U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Kees Van Kooten - Levensnevel.
Deze versie komt van http://www.scholieren.com/boekverslagen/1598 en is laatst upgedate op 16/06/2000.
De taal ervan is Nederlands en het aantal woorden bedraagt 2217 woorden.

Bibliografische gegevens



Het boek is getiteld "Levensnevel". Dit boek is geschreven door Kees van Kooten. Het omvat verhalen die al in het Belgische weekblad "Humo" hebben gestaan. Een verhaal is nog niet eerder gepubliceerd. Alle andere verhalen zijn voor deze bundel grondig herschreven.

De eerste druk was in april 1999 en mijn gelezen druk komt uit oktober 1999, de zesde druk. Het boek is uitgegeven door "De bezige bij".







Verwachtingen en eerste reactie



Ik had dit boek meegenomen op kerstvakantie. Mijn moeder raadde het me aan. Ik kende Kees van Kooten alleen van het bekende tv-duo "van Kooten & de Bie". En zelfs dit kende ik niet echt goed. Dat is toch nog van voor mijn tijd. Maar mijn ouders hebben het nog wel eens over hen gehad onder het mom van: dat was nog eens echt leuk.



Ik dacht dat het een boek vol humor was, dat idee veranderde toen ik de achterkant las. Daarop staat het gedicht "Nevensneven" en ik vond dat maar een vaag gedicht. Ik snapte er gewoon niks van. Dit kwam door het gebruik van voor mij onbekende woorden en door het abstracte woordgebruik.



Toen ik het eerste verhaal, "Mondhygiëne", had gelezen, veranderde mijn mening totaal. Deze man, de schrijver had wel degelijk humor.





Analyse op het hele boek



In deze verhalenbundel zijn eigenlijk verschillende soorten verhalen opgenomen. De verhalen staan los van elkaar. Ze gaan allen over iets anders. Het is autobiografisch. De schrijver, Kees van Kooten, heeft eerder gepubliceerde stukken voor een Vlaamse krant

grondig herschreven en aangepast. Ze zijn samengekomen in deze bundel.



Hoewel het allemaal losse verhalen zijn, zou je toch een thema kunnen ontdekken. Het heeft immers ook een passende titel gekregen: "Levensnevel". Kees zegt dat dit boek een poging is het krimpende leven en de uitdijende dood met elkaar te verzoenen. Dit zou je kunnen zien als het thema.



De titel vind ik een beetje moeilijk om te verklaren. Als je verder gaat op het thema, en dat moet, zou je kunnen zeggen dat het om de vaagheden in het leven gaat. Hij wilde het boek in eerste instantie "Mist in beide richtingen" noemen. Dit is volgens mij hetzelfde want je kan het woord levensnevel omdraaien en dan krijg je ook weer levensnevel. Kees van Kooten vond dat "Levensnevel" het boek beter omvatte en dat snap ik omdat het op Kees van Kooten zijn leven slaat.



De verhalen zijn allemaal autobiografisch. Elk verhaal is in de ikvorm geschreven en het perspectief ligt altijd bij Kees van Kooten. Ook de hoofdpersoon is Kees van Kooten. In het boek komen bijna geen andere personages voor die belangrijk zijn voor het hele boek. Hoogstens voor een verhaal. Deze personages zijn zo kort in beeld dat ik ze niet beschrijf.



De schrijfstijl is typisch. En vrij korte stijl kenmerkt hem. Hij schrijft niets meer dan nodig is. Als er woorden in een zin kunnen worden weggelaten, zou hij dat zeker doen. Bijna alle verhalen worden afgesloten met een open eind. Ook maakt hij vrij veel gebruik van beeldspraak en vergelijkingen. "Een gat zo groot als een gulden" of "zoals iemand die door zijn geliefde in de steek dreigt te worden gelaten niets meer te verliezen heeft en in een laatst wanhoopsoffensief de wildste beloften doet en allerlei achtergehouden geheimen prijsgeeft". Hoewel het soms tot verwarring leiden kan, vind ik het goed gedaan.





Analyse op gekozen verhalen



Ik heb gekozen voor de volgende 2 verhalen om nog eens extra te analyseren. Deze verhalen vond ik beide heel leuk en toch waren ze totaal verschillend. Bij het eerst gekozen verhaal "VERHUISBERICHT" heb ik dit gekozen omdat ik het gewoon heel apart vond. En bij het tweede verhaal heb ik heel erg gelachen. In "Andijvie" schetst Kees van Kooten een levensecht beeld, weliswaar overdreven, maar zoals het je inderdaad ziet gebeuren.







Verhuisbericht



Personages



Dit verhaal heeft eigenlijk geen personages, behalve Kees van Kooten zelf. Het perspectief ligt ook bij Kees. Het verhaal is geschreven in de ikvorm.



Ruimte



Het kan zich op elke willekeurige dag voordoen. Het zal niet in de winter geweest zijn gezien het feit dat er opeens een roos ging bloeien. Ook is het jaar waarin dit zich afspeelt niet op te maken uit het verhaal. Maar het boek is autobiografisch en in het nawoord heeft Kees van Kooten geschreven dat deze verhalen geschreven zijn in de periode van 1996 tot 1999. De ruimte is het huis van Kees zelf en zijn tuin. Het gaat in dit hele verhaal om de ruimte. De omgeving is in dit boek sfeerbepalend. De hoofdfiguur loopt, op een van de laatste dagen dat hij nog in zijn huis woont, door zijn huis. En hij ontdekt zijn huis opnieuw. Het valt hem op dat zijn schuifdeuren er anders uitzien dan hij dacht. Hij ziet plotseling drempels en struikelt daar over, terwijl hij daar nog nooit moeite mee heeft gehad. En zo gebeuren er nog meer dingen opeens. Het maakt de sfeer een beetje vreemd en eng. Ook al is het helemaal niet eng. Het is een raar gevoel wat de hoofdpersoon, en mij ook, daarbij bekroop.



Tijd



De tijd is niet echt belangrijk in dit verhaal. Er wordt een situatie geschetst die al een tijdje bezig is, de vertelde tijd is zo'n dag of drie. Het verhaal begint met een flashback hoe het huis in de afgelopen twintig jaar behandeld is en er zit nog een flashback in als hij verteld dat hij problemen met z'n huis heeft, stoppen die doorslaan en deuren die klemmen.

De verteltijd is twee en een halve bladzijde.



Motieven



Ik denk dat er in dit verhaal maar een motief is, het afscheid nemen van iets wat je dierbaar is. Het afscheid nemen van het huis wat voelt als afscheid nemen van een geliefde. Dit zie ik als grondmotief van het verhaal.





Samenvatting



Kees van Kooten gaat over twee weken verhuizen. Hij merkt op dat in de laatste twee weken hij zijn huis leert kennen. Ook al woont hij er al twintig jaar. Nu, laat het huis Kees steeds weer voor verrassingen staan. Deuren die klemmen, stoppen die doorslaan, 's nachts vreemde geluiden. Het gordijn valt van de roede en ook in de tuin gebeuren er rare dingen. Opeens een gele roos in de tuin, terwijl die er nooit geweest is. In kasten komt Kees dingen tegen, nog in verpakking en absoluut onbekend. Hij realiseert zich dat ieder die er met hem in het huis woonde een band had met het huis. Het huis weet misschien wel meer van de bewoners dan de bewoners van elkaar.







Andijvie



Personages



In dit stuk komen er ook geen hoofdfiguren voor. Behalve dan Kees van Kooten. Die weer in de ik vorm verteld. En die ook weer het perspectief bij zich heeft liggen. Er komen nog wel een paar types voor. Zoals de (alleenstaande) middel bare mannen die het verschil niet kennen tussen andijvie, sla, selderij en spinazie. En niet weten hoe ze boodschappen moeten doen. De winkelende huisvrouw, die wel de weg weet in de supermarkt. En het altijd druk heeft, met sokken stoppen, strijken, aardappels schillen. Het winkelmeisje achter de kassa, die trouw zegeltjes uitdeelt. De bejaarde dames in de supermarkt. Ze lopen traag achter de winkelwagentjes en kijken niet met welk karretje ze aan de haal gaan.



Ruimte



Het verhaal speelt zich af in de supermarkt. De omgeving als supermarkt is natuurlijk belangrijk. Maar de details spelen geen rol. Een belangrijk deel van de supermarkt is de weegschaal omdat Kees van Kooten door de weegschaal de verschillende groentes leert kennen. Niet alleen het deel voor de kassa, de eigenlijke winkel speelt een rol. Ook de plek waar de dozen staan en waar ingepakt wordt speelt een rol. Vanuit hier werpt Kees een blik op de supermarkt en zijn typische klanten.



Tijd



De vertelde tijd is alleen de tijd die doorgebracht wordt in de supermarkt. Nou, kuiert Kees daar rond, maar de tijd zal niet langer dan één uur geweest zijn. De tijd is niet echt belangrijk voor dit verhaal. Er is bijvoorbeeld sprake van een flashback als Kees van Kooten verteld over de keer dat hij met vrienden een discussie had over een groente soort. Ook is er een flashforward, hij zegt dat als hij nog wat aan zijn middag wil hebben hij toch niet terug moest gaan.

De verteltijd is ongeveer vier en een halve bladzijde.



Motieven



Het motief is in dit verhaal moeilijk te vinden. Ik denk dat deze man moet leren voor zich zelf te zorgen. Dertig jaar heeft zijn vrouw dit voor hem gedaan, zo staat er in het boek. Nu kan dat niet meer. Dus zal er of een scheiding hebben plaatsgevonden of zijn partner is komen te overlijdpas overleden. En nu moet hij voor zichzelf gaan zorgen. Iets wat hij helemaal niet gewend is. Het leren voor jezelf te zorgen zie ik als grondmotief in dit verhaal.



Samenvatting



Kees van Kooten bevindt zich in de supermarkt in de kassa rij. Daar ziet hij twee kroppen sla in zijn winkelwagentje liggen, die niet van hem zijn. Hierdoor rijdt hij weer terug naar de groente afdeling omdat hij wil leren boodschappen doen.

Dat is nogal moeilijk, zo blijkt. Want Kees kan niet eens rauwe andijvie vinden. En hij is niet de enige. Zo blijkt in een eerder plaatsgevonden gesprek met vrienden. Hij durft huisvrouwen niet met zijn vraag lastig te vallen. Die hebben wel wat beters te doen. Een andere man kan hij het ook niet vragen. Die weten het zelf ook niet. Zo heeft Kees van de plaatjes op de weegschaal geleerd, hoe verschillende groentes eruit zien.

Als hij dan voor de tweede keer terugkomt bij de kassa ziet hij een vreemde rol beschuit, terwijl hij nooit beschuit eet. En een tube kunstgebit tandpasta, hij heeft niet eens een kunst gebit.

Dan vraagt de caissière: "Spaart u kuttekopjes?'' En Kees stemt onwetend toe, hij spaart alles. Op zoek naar een doos, zit Kees nog steeds in over de sla, de beschuit en de tandpasta. Hij kijkt vanaf de spullen inpak balie de winkel in, en ziet veel bejaarde dames rondlopen. Hardop pratend en traag lopend achter het karretje. Ze pakken hun spullen en zonder te kijken gaat het in het karretje achter hen. Vervolgens loopt de volgende bejaarde er mee weg. En zet hem weer achter een ander neer. De vrouwen gooien het in het karretje van een meneer die niet kan kiezen.









Eindoordeel



Na het lezen van de achterkant vond ik het boek niet zo leuk. Ik had iets van, dit moet ik leuk gaan vinden, omdat zoveel mensen hem leuk vinden. Iets wat natuurlijk nergens op slaat. Het is toch een kwestie van smaak.

Toen ik het eerste verhaal, "Mondhygiëne", had gelezen, dacht ik: "Dit kan ik nog wel leuk gaan vinden." En inderdaad. Ik vond dit boek leuk. Er zaten verhalen tussen die mij niet zo aanspraken. Zoals "Non je ne me souviens plus" en "Pater Dirk".



"Pater Dirk" vond ik wel zo saai. Het onderwerp boeide me niet. En dat is toch wel belangrijk. Het was een van de langere verhalen, ik denk niet dat de lengte van een verhaal iets hoeft uit te maken. Maar in dit verhaal vond ik dat er relatief weinig gebeurde en ik ergerde me aan de manier waarop pater Dirk zich zo superieur voelde. Hij had commentaar op de andere missionarissen. En de manier waarop stond me niet aan. Ook zijn aandringen op het maken van een documentaire over hem staat mij totaal niet aan. Ik heb overdacht om dit verhaal halverwege af te kappen maar dat heb ik toch niet gedaan. Je weet nooit wat er nog kan komen.

Ik vond het verder namelijk wel een leuk boek. Ik heb gelachen, bijvoorbeeld op die goede typering van de omaatjes met de winkelwagentjes. Ik zie het gewoon voor me gebeuren. Want die kleine gebeurtenissen uit het dagelijkse leven schetst hij zo raak. Dat vond ik echt prachtig.

Aan het eind van een verhaal komt er een opmerking die werkelijk nergens op lijkt te slaan, maar toch zo klopt. En zo leuk is. Zoals wanneer Kees een liedje in z'n hoofd heeft. Hij kent de titel en zanger niet. Bij de platenzaak kennen ze het niet. Ook in een kleine specialistische platenzaak kennen ze het niet. Niemand kent het. Na het hele verhaal zegt hij dan: "De volgende morgen nam ik de trein naar Parijs. " Een open eind, maar zo duidelijk. En dat vond ik echt goed als je dat zo raak kan zeggen.



Het taalgebruik, veel beeldspraak vond ik leuk. Je krijgt vergelijkingen waar je zelf niet zo snel op zou komen. De supermarkt met winkelwagentjes wordt "een tinkelend ballet op wieltjes" genoemd. En het gebruik van omschrijvingen zoals het draaihekje voor de karretjes in de supermarkt "de vernikkelde klap-tourniquets " ik had geen idee wat het betekende maar ik vond het super mooi gevonden. Over het algemeen was het taalgebruik niet moeilijk. Af en toe wat ouderwetse woorden al viel ook dit mee.
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen