U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Rutger Kopland - Alles Op De Fiets.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1606 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 1240 woorden.

Titel

Alles op de fiets



Auteur

Rutger Kopland



Auteur

Rutger Kopland is het pseudoniem van de psychiater dr. Rutger Hendrik van den Hoofdakker. Hij is geboren in 1934, te Goor en woont nu in Glimmen, Drenthe. Hij heeft ook een gedicht naar zijn woonplaats vernoemd, namelijk Groeten uit Glimmen. Hij werkt als hoogleraar psychiatrie aan de universiteit in Groningen. In 1966 verscheen zijn eerste dichtbundel Onder het vee (1966). Hij schreef daarna nog een aantal bundels, waaronder Alles op de fiets en Een lege plek om te blijven. Daarvoor kreeg hij respectievelijk de Jan Campertprijs 1970 en de Herman Gorterprijs 1976. De eerste druk van Alles op de fiets was in december 1969 en is uitgegeven door G. A. Van Oorschot. Het is opgedragen aan Ineke (wie dat is, is mij onbekend).



Titel

De titel ‘Alles op de fiets’ heeft een beetje een ironisch effect. Dat komt doordat de fiets iets typisch Hollands is. Iets heel realistisch. De bundel is ook realistisch, want hij schrijft over dingen die toch wel vaak voorkomen, zoals een vader die dood gaat, de natuur om ons heen, leven en dood, de liefde. De fiets verbindt een beetje de poëzie en de realiteit van het leven. ‘Alles’ staat voor dat je alles op de fiets kunt waarnemen.



Thema’s en motieven

Het hoofdthema van de bundel is de tijd die voorbij gaat. Kopland werkt dat op allerlei manieren uit en je vindt het in bijna alle gedichten terug. Al in de titel Alles op de fiets is het thema aanwezig. Je ziet het in twee regels in het gedicht ‘De drie manieren van het menselijk denken’:



    Op de fiets gaat alles wel langzaam

    maar toch nog behoorlijk hard.




Dat betekent hoe langzaam iets ook mag gaan, het gaat altijd vooruit en bij nader inzien ‘toch nog behoorlijk hard’. Dat hij veel schrijft over de tijd, kan je ook merken aan veel woorden als vroeger, weer, ooit, dood enzovoort. Direct al in het openingsgedicht ‘Wil het ooit weer iets worden’, of even verder in het boekje ‘Het was zo mooi vroeger in het gedicht ‘Oud buiten’ vind je deze woorden terug. Iets anders wat je ook veel terug vindt in z’n gedichten, zijn omschrijvingen van sterven en vergaan. Een voorbeeld:



    blijft alleen de vreemde

    zekerheid van dat meisje

    dat er niet meer is.
    (Want)




De natuur speelt ook een belangrijke rol in de gedichten van Kopland. Hij schrijft over dieren, planten, bloemen, de maan, de zon, warmte enzovoort. Bijvoorbeeld de natuurbeschrijvingen in ‘Water bij dag en bij nacht’ of in het gedicht ‘De natuur wederom’. Dieren vind je ook terug in zijn gedichten, onder andere een kat (Oeloembo, een kat) en een aap (om te lachen).



Ironie

Kopland schrijft ook veel ironische gedichten. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het volgende gedicht:



    Jonge sla



    Alles kan ik verdragen,

    het verdorren van bonen,

    stervende bloemen, het hoekje

    aardappelen kan ik met droge ogen

    zien rooien, daar ben ik

    werkelijk hard in.





    Maar jonge sla in september,

    net geplant, slap nog,

    in vochtige bedjes, nee.





De ik-persoon wordt hier geraakt door simpele dingen zoals het verdorren van bonen, het sterven van bloemen enzovoort. Hij spot hiermee door het tegenovergestelde te zeggen en daarna nog eens te overdrijven.



Deze spot is ook aanwezig in het gedicht ‘De macht van het evangelie’. Hierin blijft een heer hardnekkig aandringen om bij de ik-persoon binnen te komen. De ik-persoon wil dat niet en houdt de deur dicht. Dan ramt de man de deur open en valt voor zijn voeten op de grond. Ik citeer hier de laatste strofe:



    De heer was grauw en zocht ruzie,

    maar toen ik vriendelijk zei dat ik

    niet hier maar later vreselijk zou

    worden gestraft, vroeg hij vergeving

    en verdween door de deur, die ik

    voor hem open hield.





In deze laatste strofe is de ironie duidelijk herkenbaar. Want normaal is het evangelie iets wat harten en deuren kan doen opengaan, maar hier is het een middel om juist iemand van de deur af te krijgen. ‘Terug naar de natuur’ is ook zo’n voorbeeld. In dat gedicht zoekt een man stilte, vrijheid en blijheid. Het tweede deel zit vol ironisch commentaar op het eerste deel van het gedicht.



Vormverschijnselen

Kopland maakt gebruik van meerdere strofevormen. Je kan niet zeggen dat hij alleen maar dezelfde strofevorm gebruikt. Maar over het algemeen bestaan de meeste gedichten bestaan uit kwatrijnen, zoals ‘A memory of whiteness’ of ‘Bloemetjes later’. Quintetten en terzinen komen ook veel voor. Bijvoorbeeld ‘De macht van het evangelie’ en ‘Groen uitgeslagen’ bestaan helemaal uit quintetten. ‘Groeten uit Glimmen’, ‘Drie minuten’ en ‘Oeloembo, een kat’ bestaan alleen maar uit terzinen. Er zit weinig rijm in deze bundel, een enkele keer, zoals in ‘Johnson Brothers Ltd.’:



    Vroeger toen mijn vader nog groot was,

    in de uitpuilende zakken van zijn jas

    gevaarlijk gereedschap, in zijn pakken

    de geuren van geplozen touw en lood,

    achter zijn ogen de onbegrijpelijke wereld

    van een man, een gasfitter eerste klas

    zei moeder, hoe anders heb ik mij moeten

    voelen vroeger toen hij de deuren sloot

    voor haar en voor mij.





Hij maakt wel gebruik van herhaling van woorden en klanken:



    Fijne tuin, fijn lijf van je, (Paar)

    de lucht is gelukkig (De natuur wederom)




Enjambement zie je wel veel. Een duidelijk voorbeeld:



    Mooie bloemen, mooie dood

    gesneden bloemen, …
    (Bloemetjes later)





    Niets bleef over van het oude

    buiten,…
    (Wil het ooit weer eens iets worden)




Hierbij krijgen dood en oude een extra accent. Het is ook verrassend omdat je de eerste regel als één zin kan lezen, maar als je verder leest, zie je dat het toch is verbonden met de volgende regel. Hij past soms modern woordgebruik toe. Je komt allerlei uitdrukkingen en moderne ‘spreektaalwoordjes’ tegen. Een uitdrukking zie je in:



    Nesten hangen open en bloot

    in de bomen.
    (Oud buiten)




En woorden die direct uit de spreektaal komen zijn bijvoorbeeld: keihard, pilsje, rotzooi en zelfs een keer godallemachtig en Jezus Christus.



Mijn mening

Ik vond het een leuke gedichtenbundel, alleen dat duurde wel een tijdje. Want in het begin snapte ik niet zo goed wat sommige gedichten betekenden. Maar naar mate ik beter ging lezen en nadenken, ging ik beter begrijpen wat er bedoeld werd. Vooral de ironische gedichten vond ik erg leuk. Bijvoorbeeld ‘De macht van het evangelie’, die vond ik echt goed. Maar ‘Jonge sla’ was ook lang niet slecht. Tot slot nog een gedicht dat mij erg aansprak.



    Een moeder



    loopt langzaam naar haar kind om

    het niet te laten schrikken,

    pakt het voorzichtig op om

    het niet te beschadigen,

    slaat dan keihard.




Ik heb dit gedicht uitgekozen, niet omdat ik het een leuk of grappig gedicht vond, maar omdat het zo verrassend is en het me bovendien wat doet. De laatste regel had ik nooit verwacht en die komt ook best ‘hard’ aan. Zo’n moeder die haar kind eerst voorzichtig op pakt en het daarna keihard slaat. Dat verwacht je gewoon niet. Ik denk dat de schrijver hiermee bedoelt dat het beeld dat we al heel lang van moeders hebben –de moeder brengt het kind in veiligheid en beschermt het- niet altijd compleet is geweest. Moeders zijn natuurlijk niet altijd even aardig tegen hun kind, ze zijn ook wel eens gemeen en onaardig. Niet iedereen is immers volmaakt, ook moeders niet.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen