geschreven, maar het had mij niet zo veel beinvloed om anders over het onderwerp te gaan denken, wat ik aan ene kant ook goed vind. Het is niet echt iets wat je zoals een voorbeeld kunt nemen voor de vorming van je mening. Je moet het gewoon lezen en daarna even kijken wat je er over denk en wat voor gevoelens het in jou opgewekt heeft, maar je mensbeeld veranderd niet, tenminste bij mij was het niet gebeurd en ik kan me niet voorstellen dat iemand zich zoveel door dit boek laat beïnvloeden.

Het boek werkt heel goed, want het laat je bijna niet zonder denken. Als we het even over de invloed hebben : aan het begin lijkt het alsof de auteur heel slechte visie van de samenleving aan de lezers wil doorgeven, want je leest alleen over zijn verschrikkelijke belevenissen en herinneringen. Maar aan het einde werkt het precies andersom – je bent wel in schok door wat hij allemaal mee had moeten maken, de positieve werking ervan is dat je merk hoe gelukkig je eigenlijk met je eigen ouders ben, hoe goed wereld is die ze voor jou hebben gebouwd. Misschien is niet iedereen zo erg gevoelig voor zulke geheime zinnen en bedoelingen die je in een boek kan vinden als ik, maar ik zou dit boek echt aan mensen die problemen met hun ouders hebben kunnen aanraden, want dan merken ze pas wat voor jeugd zij ook konden ( of kunnen ) hebben. Het zal natuurlijk niet zo verschrikkelijk zijn, want de oorlog en de situatie die toen was, natuurlijk veel slechter was dan nu, maar ze moeten het ook niet letterlijk nemen – het gaat alleen om het beeld. Wat ik wel een beetje jammer vind is het feit dat je nergens er achter kunt komen wat de auteur eigenlijk voor zijn vader en zijn zoon voelde. Hij had van hen waarschijnlijk gehouden, anders had hij niet zoveel verdriet toen ze dood gingen, maar toch kon het veel beter beschreven zijn.



Er moeten twee onderscheidingen gemaakt worden, omdat je in het boek ook twee verhalen hebt. In het eerste gedeelte horen tussen de belangrijkste gebeurtenissen het schoolreisje naar Nijmegen, het dagje op het strand ( want de kinderen krijgen daar weer iets weinigs over de oorlog te horen ) en de dood van de vader. Maar het is moeilijk om te zeggen, want ik heb niet het gevoel dat bepaalde gebeurtenissen zo extra belangrijk waren – zij geven alleen het beeld aan en daar gaat het meer over, het is een soort boek waar het niet zozeer om de gebeurtenissen gaat. In het gedeelte die voor Micky is bedoeld zijn de belangrijkste de vakantie in Italië en Boudewijns reis naar Parijs, die Micky’s dood voorafgaat. Volgens de stijl van de auteur zijn de gebeurtenissen goed beschreven. De beste dat ik aan het werk van Büch vind is het feit, dat het boek als een geheel is genomen. Bij hem gebeurt niet zoals bij meeste boeken, dat er een gebeurtenis is die centraal staat en alles daarover draait of is daardoor beïnvloed / bepaald. Na het lezen blijft in je een gevoel heersen over het hele boek en daar moet je ook erover nadenken, niet over enige gebeurtenis. Het is alleen mijn eigen smaak en ik zeg niet dat de boeken die anders zijn geschreven niet leuk of niet goed zijn, maar dit vind ik bij het onderwerp, bij de stijl en de bedoeling van de auteur goed passen, beter dan als hij een ander keuze gemaakt zal hebben.

De gebeurtenissen spelen niet de belangrijkste rol in het boek, maar ook de gevoelens zijn niet zozeer van belang en je moet ze bovendien zelf bedenken of je kunnen voorstellen. Ik kan het moeilijk beschrijven, maar dit boek heeft weer een heel verschillende gevoel in mij gelaten dan de boeken die ik vroeger voor de boekverslagen had gelezen. Het probleem is het eigen analyseren van het “ iets “ dat centraal staat. De gebeurtenissen zijn het niet, over de gevoelens kan er geen sprake zijn ( in dit geval ligt de psychologie niet in de gevoelens van de personages, maar in de achtergrond van het boek die heel psychologisch is ) … misschien moet je het geheel als een mededeling of bootschap nemen. Het is een autobiografie en daardoor zal het bedoeling zijn om gewoon mensen te informeren, maar ik ben ( zoals altijd, ongeveer ) op zoek naar de diepere zin. Het is in ieder geval geen zonde van de tijd, als je dit boek gaat lezen, maar het is ook afhankelijk van hoeveel je aan het boek wilt besteden en hoe diep je het wilt begrijpen.

Het is moeilijk om de gebeurtenis vast te stellen die de grootste indruk op mij had gemaakt, want daarvoor heb je weer het analyseren nodig, maar ik zie het boek steeds “ alleen “ als geheel. Het is dus niet iets dat zo enorm groot indruk op mij had gehad, maar meer iets dat ik niet kan vergeten en dat ik meteen in me hoofd krijg als iemand over “ De kleine blonde dood “ begint te praten. Dan is denk ik weer aan het gevoel over het boek, maar als ik een exacte concrete gebeurtenis aan moet geven, wordt het denk ik de beslissing die Boudewijn moest nemen om Micky te laten sterven. Hmm … en waarom ? Dat vind ik zelf een goede vraag; het was niet echt goed beschreven ( ongeveer op hetzelfde niveau als de rest van het boek ), maar het komt waarschijnlijk doordat ik me kan voorstellen hoe het voelde. Of beter geschreven, ik kan het mij gelukkig niet voorstellen, maar het moest iets onvoorstelbaar pijnlijks zijn om je eigen kind te laten sterven. Want het is jouw kind, jouw bloed, jouw alles …

Het hele boek had mij aan het denken gezet, niet alleen bepaalde gebeurtenissen, maar gewoon het geheel.



De hoofdpersoon ( Boudewijn Büch) stelt zich niet als een held voor, maar de lezers zullen van hem wel een held kunnen maken alleen door dingen die hij mee had moeten maken, wat hij beleven moest en waarover hij nog een boek geschreven had. In het boek zijn de gevoelens bestwel kaal beschreven, informatief – hij laat meestal niet weten hoe hij zich daarbij voelde en hoe erg het voor hem was. Maar als je je zelf voorstelt hoe hij zich daarbij kon voelen, krijg je het gevoel dat hij eigenlijk wel een held is, op zijn eigen manier. Zijn karaktereigenschappen zijn niet goed beschreven, maar de psychologie is in dit boek aan de hand van iets anders dan de gevoelens weergegeven en maakt het dus niet zo veel uit. Je leert hem toch goed kennen, omdat hij de auteur van het boek is en dan zijn er meer factoren die zijn personaliteit signaliseren – niet alleen zijn gevoelens die hij exact beschrijft, maar ook de gevoelens die achter het hele boek zitten en zijn stijl van denken. De gebeurtenissen en de context van het boek maakt het misschien nog duidelijker dan als het ergens voor had gestaan ( “ Ik heet Boudewijn Büch en dit is mijn boek over alle pijn dat ik in mijn leven heb overleeft. Het was wel moeilijk, maar ik hen zo sterk karakter, dat ik nog een boek erover heb geschreven. Anders ben ik een aardige vent, een beetje eenzaam, maar ik probeer altijd aan mensen te helpen … “ ). Het zal wel iets te nep lijken, vooral omdat hij moeilijk objectief over hemzelf kan schrijven. In een autobiografie kan hij wel schrijven wat andere mensen over hem denken, maar nooit wat hij over zichzelf denkt en dat als een feit gebruiken.

De personages kunnen levensecht zijn, omdat zij geen bizarre karaktereigenschappen hebben die in de werkelijkheid absoluut niet voor kunnen komen. Aan de andere kant betekent het ook niet dat ik me in een van de personages kan verplaatsen, maar de mogelijkheid om jezelf in een van de personages in te kunnen leven vind ik ook niet het belangrijkst dat een boek kan hebben. Dit allemaal komt volgens mij doordat je het boek niet echt kunt beleven, je wordt meer een “ stille getuige “ van de gebeurtenissen, van een deel van Boudewijn’ s leven. De enige personage die ik “ zegmaar “ sympathiek vind is Micky, maar het komt niet omdat hij zo’ n perfecte karakter heeft, maar omdat mensen kleine kinderen en hun gedrag meestal leuk vinden. De manier van het omgaan met de omgeving omgaan, de nieuwsgierige vragen en absoluut nergens op sloegende opmerkingen maken van kinderen iets waar de meeste mensen nooit genoeg van hebben. En de werking die deze prikkels op mensen in het algemeen hebben is natuurlijk ook op mij te merken. Ik vind zielig hoe groot invloed de oorlog op de vader van Boudewijn had gehad, het is gewoon vreselijk dat iemand zo iets had moeten beleven en daarna, als de oorlog voorbij is, krijgt hij nogsteeds last ervan die zijn hele leven met hem blijft …



Ik denk dat het verhaal niet echt ingewikkeld is van opbouw, maar waar de auteur wel gebruik ervan had gemaakt is het boek parallel te schrijven, waardoor hij bijzondere effecten had bereikt. Het is een leuk manier van schrijven van de boeken, het is niet de meest simpel vorm, maar je kunt je daar goed erin oriënteren en er blijft een duidelijke rode draad aanwezig. Het verhaal op zichzelf vind ik niet erg spannend, maar het is weer doordat het een autobiografie is. Ik kan moeilijk met de hoofdpersoon meeleven, omdat ik weet dat het al een keer gebeurd is, dat hij het werkelijk had beleeft. Ik kan me wel voorstellen hoe het was en welke redenen de auteur had om zijn autobiografie te gaan schrijven, maar dat is alles. Een autobiografie neem ik natuurlijk anders dan een verzonnen verhaal, maar dat is logisch, denk ik.

Er zijn wel een paar terugblikken, maar niet teveel : Büch had de juiste hoeveelheid gevonden. Het zal niet prettig zijn, als hij te grote hoeveelheid van terugblikken had gebruikt tegelijkertijd met de parallel, want dan had hij waarschijnlijk een onduidelijke zooitje gekregen. Ik kan niet zeggen of ik voor de terugblikken in het algemeen wel of niet ben, omdat het altijd van het boek afhankelijk is en aan de vaardigheid met welke de auteur gebruik ervan maakt. Als je een boek leest waarbij je een gevoel hebt, dat je de terugblikken mis, dan is er iets misgegaan. Als er in een boek geen terugblikken zijn, maar je mis ze ook niet, is het wel een goed geschreven boek. Het gaat niet over de hoeveelheid ( hoe meer terugblikken hoe beter ), maar over de verhouding ten opzichte van de andere gebruikte effecten, onderwerp en omvang van het boek. De opbouw van het boek vind ik bij het onderwerp passen.

Zoals het bij een autobiografie de gewoonte is geworden, zie je de gebeurtenissen door de ogen van de hoofdpersoon, respectievelijk door de ogen van de auteur, omdat het een van de punten is die kenmerkend zijn voor autobiografie’ s. Deze manier is natuurlijk geslaagd omdat het anders niet kan en kon Büch dus niet zelf kiezen.



Het taalgebruik in het boek is in ieder geval niet moeilijk, want zelfs ik verstond deze keer echt bijna alles ( behalve een paar woorden), dus is het vanzelfsprekend. De auteur maakt gebruik van heldere, duidelijke taal die makkelijk is te begrijpen, maar absoluut genoeg is om zijn bedoeling te realiseren. Hij heeft waarschijnlijk begrepen dat het niet de ingewikkeldste taal is dat een boek “ goed “ maakt. Andere gevallen zijn natuurlijk boeken uit vorige eeuwen, wanneer mensen een andere taal gebruikten, of boeken waarin het bijzonder taal de situatie helpt weer te geven ( Karakter van Bordewijk enzovoorts ). Maar er zijn ook boeken waar de auteur ingewikkelde taal heeft gebruikt, die helemaal niet erbij past, zodat het boek zo nep mogelijk eruitziet alsof het de bedoeling van de auteur was. Het taalgebruik is ook een van de elementen die je gebruikt om het boek goed leesbaar te maken, evenals de terugblikken. Als je de taal beetje anders wil gebruiken, moet je maar eerst weten hoe.



Verdiepingsopdracht



*Ik had geen bijzondere verwachtingen voordat ik het boek ging lezen, maar dat is denk ik normaal, als je een boek uitkiest alleen omdat je de tittel boeiend vind of iets dergelijks. Ik was niet op zoek aan iets bijzonders en je hebt natuurlijk andere verwachtingen als je een boek van een bepaalde genre zoekt, je eisen zijn dan hoger. Maar ik wilde dat psychologie daarin is bevat en dat het wel te lezen is, dus had ik in een helder taalgebruik en mooi geschreven boek gehoopt. Ik wilde een boek waarbij je na het lezen het gevoel hebt dat het niet zonde van de tijd was. Ik had daarvoor niets over het boek gehoord, ik wist helemaal niet waar het over zal gaan, maar de achterflap maakte mij nieuwsgierig ( vooral omdat je bijna niets van de inhoud van het boek kan merken ) waardoor ik automatisch op een geslaagd inhoud hoop. Mijn verwachtingen zijn goed uitgekomen : zonde van de tijd was het niet, taalgebruik was ook voor mij te lezen, het was niet saai en je kon veel er over nadenken. Een nadeel is dat bij het verhaal over Micky alles wat sneller lijkt en daarom minder gedetailleerd geschreven, maar de verschillen zijn niet zo erg. Het boek gaat meer over Boudewijn en zijn vader dan over zijn zoon, maar het is niet zo snel te merken en het heeft geen storende effect op het hele boek. Ook de inhoud is goed, het is een zeer realistisch verhaal en je krijgt met Boudewijn al gauw medelijden. Het is goed dat het zo realistisch is, want als het anders geweest zou zijn, had het boek als autobiografie geen waarde. Ik vond het een goed, maar vooral aangrijpend verhaal.

*De belangrijkste ruimten waar het verhaal zich afspeelt zijn de omgeving van Wassenaar rond het huis van zijn ouders, de Brabantse inrichting, zijn woonplaats in Amsterdam en Italië, waar hij de vakantie met Micky had doorgebracht. De ruimte heeft vooral een beeldvormende functie. Dat is wel duidelijk, omdat de ruimtes niet zeer gedetailleerd worden beschreven en het gaat alleen om het geweten “ waar “. De ruimte speelt volgens mij ook niet zo’ n belangrijke functie, het is echt meer als een beeldvormer gebruikt. En de laatste is het feit dat je moeilijk een boek kan schrijven, waar je helemaal geen ruimte in aangeeft – dan krijg je een boek zoals dit in ieder geval is; een boek waar de ruimte een rol pas aan de rand van alle belangrijke effecten speelt.

*De thematiek van het boek is de zo populaire relatie tussen ouders en kinderen, respectievelijk tussen de vader en de zoon. Hiernaast ( maar de relatie staat centraal, omdat het hele boek daarover gaat ) gaat het boek ook over de invloed die de oorlog op een mens kan hebben. De oorlog vind je vooral in de hoofdstukken 3, 6, 9. Relatie tussen vader en zoon vind je in het hele boek, zoals in de hoofdstukken 1, 2, 7, 8 en 18. Ook bij het zoeken van de thematiek van dit boek moest ik die twee fasen toepassen, bij de eerste had ik informatie en materiaal verzamelt. Het waren de hoofdstukken waarin de tekst is die je in het hele boek vind en de passages waartussen de onderliggende relaties duidelijk zijn. De tweede fase bestaat uit het ontdekken van de betekenis van het materiaal die ik verzamelt heb. In deze fase wordt de thematiek geformuleerd, het is een impliciete fase. Dat betekent dat de thematiek niet expliciet in de tekst staat, maar je moet het zelf bedenken.

Het verschil tussen de twee lagen zijn ook in het expliciet / impliciet te zijn; de verhaallaag bestaat uit de in de tekst aanwezige elementen. Het is een beetje veel om alle gebeurtenissen van een boek van 133 pagina’s uit te schrijven, maar het waren bijvoorbeeld het schoolreisje naar Nijmegen, het leven in de inrichtingen, de scheiding tussen de ouders van Boudewijn, het bezoek van zijn vader of de vakantie met Micky en de begrafenis van Micky. De thematische laag verwijst naar de betekenis of de thematiek. In het boek heb ik geen leidmotief gevonden, maar er zijn wel meerdere algemene motieven die zich steeds herhalen : de oorlogstrauma’s, zelfmoord en het ziekenhuis. Daarna zijn het ook dingen die wel als motieven beschouwd kunnen worden, omdat ze zich in het boek meerdere keren bevinden doordat het verhaal parallel is geschreven en sommige dingen zijn er gewoon twee keer of drie keer herhaald.

*Om mijn kennis nader te verdiepen heb ik het onderdeel “ relatie tussen het leven van de schrijver en de tekst “ uitgekozen. Ik vind het persoonlijk een van de interessantste problemen en ben wel benieuwd naar hoe mensen over hun werk denken, wat voor reden ze hebben om juist dit beroep te kiezen en hoe veel hun werk hun leven beïnvloed heeft.

*Michel Boll, “ Boudewijn Büch “, in Kritisch Literatuur Lexicon, November 1986

*De gevonden secundaire literatuur bestaat uit vier onderdelen : biografie, kritische beschouwing, primaire bibliografie en secundaire bibliografie. In de twee laatst genoemde onderdelen krijgt de lezer een handige overzicht van de boeken aangeboden die de auteur tot het jaar 1986 had geschreven. Boudewijn Maria Ignatius Büch werd op 14. December 1948 in Den Haag geboren, maar had zijn jeugd in Wassenaar doorgebracht. Hij was vaak ziek en had ook vaak psychologische problemen, maar toch was hij in staat om een staatsexamen te halen om zich in het jaar 1968 als student te laten inschrijven aan de Leidse universiteit. In zijn leven had Büch veel beroepen uitgeprobeerd : hij was een redacteur en columnist geweest, werkte mee aan een literatuur – en kunstprogramma en is natuurlijk een beroemde schrijver. In “ Kritische beschouwing “ worden zijn werk en de omstandigheden waarin hij sommige van zijn boeken had geschreven gedetailleerder beschreven.

*De relatie tussen het leven en werk is bij Boudewijn Büch slechts in weinig woorden te beschrijven – hij gebruikt zijn boeken als een soort psychiater. Omdat hij zo veel mee had gemaakt, zowel tijdens zijn jeugd als volwassen, was het nodig om zijn emoties en gevoelens over bepaalde dingen op een rijtje te zetten. Hij had een goede manier gevonden om zijn emoties en ervaringen tot uiting te brengen door het middel van het schrijven. Zo krijgt hij een kleine persoonlijke therapie, maar heeft de vrijheid om zelf te bepalen hoe veel hij in de boeken schrijft en welke vorm hij aan zijn gedachten geeft. Dat is bij een psychiater een stuk moeilijker, omdat die mensen geleerd zijn om de diepste emoties van hun patiënten te horen te krijgen. Op die manier zijn zijn werk en leven erg verweven geraakt. De tweede reden waarom hij boeken schrijft op die manier zoals hij het doet is om de wraak te nemen van mensen die hem ooit in de weg hadden gestaan; hij wil ze eigenlijk straffen. In het boek dat ik gelezen heb zijn deze twee aspecten makkelijk te vinden : het vertellen van zijn en Micky’ s verhaal maakt het makkelijker om daarmee te leven ( werkt dus als een soort opluchting ) en tegelijkertijd blijft hij voor altijd als een groot uitroepteken de mensen aan hun fouten herinneren.



Evaluatie



Ik vind het belangrijk om nog even te gaan evalueren, voordat de hele opdracht afgemaakt en afgerond kan worden. Hij wordt nagekeken en valt langzaam of snel in de vergetelheid. En nu, hoe de lezer al waarschijnlijk gemerkt heeft, nu gaan we evalueren. Het had vast zin om dit boek te gaan lezen en het was geen zonde van de tijd, want ik kan eerlijk zeggen dat het boek iets aan mij had gegeven en iets onvergeetbaars in mij ha gelaten. Voor mij bepalen zulke dingen de

wel / geen zin om een boek te gaan lezen, ik hoef niet erbij per se genieten, maar ik moet een gevoel hebben dat ik iets gekregen heb. Mijn oordeel is na de uitwerking van de verdiepingsopdracht niet veranderd, maar het is zeer logisch, als ik me niet met alle dingen laat beïnvloeden en geef een oordeel pas nadat ik het echt denk. Mijn stijl is om eerst over een boek na te denken en daarna pas een oordeel te geven, maar juist daarom veranderd het tijdens het uitwerken van de opdrachten niet meer. Mijn mening was al ondersteund met argumenten, dus er is geen reden meer om iets te veranderen. Bovendien is de eerste reactie meestal ook de sterkste en bij mij werkt het zo dat ook als ik me duizend argumenten ertegen kan geven, veranderd mijn mening toch meestal niet, omdat het om het eerste gevoel

ging.

Ik kan eerlijk zeggen dat ik deze keer tevreden ben met het uitwerken van de beschrijvings – en verdiepingsopdracht. Ik had genoeg tijd om alles naar mijn eigen voorstel en wens uit te werken, de absentie van het druk maakt een heel groot verschil. Daarom had ik het waarschijnlijk in zo’ n enorm korte tijd gehaald. Het voelt weer een beetje anders, want mijn motivatie was deze keer veranderd; ik probeerde het gewoon schrijven terwijl in niet het gevoel van het nut en de inspiratie had. Ik was wel benieuwd wat voor een resultaat zo’ n daad zou kunnen hebben, want ik schrijf alleen als ik de inspiratie heb en toen ik genoeg tijd had om eraan te kunnen besteden, had ik een poging gedaan om iets ook zonder

“ het gevoel “ te schrijven. Want veel mensen moeten alle verslagen en andere schriftelijke dingen zonder het voor mij zo bekend gevoel schrijven. Ik kon me niet voorstellen, hoe ze dat doen – als ik niet de inspiratie heb, schrijf ik gewoon niets, omdat ik het niet kan en omdat het gewoon niet lukt. Dus wilde ik het gewoon proberen, omdat er natuurlijk ook situaties in mijn leven voorkomen wanneer ik iets moet schrijven, en de inspiratie komt niet – het is belangrijk om te weten of het product ervan ook op een bepaalde niveau is. Inspiratie is een heel vervelende ding, vooral als je het gevoel hebt voor het schrijven. Je moet wachten, totdat het komt, maar als je veel tijd hebt, komt het niet, daarna is het te laat en heb je het te

druk …

Ik vond het lezen van “ De kleine blonde dood “ geen lastige klus, het taalgebruik die mij het meest scheelt was niet vaag. Tijdens het lezen van het boek voelde ik ook bijna niets, dat komt pas nadat ik het uitgelezen heb, maar bij dit boek hoort het wel – in dit geval vond ik het prettig om iets te lezen wat je ook objectief ziet zonder er vol te zijn van gevoelens en emoties. Ik vond alles duidelijk, zo’ n soort van boeken zal je ook “ buitenlandersvriendelijk “ kunnen noemen. In alle mogelijke situaties wil je niet meer een uitzondering zijn, je wilt niet dat ze je als een buitenlander nemen, maar het feit is, dat je in het spreken van de taal ongeveer 14 jaar achterstand hebt en dat maakt veel uit. Hoe moeilijk het ook is om zoiets te bekennen, het taalgebruik van boeken bepaald ook de grenzen waarin je de boeken kunt kiezen.

Toen ik het verdiepingsopdracht zag, was mijn eerste gevoel heel overeenkomstig met de gevoelens over de vorige verdiepingsopdrachten :

“ Oooh, alweer … “ , omdat de verdiepingsopdrachten zijn de enige opdrachten zijn die ik meestal bij een boekverslag niet zo leuk vind, maar deze keer viel het heel erg mee. Soms zijn ze lastig, omdat je gewoon geen zin hebt om zo veel te schrijven en lezen en opzoeken, maar ik moet wel bekennen dat het nodig is. Het is waarschijnlijk ook daardoor gekomen dat je niets nieuws moest gebruiken, het was eigenlijk weer oefenen – secundaire literatuur, ruimte, thematiek. Daar heb ik al ervaringen mee en daarom werd het niet zo lastig meer. Alles was duidelijk, omdat we al een keer ermee te maken hadden en omdat oefennen altijd makkelijker is dan iets voor het eerste keer te doen. Bij het oefenen is het ook simpelder om de benodigde vaardigheden in de goede mate te beheersen.

Aan het einde wil ik alleen maar beloven, dat ik de volgende keer op mijn inspiratie zal wachten, want dan gaat het ten eerste vloeiender, ten tweede word je niet zo psychisch moe ervan en ten derde hoe beter of slechter het resultaat is dan bij het schrijven zonder inspiratie, ben je meer tevreden en zit je niet zoveel te twijfelen. Maar wat in ieder geval positief is, is het feit dat ik nu weet, dat het mogelijk is om een boekverslag in de loop van twee dagen te schrijven, en dat is ook handig om te weten. De sprake is, of hij wel of niet nabehoren is, maar nu kan ik alleen maar hopen.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen