U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Willem Elsschot - Kaas.
Deze versie komt van http://www.verslagen.com/index.php?page=boek_toon&boek_id=576 en is laatst upgedate op 30/11/-0001.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2079 woorden.

1.Boekbespreking.



1.1.De auteur.



Willem Elsschot, of Alfons de Ridder, kwam ter wereld op zeven mei 1882 te Antwerpen als bakkerszoon. Als jongeling studeert hij aan het Atheneum, waar hij wegens uitgesproken flamigantisme wordt weggestuurd. Hij begint als loopjongen en hervat zijn studie in 1901 aan de Handelsschool die hij voltooit in 1904. Vervolgens werkt hij drie jaar in Parijs en verhuist in 1908 naar Rotterdam. Elsschot zal hier huwen en zijn debuutroman, ‘Villa des roses’, over zijn leven in Parijs schrijven. Na het buitenlands avontuur keert hij terug naar België waar hij als boekhouder begint. Hij geeft echter de brui aan deze job om samen met Jules Valenpint en Réne Leclerq het publiciteitsblad ‘Revue Continentale Illustrée’ op te richten, dat later model zal staan voor het Wereldtijdschrift in ‘Lijmen’. De Eerste Wereldoorlog maakt echter een einde aan het tijdschrift maar Elsschot schrijft twee boeken, ‘Een Ontgoocheling’ in 1914 en ‘De Verlossing’ in 1916. Na de oorlog gaat hij in de reclame en begint stilaan zijn professionele carrière op te bouwen. In 1924 verschijnt ‘Lijmen’, waarin zijn zakelijke kant komt bovendrijven en in 1931 begint hij zijn eigen reclamebedrijf. Twee jaar later in 1933 komt er een einde aan tien jaar zwijgen op literair gebied. Jan Gresshof, een Nederlandse dichter, zet hem ertoe aan om de pen weer op te nemen. Dit resulteert in 1933 in de roman ‘Kaas’. Er breekt een nieuwe periode van creativiteit aan. Er verschijnen dan in dertien jaar zeven nieuwe titels, met als hoogtepunten ‘Het Been’ (een vervolg op ‘Lijmen’), ‘De Leeuwentemmer’ en ‘Het Dwaallicht’. Tevens publiceert Elsschot in 1934 een dichtbundel. Na 1946 stort hij zich volledig op het reclamevak en wordt weer Alfons de Ridder. Ook hieruit blijkt de zakelijke kant van Elsschot.



1.2.Algemeenheden.



De roman Kaas is door Willem Elsschot opgedragen aan zijn vriend en dichter Jan Gresshof, waar de lezer bij aanvang van het boek op attent wordt gemaakt. Het was Gresshof die de auteur wist te motiveren om, na een vruchteloze periode, de pen opnieuw ter hand te nemen. Naast het gedicht aan Jan Gresshof, is Elsschot de lezer voor en stelt zelf bondig en cynisch de personages en de elementen voor, uit zijn werk.



Het verhaal dat wordt opgediend heeft meer de allures van een novelle, dan van een roman omwille van de luttele omvang. Met slechts 106 pagina’s die werden onderverdeeld in 24 hoofdstukken, verteld Elsschot en korte maar intrigerende historie. ‘Kaas’ werd voor het eerst gepubliceerd in 1933 en is verkrijgbaar bij Polak & Van Gennep, Querido Amsterdam.



ELEMENTEN



Kaas. Kaasdroom. Kaasfilm. Kaasonderneming. Kaasdag. Kaascampagne. Kaasmijn. Kaaswereld. Kaasschip. Kaashandel. Kaasvak. Kaasroman. Kaaseter. Kaasmens. Kaasbol. Kaastrader. Kaasrust. Kaasdraak. Kaasellende. Kaastestament. Kaasfantasie. Kaasmuur. Kaaskwestie. Kaaswagen. Kaasbeproeving. Kaastoren. Kaaswond.



G.A.F.P.A. General Antwerp Feeding Products Association.



Kelder van ’t Blauwhoedenveem.



Laarmans’ kantoor met telefoon, bureau-ministre en schrijfmachine.



Een tric-trac doos.



Een mandvalies.



Een grote kaaswinkel



Een kerkhof



PERSONAGES



Frans Laarmans,klerk bij de General Marine and Shipbuilding Company, daarna koopman, daarna weder klerk.



De moeder van Laarmans (kinds en stervend).



Dokter Laarmans, broeder van Frans.



Mijnheer van Schoonbeke, vriend van de dokter en schuld van alles.



Hornstra, kaashandelaar in Amsterdam.



Fine, vrouw van Laarmans.



Jan en Ida, hun kinderen.



Madme Peeters, een buurvrouw die aan gal lijdt.



Anna van der Tak.



Tuil



Erfurt



Barherotte



Klerken bij General Marine.



Boorman, raadgever voor mensen van zaken.



De oude Piet, machinist bij de General Marine.



De jonge Van der Zijpen, die zich associëren wil.



Vrienden van Van Schoonbeke.



Opdracht



AAN JAN GRESSHOF



Ik luister naar die stem



Die hijgend en hees is, maar vol klem,



Die in mineur zingt bij ’t verwensen



Van ’t alledaagse in de mensen



Ik volg die hoeken van die mond,



Een kwalijk toegegroeide wond



Die alles uitdrukt, als hij lacht,



Wat hij zo fel in woorden bracht.



Hij heeft een vrouw en kroost en vrinden,



Hij heeft een hele hoop beminden



Waar hij plezier aan heeft als geen.



Toch staat Jan Gresshof heel alleen.



Hij zoekt en kijkt, hij hoopt en wacht



Van d’ ene nacht tot d’ andere nacht.



Hij hoort iets en komt overeind:



Hij wacht in Brussel op zijn eind?



Vooruit Janlief, hanteer de riem,



En geef die rotzooi striem op striem!



Vaag al dat vee van uwe baan



Zo lang uw hart nog mee wil gaan



1.2.De verteller.



‘Kaas’ werd door Elsschot aan het publiek verkocht, als personele verteller (ik-vorm). Hiervoor kruipt hij in de huid van het hoofdpersonage Frans Laarmans, die de gebeurtenissen vanuit zijn eigen perceptie vertelt.



‘Ik geloof dat het mij overkomen is omdat ik te meegaand ben. Toen Van Schoonbeke wij vroeg of ik het doen wilde, heb ik de moed niet gehad hem en zijn kaas van mij af te stoten, zoals ik had moeten doen.’



1.3.Samenvatting van de inhoud.



Op een goede avond komt Frans Laarmans, licht beschonken van de Pale-Ales, thuis om zijn welverdiende nachtrust tegemoet te gaan. Hij ligt nog maar goed in bed of er wordt aangebeld door zijn zwager Oscar, die hem komt melden dat zijn moeder op sterven ligt. Frans vertrekt onmiddellijk naar het huis van zijn zus, waar de moeder inwoont en vervolledigd de familie. Enkele uren later overlijdt ze in het bijzijn van de familie en een nog halfbeschonken zoon. Op de begrafenis ontmoet Frans Mijnheer Van Schoonbeke, een vriend van zijn broer de dokter, die hem uitnodigd bij hem thuis. Hij gaat in op de uitnodiging in en komt bij Van Schoonbeke in een gezelschap terecht dat boven zijn stand staat. Omdat Frans slechts een klerk is bij de General Marine Shipbuilding Company, wordt hij door zijn gastheer belangrijker voorgesteld dan hij eigenlijk is. Van Schoonbeke, die verveeld zit met de status van zijn gast, stelt hem voor een Nederlands bedrijf aan te schrijven dat in kaas handeld en waar hij als koopman kan beginnen.



Laarmans voelt zich aangesproken en staat te popelen om te beginnen. Hij gaat akkoord met een nogal dubieus contract en voor hij het weet staat er in Antwerpen twintig ton kaas op hem te wachten. Fine, zijn echtgenote, wil echter een bepaalde zekerheid behouden en stelt voor dat Frans zijn werk als klerk niet opgeeft, maar zich ziekmeld. Met een dokterscertificaat van zijn broer stapt hij naar de firma en verklaart dat hij zenuwlijder is en drie maanden afwezig zal zijn. Ook wordt zijn nieuwe sociale status bij Van Schoonbeke geaprecieerd, die er op de koop toe voor zorgt dat Frans President wordt van de Association Professionelle des Négociants en Fromage wordt.



De hele kaashistorie draait echter uit in een rampsenario wanneer blijkt dat Frans geen kennis van zaken heeft. Hij houdt zich voornamelijk met futeliteiten bezig zoals het inrichten van zijn kantoor, het zoeken van een geschikte naam en zijn briefpapier. Tevens krijgt hij van de agenten die hij heeft aangesteld in aanliggende steden weinig positief nieuws. Enfin, buiten de kaas die zijn zoon Jan aan een schoolvriend wist te verkopen, draait het hele zaakje vierkant. In een annonce in de krant leest hij een advertentie van de heer Boorman, die aan jonge ondernemers een opleiding in de verkoop verschaft. Maar, de verkoopsstrategie van Boorman mag niet baten. Frans sluit de boeken van zijn kaasdroom en meldt zijn leverancier dat hij ermee ophoudt. Ironisch genoeg komt net op dat ogenblik een bericht van zijn agent te Brugge, dat deze een grote hoeveelheid van de stok wist te verkopen. Toch, het besluit van Frans staat vast: hij gaat terug naar zijn functie als klerk. Wanneer hij opnieuw zijn plaats op kantoor inneemt beseft hij dat de zakenwereld niets voor hem is en dat het kantoorleven hem meer aanspreekt.



1.4.De personages.



Elsschot werkt in ‘Kaas’ met personages uit het milieu van het figuur Frans Laarmans. Naast zijn eigen familiale kring, met gematigde, schuwere karakters, wordt hij omringt door harde figuren. Het verhaal wordt gedragen door een rond omschreven karakter, maar door de vertelstijl is er weinig diepgang in de omringende figuren. Net zoals in de tragedie, kan men ook hier spreken van een catharsis: het hoofdpersonage ziet z’n fouten in en wekt medelijden bij de toeschouwer, maar een ondergang is onafwendbaar (zie De verteller).



Het hoofdpersonage: Frans Laarmans.



Frans Laarmans is een figuur dat lijdt aan hoogmoed. Hij is ontevreden over zijn sociale situatie en wil hierin, onder zachte dwang van Van Schoonbeke, verandering brengen. Hij kan worden omschreven als een ‘persona non grata’ en wordt omringt door mensen uit een milieu dat niet het zijne is. Laarmans is impulsief, ondoordacht en incompetent in zijn zaken, waardoor zijn ondergang als koopman, onafwendbaar is. Tevens beschikt hij over enkele realistische trekjes: er is geen ontsnappen aan afkomst of milieu. Het personage Laarmans verschijnt in meerdere romans van Willem Elsschot zoals bevoorbeeld ‘Lijmen’. Hij komt voor met dezelfde karaktertrekken, waar de auteur veel van zichzelf in kwijt kan.



De nevenpersonages.


Fine: de echtgenote van Laarmans, die Frans probeert te motiveren en met zijn twee voeten op



de grond te houden.



Jan en Ida: de kinderen van Laarmans.



Moeder Laarmans: sterft aan het begin van het verhaal en bij zijn zus inwoont.



Dr. Laarmans: zijn broer, waarop hij een verdoken jaloezie uit, omwille van zijn status. Toch is



deze steeds behulpzaam.



Van Schoonbeke: een zakenman, die Frans regelmatig ontvangt op zijn gezelschapsavonden



onder ‘zakenmannen’. Deze geeft Frans om de verkeerde redenen ‘goede



raad’.



Hornstra: een kaashandelaar uit Amsterdam, waarbij Frans een nogal dubieus contract tekent.



Madame Peeters: de bemoeizuchtige buurvrouw, die aan gal lijdt.



De collega’s van General Marine: Tuil, Erfurt, Piet, Barherotte, Mr. Henri, Mr. Hamer en Anna Van



der Tak. Hoewel Frans hen veracht zijn het allen gewone



zorgzame mensen, die met hem meeleven omwille van zijn



‘ziekte’. De laatstgenoemde naam, Anna Van der Tak, heeft



voor Elsschot een speciale betekenis. Zijn eerste roman



‘Villa des Roses’ werd aan haar opgedragen.



Van der Zijpen: vriend van Van Schoonbeke, wiens vader wil associëren met G.A.F.P.A. (het



bedrijf van Frans), om er dan, zonder ervoor te werken, munt uit te slaan.



Boorman: raadgever voor mensen in zaken, die van Frans bezoek krijgt om raad. Aangezien ook



zijn winkel een luchtbel is, is Laarmans hiermee echter niet geholpen. Net zoals



Laarmans is ook Boorman een vast personage van Elsschot. De twee worden meestal



in duo aangevoerd in zijn verhalen met dezelfde karakteristieken. Opmerkelijk is ook



de woonplaats van Boorman: Villa des Roses (bedrog).



De andere gasten en zakenlui bij Van Schoonbeke.



1.5.Behandelde problematiek: thema.



De thematiek van de hele historie is voornamelijk bedrog en schijn. Laarmans wordt in het verhaal meermaals bedrogen door naïviteit en onkunde, en gehaaide figuren als Hornstra, Van Schoonbeke en Boorman. Hij vindt zijn afkomst en sociale status beschamend en wil hierin kost wat kost verandering brengen.



1.6.De intrige.



Frans Laarmans beleeft een intern ondergangsverhaal. Hij gaat ten onder door zijn eigen drang om zich in een betere situatie te begeven. Hij heeft geen oog voor bedrog en is naïef waardoor anderen hem misbruiken.



1.7.De Stijl.



Willem Elsschot is een auteur met een uitgesproken eigen stijl. Hij schreef zeer zakelijk en gereserveerd, en met een donker cynisme dat in al zijn werk is terug te vinden. Het verhaal is in een realistische stijl geschreven en hoogstwaarschijnlijk schuilt er een gedeelte karakter van de auteur in het boek.



De stijl van Willem Elsschot werd omschreven als de ‘nieuwe zakelijkheid’, waarin ‘de vent belangrijker was dan de vorm’.



1.8.De tijd/ruimtelaag.



Het verhaal wordt chronologisch verteld, met enkel prospectieve elementen. De vertelde tijd speelt zich af binnen een tijdspanne van drie maanden (ziekteverlof). Het merendeel van de gebeurtenissen zijn in Antwerpen gesitueerd, de geboortestad van Elsschot, omstreeks de jaren ’30, wanneer het boek werd geschreven. Er is weinig bezit van moderne middelen zoals vervoer en telefoon. Uitzonderlijk bezoekt Laarmans Nederlands, maar het grootste deel van de historie speelt zich af in Laarmans huis, de stad en het huis van Van Schoonbeke.



Aangezien het boek in verhouding met werken van andere auteurs, zeer kort is, is de verteltijd een kleine drie à vier uurtjes.



2.Eigen kritisch oordeel.



Met ‘Kaas’ weet Elsschot van begin tot einde te boeien. De vlotte gereserveerde stijl en de korte hoofdstukken zorgen voor een aangename leeservaring, net als de bondige vertelling die tot de essentie werd herleid. De klassieke uitspraken: ‘schrijven is schrappen’ en ‘less is more’ worden hier door de auteur bevestigd. Het cynisme van de schrijver is duidelijk aanwezig en met dit werk drukte Elsschot een stempel op het literaire landschap van de lage landen. Zelfs wanneer hij dit boek niet zou gesigneerd hebben, zou het nog steeds overduidelijk zijn dat dit ‘Elsschot op z’n best’ is. De gebeurtenissen zijn intrigerend waardoor de lezer wordt aangespoord om verder te gaan, ondanks de lichte voorspelbaarheid die te danken is aan de befaamdheid van het hoofdpersonage. Hoewel de populariteit van het boek dikwijls wordt toegeschreven aan z’n beperkt aantal pagina’s, wat of luie studenten of studenten met tijdsgebrek, ten goede komt, moet ik dit ten stelligste tegenspreken. ‘Kaas’ werd omwille van de personages, de intrige en de vakkundigheid van Willem Elsschot, terecht, een literaire klassieker die verscheidene malen werd vertaald.

Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen