U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Boudewijn Buch - De Rekening.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=577 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 3059 woorden.

1.Algemeen



De rekening, Boudewijn Büch, 1989, 2e druk, uitgeverij De Arbeiders, Singel 262 Amsterdam.



Op de omslag staat een afbeelding van een schilderij (‘De woekeraars’) van Quinten Matsijs (1465-1530); collectie Galleria Doria Pamphili, Rome.



Boudewijn Maria Ignatius Büch werd geboren op 14 december 1948 te Den Haag in de Bethlehem kliniek, waar nu het Malieveld is gelegen.Hij overleed op 25 november 2002 aan een hartstilstand te Amsterdam.



Boudewijn Büch begon met schrijven voor de schoolkrant’ De Vonk’.Hij begon al snel met het insturen van gedichten. Spoedig bracht hij het tot `hoofdredacteur' en veranderde dit blaadje in een meer professionele uitgave. Het begin van zijn schrijversloopbaan is hier (1964-'65) in feite begonnen.Verder schreef hij nog: Dood kind (1982), Een kleine blonde dood (1982), De hel (1986), Links! (1986), Het dolhuis (1987), Brieven aan Mick Jagger (1988), Eenzaam (1992), Het ijspaleis (1993), Het bedrog (1993), De hel (1994), Blauwzee (1994), Leeg en kaal ( 1995), De verzamelde gedichten (1995), De bocht van Berkhey (1996), Een boekenkast op reis (1999), De 'museum' boeken, De kiezen van de keizer (2000), en De hele wereld in een vitrinekast (2001).



1.1. Korte biografie van de auteur



Het gezin waarbinnen Boudewijn werd geboren woonde in Wassenaar. Vader, een slachtoffer van de tweede wereldoorlog, was gevlucht naar Nederland. Over de afkomst van de vader bestaat onzekerheid. In de vele interviews die Boudewijn heeft gegeven zien we die afkomst nog wel eens verschillen. In het ene is hij een Russische jood, in het andere van Pools Duitse afkomst. Hoe dan ook, zeker is dat Boudewijn zijn vader, die toch geen gemakkelijk man was, verafgoodde en hem, om het zo te zeggen, geheel ‘verliteratuurd’ heeft in zijn romans. Zijn moeder was, volgens Boudewijn, van Italiaans joodse afkomst. Over de geschiedenis van beide ouders is zo goed als niets bekend. Het huwelijk van de beide ouders was niet gelukkig te noemen (in feite kwam de scheiding er toen Boudewijn ongeveer 12 jaar was).



Tussen zijn tiende en twaalfde jaar ging het helemaal mis. Hij werd op tienjarige leeftijd eerst geplaatst in een psychiatrische instelling in Brabant. Eén van de oorzaken van die opname was o.a. het slechte huwelijk van de ouders en een al te hechte band met de vader.



Begin 1970 krijgt hij een relatie met een iets oudere vrouw, en daaruit wordt een zoontje geboren, Mickey geheten. Het jongetje wordt echter maar een kort leven geschonken. Op bijna zesjarige leeftijd komt het kereltje in 1976 te overlijden aan een hersentumor. In '82/'83 zien we hem o.a. werkzaam bij de Vpro-radio waar hij meewerkt als reporter voor het programma ‘Vpro-boeken’. Hij kreeg de kans om de al aanwezige kennis van de wereld, van eilanden in vergeten hoekjes, geadoreerde schrijvers en wat niet allemaal, zelf te gaan onderzoeken en te gaan nareizen Dit alles werd gefinancierd door diverse bladen en door de omroepen,Vpro en Vara.



De rekening werd geschreven in de jaren ‘80. Het vertoont eigenschappen van de literatuur van de jaren ‘70 namelijk: ‘De Roman als autobiografisch concept’, meestal een therapeutisch schrijven, een ik-gericht schrijven. In de jaren ‘80 zet die tendens zich voort maar krijgt andere facetten. De verinnerlijking wordt verbreed tot een genealogisch schrijven of een kritische benadering van de persoonlijke geschiedenis in al haar facetten.



Het werk behoort tot het episch genre en het autobiografisch subgenre. Dit kunnen we afleiden uit een aantal feiten: de dood van zijn zoontje komt overeen met de dood van Sander in het boek, de opname in een psychiatrische instelling en de scheiding van de ouders tonen vele gelijkenissen met het boek.



2.De geschiedenis-het verhaal-de tekst



De voornaamste gebeurtenissen in het verhaal zijn de scheiding van Lothars ouders (daardoor komt het gezin in een slechte financiële situatie terecht en moet Lothar zelf voor zijn zakgeld en studies gaan werken), de schulden die Lothar maakt, zijn morfineverslaving, de zelfmoord van zijn vader, de dood van zijn zoontje Sander, Lothars faillisement en zijn reis naar Nieuw-Zeeland.



Aan de eigenlijke geschiedenis gaat een motto van Goethe vooraf: '... der Vater behält immer eine Art von despotischem Verhältnis zu dem Sohn...'



Het boek is verdeeld in 3 delen.



Het eerste deel is de opbouw van het verhaal, de climax wordt opgebouwd. We verkrijgen inzicht in de psychologie van het hoofdpersonage, Lothar, dit door middel van de handelingen van Lothar en de gesprekken met zijn psycholoog. Dit deel beschrijft de financiële moeilijkheden die Lothar ondergaat en hoe hij deze te boven komt. Wat echter veel belangrijker is in dit deel, is de oorzaak van zijn financiële problemen. Zo verklaart hij op pag. 96 ”Ik leef, geloof ik, in de veronderstelling dat mensen die niets met mijn verdriet te maken hebben toch financieel gestraft moeten worden”. Dit verdriet slaat op het niet kennen van zijn vader, het straffen op het niet betalen van rekeningen.



In het tweede deel gaat Lothar naar Western-Samoa omdat hij had gelezen dat de inwoners in een geldvrijeharmonie zouden leven. Verder krijgen we een gedetallieerd beeld van zijn faillissement: hoe hij eruit komt dankzij de hulp van twee vrienden; een louche aannemer Van Dak en diens advocaat Goudstaart. Door het vinden van een foto van Lothars vader in een oude bureau neemt de auteur terug de draad op in de zoektocht naar de identiteit van Lothars vader. Deze zoektocht bereikt een climax met het bezoek aan een tot voorheen onbekende nicht in Nieuw-Zeeland. Deze nicht bezit brieven die Lothar’s vader aan haar moeder schreef. Door toeval gaan deze amper doorgenomen brieven verloren op de luchthaven. Het tweede deel eindigt met de thuiskomst van Lothar en het terugvinden van de brieven, die opgestuurd werden naar zijn thuisadres in Nederland.



Hiermee krijgt hij eindelijk de sleutel in handen van zijn vaders geheim. Het blijkt dat tijdens de oorlog heel diens familie en zijn verloofde in de gaskamers zijn omgekomen. Zelf was hij de dans ontsprongen door naar Engeland te vluchten. Dat laatste heeft hij zichzelf altijd kwalijk genomen. Daardoor werden de jaren na de bevrijding een hel. Het enige dat hij wist te doen om zijn schuldgevoelens te verzachten, was het aanvragen van oorlogspensioenen. Overal waar geld te krijgen viel, had hij aangeklopt, zonder dat bij ooit iets van zijn vermogen had gebruikt. Zo viel er ten slotte een erfenis van enkele miljoenen guldens te verdelen.



Er loopt een spanningslijn in het verhaal:



-Waarom was zijn vader een held tijdens de oorlog?



-Hoe komt het dat zijn vader zoveel geld bezat?



-Hoe komt het dat zijn vader altijd zo somber was?



-Met andere woorden Lothar is op zoek naar de geschiedenis/identiteit van zijn vader.



Het verhaal heeft een gesloten einde. De zoektocht naar het verleden van zijn vader is ten einde. De vragen die Lothar zich stelde omtrend zijn vader zijn opgelost. De rekening, die hij voor Lothar achterliet, wordt niet vereffend op het einde van het boek.



De prologen zijn meestal narratief, met veel weergave van conversatie. Het verhaal begint in medias res.



Hoe dit verhaalfeit zich verhoudt tot de werkelijkheid is niet te achterhalen. Tot op welke hoogte Lothar Mantoua met Büch gelijkgesteld mag worden, valt onmogelijk te zeggen.



Het is het geheim van de schrijver in welke verhouding letteren en leven werden vermengd.



3.Motieven en thema



Niettegenstaande de vaak luchtige toon van vertellen is De rekening toch een psychologische roman over een zoon die op zoek is naar zijn vader. Het Vatersucher-motief loopt als een rode draad door zijn levensgeschiedenis heen. Vreemd genoeg geeft hij vooral 'de wereld' de schuld van zijn vaderloosheid. Hij vertelt op een dag aan een van zijn vrienden dat bij in een soort permanent protest tegen de wereld leeft; die moet hem zijn vader 'terugbetalen'. Daarom steelt hij als de raven en weigert hij haast principieel rekeningen te betalen. 'Als ik aan mijn vader denk, zie ik onbetaalde rekeningen voor mij,' legt hij uit op pag.96. Toch voelt hij zich ook een onwaardige zoon die, eenmaal vader, zelf in die hoedanigheid mislukt. Schuldig en eenzaam, zo voelt hij zich vanaf het moment dat zijn vader wegging totdat de lezer afscheid moet nemen.



4.Tijd



De geschiedenis verloopt chronologisch. Het verhaal verloopt niet continu. Enkele voorbeelden: pag 96: “Jaren na het eerste gesprek met Jaap over mijn faillissement kwam hij bij mij in dienst als huisman”. De schrijver maakt hier deze flashforward aangezien het voorgaande deel specifiek over Jaap, de huisman, gaat en er later in het boek niet meer op terugkomt. Het is een beschrijving van wat er met Jaap gaat gebeuren en is eigenlijk decoratief omdat Jaap geen belangrijke rol speelt in het verhaal. Op pag. 101 maakt de schrijver een flashback: op de voorgaande pagina was hij al een tijdje uit het faillissement en nu beschrijft hij zijn reis naar Western-Samoa die plaatsvond vlak na het faillissement. Deze terugwijzing werd ingelast als verklaring, namelijk dat het geldprobleem van diepgaandere aard is met andere woorden het probleem situeert zich niet op het materiële aspect van geld maar het heeft een symbolische betekenis die verwijst naar het verlies van de vaderfiguur. De retroversie op pag. 109 beschrijft op welke manier Lothar uiteindelijk uit zijn financiële problemen komt. Deze retroversie is tevens een verklaring en helpt de lezer om beter inzicht te verwerven in het verhaal. Op pag. 140 krijgen we een elips: de beide broers bevinden zich in Chicago. De verklaring van deze ellips is dat er tussen het voorgaande en de reis naar Chicago niets relevants gebeurde met betrekking tot het verhaal. Zo’n ellips vinden we nogmaals terug op pag. 142: ditmaal betreft het de reis naar Nieuw-Zeeland. Een mooi voorbeeld van een scène vinden we terug op pag. 93. Daarin wordt de conversatie tussen Jaap, Lothar en een politieagent weergegeven in verband met de achterstand van de huur. De gesprekken tussen Lothar en zijn psycholoog zijn scènes. We vinden hier voorbeelden van op pagina 50, 51, 53, 54 en 55. De enige pauze’s die ik opmerkte in het verhaal waren beschrijvingen, zo wordt het speelgoedmagazijn uitvoerig beschreven op pagina 43. Ook van zijn reis naar Nieuw-Zeeland vinden we korte beschrijvingen terug op pagina 152 en 153. Vooral in het eerste deel van het boek kunnen we spreken van een vertraging, de tijd van de geschiedenis is opmerkelijk kleiner dan die van het verhaal. De jeugdjaren en zijn bezoeken aan de psycholoog worden duidelijk beschreven, net zoals zijn ‘prestaties’ op het werk.Dit om een duidelijk beeld te geven van het karakter en de geschiedenis van het hoofdpersonage. In het tweede deel worden zijn bezoeken aan de psycholoog nog amper weergegeven en ligt de nadruk van het verhaal op de ontknoping van de Lothars zoektocht naar het verleden van zijn vader. Het tweede en derde deel worden vooral gekenmerkt door de elipsen en versnelling.



5.Ruimte



Het eerste deel van het verhaal speelt zich af in Wassenaar in de jaren ‘80. Een duidelijke datum wordt er niet gegeven in het boek, de jaartallen worden altijd als ‘198-‘ vermeld. Lothar’s sociale milieu verandert doorheen het verhaal. Voor de echtscheiding van zijn ouders leven ze in luxe, later leeft hij in marginale omstandigheden. Lothar woont op een kamer, is verslaafd aan morfine en heeft gigantische schulden. De beschrijvingen zijn niet zo gedetailleerd, wel krijgen we een beschrijving van Gortzak’s praktijk op pag. 39,40: ”Gortzak hield praktijk in een bovenkamer van zijn woonhuis aan een rustige laan. […]. Er stonden twee rotanstoelen en aan de muur hingen treurige beletterde affiches waarop allerlei organisaties hulp aan in geestelijke nood geraakten aanboden […]. De bomen bewogen niet en de zon maakte hier en daar een plekje op het wegdek geel. Aan de hemel dreven de wolken langzaam voorbij.”. Op pag. 43 krijgen we nog een beschrijving van het magazijn waar hij werkt: ”Het speelgoedmagazijn stond aan een uitgestorven gracht. Deze gracht had iets geheimzinnigs: er woonde een andere soort mensen dan in de rest van de stad, het water kleurde er vreemd, zilverachtig en er heerste nagenoeg geen bedrijvigheid […]. Op de eerste etage waren de matrassen, bedden en kasten opgeslagen, op de tweede waren de rekken gevuld met levensmiddelen [...]”.



Het tweede deel speelt zich af in Western-Samoa. We krijgen bijna geen beschrijvingen in dit deel, wel wordt er een onweer beschreven op pagina 108: “Als Vai bezig is mij uit te leggen hoe het financiële en economische systeem van Western-Samoa werkt, lijkt de de hemel open te barsten. Zweepslagen van donder, zwiepende regenbuien […]”. De reis naar Nieuw-Zeeland wordt evenmin uitvoerig beschreven. De nadruk in het werk ligt niet zo zeer op de gedetailleerde beschrijvingen van de omgeving maar eerder op de psychologische ontwikkelingen en de zoektocht van het hoofdpersonage.



6. Personages



Het hoofdpersonage is Lothar. De nevenpersonages zijn: Lothars moeder, Lothars vader, Mieke, Gortzak, Peter, Dana, Liphorst, mevrouw Warmond, Ruth, Goudstaart en Van Dak. Het personage van Lothar wordt uitgebreid psychologisch uitgediept: niet alleen door zijn handelingen maar ook door het bezoek aan zijn psycholoog, krijgen we een goed beeld van het karakter van dit personage. Lothar is een typevoorbeeld van een round-character: dit kunnen we onder andere afleiden uit zijn verklaring op pag. 95 “De brutaliteit die mij voor mijn faillissement nogal eens eigen was, had mij geheel verlaten.”. Verder op dezelfde pagina verklaart hij: ” In december 198- kwam ik tot de conclusie dat er een soort karaktermoord op mij gepleegd moest zijn.”. De nevenpersonages worden in het boek amper uitgewerkt en hun karakter is eerder statisch aangezien ze maar een korte tijd in het verhaal voorkomen. De nevenpersonages leren we vooral kennen door de indrukken die ze weergeven aan het hoofdpersonage. Over Lothars moeder weten we enkel dat Lothar haar een ‘rotwijf’ vindt en dit gevoel van Lothar ten opzichte van haar ook niet meer zal veranderen doorheen het verhaal. We kunnen echter wel afleiden dat de vrouw over een sterk karakter beschikte bijvoorbeeld pag.11 “ We moeten bij weigering harde maatregelen in het vooruitzicht stellen […] slap ventje ( tegen buurman)” Over Peter, een vriend van Lothar waarmee hij naar Engeland gaat, komen we enkel te weten dat hij graag James Joyce las (pag.65) en dat hij vertrouwd is met Londen. Over zijn karakter komen we amper iets te weten. Van Dana krijgen we een beschrijving vanuit het standpunt van het hoofdpersonage op pag.77 ” Dana was het raarste meisje dat ik ooit was tegengekomen. Er mankeerde vanalles aan haar: ze bezat nauwelijks een adequaat geheugen, dronk onmatig en werd vervolgens buitensporig onredelijk en hield er een soort buitenaardse logica op na.”. Ook dit personage zal niet veranderen en maar korte tijd voorkomen in het verhaal. Over Ruth weten we dat het een zwijgzaam type. Haar karakter wordt niet dieper uitgewerkt. Pag. 96:” Hoe bedoel je? Vroeg Ruth die zelden een zin uitsprak die meer dan 10 woorden bevatte.”. Ook Van Dak en Goudstaart zijn fragmentarische karakters. Over Van Dak weten we wel dat hij een onbetrouwbaar figuur is en Goudstaart een eerlijke advocaat. Al deze nevenkarakters worden echter maar situationeel belicht en hun karakter draagt weinig bij tot het verhaal. Zelfs de twee broers Brit en Meyer komen amper ter sprake in het verhaal.



7. Perspectief



Hoewel de hoofdfiguur ook als (ik-)verteller optreedt, is de vertelafstand vrij groot. De toon van vertellen is in het algemeen ironisch, het tempo hoog. Hierdoor ligt de nadruk meer op wat Lothar Mantoua overkomt dan op hoe hij dit ondergaat. Een voorbeeld van de ik-vertelstituatie vinden we terug op pagina 68 : “ Ik voelde opwinding van bijna erotische aard in mij opwellen […] ‘Vijftig gulden!’ schreeuwde ik. ‘Wat een enthousiasme’ fluisterde een bezoeker achter mij.”



8. Stijl en taal



Er is een duidelijk onderscheid tussen de taal van de conversaties en de beschrijvende passages.



De taal van de conversaties in het boek zijn in de algemene spreektaal verweven met dialect en soms heel primair. Pagina 159: ”Sodeju! Wat ben ik gelukkig.”. En op pagina 21: ” Poederpikkie, zeker? […].Nou, bij mij krijg je alles d’rop en d’raan. Pijpebekkie ook, als je dat lekker vindt.”.



De beschrijving van de passages is soms heel poëtisch geschreven. Op pagina 108: “Als Vai bezig is mij uit te leggen hoe het financiële en economische systeem van Western-Samoa werkt, lijkt de de hemel open te barsten. Zweepslagen van donder, zwiepende regenbuien […]”.



Het ritme in Büch’s taalgebruik is hoog, net zoals het tempo. Pagina 21: “ Warm gevoel in de buik […] d’rop en d’raan.”.



9. Bedoeling



Zoals in het eerste punt beschreven is, denk ik dat de bedoeling van dit werk een therapeutisch schrijven is, een ik-gericht schrijven, gecombineerd met een genealogisch schrijven. Gevoelens en gebeurtenissen neerschrijven wordt nog altijd in onze hedendaagse psychologie nog altijd beschouwd als een adequaat middel om negatieve gebeurtenissen uit ons leven te verwerken. Aangezien Büch toch wel zijn portie tegenslagen heeft gehad, kan dit werk daar een mogelijk voorbeeld van zijn.



10. Interpretatie en evaluatie



De gedragingen van het hoofdpersonage zijn niet goed te keuren maar wel te begrijpen. Het verlies van een van de ouders, door een echtscheiding of door sterfte, valt altijd zwaar bij een opgroeiend kind. In de pre-puberale fase heeft het kind nog niet de banden met de ouders doorbroken en schildert deze nog af als ideaal. Het verwerkingsproces van dit trauma hangt natuurlijk af van de ingesteldheid van het kind en de latere volwassene. Men kan vluchten, in drugs is hier het geval, of men kan het verwerken en leren aanvaarden. Het verlies, het gemis aan liefde of vaderschap komt in dit boek mooi naar voor. De compensatie voor dit verlies probeert Lothar te vinden in het niet betalen van rekeningen, de wereld heeft er schuld aan, de wereld moet zijn vader terug betalen. De titel van het boek’ De rekening’ is eigenlijk niets meer dan die compensatie volbrengen. Lothar probeert in het reine te komen met de gebeurde feiten. Persoonlijk denk ik dat elk mens er op zijn individuele manier zou op reageren. Zelf kan ik niet beoordelen hoe ik in dergelijke situatie zou reageren, men kan niet voorspellen hoe men in een soortgelijke situatie ageert als men het niet meegemaakt heeft. Mijn visie omtrend het probleem is door het lezen van dit boek ongewijzigd gebleven. Ik vind nog altijd dat een kind in een psychologische stabiele omgeving moet opgroeien om zich als persoon volledig te kunnen ontplooien. Het hoofdpersonage komt op z’n pootjes terecht maar er is toch een gemis dat hij z’n hele leven met zich zal moeten meedragen.



Het boek leest prettig. Het tempo is hoog en de tragische gebeurtenissen worden niet op een overdreven manier weergegeven zoals in andere boeken van Büch. De wisselende decors werden toch ook geapprecieerd. De nevenkarakters zijn een beetje ruw uitgewerkt. Toch blijft het een aangenaam boek om te lezen.


Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen