U kijkt nu naar de cache versie van het boekverslag : Noord-en Zuid Amerika - De Ruimtelijke Visie Ingezonden Door: Sarah-jane .
Deze versie komt van http://www.scholieren.be/huiswerk/show_stuk.php?id=759 en is laatst upgedate op Onbekend.
De taal ervan is Aardrijkskunde en het aantal woorden bedraagt 1061 woorden.

Economische aardrijkskunde



Deel 1 : de ruimtelijke visie

Hoofdstuk 1 : het geo-economisch wereldbeeld



Arm en rijk in de wereld



De welvaart is ongelijk verdeeld in de wereld. Twee derde van de bevolking moet het stellen met zeventien procent v/h wereldinkomen. BNP = Bruto Nationaal Product : som van alle toegevoegde waarden die / jaar in een bepaald land uit de productie van alle goederen en diensten ontstaan BNP / inwoner in EURO .

- > 2700 :

· groot deel van Europa

· Japan

· Noord-Amerika

· Australië

· Nieuw-Zeeland

- 900-2700 :

· Spanje en Portugal

· Brazilië ( Noord-en Zuid Amerika)

· Zuid-Afrika

· Noord-Azië

- < 900

· Afrika

· Zuid-Azië

· Zuid-Amerika

Aan het gebruik van BNP als welvaartstaf zijn bezwaren verbonden, ondermeer :

- Het gemiddelde verbergt de ongelijke verdeling naar regio en bevolkingslaag in een bepaal land.

- Muntwaarden zijn moeilijk te vgl en de koopkracht verschilt van land tot land.

- Niet ieder geproduceerd goed verhoogd de welvaart.

Oplossing: HDI = Human Development Indew. (of ontwikkelingsindex) .

De index wordt bepaald door BNP / inw , de levensverwachting (spiegel van voeding en gezondheidszorg, deelname aan the onderwijs). De HDI schetst een goed beeld van welzijn en welvaart.

Opmerking: de kloof tss armste en rijkste landen neemt steeds toe op enkele uitzonderingen na.



Ongelijkheid in technische ontwikkeling en productiviteit.



De ind. Revolutie is er gekomen door de ontwikkeling van de technologie. De IR start in het VK ondermeer dankzij de stoommachine waardoor mechanisering op grote schaal mogelijk werd. Ze verspreiden zich ruimtelijk in verschillende golven elk gekenmerkt door technologische inovaties (robotsystemen, electronica). En veranderingen in het productieproces, de distributie en de organisatie.



De kapitalistische en communistische productiemodellen.



a) Kapitalistisch maatschappijmodel



- Privébezit van alle productiemiddelen is het grondbeginsel (o.m. grond, grondstoffen, fabrieken, kapitaal en arbeid). De schaalvergroting in de industrie leiden in de praktijk tot de vorming van holdings en maatschappijen (NV’S) waarvan de aandelen op beurzen worden verhandeld.

- Winst is motor van de onderneming, deels om het kapitaal te vergoeden, deels om in de onderneming te investeren opdat haar autofinanciering zou mogelijk zijn . En ook om onderzoeks-en innovatiekosten te betalen. (nodig om competitief te blijven)

- Vraag van de consument oriënteert de productie, de wetten van vraag en aanbod bepalen de prijs van de goederen (vrijemartk economie). Producenten kunnen de makrt beïnvloeden door bv hun reclame .

- Staat kan een systeem bijsturen door bv sociale wetgeving uit te bouwen en-of geografisch door de economie in achter gebleven regio’s en-of sectoren te stimuleren.



b) Communistische samenlevingsvorm

- Collectief bezit van de productiemiddelen als hoofdkenmerk, de productie wordt volgens een vast plan geleid (gecentraliseerde planeconomie) d.w.z. dat niet alleen de beoogde doelstellingen maar ook de middelen om die te bereiken worden vastgelegd.

- De industriële sector ( vooral zware industrie) kreeg in de praktijk meestal voorrang en slorpte het grootste deel vd investeringen op ten nadele vd productie van consumptiegoederen en vd ldb vb Sovjet-Unie, cuba.

- De bureaucratie weegt zeer zwaar en zowel kwaliteit als distributie laten erg te wensen over vd verbruiksgoederen.

ALGEMEEN : Tot voorkort leefde één derde van de wereldbevolking volgens dit politiek en economisch stelsel. In de communistische staten die omschakelden naar de vrijemarkteconomie zal het privatiseringsproces nog lang aanslepen en nog nefaste gevolgen hebben.



c) Overal in de wereld, voorla in de ontwikkelingslanden bestaat een zogenaamde informele of parellelle economie die in geen enkele statistiek is opgenomen.

2 vormen : NL :

· scharreleconomie : doel = overleven

· ondergrondse economie : meestal kleine illegale bedrijven die aan de sociale en fiscale wetgeving ontsnappen.



Hoofdstuk 2 : internationale economische activiteiten



Multinationale ondernemingen



Enorme bedrijven met tienduizenden werknemers met een zakencijfer > het budget van de talrijke staten waar ze werken. Hoewel de bedrijvigheid geografisch sterk versreid is worden die multinationals vanuit 1 beslissingscentrum geleid, dit is meestal de sociale zetel.



Wereldwijde verspreiding

Voordelen:

- bevoorrading veilig stellen

- kostprijs laag houden

- importbeperkingen omzeilen

Nadelen:

- politieke invloed = heel groot : vooral in ontw landen gezien hun reusachtige kapitaalkracht en tewerkstellingsmogelijkheden.

- Gevaar van monopolievorming op de wereldmarkt en dus exclusieve prijsbepalingen.

MAAR : mulitnationals zijn belangrijke werkgevers en spelen een rol in de verspreiding van de moderne technologie (vooral in de ontw landen).











Illegale Economische acviteiten



1) Kinderarbeid : vooral in de ontwikkelingslanden, de rijke landen proberen er tegen op te treden en volgens het westen verstoord kinderarbeid de internationale concurrentieverhoudingen.

IAO Internationale Arbeidsorganisatie : verbiedt de kinderarbeid al meer dan een kwarteeuw .

Conventie n° 138 : kinderen < 15 j horen nt te werken. In de ontw. Landen is het minimum 14 j en voor lichte arbeid

12 j. 72/174 lidstaten passen dit toe.

Conventie n° 18 : de IAO verbiedt de ergste vormen van kinderarbeid. (slavernij, verplicht werk ter afbetaling, schuldenouders, prostitutie, ongezond en gevaarlijk werk alleen >18 j ).

2) Kindsoldaten : meer dan 300.000 kindsoldaten jonger dan 18 vechten mee in de conflicten in verschillende delen van de wereld De meerderheid is tussen 14 en 18 jaar, maar er zijn er ook van 10 jaar. Vb Sudan, Congo, Turkije .

3) Wapenhandel : 1998 : 2285 miljoen frank opbrengst wereldwijd.

- 3 grootste wapenleveranciers zijn : FRANKRIJK, AMERIKA, VK

- 3 grootste kopers zijn: SAOUDI ARABIE, AFRIKA, TAIWAN

- NAVO : spoort landen aan om hun defentie uit te breiden omdat alle NAVO-landen in staat moeten zijn alle

NAVO missies te helpen uit voeren.

Dus : moeten ze beschikken over onmiddellijk inzetbare troepen en over de meest moderne uitrusting.

De defentie in EUR krijgt kritiek omdat zij te weinig geld besteden aan defentie.

- Europa heeft een tekort aan : -moderne uitrusting

-proffesionele mankrachten
Andere boeken van deze auteur:


Home - Contact - Over - ZoekBoekverslag op uw site - Onze Boekverslagen - Boekverslag toevoegen