U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Joost Van Den Vondel - Gysbrecht Van Aemstel.
Deze versie komt van http://huiswerk.leerlingen.com/boekverslag/20313/ en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2699 woorden.

Voor mijn boekverslag die deze keer over een boek uit de zestiende, zeventiende of achttiende eeuw moest gaan heb ik en boek uitgekozen die een meer dan goede voorbeeld is van de literatuur uit die tijden, het boek “ Gysbrecht van Aemstel “. Het is een toneelstuk van het genre klassieke drama met christelijke visie, geschreven in het jaar 1637 door Joost van den Vondel. Het toneelstuk is in vijf bedrijven verdeelt en beschrijft hoe dramatisch een stad ten onder gaat.



Motivatie van mijn boekkeuze



Toen ik een boek moest uitkiezen, had ik niet echt een bepaalde motivatie om juist dit boek te kiezen, want ik kan me meestal moeilijk iets meer voorstellen dan dat het heel moeilijk en lastig lezen wordt met weinig inhoud, als iemand het over boeken uit de vroegere eeuwen heeft. Ja, ik ben niet een heel overtuigde voorstander van zulke boeken, omdat ze meestal erg oppervlakkig zijn en dat vind ik, zoals iemand die van psychologie en moeilijke dilema’ s houdt, niet iets wat je fijn noemt. Of lees ik die oude boeken gewoon verkeerd, dat kan ook. Maar het is gewoon een hele andere stijl dan wat goed in mijn smaak valt ( wat opzich bestwel te begrijpen is, aangezien de functie die de literatuur in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw had ), daarom is het bij het uitkiezen van een boek meer “ Het eerste de beste “ dan moeilijk na te denken of ik nou juist dit boek moet nemen, of die andere … als ik toch denk dat ze allebei even oninteressant en simpel qua inhoud zijn. Aan de andere kant vond ik de titel wel wat meer beloven dan bijvoorbeeld

“ De klucht van de koe “, wat waarschijnlijk ook beslissend was. Een andere reden om het boek te gaan lezen was de verplichting van school, maar aan de andere kant moet ik wel toegeven dat die oude boeken iets hebben. Ik kan niet precies benoemen wat het is, maar ook al zit ik het boek na het uitlezen zo veel mogelijk te kritiseren – sorry, that’ s just me – vind ik het wel belangrijk om boeken te lezen die misschien niet zo makkelijk of leuk zijn om te lezen als boeken uit onze tijd, omdat je daar heel wat van kunt leren.



Samenvatting



Eerste Bedrijf



Gysbrecht licht in een lange monoloog het publiek in over de situatie met betrekking tot Amsterdam: de Kennemers en Waterlanders hebben na een jaar het beleg rond de stad opengebroken. Gysbrecht is betrokken geweest bij de samenzwering tegen graaf Floris V, die zich vergrepen had aan de nicht van Gysbrecht, Machteld van Velzen. De aanhangers van Floris zijn nu uit op wraak. De aanvoerders, Willem van Egmond en Diederick van Haarlem, houden hoofdkwartier in het klooster. Abt Willebrord vertelt, dat de aanvoerders ruzie hebben gekregen en het beleg opengebroken hebben. Arent, de broer van Gysbrecht, heeft de vijand nagejaagd en een gevangene meegebracht: Vosmeer. Die vertelt over het plan de stad in te nemen met behulp van het " Zeepaerd " ( schip met soldaten en rijshout ) en over de ruzie tussen de aanvoerders die ter dood zijn veroordeeld en vluchten. Gysbrecht gelooft zijn verhaal, schenkt hem de vrijheid en laat het " Zeepaerd " binnen de stad brengen. De Rei van Amsterdamsche Maegden ( = meisjes ) bezingt de overwinning.



Tweede Bedrijf



Willem en Diederick dwingen de abt hen opnieuw onderdak in het klooster te geven. Egmond ontmoet Vosmeer, de spion, en bespreek met hem de het aanvalsplan. De burgers gaan naar de kerk, omdat het het Kerstavond is. De Rei van Edelingen zingt een kerstzang, waarvan de laatste strofe een gebed is.



Derde Bedrijf



De vrouw van Gysbrecht, Badeloch, heeft een angstige droom gehad waarin de onteerde nicht Machteld verscheen. De huisgeestelijke, Broer Peter, meldt dat Vosmeer de stad in handen van de vijand heeft gespeeld. Gysbrecht gaat de situatie bekijken en bereidt de strijd voor. De Rei van Klaerissen heft een klaagzang aan over de kindermoord in Betlehem.



Vierde Bedrijf



Gozewijn ( ex-bisschop van Utrecht, oom van Gysbrecht ) is gevlucht naar het Klaerissenklooster, waar Klaeris van Velzen ( dochter van Machteld ) de

moeder -overste is. Samen met de nonnen zingt hij de lofzang van Simeon. Allen zijn bereid te sterven en willen niet door Gysbrecht in veiligheid gebracht worden. In het kasteel wacht Badeloch angstig de gebeurtenissen af. Arent doet verslag van de strijd: Gysbreght zit in het nauw en moet terugtrekken. De huwelijkstrouw wordt door de Rei van Burghzaten verheerlijkt.



Vijfde Bedrijf



Gysbrecht vertelt dat hij ternauwernood ontkomen is en het klooster staat in brand. De bode zegt wat er in het klooster is gebeurd : Gozewijn is vermoord, Klaeris verkracht en vermoord. Arent raakt tijdens een uitval dodelijk gewond. De Heer van Vooren eist overgave, maar Gysbrecht weigert. Badeloch verzet zich tegen zijn plan het kasteel aan de IJ - kant te verlaten, maar geeft uiteindelijk toe. Tijdens het afscheidsgebed van Peter verschijnt de aartsengel Rafaƫl om Gods plan mee te delen : Gysbrecht moet met zijn gezin naar Pruisen uitwijken en daar een stad, Nieuw Holland, stichten. Amsterdam zal eens herrijzen. Gysbrecht onderwerpt zich aan Gods wil en verlaat de burcht, hoe zwaar het voor hem ook is.



De Titelbeschrijving



Joost van Vondel, Amsterdam University Press, Amsterdam 1994 ( eerste druk ), Gysbrecht van Aemstel.



Persoonlijke Reactie



De tekst liet me tijdens en na het lezen koud, ik kan dus niet zeggen dat het boek een geweldige explosie van emoties in mijn binnenste had veroorzaakt. Maar dat is volledig in overeenkomst met mijn verwachtingen over het boek, dus op zich geen teleurstelling. Het viel niet mee het boek te lezen, omdat er geen vertaling bij stond. Dat vond ik zeer onhandig, aangezien ik problemen heb ook met het lezen in hedendaags Nederlands, en dan krijg ik zo iets … het is waar dat sommige woorden best te begrijpen zijn, maar daarna krijg je ook nog van die vreemde formulaties en dan is het met mij afgelopen. Ik moest de tekst wel twee keer lezen voordat ik daar iets fatsoenlijks van begreep, maar dan voelde ik zelfs dat het minder saai aan het worden was. Interessant is ook weer een overdreven sterk woord, maar ik moet toegeven dat ik niet in slaap was gevallen ( wat mij wel bijna gelukt was toen ik met een boek van Bredero experimenteerde ). De gebeurtenissen die daar stonden beschreven toonden verschillende maten van geloofwaardigheid, vanaf iets wat goed te geloven wat tot iets wat een puur verzinsel leek ( en waarschijnlijk ook was ). Ik heb niet een diepere zin gevonden in de tekst, maar ik zei al aan het begin dat het aan mij kan liggen. Voor een boek uit de vroegere tijden heb ik natuurlijk andere beoordelingscriteria dan voor een bestseller van het jaar 2000, maar toch verwacht ik dat het aan sommige eisen voldoet. Want hoe oud het boek ook is, blijf je natuurlijk nog steeds goede boeken en slechte boeken hebben. Je moet je er echt goed in verdiepen wil dit toneelstuk heel boeiend zijn. Als je het te oppervlakkig leest, mis je de mooie zinnen en gaat de intonatie van sommige stukken verloren. Ook als je weet dat de Troje - geschiedenis er doorheen is verwerkt, krijgt het een andere dimensie. Het stuk laat goed de tragedie zien van het ondergaan van Amsterdam, maar wat ik erg jammer vind is dat de personages zo oppervlakkig zijn beschreven. Daarom mis ik een groot stuk psychologie en kan ik heel wat minder over het boek nadenken, wat geen positieve uitwerking op mij heeft en natuurlijk terug te vinden is in mijn eindoordeel over het boek.

Wat ik wel heel interessant vond aan het boek was niet het verhaal zelf, want dat was niets bijzonder origineels of uitdagends, maar de taal. Ik vond het wel moeilijk en lastig te lezen, wat goed te begrijpen is, maar toch vind ik het leuk om de taal van het verleden en de taal hoe ik hem nu moet leren te vergelijken. Er zijn natuurlijk veel overeenkomsten te vinden, maar anders zitten de teksten heel anders in elkaar en ook in de zinnen kan je af en toe een andere structuur vinden. Dat vond ik wel grappig, maar ik wil daar mee niet zeggen dat ik de hele tijd de tekst zat te analyseren – daar heb ik meer dan genoeg uit de lessen Nederlands. Maar het is zo dat als het verhaal zelf niets boeiends biedt, je je op andere dingen gaat concentreren en foccusen. In mijn geval vond ik het nog redelijk braaf, omdat ik met de taal – aspecten bezig was, wat nog wel iets met het boek te maken had … in plaats van bijvoorbeeld te onderzoeken hoe poetisch het eigenlijk is als het regen uit de hemel valt.



Verdiepingsopdracht



 In de door mij gelezen tekst had ik wel een relatie met de politieke achtergronden kunnen ontdekken, hoewel ik het niet erg makkelijk uit de tekst te halen vond. De relatie is namelijk de hervorming die in het boek eigenlijk centraal staat. Het verhaal wordt in het christelijk perspectief geplaatst, wat ook belangrijk is juist omdat het verhaal in de periode van de intensieve hervorming werd geschreven. Er wordt ook een “ ruzie “ beschreven tussen Gijsbrecht van Aemstel en Gerard van Velzen, waarmee het verhaal begint. Ik vond het moeilijk om het daaruit te halen, omdat ik een hervorming niet echt iets vind te zijn wat met de politiek te maken heeft, tenminste op het eerste gezicht zie ik daar geen duidelijke verband tussen liggen.

 In het boek heb ik een relatie ontdekt die iets met de sociaal – economische achtergronden te maken heeft. Het gaat hier om de afwijking van de historie die de auteur maakt : hij beschrijft Amsterdam als een hele grote haven die de rol van Antwerpen had overgenomen, terwijl het in die periode helemaal niet de waarheid was – Amsterdam was in de tijd van de dood van Floris de Vijfde in 1296 een heel klein en bijna onbekend plaatsje. Verder zouden dat de relaties binnen de sociale sfeer kunnen zijn, maar daar heb ik nogal problemen mee – of zijn ze niet zo duidelijk zoals die afwijkingen van de geschiedenis, of gaat het daar om zo kleine nuance – verschillen dat ik het vanwege de taal – moeilijkheden niet kon merken. Ik weet natuurlijk wat ik gelezen heb, maar dat ik daar een duidelijke verband met bijvoorbeeld de stedelijke gedragscode of de groep galante jongeren zie, dat dus ook weer niet.

 Er is ook een relatie met de culturele achtergronden – de Renaissance, oftewel wedergeboorte. Het verhaal is op de Klassieke Oudheid gebaseerd, zoals de meeste toneelstukken uit die tijd. In dit verhaal werd er van de mythe over Het Paard van Troje uitgegaan, wat er in heel veel passages uit het boek heel makkelijk te merken is.

 Dit toneelstuk reken ik tot de tragedie ( = treurspel ). De elementen die kenmerkend zijn voor een tragedie zijn in de tekst makkelijk te onderscheiden, zoals alleen al het feit dat het ondergang van een stad in het verhaal centraal staat. De personages zijn hooggeplaatst en het gaat over de historische stof die ontleend is aan de Klassieke Oudheid.

 Vondel schreef het treurspel als een gelegenheidsstuk voor welke de opening van de Amsterdamse Stadsschouwburg de aanleiding betekende. De functie van het stuk was dus een soort geschiedenis van de stad Amsterdam weergeven.



Evaluatie



Een verandering van mijn mening die ik over het boek heb gevormd zou ongeveer gelijk zijn aan een wonder, en omdat ik helaas moet zeggen dat wonderen in het echte leven niet gebeuren ( tenminste wat ik beoordelen kan aan de hand van alles wat ik in mijn zestien jaar heb meegemaakt ), gebeuren ze ook niet wat mijn boekverslag betreft. Ja, ik denk dus nog steeds hetzelfde, verdiepingsopdracht of geen verdiepingsopdracht … en ook al heb ik tien, twintig verdiepingsopdrachten gemaakt, is mijn mening hetzelfde gebleven. Ik vorm namelijk geen mening zonder argumenten daarvoor te hebben, maar als ik ze eenmaal heb, is het bestwel moeilijk om tegenargumenten te bedenken met een meningsverandering als gevolg. Door het verdiepingsopdracht te maken snap ik wat meer wat de relaties in die tijd waren en waarom het boek geschreven is op die manier zoals het is, misschien ook dat het boek een andere functie had dan boeken in onze tijd – maar dat het door het te weten aantrekkelijker zou worden … nee, toch niet.

Er zijn geen elementen die ik niet begrijp omdat ik in een andere tijd leef, maar wel elementen die ik niet begrijp omdat ik de taal niet spreek. Tellen die ook ?

Ik denk dat het wel nodig was om weer een keer zo’n boek te gaan lezen, ten eerste omdat je daar iets van leert over hoe het vroeger was, ten tweede omdat het “ hoort “ iets over de literatuur uit de vroegere eeuwen te weten en uiteindelijk ten derde omdat het een hele nuttige psychologische functie had gehad. Voordat ik het boek ging lezen had ik al een langere tijd het gevoel dat ik het taal redelijk kon beheersen en dat is helemaal niet goed voor mij, want het is ver van de realiteit. En aangezien ik niet zo’ n iemand ben die kastelen in het lucht bouwt en een droom als een realiteit probeert te beschouwen, voel ik dat ik het wel erg nodig had. Ik snap zelf natuurlijk ook dat de taal die ze in het boek gebruikt hebben maar heel weinig te maken heeft met hoe ik de taal echt beheers, maar toch had het boek zo’ n uitwerking op mij. Anders het verhaal vond ik en vind ik nog steeds ( jaaa, ook na het verdiepingsopdracht uitgewerkt te hebben ) oppervlakkig en simpel, maar dat kan ook veroorzaakt zijn door dat ik volgens sommigen bestwel een gecompliceerde persoon ben.

Ik kan niet zeggen of ik tevreden ben met het uitwerken van de beschrijving, ik heb daar eigenlijk geen echte gevoel over. Ik kan alleen met de zekerheid zeggen dat ik het schrijven minder leuk vond, omdat we dit keer geen uitgewerkte persoonlijke reactie hoefden te schrijven. En heel eerlijk, uitgewerkte persoonlijke reactie te schrijven vind ik altijd het allerleukste aan het maken van een boekverslag, omdat het eigenlijk het enige is wat echt heel persoonlijk en subjectief is. De verdiepingsopdrachten die of goed of slecht zijn hebben dat interessante IETS natuurlijk niet. Wat de uitvoering van de beschrijvingsopdracht betreft, ben ik daar niet zo zeer tevreden over. Ik vond het nogal vaag en wat het ergste is, ik kan niet nagaan of ik het nou goed heb of niet – en dat onzekerheid vind ik altijd storend, want dan kan ik ook moeilijk tevreden zijn. De uitwerking was ook een beetje lastig, maar zo’ n gevoel heb ik altijd als ik iets over de boeken uit de vroegere tijd moet schrijven wat met de verschillende relaties te maken

heeft.

Het lezen vond ik echt lastig, vooral omdat ik geen vertaling bij had en had dus alleen maar kunnen gokken wat al die ingewikkelde voorden zouden kunnen betekenen. Maar ja … ook dat betekent leren / oefenen, dus er bestaat nog een kans dat het ramp toch wel ergens goed voor was.

Ik had wel het gevoel dat ik de benodigde kennis voldoende beheerste. De vaardigheden zijn een andere geval, tenminste als het lezen en taalbeheersing ook onder de vaardigheden behoren. Dat heeft natuurlijk weer met het feit te maken dat ik de taal niet kan, dan is het ook moeilijk om te verwachten dat het lezen van het boek en maken van het verslag soepel zou kunnen verlopen. Wat ik de volgende keer anders ga doen is heel simpel te beschrijven ( naast de voorspelling dat er waarschijnlijk geen volgende keer komt, omdat ik hopelijk al door krijg dat het geen zin heeft om hier op school te zitten en zichzelf en anderen te verwarren door te doen alsof ik nog een kans maak de eindexamen te halen. Tijdsverspilling heet

dat ) – een boek met vertaling erbij lenen.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen