U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Rutger Kopland - Alles Op De Fiets.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1605 en is laatst upgedate op 21/08/1998.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 735 woorden.

Algemeen

Alles op de fiets ten opzichte van de rest van het oeuvre van Rutger Kopland.



    In Rutger Koplands poëzie is het hem vooral te doen om een moment "aarzelend in woorden te vatten".(...) Sterfelijkheid en tijdelijkheid zijn de belangrijkste thema’s in zijn werk.

    (Moerman, 1995, 77)



    Reeds in de titel ´Alles op de fiets´ zijn de hoofdthema’s aanwezig, want deze krijgt zijn vervulling door de volgende regels: .
      Op de fiets gaat alles wel langzaam

      maar toch nog behoorlijk hard. (p.28)

      (de Gier, 1979, 55)




Het belangrijkste thema is dan ook voorbijgaande tijd. Als je een blik werpt op de titels van de gedichten in deze bundel zie je niet meteen veel terug van die thema’s. Maar zodra je wat verder leest zie je ze toch regelmatig de kop opsteken. Vooral dat alles tijdelijk is zie je regelmatig terug. Terugdenken aan iets of iemand dat verleden tijd is. Hoe ouder Kopland wordt, des te soberder de bundels worden, des te meer er over de dood in staat. Dit is een van Koplands eerste bundels, en toch komt hier dat aspect ook naar voren. Volgens hem is het een heel logisch thema, elke dichter schrijft immers over dat onderwerp, dus waarom hij niet? ‘Alles op de fiets’ wordt ook door velen gezien als zijn meest karakteristieke bundel.



Analyse van de gedichten



EEN MOEDER



loopt langzaam naar haar kind om

het niet te laten schrikken,

pakt het voorzichtig op om

het niet te beschadigen,

slaat dan keihard.



Beschrijving

Wij hebben in dit gedicht weinig rijm kunnen vinden. De rijm die we vonden was om/om (r. 1/3) en verder schrikken/beschadigen (r. 2/4) Dit gedicht heeft geen vaste vorm, het is 1 couplet met 5 regels. Wel is er veel enjambement te vinden, zelfs de titel loopt door in de eerste regel.



Verhaal

Het gedicht begint met de titel EEN MOEDER. Het is niet DE moeder maar EEN, zodat je hierbij je eigen invulling aan kan geven. Het is dus niet een moeder die van tevoren door Kopland is uitgekozen, maar het is de moeder waar de lezer aan denkt bij het woordje moeder. Voor de meeste mensen zal dat staan voor liefde, genegenheid, bescherming, koestering. De bekende moederliefde.

In de eerste 4 regels wordt dit beeld nog even aangevuld. Precies zoals je het je je het indacht gaat de schrijver hier op in, en breidt het uit.

In de laatste regel de heerlijke tegenstelling. De moeder die zoveel van haar kind hield, en die het zou willen beschermen tegen alle gevaar, juist die slaat het kind. Het arme weerloze kind wordt hier door zijn beschermer geslagen. Toch is het geen tegenstelling, want die moeder die haar kind zo slaat, doet het met dezelfde liefde als uit het begin van het gedicht. Dus zo is het dus in feite ook weer niet een tegenstelling.



Thema

Volgens ons is het thema van dit gedicht liefde, en dan vooral de liefde van een moeder voor haar kind. Dit thema wordt niet tenietgedaan in de laatste regel. Zoals we hierboven al zeiden is de laatste regel niet in tegenstelling met de rest van het gedicht.



Buitentekstuele verbanden

In een interview zegt hij zelf dat hij schreef wat hij zag gebeuren, omdat dat hem aan het denken zette. Volgens hem werd er hier politiek bedreven, en wel politiek in de zin van laten zien wie de baas is. Zo word aan kinderen duidelijk gemaakt hoe de machtsverhoudingen liggen.

Vrij naar Kopland(2), 1995, 37



    Hij schreef dit om te laten zien dat het traditionele moederbeeld ook elementen van terreur en onderwerping bevatten. Voor hem is de traditionele opvoeding een vorm van machtsuitoefening.

    (de Gier, 1979, 61)




Bijzonderheden

Dit gedicht was eerst iets anders. Die eerdere versie wil ik hieronder eerst schrijven.



Een moeder, zoals bekend iemand

met de mooiste gevoelens die er zijn,

loopt langzaam naar haar kind

om het niet te laten schrikken,

pakt het heel voorzichtig op om het niet te beschadigen

en slaat het dan keihard.



De nieuwe versie is er wel op vooruitgegaan, het beeld van die moeder wordt dan niet door de dichter gevormd, maar door de lezer zelf. De eerste twee woorden werden de titel, en de woordjes ´om´ kwamen aan het eind van de regel. Veel werd er weggelaten en onder andere ook het woordje ´en´ in de laatste regel waardoor alles nog harder aankomt...




Samen met de strobloemen

alles overleefd.



In een karbiesje zilver-

papier en kurkdroog brood.



Voor de vogeltjes.

Anders gaan ze dood.



Beschrijving

Wij hebben in dit gedicht weinig rijm kunnen vinden. De rijm die we vonden was brood/dood (r.4/6) en verder in de laatste 3 regels zijn veel o-klanken te zien. Dit gedicht heeft 3 strofen van 2 regels. Verder is er redelijk veel enjambement te zien, in de regels 1/2 en 4/5.



Verhaal

Als eerste heb ik de woorden die ik niet snapte, of die verduidelijking nodig hebben opgezocht in het woordenboek.

    Zilverpapier = Bladmetaal = Dunne metaalplaat

    Strobloemen (bloemen) = Vooral uit Zuid-Afrika, droogvliezerig en ge- kleurd.

    Karbiesje = Gevlochten handtasje




Het is lente, de strobloemen en de persoon hebben de winter overleefd, die hebben geen hulp nodig. De persoon over wie het gaat heeft brood bewaard, in zilverpapier, maar het is droog geworden, kurkdroog (die strobloemen overleven het lange tijd gedurende extreme droogte). De persoon loopt daar nu mee naar de vogeltjes om ze te voeren, anders gaan ze dood. Wat leuk is, is dat die bloem uit Zuid-Afrika komt en daar overwinteren ook veel vogeltjes.



Wat mij opviel is dat er een oplopende volgorde in zit van tijd. Eerst de strobloemen die het heel lang volhouden zonder water en voedsel. Dan het brood, dat al snel droog word, maar het blijft nog geruime tijd eetbaar, en dan de vogeltjes die snel doodgaan als ze geen eten hebben.



Thema

Het thema dat in dit gedicht te vinden is, is tijdelijkheid. Dat wordt ook verduidelijkt in het volgende citaat:



    Schrijnend wordt de vergankelijkheid gesuggereerd in ´Stap stap naar de vijver´ waarin strobloemen en kurkdroog brood alles ´overleefd´ hebben. Dit brood is dan voor de vogeltjes om hun dood ... even uit te stellen.

    (de Gier, 1979, 61)




De heer die de deur open deed

en die ik vriendelijk vroeg

om hem dicht te laten,

deed dit niet. Ik sloot

de deur. Eerste waarschuwing.



De heer deed de deur weer open

en toen ik hem vroeg dan ten-

minste zijn mond dicht te doen

deed hij dit niet. Ik sloot

de deur, Tweede waarschuwing.



De heer probeerde weer de deur

open te doen, maar omdat ik er

krachtig tegenaan was gaan staan,

lukte dit niet. Ik hield de deur

dicht. Derde waarschuwing.



De heer ramde de deur toen open

en omdat ik even op zij was gegaan

viel de heer op zijn knieën

voor mijn voeten. Ik sloot

de deur. Vierde waarschuwing.



De heer was grauw en zocht ruzie,

maar toen ik vriendelijk zei dat ik

niet hier maar later vreselijk zou

worden gestraft, vroeg hij vergeving

en verdween door de deur, die ik

voor hem open hield.



Thema

Volgens ons is het thema van dit gedicht een man die een belangrijke boodschap te vertellen heeft, nl. het evangelie. Maar bij een deur wil iemand niet naar hem luisteren en zet hem de deur uit.



Vorm

De vorm van dit gedicht is een refrein, bij elke strofe is de slotregel dezelfde. Kopland wil waarschijnlijk nadruk leggen op die regel. Hij wil nadruk leggen op het volgende feit.



    De ‘ik’ wil de deur voor deze man en zijn boodschap gesloten houden.

    (de Gier, 1979, 58)




Er is in dit gedicht weinig rijm te vinden. Er is wel wat rijm te vinden, maar volgens mij is dat toevallig. Dit denk ik omdat de rijm heel onregelmatig door het gedicht verdeeld is. Er is ook geen enjambement te zien. De regels lopen wel door in de volgende regel, maar het rijmt niet, iets dat wel nodig is voor enjambement. Dit is dus een blank vers.



Verder is er in dit gedicht niet veel metrum te vinden. We hebben wel even geprobeerd, daar lijkt het wel wat op amfibrachys, maar in de tweede regel lukt dat al niet meer. Wij hebben dus geen metrum in dit gedicht kunnen vinden.



Verhaal

Wat er in dit gedicht speelt, kan ik het beste laten zien met een citaat.



    Op een chargerende wijze tekent Kopland in dit gedicht een heer die hardnekkig blijft aandringen om bij de ‘ik’ binnen te komen.

    (de Gier, 1979, 57/58)




De man probeert binnen te komen, om, zoals de titel al zegt, het evangelie te verkondigen. Maar kennelijk heeft de ‘ik’ daar geen zin in, want hij houdt de deur dicht voor de man, en verzoekt hem vriendelijk, doch dringend om weg te gaan.



In de slotstrofe ironiseert Kopland het heel erg. Hij maakt het hiernamaals en de straf van God compleet belachelijk.



    Hij doet dit door in feite alles op de kop te zetten: is het evangelie normaal gesproken een macht die harten en deuren kan doen opengaan, hier is het een middel om iemand juist van de deur af te krijgen.

    (de Gier, 1979, 58)




Dit is natuurlijk heel erg spottend, maar dat niet alleen, Kopland vertekent hier ook het christelijk geloof. Dat doet hij door het hiernamaals (de jongste dag?) uitsluitend te verbinden met straf en niet met eeuwig leven. Koplands spot en vertekening van het christelijk geloof, laten duidelijk zien dat hij niets met het christendom te maken wil hebben. Dat is duidelijk te zien in de laatste strofe.




Alles kan ik verdragen,

het verdorren van bonen,

stervende bloemen, het hoekje

aardappelen kan ik met droge ogen

zien rooien, daar ben ik

werkelijk hard in.



Maar jonge sla in september,

net geplant, slap nog,

in vochtige bedjes, nee.



Thema

Kopland beschrijft in dit gedicht zijn gevoelens over de dood. In dit gedicht...



    ...beschrijft hij hoe de dood aan het eind van een bestaan hem geen vrees inboezemt.

    (Bodnàr e.a., 1988, 31)
En verder:



    De dood net aan het begin van een ontluikend leven, als al die mooie beloften van ervaringen nog uit moeten komen, schenkt geen voldoening

    (Bodnàr e.a., 1988, 31)




Vorm

De vorm van dit gedicht is een vrij vers. Het is een grillig en onregelmatig gedicht, de strofenindeling is heel onregelmatig en de rijm ontbreekt. Er is hier wel wat rijm te vinden, maar ook dit keer is het volgens ons toevallig, omdat het ook deze keer heel onregelmatige rijm is.



Ook bij dit gedicht is er ‘halfenjambement’ te vinden. De rust valt niet aan het eind van de regels, maar er is geen rijm te vinden, dus is het niet echt enjambement.



In dit gedicht is ook geen metrum te vinden. Ook dit gedicht heeft een heel onregelmatig ritme.



Verhaal

Zoals we in het thema ook al zeiden, heeft Kopland vrede met de dood aan het eind van een leven, maar kan hij dood aan het begin van een leven niet verdragen.



    Kopland wordt geraakt door de simpelste en banaalste dingen. Die gevoeligheid is diepe ernst. Maar hij wil daar niet aan toegeven, hij spot ermee door het tegenovergestelde te zeggen van wat hij bedoelt of door zoiets sterk te overdrijven: ’daar ben ik werkelijk hard in’.

    (de Gier, 1979, 57)




Ook doet Kopland het anders dan de literaire regels voorschrijven. Allereerst breekt hij met...



    ...de traditionele, klassieke dichters uit de eerste helft van de 20e eeuw: zij zouden niet graag grote gevoelens demonstreren aan de hand van een plantje jonge sla!

    (de Gier, 1979, 57)




De tweede regel waar hij mee breekt...



    ...vinden we bij de groep dichters rond het naoorlogse tijdschrift ‘Barbarber’... bij hen is er wel aandacht voor het gewone en alledaagse, maar dat wordt zakelijk beschreven en vooral niet gevoelig.

    (de Gier, 1979, 57)




In dit gedicht zijn dus duidelijke buitentekstuele verbanden te vinden. Kopland beschrijft hier zijn gedachte over de dood.



Bibliografie

 Kopland, R.1			Alles op de fiets 				Amsterdam, van Oorschot, 1972³ Kopland, R.2			Het Mechaniek van de Ontroering 				Amsterdam, van Oorschot, 1995 Moerman, J.			Met Andere Woorden 				Groningen, Passage, 1995 Gier, J., de			Uitgelezen 4 				reakties op boeken 				‘s-Gravenhage, Nederlands Bibliotheek en Lektuur Centrum, 1979 Bodnàr, S. e.a.			Nadruk 				Tijdschrift voor literatuur 				Den Haag, Boekencentrum BV, 1988
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen